Een ode aan de kwijnende volkskroeg

Auteur Frederik Daem. In zijn roman 'Tekens van leven' staat de volkse kroeg centraal, met aan de toog rusteloze mannen die mopperen over het leven, de politiek en de liefde. ©Tim Dirven

Wie straks nog geen cafébezoek aandurft, kan verdwijnen in de debuutroman ‘Tekens van leven’ van Frederik Willem Daem: een zwierig neergeschreven liefdesbrief aan de kroeg zoals we die misschien nooit meer zullen kennen. ‘Zie jij je snel weer in een klein café kruipen?’

De Kauw. Zo heet de volkse kroeg waar ‘Tekens van leven’, de debuutroman van de Vlaamse schrijver Frederik Willem Daem, zich voor het grootste deel afspeelt. Centraal in het kleine café staat een pooltafel, aan de toog mopperen rusteloze mannen over het leven, de politiek en de liefde.

Het hoofdpersonage Andreas zit er iedere dag omdat hij op de vlucht is voor zichzelf. Hij voelt zich schuldig over de breuk met zijn vriendin en is op zoek naar een narratief dat zijn schuldgevoel draaglijk moet maken. Het is iets gemakkelijker zijn mislukking van zich af te schuiven tegenover ‘een laveloze familie eenzaten’ dan thuis zwijgend en nuchter de confrontatie met zichzelf te gaan.

Onze eigen verhalen herschrijven om te kunnen leven met ons schuldbesef: is dat niet wat we voortdurend doen om onze fouten en mislukkingen te vergoelijken? Het café is daarvoor de uitgelezen plek.
Frederik Willem Daem

Een van die tragische einzelgängers uit het boek is Eckhart, een man die verzekeringen verkoopt voor een bank. Daem baseerde zich voor dat personage op een ontmoeting in café Au Petit Stella in Brussel, een van de vele cafés waar hij aan ‘Tekens van leven’ schreef. ‘We hangen misschien vast aan de feiten, maar we hebben de fictie nodig om ze draaglijk te maken’, zegt Eckhart ergens in het boek.

Nu we samen voor een gesloten Au Petit Stella staan, voegt de schrijver daaraan toe: ‘Onze eigen verhalen herschrijven om te kunnen leven met ons schuldbesef: is dat niet wat we voortdurend doen om onze fouten en mislukkingen te vergoelijken? Het café is daarvoor de uitgelezen plek. Aan de toog wordt een verhaal aangedikt of afgezwakt bij elke vertelling, tot er na verloop van tijd geen onderscheid meer te maken is tussen feit en fictie.’

Meer dan een boek over schuld en liefde is het verfrissende debuut van deze 31-jarige Brusselaar een eerbetoon aan de vele volkse cafés en kleine kroegen in ons land die langzaam tot een verdwijnende wereld zijn gaan behoren. Het soort café waarin zowel het leven van de eigenaar als dat van de stamgasten doorschemert en waar dronkaards om hun poef af te betalen een paar dagen achter de toog kropen of in de keuken hielpen af te wassen.

Geen generatiewissel

Een café zoals De Welkom in Jette, waar we onze kroegentocht begonnen en Daems vader een poef had waarop hij als 15-jarige zijn eerste cafépintjes liet zetten. Of De Raaf in Antwerpen, het inmiddels gesloten volkscafé waar Jean-Marie Berckmans een boek aan wijdde. Daar legde Daem de kiem voor deze roman, vertelt hij op een bankje voor het pand.

Hij had de Debuutprijs gewonnen voor zijn verhalenbundel ‘Zelfs de vogels vallen’, toen hem voor een schrijfopdracht werd gevraagd iets te schrijven over Antwerpen. Hij besloot 25 jaar na Berckmans om een maand met een laptop in diens stamcafé De Raaf te zitten, zonder plan.

Je kunt medelijden hebben met eenzame cafégangers, maar neem dat weg en wat blijft dan over? Er zit veel schoonheid in gedeelde eenzaamheid.
Frederik Willem Daem
Schrijver

Al snel voelde hij weemoed bij wat zich voor zijn ogen voltrok: ‘Ik zag alleen oude mensen. Er was geen generatiewissel. Ik denk omdat mijn generatie zich onvrijwillig bewuster werd van haar gezondheid. De zorgeloosheid waarmee gedronken werd toen ik kind was, heeft plaatsgemaakt voor een besef wat voor een sluipend gif alcohol kan zijn. Voor alle duidelijkheid: dat is goed, hé. Het gevaar is dat cafés nauwelijks lijken te passen in een maatschappij die zo op gezondheid focust, en dat ook de andere zaken waar dat café symbool voor staat verdwijnen.’

Tragiek levert wel mooie verhalen op. Ook in de cafés in Brussel waar Daem voor dit boek met zijn laptop ging zitten, tot sluitingstijd eenlingen observeerde en met zijn arendsoog zag hoe zij aan de toog hun identiteit aan elkaar verlenen.

Een café is de ultieme democratische ruimte, zegt de schrijver. ‘Je moet geen toegang betalen of met goede smaak te koop lopen om binnen te mogen. Aan de toog zijn arbeider en advocaat elkaars gelijke als ‘klant’. Dat heb je niet op restaurant of in een museum. Je kunt medelijden hebben met eenzame cafégangers, met hun alcoholverslaving of omdat ze elke dag in de kroeg zitten, maar neem dat weg en wat blijft dan over? Er zit veel schoonheid in gedeelde eenzaamheid. Op café zie je hoe eenzaamheid een fundamenteel onderdeel is van het leven. Dat heb ik er de voorbije maanden zo hard aan gemist.’

Frederik Willem Daem (31)

Frederik Willem Daem is een Vlaamse schrijver. Hij groeide op in Brussel en studeerde af aan de filmafdeling van het Rits. Op zijn 24ste tekende hij een auteurscontract bij De Bezige Bij Amsterdam. In 2016 kreeg hij de Debuutprijs voor zijn verhalenbundel ‘Zelfs de vogels vallen’. Zijn eerste roman ‘Tekens van leven’ speelt zich bijna integraal af op café. Hij schreef eraan in volkskroegen in Antwerpen en Brussel.

Ook voor de schrijver is op café gaan een van de weinige momenten waarop hij kan ontsnappen aan de eenzaamheid van het schrijven. ‘Werk en leven lopen bij ons hard in elkaar over. Als ik schrijf, ben ik alleen. Schrijf ik niet, dan is het erg lastig de knop af te zetten. De kroeg biedt mij de beste garantie op totale afleiding. Als ik ga drinken met vrienden, moet ik niet bezig zijn met wat nog moet gebeuren op papier.’

Hij is ook nogal makkelijk afgeleid. Hoe was het dan om dit boek te schrijven op café? ‘Ik schreef met oortjes ingeplugd. Als ik de draad verloor, zette ik de muziek af en staarde rondom me om te zien of ik een element uit mijn omgeving kon lenen. Waarschijnlijk kunnen er zo flarden van caféconversaties tussen bestaande cafégangers in mijn boek zijn beland (lacht): sorry alvast.’

In die vele uren en avonden op café was hij evenwel vooral een buitenstaander, een voyeur. ‘De belangrijkste en meest betekenisvolle stukken van het boek heb ik thuis geschreven, ‘s nachts. Dat was aanvankelijk niet de bedoeling. Maar toen het echt vooruit moest gaan, kon ik alleen schrijven in de beslotenheid van mijn appartement en als de wereld half was gestopt met draaien. Dan begon ik tegen elf uur ‘s avonds en schreef de hele nacht door. Lichamelijk slopend, maar het werkte ongelooflijk goed. Aan het einde van zo’n schrijfnacht kon ik echt in een roes zitten: wow, hoe buitengewoon is het dat ik dat ene ding heb gevonden waarvoor ik bereid ben al de rest op te offeren?’

Paniekaanvallen

We gluren samen met de schrijver door de gesloten jaloezieën van een van de weinige kroegen die in ‘Tekens van leven’ bij hun echte naam worden genoemd. Op de ramen van de Prestige plakken transparante stickers van dollarbiljetten. Het café heette vroeger de New York en was ook een tijdje een Portugees restaurant. Straks wenkt misschien een nieuw faillissement, en wordt zelfs geen overnemer meer gevonden. Daem las het de voorbije dagen ook, dat door corona een kwart van de horecazaken met de faling flirt. Corona maakt zijn letterkundige liefdesbrief aan de kleine kroeg treffend getimed in deze vreemde tijd. Straks mogen we weer op café, maar we mogen niet aan de toog bestellen, aan een tafeltje bij onbekenden gaan zitten of tot laat in de nacht blijven.

©Tim Dirven

Erg optimistisch over de toekomst van de Kauw’en van deze wereld is hij niet. Daem behoort tot die grote groep mensen die het mentaal lastig had met de lockdown. Eerst moest zijn boek, dat voor eind maart gepland was, worden uitgesteld en viel het lanceringsfeest - waarvoor het oord van tumult en tristesse uit zijn boek was nagebouwd in een Brussels café - in het water. Een zware opdoffer.

Daarbovenop kon hij tijdens de lockdown een lichte neiging tot hypochondrie niet onderdrukken. ‘Dit gaat belachelijk klinken, maar door de schrik dat ik corona had, heb ik mezelf aangeleerd verkeerd adem te halen. Ik werd me bewust van hoe diep mijn longen zich vulden met lucht en doordat ik me daar zo obsessief op ging focussen, begon ik te hyperventileren of kreeg ik paniekaanvallen. Zelfs tijdens dit gesprek denk ik om de haverklap: ‘dat was een goede teug zuurstof’.’

Zou het kunnen dat hij ziek was van jaloezie tegenover Andreas en zijn oude caféleven miste? Hij grijnst. ‘Nee, hoor. Ik heb mezelf gemakkelijk aangepast in quarantaine, misschien omdat ik geen druk voelde om op café te moeten gaan. Ik mis wel het onverwachte verloop van een caféavond. (lacht) Ergens iets drinken, blijven plakken, tegen vrienden zeggen ‘dat ik er maar eentje kom drinken’ en dan volledig ontsporen: daar was ik heel goed in.’

Ondernemingszin

‘Komt dat ooit terug? Ik vraag me soms af hoe diep de fysieke kloof zal blijven die social distancing tussen mensen heeft geslagen. Ik heb jou daarstraks geen hand gegeven. Voor mij behoort zoiets al niet meer tot de sociale omgangsvormen. Zie jij jezelf snel weer in een klein café kruipen? Ik niet, hoor. De kleine cafés en volkskroegen zullen veel ondernemingszin aan de dag mogen leggen om het schip varend te houden. Spijtig genoeg stammen de meesten uit een ander tijdperk. Ik hou mijn hart vast.’

Gelukkig kunnen we te allen tijde verdwijnen in De Kauw met zijn zorgzame cafébazin die de stamgasten met oer-Vlaamse wijsheden als deze opmontert: ‘Als ge wat drinkt, gaat het beter. Niet als ge veel drinkt natuurlijk, dan is het ook weer ellendig. Hoewel, het is een andere ellende, en wat zou een mens er al niet voor geven om tenminste eens van ellende te kunnen veranderen.’

‘Tekens van leven’ van Frederik Willem Daem is verschenen bij De Bezige Bij Amsterdam. 331 pagina’s, 23,99 euro

 

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud