‘Ik geloof in gemengd leiderschap'

©Brecht Van Maele

Door de storm rond Jan Fabre enterde #MeToo dit jaar de Vlaamse kunstwereld. Een gesprek met Leen Laconte van oKo, de werkgeversfederatie voor kunstenorganisaties, over maatregelen omtrent #MeToo, quota voor vrouwen en zelfcensuur in de kunst.

‘Geen seks, geen solo.’ Half september schrok een open brief over Jan Fabre de Vlaamse kunstwereld op. Zo’n twintig dansers en performers beschuldigden de choreograaf van systematisch verbaal en fysiek grensoverschrijdend gedrag. Enter #MeToo in de Vlaamse kunstwereld.

De toegift

In onze eindejaarsreeks ‘De toegift' blikken we terug op het culturele jaar. Dat gebeurt in acht gesprekken met mensen die 2018 kleur gaven.

Morgen: filmregisseur Lukas Dhont over het glansjaar van ‘Girl’

Voor Leen Laconte (55) waren de alarmbellen een jaar eerder al afgegaan. In november 2017 verscheen op de website Rekto:Verso een brief met anonieme getuigenissen van vrouwelijke podiumkunstenaars over seksisme en grensoverschrijdend gedrag in de Vlaamse danswereld. Een week later riep de directrice van de werkgeversfederatie voor kunstorganisaties haar tweehonderd leden bijeen. Ze wilde van hen horen hoe ernstig het probleem van grensoverschrijdend gedrag in de kunstwereld was.

De conclusie: er was nood aan een opfrissing van de bestaande maatregelen voor klachtenbehandeling, bemiddeling en sanctionering. Laconte: ‘Die maatregelen moeten op maat zijn van de risicofactoren eigen aan de sector. De grote concurrentie in de podiumkunsten is daar één van, zeker in combinatie met het schaarse aantal kansen om het als opkomend talent te maken. Bovendien speelt lichamelijkheid de facto een grotere rol in de podiumkunsten dan bij veel andere beroepsgroepen.’

Een andere zwaar onderschatte risicofactor, zegt Laconte, is passie. ‘Jonge kunstenaars zijn gepassioneerd door wat ze doen en willen daar eindeloos in doorgaan. Die gedrevenheid maakt hen extra kwetsbaar. Experts maken de vergelijking met de relatie tussen een atleet en zijn trainer in de sportwereld. Ook in de topsport zijn de voorbije jaren verscheidene zaken over seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag naar boven gekomen.’

BIO Leen Laconte
BIO Leen Laconte

Leen Laconte (55) is directeur van de werkgeversfederatie Overleg Kunstenorganisaties (oKo).

Tussen 2004 en 2011 was ze directeur van het Vlaams cultuurhuis De Brakke Grond in Amsterdam.

Daarvoor werkte ze voor de Raad van Europa in Straatsburg en als zakelijk leider van het kunstencentrum Villanella.

Zowel Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) als oKo, in samenwerking met het Sociaal Fonds Podiumkunsten, de vakbonden en de beweging Engagement Arts, werkten het voorbije jaar aan een actieplan over grensoverschrijdend gedrag in de kunstwereld. Aan het plan van de sociale partners wordt momenteel de laatste hand gelegd.

Er was bij de start van het actieplan sprake van een meldpunt voor slachtoffers en opleidingen voor vertrouwenspersonen. Wat is daarvan gekomen?
Leen Laconte: Minister Gatz lanceerde vlak voor kerst het langverwachte nieuws, en geeft de Genderkamer (een orgaan van de Vlaamse Ombudsdienst, red.) de opdracht voor de ombudsfunctie. Dat leidt ertoe dat sectorspecifiek gewerkt kan worden en dat wie een probleem wil melden, beter geholpen wordt. Daar zijn we zeer blij mee.’

‘De meeste grote organisaties werken al met een vertrouwenspersoon. Veel kleine gezelschappen hebben zo’n aanspreekpunt niet. De aanwezigheid van vertrouwenspersonen is belangrijk, zeker bij intense momenten zoals creatieprocessen en audities. Ze kunnen een veilige omgeving creëren waar mensen hun verhaal kwijt kunnen als ze het gevoel hebben dat grenzen worden overschreden. Voor kleine gezelschappen werken de partners van het actieplan aan een kader voor het inzetten van externe freelance vertrouwenspersonen, die multi-inzetbaar zijn en performers en gezelschappen kunnen bijstaan voor, tijdens en na het creatieproces. Iedereen moet zich goed kunnen voelen.’

‘Ook het werk van intimiteitscoaches in de Britse filmindustrie is inspirerend. Zulke coaches staan regisseurs en acteurs, dansers of performers bij in intieme scènes waarin lichamelijke of seksuele grenzen worden afgetast. Ze moedigen de leidinggevende aan om openheid te geven over zijn artistieke bedoelingen, zodat dansers en artistiek leiders samen keuzes kunnen maken en een performer op tijd kan zeggen: ‘Dit is niets voor mij, ik stap eruit.’’

Culturele hoogtepunten van 2018

 

BOEK 

Ilja Leonard Pfeijffer, ‘Grand Hotel Europa’: ‘De roman van het jaar. Een grootse satire over alles: van destructief massatoerisme tot de uitverkoop van de Europese cultuur: heerlijk gefulmineer!’

BOEK

Frans de Waal, ‘Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn’: ‘Zoals altijd onderzoekt primatoloog Frans de Waal de intelligentie in het dierenrijk en ondergraaft daarmee de suprematie van de mens.  Werktuigen gebruiken, vooruit redeneren, zichzelf herkennen in een spiegel, weten wat er in de ander omgaat, een besef van de dood, maar ook zin voor esthetiek: de dieren doen het allemaal.  Vooral beschrijvingen van de artistieke competenties van de prieelvogel zijn mindblowing.’

CONCERT

Concert van The Congos in Leuven, mei 2018: ‘Hemelse vocale harmonieën gezongen door rastafariaanse poëten met de voeten diep in de vorige eeuw. Dichter bij een religieuze ervaring dan met deze rootsreggae zal ik in elk geval nooit raken.’ 

PERFORMANCE

Maud Vanhauwaert, ‘Zullen we dansen’: ‘Over het pleidooi voor de wankel omdat elke dans er met één begint. Omdat Maud met haar wispelturige logica en ontregelende beelden een heilzame verwondering weet te wekken voor het meest banale. Maud wisselt aforistische kernachtigheid af met van melancholie doordrenkte humor, absurdisme en een enkele bewust flauwe grap.’

Bestaat het risico niet dat kunstenaars of organisatoren zichzelf op den duur gaan censureren uit angst voor controverse over grensoverschrijdend naakt?
Laconte: (knikt) ‘We merken dat programmatoren voorzichtiger zijn geworden in hun selectie. Dat is absoluut iets om bezorgd over te zijn. Maar elke mens beschikt over een bijzonder talent. Zodra je een boek openslaat of een theaterzaal binnenstapt, zet je de werkelijkheid on hold en ga je zonder voorbehoud mee in het verhaal. Dat geeft je de kans om nieuwe ideeën en horizonten te verkennen in de veiligheid van je verbeelding. Die verbeelding censureren is dus uit den boze. We hebben ze broodnodig om ons leven vorm te geven.’

‘Je moet er natuurlijk wel op toekijken dat het maakproces dat eraan voorafgaat, gevrijwaard blijft van grensoverschrijdend gedrag. Mondigheid, weerbaarheid en vrijheid van denken zijn al belangrijke waarden in de sector. Toch is praten over seksualiteit en macht ook in de podiumkunsten vaak een taboe. Maar dat is wat nu moet gebeuren. Ook artistieke leiders zijn zich daarvan bewust. Halverwege december kwamen we samen met vijftig choreografen en dansers. Iedereen besefte: we mogen onze unieke positie van vrijplaats in de samenleving niet verspelen. Daarom moeten we samen extra zorg dragen voor de processen waartoe onze creaties leiden. Onder meer door voorbeelden van ethische praktijken met elkaar te delen. Of door te werken aan een integriteitsbeleid.’

Moeten slachtoffers ook niet naar het gerecht stappen? Niemand van de ondertekenaars van de Fabre-brief deed dat.
Laconte: ‘Wij betreuren dat. Het kan vele redenen hebben. Men wil of durft niet uit angst voor represailles. Of men vreest dat een actie tegen één individu het grote maatschappelijke probleem niet oplost. Maar de grootste reden kan zijn dat mensen door een gevoel van straffeloosheid geen vertrouwen in het gerecht meer hebben. Dat is een groot democratisch probleem.’

Wat vindt u ervan dat minister Gatz ermee dreigt in de subsidies voor Troubleyn, het gezelschap van Fabre, te knippen als het zich niet aan de nieuwe voorwaarden houdt?
Laconte: ‘De welzijnswet en het kunstendecreet dragen de mogelijkheid tot proportioneel sanctioneren in zich, eens overtredingen zijn vastgesteld. Dat onderzoek loopt nog. Het is goed dat Gatz Troubleyn de kans geeft bij te sturen met het oog op een veilige werkplek voor alle medewerkers.’

Genderverhoudingen

In juni kwam Gatz met opzienbarende resultaten van zijn #MeToo-onderzoek. Een kwart van de vrouwen in de cultuursector gaf aan dat ze in het voorafgaande jaar te maken hadden gekregen met ongewenste fysieke toenaderingen. 4 procent beweerde gedwongen of gechanteerd te zijn tot seksuele handelingen. Is een actieplan wel voldoende? Zit het probleem niet dieper?

Uit ander onderzoek blijkt dat mannen in de kunstwereld de hoofdrol blijven spelen. 18 procent van de gesubsidieerde organisaties heeft een uitsluitend vrouwelijke leiding, 53 procent een uitsluitend mannelijke. Slechts 29 procent heeft een gemengde directie. Artistiek leiderschap is ook voor driekwart in handen van mannen. ‘Het klopt dat er nog werk is aan de genderverhouding in de kunstensector’, zegt Laconte. ’Desondanks ligt die bij ons beter dan in de bedrijfswereld.’

We moeten over seksualiteit en macht durven te praten. Dat blijft ook in de kunsten vaak een taboe.
Leen Laconte
oKo-directrice

Hoe meer vrouwen in sleutelfuncties, hoe kleiner het risico op grensoverschrijdend gedrag?
Laconte: ‘We gaan ervan uit dat vrouwen, net omdat ze overal structureel veel meer slachtoffer zijn dan mannen, gevoeliger zijn voor het fenomeen, het vlugger detecteren en het sneller bespreekbaar kunnen maken. Alleen hebben we nog niet met cijfers kunnen vaststellen dat meer vrouwen aan de top automatisch minder grensoverschrijdend gedrag betekent. Het is net dat open gesprek tussen mannen en vrouwen dat zo nodig is.’

Moet de culturele sector geen voortrekkersrol opnemen en vrouwenquota voor directiefuncties invoeren?
Laconte: ‘Als het over leiderschap in transitie gaat, geloof ik niet dat we het alleen met typisch vrouwelijke dan wel mannelijke competenties halen. Ons geslacht zal ons ongetwijfeld beïnvloeden in wie we zijn, maar het is complexer dan een simplistische stereotiepe indeling. Ik ken veel mannelijke bazen in de kunstwereld met capaciteiten die aan vrouwen worden toegeschreven.’

‘Ik had als directeur van de Brakke Grond in Amsterdam een mannelijke zakelijk leider naast me die meer dan ik het verbindende type was - de zachte, ‘vrouwelijke’ manager, zeg maar. Omgekeerd was ik, althans volgens de stereotiepe indeling, meer de man van ons tweeën: vastberaden, voluntaristisch. Ik geloof meer in gemengd leiderschap: het vrouwelijke en het mannelijke in synergie. Bijna een derde van de culturele instellingen werkt al volgens dat model. Het kan altijd nog beter, maar we gaan de goede richting uit.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content