Een overzicht van Alberto Giacometti in vijf beslissende beelden

'Vrouwen van Venetië', 1956 ©Succession Alberto Giacometti (Fondation Giacometti, Paris + ADAGP, Paris)

De Zwitser Alberto Giacometti is vooral bekend van zijn smalle beelden van naakte vrouwen en wandelende mannen. Het LaM in Rijsel toont hoe hij evolueerde van een kubistisch en surrealistisch beeldhouwer tot de meester van de portretkunst. Een overzicht in vijf beslissende beelden.

‘De lepelvrouw’, 1927

Weg met het klassieke model

‘Ik ben er niet echt tevreden over, maar ze staat wel goed recht, en het is een echt beeldhouwwerk.’ Dat schreef de toen 26-jarige Alberto Giacometti (1901-1966) aan zijn ouders over ‘De lepelvrouw’.

In 1927 werd het beeld getoond op het Salon des Tuileries in Parijs, tussen beelden van grootheden als Constantin Brancusi en Ossip Zadkine. Giacometti, geboren in Zwitserland vlak bij de Italiaanse grens, woonde toen al vijf jaar in de Franse hoofdstad. Hij volgde les aan de Académie de la Grande Chaumière bij beeldhouwer en schilder Émile-Antoine Bourdelle.

Die eerste jaren wist Giacometti niet precies welke richting zijn carrière uit moest. Maar toen hij in 1924 in de galerie van Paul Rosenberg Pablo Picasso ontdekte, raakte hij geïntrigeerd door het kubisme. Tegelijk keek hij in Parijs goed naar etnografische kunst uit de Franse kolonies. Dat stimuleerde hem afstand te nemen van het werken naar klassiek model.

Zijn beelden werden platter, gelaatsuitdrukkingen werden minimalistisch weergegeven met streepjes. ‘De lepelvrouw’ is een treffend voorbeeld van die stijl uit zijn beginperiode. De expo in Rijsel toont nog enkele werken waarvan je eerder denkt dat ze van Picasso zijn dan van Giacometti.

'De hangende bol', Alberto Giacometti ©Succession Alberto Giacometti (Fondation Giacometti, Paris + ADAGP, Paris)

‘De hangende bol’, 1930

Volledig afgewerkt in zijn hoofd

Giacometti maakte in 1929 kennis met enkele belangrijke kunstenaars uit het surrealisme, onder wie André Masson en George Bataille. ‘De hangende bol’ uit 1930 is een sleutelwerk uit die periode.

André Breton, de peetvader van het surrealisme, en de Spaanse schilder Salvador Dalí werden weggeblazen toen ze het beeld in de Parijse galerie Pierre zagen. Dalí noemde het ‘volstrekt nutteloos’, en dus topkunst. Breton zag er een illustratie van zijn theorie van het ‘innerlijke model’ in. Daarmee bedoelde hij dat kunst niet anders kan en mag zijn dan de weergave van de kronkelende gedachten van de kunstenaar.

In een gesprek met het magazine Minotaure in 1933 bevestigde Giacometti die theorie. ‘Al jaren maak ik uitsluitend sculpturen die zich volledig afgewerkt aan mijn geest hebben aangeboden. Ik hoefde ze alleen maar in de ruimte te reproduceren, zonder er iets aan toe te voegen, zonder me af te vragen wat ze zouden kunnen betekenen.’

Van Giacometti’s surrealistische beelden gaat veel dreiging uit. Je hebt de neiging er met een boogje omheen te lopen in Rijsel. Dat weerspiegelt zich ook in de titels van de sculpturen: ‘Onaangenaam voorwerp’, ‘Vrouw met doorgesneden keel’.

'Silvio', Alberto Giacometti ©Succession Alberto Giacometti (Fondation Giacometti, Paris + ADAGP, Paris)

‘Silvio’, 1943

Afkrabben tot bijna niets meer overblijft

Zijn flirt met het surrealisme eindigde abrupt in 1935. Giacometti begon opnieuw naar levend model te beeldhouwen. André Breton noemde die evolutie ‘reactionair’ en gooide de beeldhouwer uit de surrealistische beweging. Hij vond Giacometti ook iets te commercieel worden door zijn samenwerking met decorateur Jean-Michel Franck. Decoratie en kunst kon je volgens Breton nooit in één zin gebruiken.

De Tweede Wereldoorlog stond onrechtstreeks aan de wieg van een nieuwe artistieke lijn van Giacometti. Hij keerde terug naar Zwitserland, waar hij lang in een hotelkamer in Genève verbleef. Een groot atelier had hij er niet. Dus begon hij uit noodzaak piepkleine beeldjes te maken, met het portret als thema. De expo in Rijsel toont er veel van.

Het is bijna niet te geloven hoe subtiel Giacometti die beeldjes vervaardigde. Hij moet gouden vingers hebben gehad. Opvallend zijn de relatief grote en robuuste sokkels. Het is een omkering van het klassieke beeld, waarbij de figuur dominant is. Het maakt de beeldjes des te opmerkelijker.

Giacometti’s neef Silvio Berthoud was een van de modellen. ‘Alberto vertrok ’s avonds met een beeld van twintig of dertig centimeter naar zijn hotel en kwam ’s morgens terug met een beeld van acht of tien centimeter. De hele nacht had hij zijn werk zitten afkrabben om het te reduceren tot iets wat beter bij zijn ontluikende perceptie aansloot.’

'Vrouwen van Venetië', 1956 ©Succession Alberto Giacometti (Fondation Giacometti, Paris + ADAGP, Paris)

‘Vrouwen van Venetië’, 1956

Er mag geen centimeter meer af

In 1956 vertegenwoordigde Giacometti Frankrijk op de Biënnale van Venetië. Hij maakte een plateau met zes staande naakte vrouwen. Later breidde hij het ensemble uit tot negen.

Giacometti gebruikte voor het ensemble een andere manier van werken. Zijn vrouw Annette poseerde, hij maakte een beeld in klei. Daarna vroeg hij zijn broer Diego om bronzen afgietsels van het beeld te maken. Die bewerkte Giacometti dan weer met mes en verf om tot nieuwe sculpturen te komen.

De expo toont heel wat grote en halfgrote vrouwelijke naakten. Giacometti beeldde ze haast altijd op dezelfde manier uit: met gesloten voeten en recht voor zich uit starend. De lichamen zijn lang en smal. Lange tijd worstelde Giacometti met de lengte van zijn figuren. ‘Ik heb gezworen om mijn beelden geen centimeter kleiner meer te laten worden. En wat gebeurde er: ik behield de lengte, maar het beeld werd hoe langer hoe dunner... Lang en broodmager. Ontstentenis!’

Giacometti had het een tijd moeilijk met de magerzucht van zijn modellen. Tot hij het aanvaardde als zijn eigen stijl.

‘De man die wandelt’, 1960

Meer dan 100 miljoen op de kunstmarkt

Misschien het bekendst is Giacometti’s beeldenreeks ‘L’homme qui marche’, waarvan hij er meerdere in verschillende vormen en formaten maakte.

Door de gebogen houding van de figuur creëerde Giacometti een sterk gevoel van beweging. Hij baseerde zich op de Egyptische oudheid, waarvan hij in de ban was geraakt na bezoeken aan het Louvre in Parijs. ‘Dat zijn echte beeldhouwwerken. Ze hebben over de hele figuur geschrapt wat nodig was, er is zelfs geen leemte waar een hand in past en toch krijg je op een prachtige manier een indruk van beweging en van de vorm’, zei hij.

Op de kunstmarkt deed ‘L’homme qui marche’ het uitstekend. In 2010 hamerde Sotheby’s een bronzen exemplaar af op 66 miljoen euro. Een record, tot Christie’s in 2015 ‘L’homme au doigt’ veilde voor 112 miljoen euro. Dat beeld ontbreekt in Rijsel. Gelukkig kan je van de 150 beelden en geschilderde schetsen net zo goed genieten.

‘Alberto Giacometti, een modern avontuur’ loopt tot 11 juni in het LaM in Rijsel. De citaten komen uit de cataloog, uitgegeven door het Mercatorfonds.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect