Advertentie

‘Het echte werk begint nu pas'

De uitdaging van het Nederlands-Vlaamse paviljoen op de Buchmesse: de bezoekers langer dan 12 minuten boeien. ©BELGA

Vlaanderen en Nederland zijn de komende dagen de navel van de boekenwereld op de Frankfurter Buchmesse. Hoe kunnen ze het vuur brandend houden?

Twaalf minuten. Zo lang hangen de bezoekers van de Frankfurter Buchmesse gemiddeld rond op het paviljoen van de gastlanden België en Nederland. Schrijver Bart Moeyaert, de artistieke coördinator van het Vlaams-Nederlandse paviljoen, wil hen langer bij de les houden. ‘Ik hoop dat mensen minstens een uur blijven’, vertelt hij tijdens een rondleiding door het paviljoen.

©BELGA

Aan visuele prikkels geen gebrek. Het paviljoen van 2.300 vierkante meter is opgetrokken uit 66.000 bakstenen. Het herbergt een theaterpodium, waar schrijvers over hun vak vertellen, een bioscoopzaaltje en kleine tentoonstellingsplekken. Er lopen ook poëziefluisteraars rond en Vlaamse en Nederlandse illustratoren maken elke dag live een krantje terwijl bezoekers over hun schouder kunnen meekijken.

Dat gebeurt om onze auteurs ook buiten de grenzen van Vlaanderen en Nederland te lanceren. Vlaanderen en Nederland waren in 1993 al eens gastlanden op de grootste vakboekenbeurs ter wereld. Toen was de jonge Arnon Grunberg talk of the town. Dinsdagavond mocht de Nederlandse schrijver samen met de dichteres Charlotte Van den Broeck de 68ste Buchmesse openen. Grunberg belichaamt de economische vaststelling dat de Buchmesse effectief helpt om auteurs uit kleinere taalgebieden internationaal te lanceren.

De eerste cijfers lijken dat ook hard te maken. Tussen 1993 en 2015 verviervoudigde het aantal vertalingen van Vlaamse literaire werken - een direct gevolg van het gastlandschap in Frankfurt. Ook de aanloop naar deze Buchmesse was een succes. Er zijn al zo’n 300 Nederlandstalige literaire titels in het Duits vertaald, zeggen de twee organiserende literatuurfondsen: het Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren.

Fris en innovatief

De inspanningen van de ploeg achter het paviljoen van de Lage Landen vallen op. ‘Ik kom al sinds eind jaren 60 op de Buchmesse’, vertelt de 76-jarige uitgever Christopher MacLehose, de ontdekker van Stieg Larsson voor het Engelse taalgebied en de vaste Engelse uitgever van onze Peter Terrin. ‘Ik ben onder de indruk van de daadkracht van het Belgisch-Nederlandse team. Ik heb al veel kleine taalgebieden als gastland aan het werk gezien: de Finnen, de Catalanen, IJsland. Jullie aanpak is fris en het innovatiefst van allemaal.’

Buchmesse

De Frankfurter Buchmesse is met 7.000 standhouders en 275.000 bezoekers de grootste vakboekenbeurs ter wereld. Op de beurs worden vertaalrechten van alle denkbare genres verhandeld. Duitsland is het eerste exportgebied voor de meeste Europese boekenmarkten, ook voor Vlaanderen (buiten Nederland). Samen met Nederland zijn we dit jaar ‘Ehrengäste’ van de Buchmesse, onder het motto ‘Dit is wat we delen’.

Geen strategie zonder talent, zegt Rainer Kersten, de Duitse vertaler van Peter Verhelst, Tom Lanoye en Dimitri Verhulst. ‘België en Nederland moeten van niemand bang zijn. Jullie literatuur combineert het beste van twee werelden: ze is gedurfd en experimenteel, maar tegelijk vergeten de schrijvers het grote publiek niet. Er zijn nog veel literaire stemmen te ontdekken. Mensen als Elvis Peeters, Yves Petry of Annelies Verbeke verdienen een groter publiek.’

We schuiven aan bij Adam Freudenheim, de Amerikaanse directeur van het Britse uitgeefhuis Pushkin. Hij gaf vijf boeken van Erwin Mortier uit - ‘A fantastic writer, but a challenging one’. Ook Peter Buwalda zit in zijn portefeuille. Volgende maand brengt zijn uitgeverij ‘De avonden’ van Gerard Reve uit in het Engels.

De uitdaging van het Nederlands-Vlaamse paviljoen op de Buchmesse: de bezoekers langer dan 12 minuten boeien. ©BELGA

Freudenheim is een fan van de letteren uit ons taalgebied. Maar hij nuanceert ook de vreugdekreten uit het Vlaamse boekenvak over het grote aantal vertaalde werken op de Buchmesse. ‘Die boost is mooi meegenomen, maar op lange termijn betekent het minder dan vroeger. De voorbije jaren zijn er veel kleine uitgeverijen bijgekomen, die inzetten op vertalingen. Dat is een goede zaak, zeker voor een klein taalgebied zoals dat van jullie. De keerzijde is: de markt is verstikkend competitief geworden. Literair talent komt van overal. Zwaar scoren met vertaalde fictie is moeilijker dan ooit. Tenzij een boek een belangrijke prijs wint of verfilmd wordt. Als ik maandag met één vertaalcontract naar Londen terugkeer, is de Buchmesse voor mij geslaagd.’

Je moet als gastland het Buchmesse-vuur zo lang mogelijk brandende houden, meent Freudenheim: ‘Want het tij kan snel keren.’ Met die opvatting trekken we naar het bureau van Jürgen Boos, de CEO van de Frankfurter Buchmesse. Boos werkte voor een kleine uitgeverij toen Vlaanderen en Nederland in 1993 voor het eerst gastland waren.

Groot potentieel

Harry Mulisch, Cees Nooteboom en Margriet de Moor werden dankzij de Buchmesse grote namen in Duitsland, zegt hij. ‘Vandaag is het potentieel veel groter. Jullie boekenmarkt voldoet aan twee basisvoorwaarden om belangrijk te blijven: de beschikbaarheid van literair talent en twee professionele literatuurfondsen die bijzonder goed samenwerken. Dan is er veel mogelijk, dat weten we uit ervaring. De meeste gastlanden profiteren zo’n vijf jaar van de titel: twee jaar voor de Buchmesse en drie jaar erna. Na Duitsland volgen in de regel Frankrijk, Spanje en Italië, zeker voor de bestsellers, en in een latere fase volgen vertalingen uit de kleinere landen.’

De meeste gastlanden profiteren zo’n vijf jaar van de Buchmesse: twee jaar ervoor en drie jaar erna.

Maar dan begint het aantal vertalingen te slinken. Er is maar één manier om de curve op peil te houden, zegt Boos: investeren. Zijn boodschap voor de Vlaamse en Nederlandse regeringen: ‘Don’t stop here. Het begint nu pas. Blijf de fondsen ondersteunen in hun vertaalbeleid en stimuleer ze om samen naar beurzen en literatuurfestivals te trekken. Jullie mogen niet hetzelfde meemaken als de IJslanders enkele jaren geleden. Zij haalden - weliswaar met weinig geld, maar door bijzonder scherp te focussen - veel vertalingen binnen. Intussen ligt alles op zijn gat omdat de IJslandse overheid haar exportfonds financieel heeft uitgekleed.’

De Vlaamse regering, die het Vlaams Fonds voor de Letteren financiert, heeft de boodschap van de Buchmesse-topman begrepen. ‘Het letterenfonds krijgt volgend jaar 150.000 euro extra voor de nazorg van de Buchmesse’, zegt Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) in het landenpaviljoen.

The low countries

‘Daarmee kan het fonds tegemoetkomen aan nieuwe vertaalaanvragen of in andere festivals en beurzen investeren. Dat hoeft geen eenmalig bedrag zijn, want de Vlaamse regering wil opnieuw investeren in cultuur. Maar we verwachten wel iets in de plaats van het Vlaamse en Nederlandse letterenfonds: een voorstel waaruit de wil blijkt om in de toekomst samen nog andere internationale projecten op te zetten. De bal ligt in hun kamp.’

Doet zo’n gezamenlijke presentatie geen afbreuk aan de promotie van ‘Vlaamse’ kunstenaars en auteurs? ‘Het is geen of-ofverhaal’, zegt Gatz. ‘We mogen best trots zijn dat Peter Paul Rubens en Hugo Claus Vlamingen waren. Maar een Amerikaan zal misschien niet weten of het om een Vlaming of een Nederlander gaat. Zij zien ons als the low countries.’

De Frankfurter Buchmesse loopt tot zondag. In het weekend is de vakbeurs toegankelijk voor het brede publiek.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud