interview

Luc Tuymans: ‘Ouder en wijzer worden zonder blasé te zijn, dat is het streven'

Luc Tuymans (60) wordt beschouwd als een van de invloedrijkste schilders van zijn generatie. Hij brak in 1992 internationaal door op de Documenta IX in Kassel, in 2001 vertegenwoordigde hij België op de Biënnale van Venetië met zijn reeks ‘Mwana Kitoko’. Nagenoeg alle belang rijke musea voor... ©Karoly Effenberger

Luc Tuymans is pas zestig geworden en vertoont voorlopig geen tekenen van metaalmoeheid. ‘Maar een ‘nuit blanche’, uitgaan tot de ochtend, dat gaat niet meer zo vlot.

Het is de laatste drukkend hete zondag van de zomer, maar ook op deze afspraak verschijnt Luc Tuymans in een elegant pak. Hij is zo iemand die nog liever doodvalt dan zich in short of op teenslippers te vertonen.

Zuchtend en puffend wringt hij zijn rijzige lichaam in de Fiat 500. ‘Een gesprek rond een flakkerende vuurkorf, echt een briljant idee bij deze temperaturen’, gromt hij. We laten het schuifdak openglijden. Hij slaakt een nieuwe zucht, van verlichting dit keer. We rijden van het Eilandje, waar hij woont, naar Borgerhout, waar hij dezer dagen druk aan het werk is in zijn atelier. Hij zou het zich kunnen veroorloven op de exclusiefste plekken van de planeet te wonen of te werken, maar hij lijkt zich alleen maar dieper te verankeren in Antwerpen. Hij heeft ook nog een kantoor aan de rand van het Schipperskwartier en een huis aan het Stadspark.

De vuurkorf

Gesprekken bij valavond die tot zonsopgang kunnen duren. Met historicus Sophie De Schaepdrijver steken we uiteindelijk dan toch het vuur aan op haar broeierig hete terras in Anderlecht.

We zetten de vuurkorf neer in een uithoek van Park Spoor Oost. Of liever: Parking Spoor Oost. Want afgezien van een mistroostig heuveltje met wat gras erop en een zandbak ernaast is het een kale vlakte, grint en beton zo ver het oog reikt, van het muziekcentrum Trix achter ons tot bijna aan het Sportpaleis. Dit is Antwerpen lower east, het stadsdeel waarop het bestuur en de politie maar geen greep lijken te krijgen, waar de Marokkaanse cokedealers wonen, maar waar ook een bloeiende artistieke scene is gegroeid.

Een fonkelende ster aan dat uitdijende firmament is Zeno X Gallery, de kunstgalerie waaraan Tuymans is verbonden. Die verplicht haar miljonairsclientèle op gezette tijden naar hier af te zakken als ze nieuw werk willen zien van hem. Of van Marlene Dumas, Michaël Borremans, Dirk Braeckman, Anne-Mie Van Kerckhoven of Anton Corbijn. Ook dan zie je een uitzonderlijk hoge concentratie patserauto’s door downtown Borgerhout cruisen.

De zon zakt lui weg. Achter het spoorwegemplacement tekent zich een rommelige skyline af waar enkel de Peperbus bovenuit torent, de plompe neoromaanse kerk die Unizo straks ombouwt tot een bedrijvencentrum. We laten de vlam in de korf slaan met een oude weekendkrant van De Tijd. Tuymans grijnst zijn typische grijns, niet voor het laatst.

‘Geboren in Mortsel, woont en werkt in Antwerpen.’ Dat zinnetje staat al bijna dertig jaar in elk boek en onder elk artikel dat wereldwijd over u verschijnt. Hoelang hebt u eigenlijk in Mortsel gewoond?
Luc Tuymans: ‘Nooit, niet één dag. Ik ben daar alleen maar geboren. Toen mijn moeder moest bevallen, zaten de kraamafdelingen van alle ziekenhuizen in de stad overvol. In Mortsel was blijkbaar nog een plaatsje vrij.’

‘Ik ben hier vlakbij opgegroeid. (wijst naar het zuiden) Als je de spoorlijn die rechts van de Singel loopt volgt tot bijna aan de Plantin en Moretuslei, kom je uit aan de Varkensmarkt. (intussen herdoopt tot Luitenant Naeyaertplein, naar de tenniskampioen annex verzetsheld die in 1944 door een V2-bom werd onthoofd, red.) Daar woonden we toen ik klein was.’

©Karoly Effenberger

Hebt u daar die kindertekening gemaakt die enkele maanden geleden in uw kantoor stond, van een straat waar een vuilniswagen door rijdt?
Tuymans: ‘Dat weet ik niet meer precies, we hebben nadien ook nog op andere plekken in Borgerhout en Zurenborg gewoond. Die tekening heb ik laten inlijsten omdat ze mijn enige overgebleven kindertekening is.’

‘Ik moet een jaar of negen zijn geweest. Bij het begin van het nieuwe schooljaar kregen we de opdracht een tafereel uit onze zomervakantie te tekenen. Ik tekende dat. Vermoedelijk omdat de wekelijkse passage van de vuilniswagen me fascineerde: die vrachtwagen met twee grote gaten in de achterflank, de mannen die erachter liepen in hun rubberen kielen, de oude metalen vuilnisbakken. Onderaan, in hoofdletters, staat de titel: ‘Mijn grote vakantie. Tuymans Luc.’’

‘Ik weet nog dat mijn bijdrage niet echt op prijs werd gesteld. (lacht) Ze zullen me vast een zorgwekkend cynisch kind hebben gevonden.’

Hebt u ooit overwogen uit Antwerpen weg te gaan?
Tuymans: ‘Nee, nooit. Het is zeker waar dat je als kunstenaar overal kan werken. Maar dan is het even waar dat je net zo goed kan blijven waar je bent, waar je wortels liggen. Ze hebben me ooit een atelier in Berlijn aangeboden. Dat had mij misschien andere ervaringen kunnen geven. Maar die ervaringen kan ik ook hebben als ik Berlijn bezoek. Ik reis sowieso veel. Maar ik maak bijvoorbeeld nooit foto’s onderweg. Omdat ik vind dat ze mijn herinnering bezoedelen. Ik teken soms op reis, en sla zeker dingen op, maar ik vind het ook belangrijk een zekere afstand te creëren tussen je werk en je leven. En dus blijf ik liever op de plek waar ik alles om me heen heb, en waar ik me alvast geen zorgen hoef te maken over de praktische dingen. Dat is pragmatiek.’

‘Ik lijd zeker ook aan het chauvinisme dat eigen is aan de Antwerpenaar. Antwerpen was een van de eerste stadsstaten uit de geschiedenis, en is dat qua mentaliteit eigenlijk nog altijd. Dat merk ik als buitenlanders me komen opzoeken in mijn atelier. Elke keer opnieuw worden ze verrast door dat dorp met megalomane pretenties en een specifieke vorm van humor.’

‘Verder heb je alleen hier dat gedempte, noordelijke licht, een belangrijke factor in mijn werk. Als ik vanuit Los Angeles of pakweg Spanje zou werken, zou je iets heel anders te zien krijgen.’

‘Plus: ik ben een oer-Europeaan. Ik zou onmogelijk in de VS kunnen wonen. Nu al helemaal niet meer, natuurlijk, met die fooraap die er aan de macht is. Maar zelfs toen het nog tot de mogelijkheden behoorde - omdat ik ging samenwerken met David Zwirner, een van de belangrijkste galeristen van New York, en daar vrij snel voet aan de grond kreeg - heb ik het geen moment overwogen. Gewoon omdat daar een mentaliteit heerst die de mijne niet is. (grijnst) Maar verder: no hard feelings.’

Wat is uw favoriete plek in Antwerpen?
Tuymans: (zonder aarzelen) ‘De Pelikaanstraat ter hoogte van de splitsing met de Vestingstraat. Daar is ’t stad echt stad, daar is het nog labberlot genoeg. (We hebben het woord moeten opzoeken, het betekent: slordig, onachtzaam, red.) Kijk er rond, denk overal enkele verdiepingen bovenop en je zou evengoed in New York kunnen staan.’

Wie is Luc Tuymans?

Luc Tuymans (60) wordt beschouwd als een van de invloedrijkste schilders van zijn generatie. Hij brak in 1992 internationaal door op de Documenta IX in Kassel, in 2001 vertegenwoordigde hij België op de Biënnale van Venetië met zijn reeks ‘Mwana Kitoko’. Nagenoeg alle belangrijke musea voor hedendaagse kunst hebben schilderijen van hem in hun collectie, het MoMa in New York heeft er de meeste. Van de privéverzamelaars bezit de Franse miljardair François Pinault, tevens eigenaar van Christie’s en het Palazzo Grassi in Venetië, het grootste aantal Tuymansen. Grote schilderijen van Tuymans kosten nieuw rond 1,6 miljoen dollar, kleinere werken net onder 1 miljoen dollar. Tuymans woont en werkt in Antwerpen.

‘Maar verder heb ik veel te klagen over waar het met Antwerpen naartoe gaat. Er komen steeds meer fietspaden en smallere wegen - de gezonde Hollandse invloed, zeg maar - waardoor de stad ook hoe langer hoe softer en properder wordt, op het antiseptische af. Alle randjes gaan eraf. In mijn jonge jaren was de Meir nog de duurste straat van Antwerpen, nu is het de cheapste. De Keyserlei: als je daar aankomt, is het alsof je in een of ander gehucht bent beland, de dorpstavernes hebben er de grand cafés verdrongen. Het Astridplein: idem. Het Radisson Bluehotel, dat reusachtige misbaksel van legoblokken, is gewoon misdadig lelijk. Ik vind dat allemaal zeer erg.’

En Antwerpen by night?
Tuymans: ‘Ook het nachtleven is serieus achteruitgeboerd, maar dat is een mondiaal gegeven. Ook New York is, in vergelijking met de eerste jaren dat ik daar kwam, oersaai geworden. Dat heeft te maken met de almacht van het grote geld, de intocht van de superrijken en de segregatie die er het gevolg van is, en het tentoonspreiden van luxe die bij dat soort volk altijd grenst aan vulgariteit.’

‘Het kosmopolitische gevoel dat je in sommige grote steden had, het gevoel midden in een nieuwe, spannende wereld te staan waar vanalles kon gebeuren, is helemaal weg. In de plaats is het kosmopolitisme van de rijken gekomen: een designuniformiteit die compleet veilig is, compleet niet-avontuurlijk en compleet strontvervelend.’

Waarom bent u onlangs zelf naar het kekke Eilandje verhuisd?
Tuymans: ‘Omwille van de ruimte. We hebben nu een groot huis, 2.000 vierkante meter in totaal, met een paar terrassen, een gastenverblijf en een groot atelier voor Carla (zijn vrouw Carla Arocha, ook kunstenares, meestal in duo met Stéphane Schraenen, red.). Om dichter bij het water te zitten, ook. Maar het is nog altijd wennen. Er gebeurt bitter weinig in en tussen al die blokken. Soms heb ik het gevoel dat ik aan de kust woon.’

U bent in juli zestig geworden. Hebt u dat gevierd?
Tuymans: ‘Ja, maar zonder veel feestgedruis. Ik ben met Carla twee weken op vakantie gegaan, naar Santorini in Griekenland. We hebben er vooral veel in zee gezwommen.’

Gezwommen.
Tuymans: ‘Ik doe dat graag en ik kan het ook goed, al van jongs af aan. Ik heb het gevoel dat het lichaam en geest helpt te regenereren. Sinds we terug in België zijn, ben ik al een keer of drie naar de kust gegaan om te zwemmen.’

Voelt u het klimmen der jaren?
Tuymans: ‘Dat valt goed mee. Maar ik word geregeld met mijn neus op de harde feiten gedrukt, omdat ik het voorrecht heb mijn hele verouderingsproces te kunnen volgen op de foto’s die bij mijn interviews verschijnen, en op de bewegende beelden van mijn tv-optredens. Echte metaalmoeheid is er nog niet, maar een ‘nuit blanche’, uitgaan tot de ochtend, dat gaat niet meer zo vlot. En ook qua drankverbruik moet er, euh, worden bijgestuurd.’

Zijn er waarschuwingen geweest, lichamelijke klachten?
Tuymans: ‘Nee, het enige waar ik serieus last van heb gehad, is een stenose in mijn nek (een vernauwing van het halswervelkanaal, red.). Dat bleek vooral een erfelijke kwestie, maar het had toch ook met ouder worden te maken, want het was artrose. Twee, drie jaar lang heb ik zulke helse pijnen geleden dat het echt begrenzend begon te werken: fysiek, maar op de duur ook mentaal. Ik heb een operatie moeten ondergaan, en die is gelukt. Dat was wel even stressy, want een op de duizend mensen wordt na die ingreep van de nek af verlamd wakker.’

Al lang voor zijn zestigste verjaardag had Tuymans de internationale top bereikt. We vragen of hij eigenlijk nog onvervulde wensen of sluimerende ambities heeft.

‘In mij sluimert nu vooral de ambitie om een koffie te drinken’, antwoordt hij. We halen koffie en nieuwe drankvoorraad in Bar Oost, een café wat verderop in een oude treinwagon. Daar voorzien ze ons ook van extra hout. De fles bourbon die we voor hem hebben meegenomen- Jack Daniel’s, zijn huismerk - houden we nog achter de hand.

Tuymans neemt zelf de draad weer op. ‘Je wil natuurlijk altijd verder werken. Ik toch. Het volgende schilderij moet het allerbeste zijn! Dat is de aard van het beestje. Maar ik voel ook dat ik nu in een stadium ben gekomen dat ik mijn positie wil consolideren. Daarom heb ik de afgelopen tijd vooral hard gewerkt aan mijn ‘catalogue raisonné’, een overzicht van al mijn schilderijen, van het prille begin tot nu. Dat zal in drie boekdelen verschijnen. Deel een, met aardig wat werken die niemand ooit heeft gezien, is al uit. Deel twee volgt dit jaar nog, deel drie volgend jaar.’

Wat ziet u als u veertig jaar terugkijkt? Een ijzeren logica?
Tuymans: ‘Er is een voortgang die, euh, redelijk zinnig is. Het is vooral veel: ik heb intussen tussen zeshonderd en zevenhonderd schilderijen gemaakt, dus tekeningen, etsen, maquettes, polaroids en andere nevenproducten niet meegerekend.’

Soms kijk ik naar mijn werk en denk ik: wat voor godvergeten crap is dit? En soms is er totale euforie.

‘Schilderkunstig is er zeker een grote evolutie. In het begin is het werk zeer uitgezuiverd en minimaal, op het grafische af, maar gaandeweg gaat het schilderkunstige domineren. De formaten worden ook steeds groter. Omdat de ruimtes waar ik tentoonstelde groter werden, en omdat ik op een gegeven moment naar een ander atelier verhuisde: van een kleine kamer in de Kroonstraat in Borgerhout, naar het huidige waar ik op metershoge doeken kan werken.’

‘Op het moment van de internationale doorbraak paste ik me blijkbaar aan aan die schaalvergroting. Alsof ik mezelf letterlijk groter moest maken. Grappig.’

Ziet u ook de lacunes, de mindere momenten, de overduidelijke dips?
Tuymans: ‘Uiteraard. Er zijn wel wat dingen die me nu met een iets te grote haast gemaakt lijken. Het gebeurt dat mijn galeristen enige druk zetten om nieuw werk te kunnen meenemen naar een grote kunstbeurs. En een van mijn grote zwaktes is dat ik niet gauw nee zeg. Maar goed, die werken bestaan, ze zijn verkocht, dus je kan niet meer doen alsof ze er niet zijn. Ook in zo’n catalogue raisonné moet je integer blijven. Ik heb er een punt van gemaakt niets te verstoppen.’

Het is uw autobiografie in beelden.
Tuymans: ‘Sterker nog: het is mijn legacy, mijn nalatenschap. Het zijn de harde feiten. En dat is een enorme realitycheck. Er zijn momenten geweest dat ik er echt melancholisch van werd. Je ziet jezelf evolueren. Je ziet de professionalisering, maar ook de onschuld die je pertinent verliest. Je ziet dingen terug die onherroepelijk voorbij zijn.’

Doet die catalogue raisonné u ook wat achteroverleunen? Bijna zevenhonderd schilderijen: er is al veel volbracht.
Tuymans: ‘Hm, dat betwijfel ik. Wat wel zou kunnen... (aarzelt) Kijk, tot nu toe was twijfel de enige en eeuwige constante. Soms kijk ik naar mijn werk en denk ik: wat voor godvergeten crap is dit? En soms is er totale euforie. En zowat alle schakeringen daar tussenin. Misschien, hopelijk, trekt de catalogue raisonné een ferme streep onder die twijfel.’

Uw jeugd was niet gemakkelijk. U moest al op behoorlijk jonge leeftijd met uw moeder in het nachtleven gaan werken om de eindjes aan elkaar te knopen. Als je dan dertig jaar later een internationale kunstvedette bent: wist dat het verleden uit, maakt dat alles goed?
Tuymans: ‘Het wist niet alles weg, maar het maakt wel iets goed. Ik heb het genoegen mogen smaken om mensen die me ooit voor loser hebben versleten, lik op stuk te kunnen geven. Het is echt waar: de wraak is zoet.’

Ik laat me niet afleiden door het applaus, zelfs al klinkt het luid en in alle hoeken van de wereld.

‘Maar ik zal nooit vergeten waar ik vandaan kom. En ik denk niet dat het succes me fundamenteel heeft veranderd. Mijn moeder, die een minderwaardigheidscomplex had van hier tot aan het Sportpaleis, heeft me van jongs af aan ingeprent dat het nu misschien wel goed kan gaan, maar dat over tien seconden de wereld kan vergaan. Nu nog denk ik altijd eerst aan de verschrikkingen die kunnen gebeuren, en pas in allerlaatste instantie aan het mooie en het goede. Ik ben niet paranoïde, maar ik ben wel altijd op het ergste voorbereid. Wie een beetje over de menselijke natuur heeft nagedacht, zal moeten toegeven dat dat de enig juiste houding is.’

(stilte) ‘Ik kan me bijvoorbeeld niet voorstellen dat er mensen zijn die mijn werk écht goed vinden. Ik laat me niet afleiden door het applaus, zelfs al klinkt het luid en in alle hoeken van de wereld.’

Want wie u vandaag bejubelt, bejubelt morgen iemand anders.
Tuymans: ‘Dat zou zomaar kunnen. Alles is vergankelijk. Vandaar dat ik nu de behoefte voel me terug te trekken in mijn werk, uiteraard met vrijwaring van mijn scherpte en overtuiging. Ik ga niet voor de tweede of derde keer dezelfde ambitie koesteren. Ik ga niet op kinderachtige wijze proberen deze of gene stroming te omarmen om hip te worden bevonden. Dat zijn de dingen die nu eindelijk voorbij kunnen zijn.’

‘Ik heb nooit geprobeerd ergens bij te horen, dus ik ga dat op latere leeftijd zeker niet doen. Ouder en wijzer worden zonder blasé te zijn, dat is het streven. Ik moet de jongste tijd vaak denken aan de laatste werken van Rembrandt. Die was aan het einde van zijn leven behoorlijk uit de mode geraakt - hij is trouwens arm gestorven - maar is toch persistent verder blijven schilderen. Op hoge leeftijd heeft hij de meest onwaarschijnlijke werken gemaakt, omdat hij de moed, de trots en de volharding had om niet toe te geven aan wat anderen van zijn werk vonden. Het isolement waarin hij als kunstenaar zat, heeft zeker geholpen.’

Er zijn maar heel weinig mensen die goed kunnen dansen, en ik ben er een van.

‘De meeste mensen kunnen niet tegen eenzaam zijn, ik vind dat het grootste privilege dat je als kunstenaar hebt. En mijn isolement is nog veel extremer dan dat van veel hedendaagse kunstenaars. Ik werk niet met continu tien of twintig assistenten om me heen, ik maak alles zelf.’

Wie in Antwerpen de juiste feestjes frequenteert, kan u geregeld uitbundig en stijlvol zien dansen. Die uitgelaten, galante man op de dansvloer vertoont geen enkele gelijkenis met de arrogante kunstenaar met de grote bek voor wie u wel eens wordt versleten. Wonen er twee zielen in de borst van Luc Tuymans?
Tuymans: (lacht) ‘Er zijn maar heel weinig mensen die goed kunnen dansen, en ik ben er een van. Ik kan me daar volledig in laten gaan en alles vergeten. Ik heb een natuurlijk gevoel voor ritme. Dat moet aangeboren zijn, want ik heb in mijn hele leven nog nooit een plaat of een muziekopname gekocht. Mijn favoriete dansnummer is ‘The Message’ van Grandmaster Flash & The Furious Five. (zingt) Don’t push me, ‘cause I’m close to the edge. I’m trying not to lose my head. It’s like a jungle sometimes. It makes me wonder how I keep from going under.’

‘Bon, en dan dat verhaaltje van de arrogante kunstenaar. Kijk, ik heb een broertje dood aan al die lijdende kunstenaars die in een hoekje in hun broek staan te krabben, wachtend op het moment dat de mensheid het licht ziet en hen ontdekt. Ik ben het andere uiterste. Ik ben bereid aan iedereen uit te leggen waar mijn werk over gaat, wat het voor mij betekent en hoe en waarom ik het heb gemaakt. Als het moet met luider stemme, en in vier talen.’

‘Mijn schilderijen zijn nogal essayistisch, soms zelfs politiek: het verhaal is vaak een intrinsiek onderdeel van het werk. En die grote bek, dat is een klassiek afweermechanisme om persoonlijke en emotionele kwesties buiten de deur te houden. Nog zo’n syndroom dat dateert uit mijn jeugd.’

©Karoly Effenberger

Geweld en macht zijn terugkerende thema’s in uw werk. Niet weinig van uw verzamelaars verpersoonlijken economische macht. Gaan ze met u anders om dan met kunstenaars die vrijblijvender werk maken, werk dat geen politiek randje heeft?
Tuymans: ‘Ik vermoed dat sommigen van die mensen mijn werk inderdaad kopen vanuit een, hoe moet ik dat noemen, pervers genoegen. Ik zie daar de ironie wel van in. (doceert) Luister, in de loop van mijn carrière zijn er enkele belangrijke verschuivingen gebeurd die de kunstwereld totaal hebben veranderd. Allereerst: de kunstmarkt is geglobaliseerd. Er zijn ontelbaar veel nieuwe rijken bijgekomen, in Europa en de VS, maar vooral ook in Rusland, de Arabische wereld en Azië. De volledige controle houden over wat er met je werk gebeurt en bij wie het terechtkomt, is onmogelijk geworden. Dat kan alleen nog als je zeer lokaal bezig bent en er niet van moet leven. Maar ik leef, ik besta bij de gratie van die geglobaliseerde kunstmarkt. Ik kan dat systeem bekritiseren, ik kan mijn kop in het zand steken en doen alsof het niet bestaat, maar dat zal er niks aan veranderen.’

Zijn er soms gewetensconflicten?
Tuymans: (windt zich op) ‘Als iemand schatrijk wordt met pakweg inlegzolen te maken, heeft niemand daar problemen mee. Als een kunstenaar schatrijk wordt, wordt hij scheef bekeken.’

‘Waarom eigenlijk? Bij een kunstenaar is het meestal op eigen merites. De kans is groot dat hij eerst jaren zwarte sneeuw heeft gezien en extreme risico’s heeft genomen, soms zelfs zijn leven heeft gegeven, om iets te creëren dat uiteindelijk erkend wordt als cultureel erfgoed en gevalideerd als symbolisch kapitaal. Waarom zou een sterarchitect schandalig veel geld mogen verdienen en een kunstenaar niet?’

‘Gewetensconflict? Fuck that, überhaupt niet!’

Wat als een Russische maffiabaas of een aangebrande oligarch werk van u wil kopen?
Tuymans: ‘Je kent wellicht die beroemd geworden passage uit ‘The Third Man’ waarin Orson Welles zegt: ‘In Italië waren de Borgia’s dertig jaar aan de macht, ze veroorzaakten oorlogen en terreur, moord en bloedvergieten, maar ze brachten ook Michelangelo, Leonardo da Vinci en de renaissance voort. In Zwitserland was er vijfhonderd jaar vrede en democratie, en wat brachten de Zwitsers voort: de koekoeksklok!’’

‘Dat was een reusachtige vergissing van Orson Welles, want hij vergat te vermelden dat de Zwitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog honderden kunstwerken van Joodse kunstenaars hebben ontvreemd en al het nazigoud hebben verstopt. Maar dat is het antwoord op uw vraag: vroeger waren het de maffiabazen van toen die zich omringden en legitimeerden met kunst, en nu zijn het de maffiabazen van nu.’

Zijn er verzamelaars met wie u bevriend bent, of zou kunnen zijn?
Tuymans: ‘Natuurlijk. Gelukkig is het geen wereld met alleen maar haaien die je diep moet wantrouwen.’

‘Er zijn legio mensen bij wie je een oprechte liefde en passie voor de kunst voelt. Zeker bij de verzamelaars van het eerste uur, die niet noodzakelijk tot de meest vermogenden van de planeet behoren. Maar ook bij sommige internationale captains of industry, die hun verzamelingen steeds meer onderbrengen in stichtingen en foundations, hun eigen musea oprichten en zo hun passie met het publiek delen. (grijnst) Ik ben ook zeer goed met royals en celebrity’s.’

Hoeveel geld, geluk en succes je ook hebt, er komt een punt waarop je gaat verliezen.

‘Het is een opluchting dat de macht soms nog een menselijk gezicht krijgt. Dat zijn ook de mensen aan wie je het liefst verkoopt, omdat je bij hen het gevoel hebt dat het iets betekent, en dat het dus in goede handen is. Ik héb al verkopen afgeschoten omdat ik vermoedde dat de betrokken verzamelaar niet geheel bonafide was, of bovenal speculatieve bedoelingen had.’

Die positie hebt u toch nog?
Tuymans: ‘Ja, die heb ik. Ik doe dat uiteraard in samenspraak met mijn galeriehouders, met Frank Demaegd van Zeno X en David Zwirner. Ook wat dat betreft staat de wereld op z’n kop. Vroeger waren het de meest vermogenden onder de kunstverzamelaars die automatisch in poleposition zaten als er iets te koop was. Tegenwoordig zijn het de galeries die bepalen wie wat mag kopen, en tegen welke prijs. Omdat er voor de grote namen uit de hedendaagse kunst gewoon te veel gegadigden zijn. Dat gaat zo ver dat ik soms nieuw werk moet verstoppen wanneer er verzamelaars op atelierbezoek komen. Anders willen ze te veel. Of alles.’

Dat is nog eens een luxeprobleem.
Tuymans: ‘Inderdaad, het houdt me dan ook amper bezig. Je wordt geen kunstenaar om razend veel geld te verdienen. Je hebt een plan, een missie, een streven, en heel je leven staat in het teken daarvan. Maar gaandeweg besef je dat het nooit perfect zal zijn, hoeveel geluk en succes je ook hebt. Er komt hoe dan ook een punt waarop je gaat verliezen. Al was het maar omdat je gegarandeerd sterft. De vraag is dus niet hoe je wint, maar hoe je verliest.’

Hoe wilt u verliezen?
Tuymans: ‘Het liefst zou ik sterven in een taxi. Ik heb geen rijbewijs, dus ik heb heel veel in taxi’s gezeten in mijn leven.’

‘Ik vind dat een fantastisch vervoermiddel: een beetje geïndividualiseerd, maar toch sociaal. Bij de maatschappij waar ik hier in Antwerpen altijd een beroep op doe, Antwerp-Tax, zijn er chauffeurs die ik al decennia ken. Het grote voordeel van een taxichauffeur die weet wie je bent, is dat je na een nachtje stappen nog maar een paar woorden moet kunnen uitbrengen: ‘Ik wil naar huis.’ Dat is me al vaak goed van pas gekomen.’

‘Als het zover is, stel ik me voor dat ik met mijn astrale lichaam boven de taxi zweef, terwijl de chauffeur mijn fysiek omhulsel op de achterbank uit alle macht probeert wakker te krijgen. Dat lijkt me de perfecte dood.’

Het vuur sterft ook uit, want het begint te regenen in Borgerhout. We hebben nauwelijks gedronken, en niets gegeten. Als we opkrassen, is het aardedonker op Parking Spoor Oost. Tuymans vraagt om een lift naar het stadscentrum. Hij heeft - rasechter kan een sinjoor niet zijn - nog trek in een snack van Frituur Number 1. Hij overleeft de taxirit.

Op 19 september opent in Zeno X Gallery in Borgerhout de expo ‘Four times sixty - anniversary exhibition’, met werk van Luc Tuymans, Dirk Braeckman, Jan De Maesschalck en Kees Goud-zwaard, vier kunstenaars van de galerie die dit jaar zestig worden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content