Jacqueline Mesmaeker in Bozar: het bijna onzichtbare tonen

©katrijn van giel

Marcel Broodthaers is nooit ver weg in de eerste grote tentoonstelling van de Belgische Jacqueline Mesmaeker (91) in Bozar. Ze gebruikt tal van dagelijkse voorwerpen, maar haar kunst is niet in één oogopslag te vatten.

Video’s, foto’s, installaties en aquarellen: ze maken allemaal deel uit van het poëtische universum van Jacqueline Mesmaeker.

Bij alles wat ze maakt of haar kunstuniversum binnentrekt, geldt in het levende theater van Mesmaeker: ze gaat op zoek naar poëzie in het alledaagse.

Het Reina Sofia in Madrid bezit werken van de 91-jarige, die kunstkenners weleens ‘de Belgische Louise Bourgeois’ noemen. Toch is ze in ons land nauwelijks bekend. Dat komt door haar levenslange weigering in het commerciële kunstcircuit mee te draaien. En ook omdat haar kunst niet met één oogopslag te vatten is.

‘Het is mogelijk dat een toeschouwer het nauwelijks ziet’, schrijft Saskia De Coster over dat laatste in de bezoekersgids van ‘Ah, quelle aventure!’.

Dat gevoel van ongrijpbaarheid geldt voor het hele oeuvre van Mesmaeker, maar waarschijnlijk heeft de schrijfster het hier over het werk ‘Melville 1891’ in de laatste zaal in Bozar. In een donkere ruimte kijken we op een zwart-witbeeld van wemelende bloemen en een zwevende maquette van een boot. Wat die schipbreuk in de wolken juist betekent? Geen idee. Maar wat een sensationeel mysterie.

De zee

Schepen en water zijn terugkerende thema’s. De video-installatie ‘Antipodes’ visualiseert de Stille Oceaan via een omgekeerd geprojecteerde Noordzee. Het beeld is gebaseerd op de gedachte dat we in de Stille Oceaan belanden als we vanuit België een speld door de wereldbol prikken.

©katrijn van giel

Ook de raadselachtige aquarellenreeks ‘Mer’ uit 1978 heeft de tand des tijds moeiteloos overleefd. Een ander hoogtepunt uit haar zee-oeuvre is een kleurenlitho van een marineschilderij. Mesmaeker legde hem in Bozar gewoon op een wit tafeltje onder zes marmeren stenen. Tegen de muur plakte ze de tekening waarop de litho lijkt geïnspireerd. 

Dat laatste deed ze zelf en was een ingeving van het moment volgens curator Luk Lambrecht. Hetzelfde gebeurde toen de kunstenares bij de opbouw maandagavond de installatie ‘La Serre de Charlotte et Maximilien’ bestudeerde, een werk uit 1977 dat ze kwijt was en herdacht. Het kunstwerk stelt een serre voor uit gerecupereerd serreglas en bamboe.

In een benedenhoek reflecteert een projectie van Mickey Mouse tegen het glas. Waarom de impulsieve ingreep? Omdat ze in haar hoofd paste bij de Horta-architectuur van Bozar. 

‘Haar werk is ongrijpbaar, zoals zand dat tussen de vingers glijdt’, zegt Lambrecht. Samen met zijn collega Lieze Eneman van cc Strombeek bedacht hij de opstelling van de zesendertig werken in drie delen.

Jacqueline Mesmaeker was een laatbloeier in de kunstwereld. Ze begon in de jaren 60 als styliste en interieurarchitecte en werkte zelfs even als vormgeefster bij het grootwarenhuis Innovation.

Het eerste deel legt zich toe op de relatie van haar kunstpraktijk tot taal en literatuur. Her en der bots je op parallelle kolommen van woorden. Ze bestaan vooral uit ‘gewone’, alledaagse woorden, met af en toe een woordspelletje zoals een alliteratie. 

In het tweede deel ligt de nadruk op objecten uit haar eigen leefwereld en talrijke verzamelingen: postkaarten van vrienden, uitnodigingen voor vernissages, en zelfs een nabootsing van een muur van haar appartement in Elsene. Bij de confrontatie van haar absurde taaloefeningen en het mysterieuze gebruik van dagelijkse objecten denk je onvermijdelijk aan haar generatiegenoot Marcel Broodthaers.

Toch blijven haar ondoorgrondelijke aquarellen en video’s het langst hangen. Bij alles wat ze maakt of haar kunstuniversum binnentrekt, geldt in het levende theater van Mesmaeker: ze gaat op zoek naar poëzie in het alledaagse. Of zoals ze zelf zegt: ‘Ik wil een tipje van de sluier van de doordeweekse wereld om ons heen oplichten. Het bijna onzichtbare tonen en delen met een kijker.’

Jan Hoet

Jacqueline Mesmaeker was een laatbloeier in de kunstwereld. Ze begon in de jaren 60 als styliste en interieurarchitecte en werkte zelfs even als vormgeefster bij het grootwarenhuis Innovation.

In de jaren 70 studeerde ze kunst bij. Ze was al 45 toen ze met haar eerste werken naar buiten kwam. Jan Hoet nam haar in 1980 op als een van de weinige vrouwen in zijn tentoonstelling ‘Kunst in Europa na ‘68’.

©katrijn van giel

Maar een grote doorbraak bleef uit. Volgens curator Lieze Eneman kan het feit dat ze een vrouw was daar iets mee te maken hebben. Zelf ontkende Mesmaeker dat onlangs in een interview: ‘De strijd voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen steun ik zeker, maar het is niet mijn strijd geweest. Mannen hebben mijn plaats niet ingepikt of me uitgewist. Ik was heel erg op mezelf.’

Haar werk vraagt ook veel consideratie van de kijker. Misschien ligt het daar ook aan? Eneman knikt: ‘Weinig kunstenaars verwerken hun persoonlijke leven op zo’n intense manier met hun werk. Haar werk is ook nooit af, zelfs niet nu ze 91 is.’

‘Ah, quelle aventure!’ van Jacqueline Mesmaeker loopt tot 21 juli in Bozar.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud