De balans | Josse De Pauw

©Frederik Beyens/ID

In zijn nieuwe boek ‘In open veld’ gaat de acteur Josse De Pauw (69) op zoek naar de bron van zowat vijftig jaar spelen. Hier maakt hij zijn persoonlijke balans op.

Wat zijn uw activa?

‘Ik moet heel blij zijn dat ik een publiek heb. Als ik iets doe, komt er altijd volk kijken. Het laat me toe de paden te bewandelen die ik wil en eist niet dat ik altijd hetzelfde doe. Soms heb ik hen ontgoocheld, maar ze zijn teruggekomen. Dat gevoel heb ik althans.’

‘En natuurlijk is de taal een belangrijk kapitaal. Werkmateriaal ga ik nooit ver zoeken. Meestal haal ik het uit wat me omgeeft, overkomt, bezwaart,... Het hangt natuurlijk ook samen met de mensen die ik tegenkom. Ik was altijd goed omringd, en heb daar ook veel aandacht aan gegeven. Om in de juiste omstandigheden te kunnen werken. Veel ideeën blijven leven in mij, en wachten op hun kans, op het goeie moment om er iets mee te doen. In 2007 was ‘Ruhe’ zo’n voorstelling. We reisden er een stuk van de wereld mee af en hebben ze 130 keer gespeeld.’

Mijn moeder zegt altijd dat ik erg met mezelf bezig ben. Dat is waar.

Wie heeft in u geïnvesteerd?

‘In eerste instantie ikzelf. Maar ik werd wel heel sterk verleid door mensen met een goede taligheid. In mijn jeugd waren er een paar leraars die voor de hele klas zeiden dat mijn opstel mooi geschreven was. En als jongen zag ik een voorstelling van Julien Schoenaerts die me wegblies. Al hanteerde hij soms een ongelooflijk gekunstelde taal: hij vulde die volledig met zichzelf. Dat heeft me absoluut geholpen. Hugo De Greef ben ik altijd dankbaar gebleven. We richtten samen het collectief Schaamte op, met ook Anne Teresa De Keersmaeker en Jan Lauwers. Daar vloeide het Kaaitheater uit voort. Dat waren belangrijke stappen, omdat ik er nieuwe soorten theater ontdekte en zag hoeveel mogelijk was. Maar dat ik er blijvend plezier in heb gevonden, heeft toch te maken met de slimme manier waarop ik zelf voorrang gaf aan de belangrijke dingen: niet aan roem en geld, maar aan het spelen, met de juiste mensen. Kinderen moet je ook niet verplichten te spelen met wie ze dat niet willen. Ze moeten elkaar vinden in het spel. Dat heb ik mezelf altijd toegestaan.’

Hebt u in anderen geïnvesteerd?

‘Mijn moeder zegt altijd dat ik erg met mezelf bezig ben. Dat is waar, maar ik denk ook dat ik goed ben in ruimte maken opdat mensen rond mij hun talent kunnen ontwikkelen. Productieleiders, technici en decorbouwers drukken daar vaak hun blijdschap over uit. Mijn naasten waren gelukkig meestal de mensen met wie ik theater maakte. Hen heb ik veel gegeven. Maar ik ken er die veel meer geven aan de samenleving en aan mensen met problemen. Dat is niet mijn sterkste kant. Of ik voldoende in mijn dochter heb geïnvesteerd, moet je aan haar vragen. Maar ik ben er vrij gerust in.’

Wat was uw kwantumsprong?

‘Vaak zijn dat de dingen des levens. De dood van mijn vader is hard aangekomen. Ik heb een scheiding meegemaakt. Al was dat in overleg en zien we elkaar nog steeds: het was emotioneel verwarrend en liet me vragen stellen aan mezelf. Een dochter krijgen is ook zoiets. Net als ouder worden en de diagnose diabetes krijgen. Pijnlijke ervaringen zijn absoluut ook groeimomenten. Er is geen weg naast. Er is niets in het leven waarvan je alleen maar in elkaar stort. Als je een beetje omringd bent, tenminste.’

Gaat u soms in het rood?

‘Dat probeer ik te vermijden. Ik ben nooit sportief geweest. Het plezier van uitputting en verzuring van de spieren: ik luister daar graag naar, maar mij is het totaal vreemd. Ik kan wel hard werken. Maar het is broodnodig dat het plezier niet verdwijnt - of het vooruitzicht erop. Als werken alleen maar werken wordt, krijg ik het moeilijk. Dat is ooit wel gebeurd, maar ik kon het herstellen. Met de pandemie is dat ook een van mijn angsten. Als het de norm wordt om te spelen voor clusters met mondmasters, waarna iedereen naar huis gaat in plaats van elkaar te ontmoeten: dan weet ik niet of ik er nog plezier in vind. Als het zo blijft, zal ik iets anders zoeken.’

Staat er winst op uw balans?

‘Onwaarschijnlijk veel. Ik kan al vijftig jaar doen wat ik graag doe, en ik kan er van leven. Het is niet verworden tot een hobby. Dat is fantastisch.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud