Advertentie
interview

Duchâtelet: ‘Ik zweer bij nederigheid, behalve als ik gelijk heb'

©Diego Franssens

Tijdens de wintermaanden trekken we met enkele gesprekspartners naar buiten voor een stevige wandeling. We praten over leven en werk, over afkomst en visie. Met ondernemer en Standard Luik-voorzitter Roland Duchâtelet stappen we naar de brouwerij van Wilderen. ‘Ik weet dat sommigen denken: die ambetanterik is daar weer.’

‘Ik ben een ingenieur.’ Het zinnetje zal als een rode draad door zijn betoog lopen. En niet alleen omdat er ingenieur op zijn diploma staat. ‘Ik ben het van nature’, zegt Roland Duchâtelet (68). ‘Het zit in mij om de dingen anders en beter te willen maken. Ik weet niet vanwaar dat komt of hoever dat teruggaat, het is er gewoon. Dingen veranderen geeft me voldoening.’

We zijn in Wilderen, een deelgemeente van Sint-Truiden, de stad waar Duchâtelet woont en tot 2012 een schepenambt - onder meer Financiën, Mobiliteit en Stadskernvernieuwing - bekleedde voor Open VLD. Hij heeft een route uitgestippeld van het kasteel van Duras, van dezelfde architect als het paleis van Laken en bijna een kopie, naar de brouwerij van Wilderen. ‘Ik wandel graag en jog een aantal keren per week. Bewegen is belangrijk. Het lichaam is een machine. Je moet elk onderdeel goed verzorgen of de machine zal hier en daar beginnen haperen.’

©Diego Franssens

‘Het kasteel is erfgoed van grote waarde’, vertelt hij. ‘Maar het kost handenvol geld om te onderhouden. Veel mensen denken dat de adel in het geld zwemt. Wel, de graaf die in dat kasteel woont, rijdt zelf met zijn tractor op zijn velden. Als je als overheid dat erfgoed wilt behouden, dan kan je ervoor kiezen er geld tegenaan te gooien en daar te stoppen. Of je kan doen zoals Sint-Truiden. Wij laten toe dat er een aantal evenementen per jaar worden georganiseerd, zoals een megatrouwfeest of een productvoorstelling. Zo raken de onderhoudskosten van de graaf min of meer gedekt. Iedereen gelukkig.’

In Sint-Truiden heeft de ingenieur zijn zaakjes op orde. ‘U weet dat ik ook in de senaat heb gezeten. Wel, het lokale niveau is wendbaar. Hier krijg je nog iets gedaan.’

‘Die jonge CD&V’er had het over de taxshift, maar besefte niet dat ik de uitvinder ervan was.’

Duchâtelet, zoon van een rijkswachtofficier, is een briljant ondernemer. Met twee collega’s bouwde hij een elektronica-imperium uit dat vandaag met Melexis , een leverancier van chips en sensoren aan de auto-industrie, wereldfaam geniet. Zijn succes maakte hem tot een van de rijkste mensen van het land. Enkele jaren geleden werd zijn vermogen op een half miljard euro geschat. Maar het grote publiek leerde hem midden jaren negentig kennen als vader van Vivant, een politieke beweging die nooit echt van de grond is gekomen.

©Diego Franssens

Al ziet Duchâtelet dat anders. ‘Het programma van Vivant draaide rond een basisinkomen voor iedereen en een taxshift. Weg van arbeid, naar consumptie. Wel, ik krijg nu toch gelijk? Er wordt over niets anders gesproken. Onlangs zat ik op Actua TV in een debat met een jonge CD&V’er. Hij had het over de noodzaak van een taxshift, maar besefte niet dat de uitvinder ervan tegenover hem zat!’ Hij lacht. ‘Ook geld uitdelen aan mensen wordt de normaalste zaak van de wereld. Je zult dat zien. There is no other way. Al duurt het misschien nog twintig jaar voor dat basisinkomen er komt. Dat maak ik misschien niet meer mee, nee. Goed, dan is dat zo.’

©Diego Franssens

Duchâtelet praat niet over zijn maatschappijvisie, hij ratelt. Zonder enige twijfel. ‘Ik heb ook gelijk, ik ben honderd procent zeker. Waarom? Ik gebruik mijn gezond verstand.’ Wie met Duchâtelet heeft samengewerkt, weet wat dat ‘gezond verstand’ inhoudt. De man is een wervelwind, een razendsnelle denker die vooruitkijkt. ‘Ik kan extrapoleren, vijf jaar vooruitkijken. De meeste mensen hebben blijkbaar niet het vermogen zich te verplaatsen in de tijd. Ik wel. Ik heb het altijd interessant gevonden om na te denken hoe de wereld zal veranderen. Ook bij het ondernemen. Toen ik 15 jaar geleden internetbedrijven oprichtte of kocht, deed ik dat omdat ik wist: daar gaat het gebeuren.’

Vivant ontstond vanuit de vaststelling dat het grondig misliep met België. ‘In 1993 bestond het algemene idee dat we in de shit zaten.’ Hij grinnikt. ‘Ja, toen al. Het land zat vast en moest worden hervormd. Er is toen een brede oproep gekomen om mee na denken. Hoe kunnen we eruit raken? De koning vroeg dat, de vakbonden, de socialistische partij. Ik heb toen goed nagedacht. Omdat ik dat leuk en interessant vond. Ik begon met alle inkomens van de cafés en restaurants in België af te zetten tegen het inkomen van de overheid. Dat moest ongeveer gelijk zijn, dacht ik. Het was een schok toen ik vaststelde datde overheid vijftig keer meer binnenkreeg dan de cafés en restaurants. ’

Roland Duchâtelet (68) is oprichter van een elektronicaimperium met de chipfabrikant Melexis als bekendste onderneming, geestelijke vader van de politieke beweging Vivant en voorzitter van voetbalclub Standard Luik. Hij is een van de rijkste mensen van het land, met een vermogen dat enkele jaren geleden op een half miljard euro werd geschat. Hij heeft twee kinderen met zijn huidige partner Marieke Höfte en vier kinderen uit zijn eerste huwelijk. Tot 2012 was hij schepen van Financiën in Sint-Truiden.

‘De socialisten organiseerden toen een open debat in Brussel. Ik daarnaartoe. Ik was al ondernemer, maar nog niet bekend. Ik had mijn laptop bij waarop de tabellen stonden waarin ik de inkomsten en deuitgaven van de overheid had gegoten. Vooraan zaten Frank Vandenbroucke en Bea Cantillon. Ik stak mijn hand op en zei: ‘We kunnen daar, daar en daar minderuitgeven. En als we dat allemaal doen, kunnen we daar wat extra uitgeven.’ Dat was een bom. Toen kwam het antwoord: ‘Ja maar, de belasting op arbeid is absoluut noodzakelijk om de sociale zekerheid tefinancieren.’ Ik zei: ‘Maar in Denemarken doen ze het al op een andere manier. Het kan dus anders!’

Ruim twintig jaar later staat een taxshift op de politieke agenda, maar voor de komende jaren blijven de belastingen op arbeid in België bij de hoogste ter wereld. Vivant is verveld tot een beweging. Een jaarlijkse reünie, een website. ‘Ach, Vivant. Ik wist niet dat het zo erg zou zijn, nee. Ik mocht geen reclame maken op tv, werd niet uitgenodigd voor debatten. Kort na onze eerste verkiezingen, waarbij we een op de veertig stemmen wonnen, werd de kiesdrempel ingevoerd. Er is een oligopolie van partijen dat zichzelf beschermt.’ En dus blijft hij trekken en sleuren van aan de zijlijn? ‘Ik trek en sleur niet. Dat heb ik er niet meer voor over.Maar ik heb het geluk dat ik een helikopterzicht over de maatschappij heb. Ik ben een van de weinigen die begrijpen hoe dit land werkt. Daar probeer ik wat mee te doen.’

©Diego Franssens

Hij beseft dat hij weerstand oproept.‘Ik weet dat sommigen denken: die ambetanterik is daar weer. Die arrogante Duchâtelet. Maar ik doe dit met de beste bedoelingen. Ik wil dat het vooruitgaat.’ Links in de verte ligt Stayen, het complex rond voetbalclub Sint-Truiden dat in handen is van Duchâtelets echtgenote. Omdat hij met Standard Luik in 2011 een andere club kocht, hevelde hij Stayen over naar zijn vrouw. Hij vertelt onverstoord hoe die weerstand er al was bij zijn eerste werkgever, Bell Telephone in Antwerpen. ‘Toen al probeerde ik problemen die ik tegenkwam in het bedrijf creatief op te lossen. Sommigen verweten me ambitie en zagen me als een bedreiging. Maar ik deedhet nooit uit ambitie, alleen omdat ik het interessant vond. Een analyse maken ende juiste oplossing formuleren, dat is wat ik graag doe.’

‘Ik wil niet hautain overkomen, maar ik sta natuurlijk wel ergens voor. Ik weet dat ik iets kan.’

Duchâtelet combineert een enorme zelfverzekerdheid met uiterlijke bescheidenheid. De man van een half miljard rijdt met een Citroën C5. Hij pakt uit met zijn visie, niet met zijn centen. ‘Ik kan niet echt genieten van grote luxe. Ik vind dat een mens nederig moet zijn. Ik wil niet hautain overkomen. Maar ik sta natuurlijk wel ergens voor. Ik weet dat ik iets kan.’

Intimi noemen hem ‘erg innemend als je hem goed kent’. ‘Maar soms denkt hij zo snel dat het mensen op de zenuwen werkt.’ Duchâtelet: ‘Weet u, eigenlijk doe ik dit niet graag. Ik hou niet van interviews. Op dit moment zou ik andere dingen kunnen doen. Maar ik wil dat mijn boodschap de mensen bereikt. Ik heb het via de politiek geprobeerd, nu probeer ik het langs onderen. Als genoeg mensen lezen wat ik te zeggen heb, zullen zij misschien politici en vakbonden aanspreken en hun duidelijk maken dat het anders moet.’

©Diego Franssens

Hij vertelt over het Belgische sociaal systeem ‘dat net een huis is van na de Tweede Wereldoorlog’. ‘95 procent van onze wetten en regels stammen uit een tijd dat het internet nog niet bestond. Waanzin, als je bedenkt hoe bepalend het internet is. We beleven een periode van ongelooflijke verandering, maar onze politieke en onze maatschappelijke instellingen zijn totaal niet mee. Ons sociaal-economisch model met werkloosheidssteun, pensioen en zorg is meer dan zestig jaar oud. Er is links en rechts wat aan geprutst, maar het is nog altijd gebaseerd op de situatie van toen. En toen, dat was een tijd waarin de Belgische economie gesloten was, het omgekeerde van vandaag. De essentie, dat was in die tijd een stijging van de productiviteit in de industrie. Dus werd het hele sociale systeem gekoppeld aan arbeid.’

‘Hopeloos achterhaald’, fulmineert hij. ‘In al die jaren is het huis verbouwd, maar het is lelijk. De vensters zijn te klein, het is slecht geïsoleerd, de ramen zijn in enkel glas. Robotten en automaten nemen steeds meer arbeid voor hun rekening. Het gaat almaar minder op om ‘jobs, jobs, jobs’ centraal te stellen in een economie. De motor van een economie moet koopkracht zijn. Dan kom je vanzelf bij het basisinkomen uit. Links is tegen omdat het de macht van de vakbonden uitholt. Rechts vindt het maar niets, omdat je ook geld uitdeelt aan mensen die niets doen. Maar er wordt nu al heel veel geld uitgedeeld: kindergeld, pensioenen, uitkeringen. Als je dat samentelt, heb je bijna genoeg om iedereen een basisinkomen te geven. Tewerkstelling wordt dan het gevolg van koopkracht. De ene mens zal geld verdienen, omdat de andere zijn basisinkomen uitgeeft.’

©Diego Franssens

‘Als we niet bijsturen, stevenen we op een muur af. Misschien dat dit land nog eerder kapot gaat dan dat ik gelijk krijg. Politici verdienen aardig, dat brengt hen in een comfortzone. Het systeem ter discussie stellen zou masochisme zijn. Het gevolg is dat de overheid zichzelf voorbij groeit. De lonen van werknemers stijgen niet meer, maar de overheid geeft wel een kwart meer uit dan tien jaar geleden. Sinds de federalisering vijftig jaar geleden is het overheidsbeslag op onze welvaart van 30 naar 54 procent gegaan, een stijging van 80 procent. Pas op, ik begrijp politici. Het zijn mensen: zoals u en ik denken ze in de eerste plaats aan zichzelf.Het is niet hun fout, maar een systeemfout.Wie onderdeel is van het systeem, is slecht geplaatst om het te herontwerpen.’

Als je de rijkste tien gezinnen in dit land hun vermogen afneemt, kan je België twee maanden draaiende houden.

We vragen wie ooit het vuur aan de lont heeft gestoken? Wie hem heeft gevormd? Hij denkt na. ‘Geen idee. Ik kom uit een bescheiden, conservatief milieu waar de kinderen niet echt werden aangemoedigd om nieuwe dingen te proberen. Ik ging voor ingenieur, omdat dat me het moeilijkst leek. Ik wilde de grootste uitdaging. Daarna heb ik nog toegepaste economische wetenschappen gestudeerd.’ En dan opnieuw: ‘Eigenlijk gebruik ik gewoon mijn gezond verstand. Lees de rapporten van de Nationale Bank. Enfin, dan kom je toch tot dezelfde conclusies?’

We komen aan bij de brouwerij van Wilderen. ‘Een onwaarschijnlijk stuk industrieel erfgoed dat dertig, veertig jaar heeft staan verkommeren. Maar nu is het prachtig gerestaureerd, nietwaar? En zonder dat het de stad een eurocent heeft gekost.’ Hij vertelt hoe een ondernemer aan de oude stokerij een nieuwe heeft gebouwd, en dat er vandaag 250 flessen sterke drank per dag buitengaan. ‘In vele andere steden en gemeenten worden restauraties betaald met belastinggeld.Om daarna te verkommeren, omdat er geen ‘leven’ in het project zit.Dit is een voorbeeld van hoe de overheid geen uitgavenpost hoeft te zijn voor de maatschappij, maar kan helpen.’

Duchâtelets filosofie pakt in Sint-Truiden, maar hoe keer je een tanker als de Vlaamse overheid? Of de federale? Hij geeft toe dat de opdracht enorm is. ‘Het begint met het probleem te erkennen. Als ik dan de socialisten en de vakbonden naar de rijken zie wijzen, in plaats van hun eigen falen toe te geven... Een vijfde van alle belastingen komt al uit vermogens.Als je de rijkste tien gezinnen in dit land hun vermogen afneemt, kan je België twee maanden draaiende houden. Twee maanden!’ Hij grinnikt. ‘De staat wordt dan aandeelhouder van AB InBev en wellicht van Melexis. En ik denk niet dat het beleid van de overheid bepaald de beste optie is voor die bedrijven.’

Mensen zijn moeilijker in te schatten dan overheidsfinanciën. Ik ben niet empathisch.

‘Zullen we hier een stukske kaas bij eten?’, vraagt Duchâtelet bij een tripelop het terras. Als we hem nog eens vragen of hijecht nooit twijfelt, trapt hij op de rem. ‘Voilà, voilà. Je hebt het zeker?’ Hij kruist zijn armen en zegt, na enig aarzelen: ‘Het grootste probleem duikt op als je onvoldoende informatie hebt, of als je informatie onbetrouwbaar is. Dat vind ik serieus ambetant. Mensen zijn moeilijker in te schatten dan overheidsfinanciën. People management is zeker niet mijn sterkste punt. Ik ben niet empathisch.’ Waarop de ingenieur met de helikoptervisie het weer overneemt: ‘Zeer interessant, eigenlijk. Want mijn ondergevoeligheid is heelcoherent.’

©Diego Franssens

‘Je kan dat deels oplossen met een les luisterbereidheid, maar niet alles. Of ik echt lessen gevolgd heb? Nee, nee. Ik heb gaandeweg heel veel geleerd. Uit mijn fouten. Ik treed bijvoorbeeld niet meer op als financier, omdat het te vaak is fout gegaan. Ik word nog altijd benaderd door ondernemers, maar ook door mensen die denken dat ik de sociale zekerheid ben. Elke week krijg ik nog zo enkele mails. Ik antwoord altijd vriendelijk, maar ik moet die mensen ontgoochelen. Ik doe het niet meer. In 90 procent van de gevallen ben ik misbruikt.’ Hij trekt een verveeld gezicht. ‘Ja, dan ligt het ook aan mezelf. Dan besef je dat je beter moet luisteren, maar ook waar je grenzen liggen.’

Ook bij Standard Luik lijkt Duchâtelet op de grenzen van zijn analytische mindset te zijn gestoten. De populaire trainer Mircea Rednic kreeg geen contractverlenging, waardoor Duchâtelet zwaar botste met supporters. Ze verweten hem uit te zijn op snel geldgewin. De wonde is nog niet genezen: af en toe wordt nog om zijn ontslag geschreeuwd, Duchâtelet dreigde even de club te verkopen. Tot nu wil hij er geen woord over kwijt. Voetbal komt enkel ter sprake als hij opmerkt dat mensen meer bezig zijn met voetbal dan met politiek. ‘Ze haken af. Ze willen hun verstand niet vermoeien. Dat klinkt misschien raar, maar ik vind dat een opmerkelijke en kwalijke evolutie.’

De mensen haken af. Ze willen hun verstand niet vermoeien. Dat klinkt misschien raar, maar ik vind dat een opmerkelijke en kwalijke evolutie.

Ook als we vragen wat hij nog wil bereiken, schemert zijn voetbalavontuur door. ’Volstrekt niets’, antwoordt hij. ‘Alles watik doe, is tijdverdrijf. Ik ben graag bezig. Weet u wanneer ik het meest geniet? Als ik in mijn zetel zit met mijn computer. Als ik kan researchen over allerhande onderwerpen. Als ik analyses kan maken en oplossingen kan zoeken.’ Is geld nog een motivatie? Was het er ooit één? ‘Het was nooit de bedoeling rijk te worden. Ik ben per toeval ondernemer geworden, en per toeval rijk. Echt waar. Ik wilde niet per se zelf de touwtjes in handen hebben. Indertijd zijn we met Melexis begonnen omdat we dachten dat we gelukkiger zouden zijn als we onze eigen baas waren.’

‘In alles wat ik doe, is gelukkig zijn altijd het eerste streven. En dat lukt vrij aardig. De dag dat ik iets niet zo aangenaam meer vind, stop ik ermee. Ik ben niet wrokkig of bitter. Natuurlijk zou ik willen dat het land beter werd bestuurd. Maar je moet elk probleem proberen te plaatsen, opdat je er niet aan kapot gaat. Ik kan dat. Dankzij mentale training. In mijn verstand zijn er een aantal vakjes, waaronder een rationeel en een emotioneel. Het rationele zegt tegen het emotionele: ‘Jongen, vergeet niet dat uw belangrijkste doelstelling gelukkig zijn is.’ Dan antwoordt het emotionele: ‘Ja, maar de wereld zal vergaan!’ Waarop het rationele: ‘Ja, maar de wereld vergaat sowieso.’ Op den duur wint mijn rationele deel het altijd. Dan zijn de dingen geplaatst en dan is het gedaan.’

‘Voilà, voilà. Dat was het?’

Volgende week wandelen we met ABVV-topvrouw Caroline Copers op het strand van Oostende.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud