Leonardo da Vinci streefde naar de perfecte imperfectie

'De Heilige Anna, de maagd Maria en het kind Jezus.' ©© RMN-Grand Palais (musée du Louvre)

Het Louvre in Parijs viert de vijfhonderdste sterfdag van Leonardo da Vinci met een ingenieuze tentoonstelling. De nadruk ligt op de schilderende kunstenaar, maar de wetenschap is nooit ver.

Lange bruine krullen, beate glimlach, wijsvingertje in de lucht. Ontbloot bovenlijf tegen een zwarte achtergrond. Meer is het niet, die ‘Johannes de Doper’ van Leonardo da Vinci (1452-1519). En toch kan je er uren naar blijven kijken.

Dat komt door de floue overgang tussen achtergrond en apostel. Da Vinci ontwikkelde er een nieuwe techniek voor: sfumato. Licht en donker kregen talloze in elkaar overvloeiende schakeringen. Zo lijkt het alsof Johannes zich langzaam uit het donker openbaart. Een beetje zoals Captain Kirk in ‘Star Trek’ verscheen als hij werd opgebeamd. En misschien dacht Da Vinci daar ook wel aan. Hij was tenslotte een briljant visionair.

‘Johannes de Doper’ is een van de elf schilderijen van Da Vinci die in Parijs te zien zijn. Vijf zijn in het bezit van het Louvre zelf, de andere zes zijn bruiklenen. Hoeveel schilderijen precies van de renaissancekunstenaar bewaard zijn gebleven, weet niemand. Vijftien tot twintig moeten het er zijn. Kunsthistorici zijn het vaak niet eens of een schilderij al dan niet aan Da Vinci mag worden toegeschreven. Het beste en jongste voorbeeld is ‘Salvator Mundi’, het schilderij dat de Saoedische kroonprins Mohammad bin Salman al-Saoed in november 2017 voor 450 miljoen dollar kocht op een veiling bij Christie’s. Nog altijd zijn er experts die stellen dat Da Vinci met geen penseelstreek aan dat schilderij heeft bijgedragen.

Het is op zich best verbazend dat er zoveel twijfel is over het auteurschap van sommige schilderijen van Da Vinci. Van de man zijn duizenden documenten bewaard gebleven. De curatoren Vincent Deleuvin en Louis Franck gebruikten ze als uitgangspunt voor de expo. ‘Maar de nadruk ligt toch op zijn werk als schilder’, klonk het tijdens de voorstelling.

Da Vinci was berucht voor zijn werk proces: hij begon aan veel, maar maakte weinig af.

Een chronologisch parcours belicht sober maar aanschouwelijk de fases in Da Vinci’s leven. Op de kop af 179 objecten worden getoond: het gros is van Da Vinci, aangevuld met werk van tijdgenoten, leerlingen en kunstenaars die hem hebben beïnvloed. De elf schilderijen van de meester vormen het hoogtepunt. De rest zijn tekeningen, beelden, manuscripten en wat objecten. Fijne vondst: schilderijen die niet in bruikleen konden worden verkregen, worden op ware grootte getoond met infraroodafbeeldingen in grijswaarden. Zo krijg je het gevoel van volledigheid.

Oh ja, de ‘Mona Lisa’ hangt niet op de expo. Die is op haar plaats gebleven in het Louvre. Maar de infraroodafbeelding is er dus wel.

Verlammende vertraging

Da Vinci leerde het vak in het atelier van de hoog aangeschreven Florentijnse beeldhouwer en schilder Andrea del Verrocchio. Aan het begin van de expo staat een groot standbeeld van zijn hand: ‘Christus en de heilige Thomas’. Let vooral op de plooien van de kleding en de manier waarop Verrocchio het licht vangt. Beide elementen creëren een gevoel van beweging. Net die beweging trok Da Vinci zo aan, en dat zou niet veranderen.

'Portret van een onbekende dame' (La Bella Ferronière). ©© RMN-Grand Palais (musée du Louvre)

Natuurlijk was Da Vinci ook een kind van zijn tijd. De Vlaamse Primitieven waren bekend in Italië. In Parijs is een portret van Hans Memling te zien. De afgebeelde man is wellicht de Venetiaanse patriciër Bernardo Bembo, die Da Vinci in 1478 de opdracht gaf het ‘Portret van Ginevra de ‘Benci’ te maken. De invloed van Van Eyck of Memling is onmiskenbaar, onder meer door de gedetailleerde afbeelding van de natuur in de achtergrond.

Maar al in die vroege periode maakte Da Vinci zich los van de artistieke mores van zijn tijd. Hij was erachter gekomen dat de perfecte afbeelding, die zich voor hem openbaarde in beweging, niet bestond. Als de wereld constant verandert, verandert ook de beweging, meende de kunstenaar. En dus kan je nooit de perfecte vorm vastleggen in een tekening of schilderij. Hij streefde naar de perfecte imperfectie. Hij zocht het ideaalbeeld, maar wist dat dat nooit te bereiken was.

Het leverde een verlammende vertraging op. Da Vinci was berucht voor zijn werkproces: hij begon aan veel, maar maakte weinig af. Ergens paste dat in zijn opvatting dat kunst nooit klaar is. In het Louvre hangt een prachtig voorbeeld van die onafgewerkte kunst: ‘De boetvaardige Hiëronymus’ uit 1480-82. Het schilderij was allicht bestemd als middenpaneel van een altaarstuk voor de Badia-kerk in Florence. Het is vooral belangrijk omdat de fysiologie en de fysionomie van de afgebeelde figuur anatomisch erg juist zijn. Da Vinci zou zich daar later verder op toeleggen. Kunst en wetenschap waren voor hem een en ondeelbaar. Dat gold overigens voor alle renaissancekunstenaars.

Afbladderende verf

In 1482 verhuisde Da Vinci naar Milaan, waar hij zijn diensten aanbood aan het hof van de heerser Ludovico Sforza. Hij werd er schilder, architect, wapenmeester. Uit die periode stamt het o zo mooie ‘Portret van een onbekende dame’ (La Belle Ferronière). Het is een van die werken waarvan niet onomstreden vaststaat dat het van de meester zelf is. Maar het heeft er alle schijn van, zeggen de meeste specialisten. En uiteindelijk, wat doet het ertoe wie precies het penseel vasthield?

'De Heilige Jean Baptiste.' ©© RMN-Grand Palais (musée du Louvre)

In Milaan schilderde Da Vinci ook zijn beroemdste werk: ‘Het laatste avondmaal’. Het is ironisch dat de man van de wetenschap en de uitvindingen zo’n slechte verf gebruikte dat het fresco al snel na zijn dood in 1519 begon af te bladderen. Op de expo is een kopie van Da Vinci’s leerling Marco d’Oggiono te zien. Over de kopie die in de abdij van Tongerlo hangt, wordt niet gesproken.

‘Het laatste avondmaal’ hangt in de zaal die gewijd is aan de wetenschap. Wandelend langs de vitrines met opengeslagen boekjes en manuscripten valt je mond open. Je weet wel dat Da Vinci een genie was, maar zijn kennis leek wel eindeloos. Sterrenkunde, plantkunde, optica, anatomie, wiskunde, architectuur,wapenkunde. Hij draaide voor niets zijn hand om. Onfeilbaar was hij nochtans niet. Hij dacht dat de penis uit twee kanalen bestond: het ene voor het sperma, het andere voor het overbrengen van de ziel naar nieuw leven. Niemand is perfect.

In 1500 keerde Da Vinci terug naar Florence, waar hij nog wat meesterwerken schilderde. De ‘Heilige Anna’ is een indrukwekkend voorbeeld. Hij begon eraan in 1503 en herwerkte het in 1519, net voor zijn dood. Op het schilderij staan de Heilige Anna, haar dochter de maagd Maria en het kind Jezus met lam. Moeder en dochter lijken amper te verschillen in leeftijd. Bovendien gaan hun lichamen bijna in elkaar op. Alsof Da Vinci de beweging van één figuur afbeeldt door twee vrouwen te tonen.

Op het einde kom je nog een ‘Salvator Mundi’ tegen. Niet die van de veiling. Een andere, onomstotelijk uit het atelier van Da Vinci. Waar is de echte? Niemand die het weet. Hij moest al lang in het Louvre Abu Dhabi hangen. Maar daar is hij nog niet opgedaagd. Misschien komt hij de volgende dagen of weken toch nog naar Parijs. Er zouden nog onderhandelingen lopen. Maar tussen al de pracht die er al hangt, kan het duurste schilderij ter wereld hoogstens een voetnoot zijn.

‘Léonard de Vinci’ loopt tot 24 februari in het Louvre in Parijs. Online reserveren is verplicht. www.louvre.fr

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n