Dochters over opgroeien in familiebedrijf: 'Je krijgt minder aandacht, maar je mag meer'

©CLARA HERMANS

Vijf actrices maakten een theatervoorstelling over opgroeien in een familiebedrijf. Het resultaat is een plezierig stuk over schaamte, eenzaamheid en assertiviteit.

De vijf ‘Dochters van ondernemers’, een voorstelling van Arsenaal/Lazarus, leerden elkaar kennen op de toneelschool in Brussel. Al gauw bleek dat ze uit een gezin kwamen dat anders was dan dat van hun collega-studenten. Werk en leven waren nauw verweven in het bedrijf van hun ouders.

Nu eens al zingend, dan dansend of elkaar eenvoudigweg ondervragend in een rollenspel delen ze hun ervaringen over hoe het was om op te groeien in een familiebedrijf. ‘De winkel, dat ben ik’, zegt Nathalie Goossens als ze in de huid van haar moeder kruipt. Haar moeder heeft een lingeriezaak in de Kempen. Haar vader stamt uit een kappersdynastie.

©CLARA HERMANS

Leen De Graeve vergroeide als meisje met het tuinbouwbedrijf van haar oom en tante. In hetzelfde huis woonde haar grootmoeder. De zaak ging over de kop, net als het schildersbedrijf van een andere ondernemersdochter uit het stuk. De vierde groeide op in het tuinbouwbedrijf van haar ouders, de vijfde is een aannemersdochter. Allen hebben ze het in ‘Dochters van ondernemers’ over de mooie en lelijke kanten van hun bijzondere jeugd. Verhalen met een lach en een traan.

Op zoek naar parallellen interviewden de actrices elkaar en hun familieleden. Dat laatste was in het geval van De Graeve niet evident. Het faillissement 18 jaar geleden van het familiebedrijf was lange tijd de olifant in de kamer. ‘Ik kende de grote lijnen, maar hoe het precies is gegaan en de enorme impact van het faillissement en de deurwaarders op mijn neven en nicht ben ik pas bij de voorbereiding van deze voorstelling te weten gekomen. Zelfs mijn moeder wist niet alles.’

Taboesfeer

Logischerwijze is schaamte een van de grote thema’s. De Graeve: ‘De Belgen zijn kampioenen van de schaamte, zeker als het over falen gaat. Als iemand failliet gaat, focussen we daarop en niet op de dertig jaar waarin het wel goed liep. Praten over een faillissement moet uit de taboesfeer. Dat is niet makkelijk, want het zit in onze cultuur. Zelfs ons onderwijs is gericht op het sublieme: een 10 op 10 is goed, een 8 op 10 niet goed genoeg. We dragen ook nog altijd de katholieke kerk mee in onze genen. God ziet ons overal en wie faalt gaat naar de hel.’

©CLARA HERMANS

Ook herkenbaar bij de ondernemersdochters, zegt Nathalie Goossens, is de schaamte voor voorspoed en welslagen. ‘Pronken met hun succes via een mooie auto, een groot huis of een nieuwe veranda vonden de meesten van onze ouders niet evident. Ze groeiden op in gezinnen die ontbering meemaakten tijdens de oorlog. Er moest worden gewerkt. Genieten was uit den boze. Ik ben ontzettend blij dat mijn ouders die cirkel hebben doorbroken. Als het goed ging, etaleerden ze bijna schaamteloos hun succes aan de klanten. (lacht) Mijn vader haalde in de winkel zijn portefeuille boven om te tonen hoe dik die was.’

Pronken met hun succes vonden onze ouders niet gemakkelijk. Genieten was uit den boze. Er moest worden gewerkt.
Nathalie Goossens
actrice

Een andere parallel is dat ze als kinderen van zelfstandigen sneller aan hun lot werden overgelaten. Dat klinkt negatief, maar de vrouwen klagen er in de voorstelling niet over. ‘Je krijgt minder aandacht, maar je mag meer’, vat Goossens het gevoel bij de vijf samen. ‘Terwijl het volle leven zich in de winkel afspeelde, zat ik op zaterdag boven met mijn zus te spelen. Geweldig spannend vond ik die vrijheid, omdat er geen toezicht was. Het maakt dat we iets grotere plantrekkers zijn dan mensen die niet in een winkel opgroeiden.’

Je leert als kind ook sneller werk zien. De Graeve in de voorstelling: ‘In het weekend speelde ik in de serres tussen de materialen en de planten. Mijn familie liep daar gewoon rond. Zo’n context maakt het begrip werk heel concreet.’

Goossens: ‘We steken makkelijker de handen uit de mouwen. Als we met zijn vijven in een leegstaand pand een voorstelling maken, gaan we meteen met van alles slepen en sleuren. Dan lachen we tegen elkaar: wat zijn we toch hardwerkende Vlamingen.’

Burn-out

Hoewel ze niet in de voetsporen van hun ouders stapten, valt de appel niet ver van de boom. Want ook voor een acteur is de balans werk-leven niet evident. Klopt, zegt Goossens. ‘Je bent verantwoordelijk voor je werk en je moet dat werk goed doen. Net als onze ouders doen ook wij aan zelfregulering. We zijn onze eigen baas, dus we trekken de grens: wanneer zijn we met ons werk bezig en wanneer stopt het. Mijn moeder zegt weleens: wie zijn werk graag doet, maakt minder kans op een burn-out. Zo eenvoudig is dat niet in een tijd waarin we op allerlei manieren benaderbaar zijn.’

©CLARA HERMANS

Haar collega knikt. ‘Spelen, repeteren, schrijven: als je wil, kan je in het theater 24 uur per dag met je werk bezig zijn. Jij zei een paar jaar geleden, Nathalie, dat het niet verstandig is om je altijd met je werk te identificeren. Ik was het daar toen niet mee eens. Ik koppelde mijn identiteit toen veel meer aan mijn werk, zoals onze ouders. Nu kan ik mijn grenzen beter stellen. Ik heb geen zin meer om alles op te geven en mijn familie te verwaarlozen voor die ene voorstelling die misschien wordt afgelast omdat er geen geld voor is. Als kind was het soms een paradijs: een leven tussen mijn familieleden. Mijn tante, nonkel en oma waren altijd in de buurt. Mijn oom en tante hadden trouwens een ontzettend hechte band. Na het faillissement moest mijn oom voor zijn nieuwe job naar Azië. Voor het eerst in dertig jaar was hij langer dan drie dagen afgesneden van zijn vrouw. Dat vonden ze verschrikkelijk. Dat is toch schoon, niet?’

‘Dochters van ondernemers’ vanaf 7 november in Mechelen | www.arsenaallazarus.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect