Le nouveau musée du Congo est arrivé

©Saskia Vanderstichele

Na bijna vijf jaar werken opent zondag het vernieuwde AfricaMuseum. Voegt de wetenschappelijke instelling zoals beloofd nieuwe verhaallijnen toe aan onze bedenkelijke koloniale geschiedenis? Is de blik Afrikaanser?

Hoeveel hedendaags Afrika en hoeveel Belgische zelf diagnose ademt het gerenoveerde Koninklijk Mu seum voor Midden Afrika, dat tegenwoordig AfricaMuseum heet? Voor een antwoord op die vraag zakken deze week journalisten uit alle uithoeken van de wereld naar Tervuren af.

Tot de sluiting in 2013 was het Africa Museum een van de allerlaatste koloniale musea van de wereld. In 1898 opende het de deuren als een propaganda-instrument van koning Leopold II om zijn koloniale project in Congo in een positief daglicht te stellen, en dat bleef het meer dan honderd jaar. Ons land bracht beschaving in Congo, dat moesten we onthouden uit de koloniale periode, niet de gewelddadige confrontaties, de miljoenen doden en de afgehakte handen.

Africamuseum
Africamuseum

De renovatie van het AfricaMuseum heeft 66,5 miljoen euro gekost. De oppervlakte van de publieksruimte is verdubbeld naar 11.000 vierkante meter. Het museum mikt op een verdubbeling van het aantal bezoekers naar 250.000 per jaar. In de tunnel tussen het glazen paviljoen van Stéphane Beel en het museumgebouw is ruimte voor congressen en evenementen.

De permanente opstelling, die vooral in het teken van het blanke overheersings gevoel stond, was al sinds eind jaren 50 niet meer gewijzigd. En het gebouw was versleten.

Architect Stéphane Beel ontwierp een kubistisch glazen paviljoen met een entreehal, een museumwinkel en een restaurant. Van daaruit zie je het gerenoveerde museum liggen, te midden van het prachtige Park van Tervuren. De twee gebouwen zijn verbonden met een spierwitte ondergrondse gang. Eerst passeer je nog de 22 meter lange prauw die Leopold III in 1957 vervoerde. Afrikanen hebben die wellicht op vraag van de koloniale administratie gemaakt.

Het permanente parcours van ‘le nouveau musée du Congo’ begint met een knoert van een statement. In een ‘beeldendepot’ staan beelden die Afrikanen alles behalve fraai afschilderen: als wildemannen met dikke lippen, gedrapeerd in tijger kleding, met wapens en werktuigen. De koloniale kunstvoorwerpen zijn in een hoek letterlijk ‘buitenspel gezet’, zoals de tekst op de muur aangeeft. ‘De beelden die je hier ziet, maakten vroeger deel uit van de permanente tentoonstelling, maar horen daar niet meer thuis.’

Het getuigt van durf en zelfkritiek van de curatoren. De beelden kunnen kwetsend overkomen bij mensen van Afrikaanse origine, maar daarin zit precies de zelfkritiek. Het herboren museum sluit zijn ogen niet voor zijn - en dus onze - foute geschiedenis. Door de collectiestukken op zo’n onverbloemde manier te tonen, veroordeelt het museum zuiver en eerlijk de zware misstappen in onze oud-kolonie.

Clichés ontkracht

Sommige van de stukken uit het ‘beeldendepot’ stonden vroeger te pronken in de grote rotonde. De enige kunstwerken die nog overblijven in die knap gerestaureerde ruimte met marmeren muren en indrukwekkende koepel zijn vier bronzen beelden van Arsène Matton. Het is cliché matige koloniale propaganda pur sang, die Afrikaanse vrouwen seksualiseert en Belgen afdoet als de grote weldoeners en beschavers.

©Saskia Vanderstichele

De beelden zijn beschermd en mochten niet verwijderd worden. Als commentaar plaatste het museum er een hedendaags werk van de Congolese kunstenaar Aimé Mpane tegenover. Het reusachtige houten hoofd geeft de Afrikaan weer een centrale plek in deze rotonde. Het bronzen voetstuk is een verwijzing naar de grote bodemrijkdommen van Congo.

Mpane is een van de tien Congolese kunstenaars die aan de nieuwe opstelling hebben meegewerkt. ‘We zien onszelf niet alleen als een wetenschappelijke instelling, maar ook als een forum voor debat’, zei  directeur Guido Gryseels gisteren. ‘Dekoloniseren zal een hele tijd duren. We weten dat we de pijn van het verleden niet kunnen uitwissen, maar willen ons wel verenigen in de toekomst.’

Dat debat wil het AfricaMuseum volop voeren met de Congolese diaspora in ons land. Alle tijdelijke expo’s gebeuren in samenwerking met mensen uit de diaspora, en met minstens één curator van Afrikaanse oorsprong.

Dekoloniseren zal een hele tijd duren. We weten dat we de pijn van het verleden niet kunnen uitwissen, maar willen ons wel verenigen in de toekomst.
guido gryseels
directeur africamuseum

De diaspora kreeg ook een eigen vaste  expozaal, de Afropea-zaal. Er staat een ronde tafel met negen televisieschermen die migratieverhalen van de jaren 30 tot nu tonen. Afrikanen mogen persoonlijke objecten zoals documenten of foto’s aanleveren die correcties suggereren of een verhaal vertellen over hun band met ons land.

Ook de rest van het parcours is grondig hertekend. Er zijn nieuwe thema’s, zoals Afrikaanse rituelen, talen en muziek. De oude koloniale logica is omgedraaid. Terwijl de alleswetende blanke conservator vroeger bij de objecten uitlegde hoe de Afrikanen leefden, spreken Afrikanen ons nu zelf toe op grote schermen. Benieuwd of die logica ook is doorgetrokken naar de gevoeligste zaal, die over het koloniale bewind van Leopold II. Die opstelling was gisteren nog niet klaar.

 

 Het AfricaMuseum opent op zondag 9 december. Tickets kosten 12 euro. Gratis tot 18 jaar.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content