reportage

Het Riolenmuseum is niet voor mietjes

©SISKA VANDECASTEELE

Enkele meters onder een van de drukste kruispunten van Brussel ligt een museum verborgen: dat van de Brusselse riolen. ‘Het Riolenmuseum leeft en beweegt, je weet nooit wat je van de dag kan verwachten.’

Een rat! Morsdood, weliswaar, en vermoedelijk verpletterd onder iets zwaars - een voet, een brokstuk, een steen? Maar al enkele meters nadat we in de riolen zijn afgedaald, stuiten we op een dood, bruin exemplaar met een lange staart. Brussel telt vijf keer zoveel ratten als inwoners en een aanzienlijk deel leeft onder de grond, waar ze zich tegoed doen aan vuil en vet.

De zomervakantie ziet er dit jaar enigszins anders uit. Maar in eigen land is ook veel te beleven. Vijf weken lang maken we een ontdekkingsreis langs minder bekende musea.
Vandaag: Riolenmuseum in Brussel.

Wie het Riolenmuseum betreedt, komt wel meer dingen tegen waar we de ogen liever voor sluiten: een door het water in volume vervijfvoudigde tampon, wikkels en verpakkingen in allerlei vormen en maten, naar verluidt af een toe een gebruikt condoom. In Brussel wordt elke dag 75 ton afval door het riool gespoeld. Rioolwerkers vissen af en toe wapens en drugs en een enkele keer een lijk uit het water. ‘En heel af en toe wat goud’, zegt gids Tony Bergmans, zoals alle gidsen van dit museum een voormalige rioolwerker.

Een uitstap naar het Riolenmuseum in Brussel is geen trip voor mietjes. Als het enkele dagen goed warm is geweest, het water is gezakt en de organische verbindingen in het rioolwater weinig welriekende geuren afgeven, kan de stank zo overweldigend zijn dat een bezoeker onwel wordt. Of moet braken. ‘Dat is ook al gebeurd.’

Maar de afgelopen 24 uur heeft het hard geregend en de thermometer haalt met moeite 20 graden. Alle slechte geuren zijn weggespoeld. Toch is Tony er niet helemaal gerust op. Het heeft zoveel geregend dat het waterpeil in de riolen flink is gestegen. Een uitgebreide wandeling zit er vandaag niet in. Het water staat zo hoog dat de stalen platen die het wandelpad boven het rioolstelsel vormen, kunnen gaan bewegen en omhoog komen.

In de zomer rook de stad naar rotte eieren. Bij regen trad de Zenne geregeld uit haar voegen en liet ze een spoor van vuil achter in de dichtbevolkte benedenstad.
Tony Bergmans
Gids Riolenmuseum

‘We houden het weerbericht altijd goed in het oog en we kijken ook hoeveel water er per vierkante meter valt. Maar zo’n bui zoals vannacht, dat hadden we niet verwacht. Vandaag kan gevaarlijk worden. Als je hierin valt, word je meegesleurd in de grote sifon tot in de hoofdleiding en naar het waterzuiveringsstation aan Brussel Noord.’ Het is ook een van de charmes, zegt hij. ‘Dit is een levend museum, je weet nooit wat je van de dag kan verwachten.’

Belastingen

We bevinden ons een meter of tien onder het drukke kruispunt van de Poincarélaan met de Bergensesteenweg, op een boogscheut van het station Brussel-Zuid. Boven onze hoofden bestellen bezoekers van ‘Petite restauration’ Darkom muntthee en koffie verkeerd en halen klussers potten verf bij Brico Tapis Midi. Zware vrachtwagens doen de riooldeksels trillen, het geluid galmt door de ondergrondse gangen als het gegrom van een wild dier. De meeste bestuurders hebben vermoedelijk geen idee dat zich onder het wegdek een van de bijzonderste musea van Brussel bevindt.

Zware vrachtwagens doen de riooldeksels trillen, het geluid galmt door de ondergrondse gangen als het gegrom van een wild dier.

Misschien is in de file hun oog al eens gevallen op de twee bijzondere gebouwen met fraaie frontons aan weerszijden van de Anderlechtsepoort. De voormalige octrooipaviljoenen, waar tol werd geheven op goederen die de stad binnenkwamen, zijn de panden waar het museum vandaag huist. Ook die paviljoenen hebben hun geschiedenis. Toen Brussel nog een stadsomwalling met zeven toegangspoorten had - zoals vandaag nog te zien aan de Hallepoort - moesten reizigers uit Henegouwen die via de Bergensesteenweg naar de stad kwamen eerst door de Anderlechtsepoort. Die poort werd aan het einde van de 18de eeuw afgebroken en Napoleon liet er de twee octrooipaviljoenen optrekken om belastingen te heffen. Later werden ook die afgebroken en heropgebouwd om het verkeer vlotter te laten doorstromen. De twee paviljoenen bleven tot 1860 in gebruik als belastingkantoor. Sinds 1989 huist hier het Riolenmuseum, dat elk jaar 17.000 bezoekers trekt.

Misschien meer nog dan over riolen - de vormen, de materialen, de evolutie doorheen de tijd - vertelt het Riolenmuseum het verhaal van Brussel. We zien op een kaart uit 1835 hoe de 103 kilometer lange Zenne nog vrijuit door de stad stroomt. Het St.-Goriksplein - vandaag een uitgaansbuurt vol terrassen - is een met water omgeven eiland (de straatnaam ‘Groot Eiland’ verwijst daar vandaag nog naar), net zoals het stukje waar vandaag het Fontainasplein ligt (‘Klein Eiland’).

Overwelving

Gids Tony verpest de idylle door erop te wijzen dat Brussel nu niet meteen het Venetië van het Noorden was. ‘Denk niet zeewater, maar strontwater. In de zomer rook de stad naar rotte eieren. Bij regen trad de Zenne geregeld uit haar voegen en liet ze een spoor van vuil achter in de dichtbevolkte benedenstad.’ Leer looien, openbare pissijnen ledigen, kleding wassen, wol bleken, een verdwaald karkas: alle vuiligheid en zware industrie van de benedenstad belandde rechtstreeks in het water, een bron van misselijkmakende stank en ziektes als cholera.

Burgemeester Jules Anspach besloot om hygiënische redenen de Zenne te overwelven. Tussen 1867 en 1871 werd het stuk van Midi tot Rogier overdekt, de aanzet tot het eerste echte riool omdat rivier- en afvalwater voor het eerst van elkaar gescheiden werden. Duizenden huizen werden onteigend en gesloopt, families belandden op straat, een praktijk die in Brussel nog vaak zou gebeuren als burgers bouwprojecten in de weg stonden.

Loop hier niet voorbij

In een hoekje in de expositieruimte is een stuk riool ingemetseld waar bezoekers in kunnen kruipen. Zo krijgen ze een idee van de omstandigheden waarin rioolwerkers, vaak jongens afkomstig van het platteland, moesten zwoegen: benepen, beklemd, gehurkt in het halfduister. Het Riolenmuseum wil niet alleen een licht werpen op het ondergrondse afvoerstelsel van de stad. Het is ook een ode aan de rioolwerker en zijn vaak gevaarlijke job, getuige het eerbetoon aan Edouard Goffin. Op 14 september 1988 brak tijdens werken zijn houten ladder en werd hij door het water meegesleurd. Een week later werd zijn lichaam in de Zenne gevonden.

In 1931 volgde een nog veel ingrijpender werk. De rest van de Zenne werd overwelfd én omgeleid. Vandaag stroomt de rivier ondergronds ongeveer langs het traject van de Kleine Ring, om ter hoogte van de Van Praetbrug in Schaarbeek weer op te duiken. Ook dat is te zien in het Riolenmuseum: tijdens de wandeling door het gangenstelsel kom je de ondergrondse Zenne tegen.

Het Riolenmuseum is niet alleen een verborgen, tsja, parel, maar ook een van de weinige musea met een vitale basisfunctie: het afvoeren van de 200.000 kubieke meter water die de Brusselaars, pendelaars en bezoekers elke dag door de leidingen spoelen. Het grootste deel van het 350 kilometer lange netwerk is in handen van Vivaqua, maar op vettige dagen rukken de rioolwerkers van de stad Brussel nog altijd uit om modder en afval te ruimen in hun stukje riool.

In Brussel gaat al het ‘grijze’ huishoudwater trouwens nog altijd rechtstreeks de riolen in en gaat het samen met het opgevangen regenwater naar het waterzuiveringsstation in het noorden van Brussel. Wat een verspilling, en dat in tijden van grote droogte.

Riolenmuseum, Octrooipaviljoen - Anderlechtse Poort, 1000 Brussel. Van dinsdag tot zaterdag van 10 tot 17 uur. Vanwege corona is reservatie verplicht via sewermuseum.brussels/nl.

Ook voor kinderen

Het Riolenmuseum is een populaire bestemming voor schooluitstappen en zelfs voor verjaardagsfeestjes. Er zijn speciale rondleidingen op maat van kinderen vanaf acht jaar, en er zijn gidsjes met raadsels en spelletjes om in te vullen tijdens het bezoek.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud