Garbage grijpt terug naar rebellie van beginjaren

Shirley Manson, 54 intussen, en de mannen van Garbage.

Op het zevende album van Garbage is frontvrouw Shirley Manson bikkelhard voor het patriarchaat, maar ze laat ook in haar ziel kijken.

De band Garbage ontstond in 1994 toen het hobbyproject van drie Amerikaanse producers-muzikanten een uithangbord vond in de Schotse zangeres Shirley Manson. In het zog van de grunge - drummer Butch Vig producete Nirvana’s ‘Nevermind’ - koppelden singles als ‘Queer’, ‘Stupid Girl’ en ‘Only Happy When It Rains’ goed in het oor liggende melodieën en refreinen aan een rebels geluid met zowel synthesizers als gitaren.

Op het nieuwe album ‘No Gods No Masters’ lijken de bandleden terug te grijpen naar de urgentie van de beginjaren. Ze plukken de vruchten van hun koppigheid. In het begin van deze eeuw werden ze aan de deur gezet door hun label omdat ze geen aansluiting wilden maken met het R&B-geluid dat de hitparades toen domineerde. Nu vindt hun felle electrorock en recht-voor-de-raapse rebellie aansluiting bij de chaotische tijdsgeest.

Het titelnummer van 'No Gods No Masters'.

Hun eerste album sinds 2016 kreeg in de zomer van 2018 gestalte tijdens een 14-daagse jamsessie in Palm Springs. Daarna bleven de bandleden individueel aan demo’s sleutelen alvorens de opnames af te ronden in de studio van Mansons echtgenoot in Los Angeles.

Het album opent met het geluid van een gokautomaat die muntstukken uitspuwt en Shirley Manson die ‘The men who rule the world / Have made a fucking mess’ zingt, met de nadruk op fucking. Sneller kan je niet tot de essentie komen. De furieuze opener over machtsmisbruik en de tien songs die erop volgen zijn haar persoonlijke reactie op een dolgedraaide wereld, die de voorbije jaren met de MeToobeweging, het Black Lives Matter-protest en de klimaatmarsen al wat stoom kon aflaten.

We pasten nooit in een hippe scene. We hebben altijd ons eigen ding gedaan.
Shirley Manson
Zangeres Garbage

De frustratie zit diep, blijkt uit de verwrongen synthesizers en de verschroeiende riffs. Op ‘Waiting for God’ wordt de verontwaardiging over de staat van de planeet - in dit geval buitensporig politiegeweld tegen Afro-Amerikanen - gecounterd met melancholie. ‘I can’t seem to make sense / Of all of this madness’ is de neerslachtige conclusie. Op het confronterende ‘Uncomfortable Me’ blikt Manson, 54 intussen, met meer zelfkennis en zelfvertrouwen dan haar jongere versie terug op hoe ze zich tijdens haar carrière overeind hield - of niet - in een door oudere mannen gedomineerde industrie - met een afkeer voor ouder wordende vrouwelijke artiesten - en band.

Al benadrukt ze in recente interviews steevast dat haar collega-bandleden net als zij altijd buitenbeentjes waren: 'We pasten nooit in een of andere hippe scene. We hebben altijd ons eigen ding gedaan.'

‘No Gods No Masters’ verschijnt op 11 juni via Stunvolume/Infectious Music

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud