De balans | Mustafa Kör

©rv

Deze week raakte bekend dat de Limburgse mijnwerkerszoon Mustafa Kör (44) volgend jaar Dichter des Vaderlands wordt. Hier maakt hij zijn persoonlijke balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?

‘Er is het gezegde dat mijn vader zaliger van zijn vader meekreeg: kinderen zijn een schat, de vader is de schatbewaarder.

Ik heb het niet waargemaakt. Ik ben een toevalstreffer.

Er is ook een soepblik. Ik kreeg het na een memorabele avond in Antwerpen cadeau van de tragische figuur en cultschrijver Jean-Marie Berckmans. Het was zowat vijf jaar voor hij in 2008 stierf, maar de aftakeling was ruimschoots ingezet. Hij was zijn gedreven zelve, maar drank en drugs eisten hun tol. Hij had ook een dentaal probleem, waardoor ik hem amper verstond en hij voortdurend in mijn gezicht spuwde. Ik begreep dat het blik een soort fakkel was, met het vuur van het socialisme. Een symbool, recht uit een gaarkeuken voor de sukkelaars van deze wereld, die elke dag opboksen tegen de elitaire, hedonistische gang van zaken. Ik koester het, samen met de geest van een intrigerende man. Een held die ik bij de groten der aarde zet.’

Wie heeft in u geïnvesteerd?

‘Leon Wampers, onze buurman in Opgrimbie, waar ik opgroeide. Hij had een dozijn diploma’s en als koster was hij de mayonaise die de lokale gemeenschap samenhield, al werd hij wat meesmuilend bekeken. Bij ons thuis voerden we vaak hartelijke theegespekken. Hij als zeventiger, ik tiener. Hij had geen kinderen, ik had mijn grootvader nooit gekend. We vulden elkaars gemis in. Toen ik later in mijn rolstoel belandde, werd onze band nog sterker. Tien jaar na zijn dood, denk ik nog vaak aan die inspirerende, Robin Crusoe-achtige figuur.’

‘Het lijkt arrogant, maar als schrijver en dichter heeft niemand in me geïnvesteerd. Als er al een verdienste is, is het die van mezelf. Dat zeg ik in alle bescheidenheid. Ik bedoel niet dat ik het zelf heb waargemaakt, wel dat ik een toevalstreffer ben. Mijn taal is een mystieke speling van het lot.’

Investeert u in anderen?

‘Hopelijk doet de pandemie ons opnieuw inzien dat we geen kinderen maken voor het ideale Instagram-plaatje. Het zijn investeringen, opdat ze met plezier onze poep zouden schoonmaken als we oud en zorgbehoevend zijn, zodat het niet door een vreemde in een instelling moet gebeuren.’

‘Ik investeer ook in Artsen Zonder Grenzen en Broederlijk Delen. Dat is een plicht als je hier geboren bent. Laten we voor de rest wel wezen: schrijven doe je in de eerste plaats voor jezelf en de geschiedenis, met de bravoure dat je na honderd jaar nog gelezen zal worden. Er is niets mis met die ambitie: ze maakt net dat we onszelf overstijgen en grote dingen verwezenlijken. Maar het is niet aan mij om te oordelen wat mijn schrijverschap betekent. Als ik enkelen kan inspireren of behagen is dat mooi meegenomen.’

‘Wellicht heb ik te weinig in anderen geïnvesteerd. Vrienden, familie, liefjes, allicht heb ik mensen niet voldoende naar waarde geschat en navenant bejegend. Dat is de tragische realiteit van het leven: het is een continu maar loos streven naar harmonie. Ik vorm daar geen uitzondering op.’

Gaat u soms in het rood?

‘Ja. Ik heb geen handrem. Als twintiger leefde ik volop en werkte ik tot een stuk in de nacht, zonder aandacht voor wat mijn lichaam aankon. Met mijn handicap had dat nefaste gevolgen: ontstekingen, doorligwonden, botbreuken. Net voor ik als schrijver debuteerde, belandde ik in het ziekenhuis. Ik woog geen 50 kilo meer. De dokter zei dat ik zou sterven. Nu ik een vrouw en kinderen heb, denk ik twee keer na alvorens ik in het rood ga. Weliswaar met pijn in het hart: mijn bezieling maakt me ook tot wie ik ben.’

Hebt u ooit een persoonlijk faillissement beleefd?

‘Ja. Een eerste keer toen ik 17 was en mijn broer uit het leven stapte. Ik denk dat de schrijver in mij toen werd geboren. De tweede keer was toen ik op mijn 22ste na het ongeval te horen kreeg dat ik nooit meer zou lopen.’

Staat er winst op uw balans?

‘Puur menselijk ben ik een rijk man. Ik heb twee lieve kinderen, een vrouw die me graag ziet, en het geluk dat ik mag doen wat ik het liefst doe: schrijven. Maar de balans kan op elk moment ontregeld worden door een minieme ingreep buiten mijn macht. Dat maakt het bestaan interessant en kostbaar. Maar winst of verlies, eigenlijk is dat een non-discussie. Je wordt gedropt in een tijdsgewricht, een samenleving, een groep. Dan ben je er gewoon, en doe je maar wat. Je probeert een waardig en waarachtig mens te zijn. Maar ben je toevallig een Inuit, dan ben je al blij als je de dag overleeft zonder dat een ijsbeer je oppeuzelt.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud