Een Vlaams museum in Frankrijk

Het Musée de Flandre heeft een eigen collectie van 6.000 voorwerpen. Daar zitten prachtige stukjes Vlaamse kunst tussen. ©BELGAIMAGE

Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon droomt van een museum over onze Vlaamse kunst en geschiedenis. Dat bestaat al: op de top van wat ooit het hoogste heuvelstadje van Vlaanderen was.

Als u de Vlaamse identiteit in een museum aan bod wilt zien komen, kan dat vandaag al. Vreemd genoeg moet u daarvoor in het noorden van Frankrijk zijn. Rij Frankrijk binnen langs de autosnelweg van Rijsel naar Duinkerke en neem vervolgens de slingerwegen langs petieterige Franse dorpjes met luisterrijke Vlaamse namen als Oudezeele, Winnezeele, Steenvoorde, Zermezeele en Godewaersvelde.

Na tien kilometer arriveert u in Cassel. Het stadje ligt op wat ooit de hoogste berg van Vlaanderen was, met zijn 176 meter hoger dan de Kemmelberg. Tot Frans-Vlaanderen in de tweede helft van de 17de eeuw na een hevige veldslag werd ingelijfd door de Franse koning Louis XIV.

Oer-Vlaams

Jan Jambon mag hier altijd eens op bezoek komen als hij inspiratie nodig heeft.
Sandrine Vézilier-Dussart
Conservatrice Musée de Flandre

Het marktplein van Cassel voelt oer-Vlaams aan. Aan de façade van elk estaminet wappert een Vlaamse vlag. Op het plein ligt het Musée de Flandre verschanst achter de renaissancegevel van een middeleeuws gebouw. Voor we het museum binnenstappen, willen we weten hoe het hier met de kennis van het Nederlands is gesteld.

In café A la porte des Bergues zit de waardin aan de toog met de enige stamgast. ‘Le néerlandais? Non, monsieur.’ De enige in het stadje die misschien uit de voeten kan in het Nederlands, zegt ze, is haar collega aan de andere kant van het plein.

De muggen zwermen boven de borden potjesvleesch in Au Trois Moulins. Het is dé culinaire specialiteit van elk estaminet flamand in le Nord. Heeft de patron een slechte dag, komt het door de genoeglijke middagdrukte of hebben we onderschat hoe gevoelig het verleden hier nog ligt? De man reageert korzelig op onze vraag of hij Nederlands spreekt. Met chagrijnige blik bliksemt hij ons terug de klinkers van het marktplein op.

6.000
voorwerpen
Het Musée de Flandre heeft een eigen collectie van 6.000 voorwerpen.

In het souvenirwinkeltje hebben we meer geluk. De eigenares vertelt - in het Frans - dat de streek de afgelopen eeuw volledig verfranst is door een wet die in scholen elk gebruik van het Nederlands verbood. ‘Mijn moeder sprak thuis Nederlands met haar ouders. Clandestien. Op school moest ze dat niet riskeren. Er hingen overal affiches met de waarschuwing ‘Il est interdit de parler flamand et d’uriner sur les murs’.

Brueghel

Dat maakte zo’n indruk op haar dat ze haar eigen kinderen in het Frans heeft opgevoed. ‘Dommage, hein.’ In het Musée de Flandre treffen we Sandrine Vézilier-Dussart bij de muur met tekeningen van Pieter Bruegel de Oude. De conservatrice grijnst als ze over onze kennismaking met les Casselois hoort. ‘Hoewel het Nederlands helemaal is uitgestorven, is hier van een identitaire oorlog echt geen sprake, hoor.’

De geel-zwarte vlaggen doen nochtans vermoeden dat niet iedereen hier blij is met de verdrukking van het Nederlands en de Vlaamse cultuur. ‘Ach, dat is folklore. Met die vlaggen willen de mensen gewoon tonen dat ze fier zijn op hun wortels en die in geen geval willen veronachtzamen. Meer niet. Als je niet had gepolst naar hun kennis van het Nederlands, maar naar hun identiteit, dan hadden ze waarschijnlijk gezegd: we zijn Vlamingen, mais du Nord.’

Nationale historische musea in de buurlanden

In Nederland werd een vergelijkbaar project - het Nationaal Historisch Museum - in 2011 afgevoerd. Er was vijf jaar geruzied over geld en de locatie. Grote bezuinigingen gaven het project de doodsteek. Over de inhoud was wel eensgezindheid: het museum zou worden ingevuld op basis van de canon van Nederland, die sinds 2006 bestaat. Uiteindelijk werd het Nationaal Historisch Museum in 2017 een hoekje in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem, het Bokrijk van onze noorderburen.

Frankrijk heeft dan wel het Louvre en het Musée d’Orsay, maar het ontbreekt de trotse museumnatie aan één plek die de rijke Franse cultuur en de vaderlandse geschiedenis bijeenbrengt. De jongste poging in 2010 door toenmalig president Nicolas Sarkozy mislukte. De voorgestelde locaties waren te sterk gelieerd aan één  aspect van de Franse geschiedenis.

Het Duits Historisch Museum in het Zeughaus in Berlijn belicht 2.000 jaar geschiedenis van Duitsland. Het is geen kunstmuseum. In de permanente tentoonstelling zijn 7.000 objecten te zien die meer vertellen over de mensen, ideeën en historische ontwikkelingen in het land. De expo op de begane grond is gewijd aan de Weimarrepubliek, het naziregime en de Duitse tweedeling.

 

De Franse kunsthistorica is sinds 2010 directeur van het Musée de Flandre, dat eigendom is van de Franse staat. Het ging toen open als een streekmuseum over de Vlaamse culturele identiteit. Voordien was het een museum voor mineralogie en paleontologie.

Elk jaar presenteert het museum een tijdelijke tentoonstelling. Dit jaar hing het zijn karretje aan het Bruegeljaar. Andere thematentoonstellingen de voorbije jaren waren Vlaanderen en de zee, het vrouwelijk lichaam in de Vlaamse schilderkunst en dieren in de Vlaamse kunst.

Grenzeloos

Vlaamse kunst is grenzeloos, zowel geografisch als historisch
Sandrine Vézilier-Dussart
Conservatrice Musée de Flandre

Het Musée de Flandre heeft een eigen collectie van 6.000 voorwerpen. Daar zitten prachtige stukjes Vlaamse kunst tussen - oude Vlaamse schilders als Quinten Metsys, Roelant Savery, Jan Fijt en Joachim Patinir, maar ook werk van hedendaagse kunstenaars als Leo Copers, Jan Fabre, Koen Van Mechelen of Patrick Van Caeckenbergh.

‘Vlaamse kunst is grenzeloos, zowel geografisch als historisch. Daarom tonen we ook hedendaagse kunst aan onze bezoekers’, zegt Vézilier-Dussart. Die zijn steeds talrijker, en ze komen van overal. Met 50.000 bezoekers per jaar is het Musée de Flandre zijn nederige beginstatus van streekmuseum helemaal ontgroeid. Een derde komt uit België. Ook steeds meer Nederlanders vinden hun weg naar het enige Vlaamse museum voor kunst en geschiedenis ter wereld.

Vanwaar de groeiende belangstelling? ‘De Vlaamse schilderkunst is van een buitengewone rijkdom en verscheidenheid’, legt de Française uit. Is Vlaamse kunst beter dan de Franse? ‘Ah ja! Veel subliemer! Ik kan me geen leven meer voorstellen zonder de Vlaamse schilders.’

Het Musée de Flandre heeft een eigen collectie van 6.000 voorwerpen. Daar zitten prachtige stukjes Vlaamse kunst tussen. ©BELGAIMAGE

Geestdriftig begint ze te vertellen hoe ze aan de universiteit in Rijsel verliefd werd op onze Vlaamse meesters. ‘Ik had een studentenjob in een klein museum in de buurt van Lille. Daar was een bibliotheek met kunstboeken over de Vlaamse kunst uit de 16de eeuw en de Vlaamse primitieven, en ook een kleine abdij met een paar Rubensen. Daar heb ik het licht gezien.’

Al gauw leerde ze ook de Vlaamse landschapskunst uit de 17de eeuw kennen. Die is volgens haar zwaar onderschat. ‘Het is schilderkunst met een diepe betekenis - meerlagig en daarom niet altijd gewaardeerd. Het mysterie ontsluiert zich heel traag.’

Schoonheid

Ze gebaart ons om haar door de vele gangen en zaaltjes van haar charmante museum te volgen naar de exporuimte gewijd aan de 17de eeuw. We houden halt voor een wreed jachttafereel van de Antwerpse schilder Jan Fijt. ‘Ik ben stapelverliefd op Jan Fijt! Dit is van een bijna stuitende schoonheid. Hij was zijn tijd ver vooruit - een impressionist avant la lettre die de Franse schilderkunst zwaar heeft beïnvloed.’

50.000
bezoekers
Met 50.000 bezoekers per jaar, waarvan een derde uit België, is het Musée de Flandre zijn status van streekmuseum ontgroeid.

Het heeft iets surreëels om vanop een bergheuvel in de Franse Westhoek op bezoek in een museum over Vlaanderen zoveel lof te horen over de rijke Vlaamse kunstgeschiedenis, terwijl Vlaanderen zo’n museum niet heeft. Maar straks dus wel, als het aan minister van Cultuur Jan Jambon (N-VA) ligt. ‘Hij mag altijd eens op bezoek komen als hij inspiratie nodig heeft’, zegt de conservatrice.

Maar misschien wacht onze Vlaamse minister-president beter nog even voor hij naar Cassel afreist. Het Musée de Flandre heeft moderniseringsplannen, en die hebben een impact op de inhoud. Omdat digitale interactiviteit compleet afwezig is, wordt het ‘Franse’ Vlaams museum volgend jaar opgefrist. Het is de bedoeling in een nieuw multimediaal parcours de blik te verbreden naar heel Vlaanderen. Komt het Musée de Flandre dan nog meer in het vaarwater van Jambons plannen? De conservatrice knikt. (fijntjes) ‘Waarom een museum oprichten dat al bestaat?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect