Met Michael Caine naar de swinging sixties

Michael Caine keert in ‘My Generation’ terug naar plekken die Londen in de energieke jaren 60 tekenden. ©paradisio

In de documentaire ‘My Generation’ gidst de Britse filmlegende Michael Caine ons door het flitsende Londen van de jaren 60. Je voelt voortdurend hoezeer Caine die periode een warm hart toedraagt.

‘Ik voel me zo’n beetje de grootvader van deze generatie’, vertelt acteur Michael Caine, vandaag 85, in een archiefinterview aan het begin van de documentaire ‘My Generation’. De acteur was al 30 toen hij zijn eerste grote rol te pakken kreeg, in de historische oorlogsfilm ‘Zulu’. Ironisch genoeg ging het om een personage dat per definitie niet voor hem weggelegd leek: een Britse officier. Groot-Brittannië was op dat moment door en door een klassenmaatschappij, en een acteur die zoals Caine afkomstig was uit de arbeidersklasse moest er niet op rekenen dat hij ooit iemand van de hogere klasse zou kunnen spelen.

De trailer van 'My Generation'.

Caine is de ideale persoon om het over de swinging sixties te hebben, omdat hij de vergelijking kan maken met de periode die voorafging. ‘Toen ik jong was, gingen mijn vrienden en ik vooral naar Amerikaanse oorlogsfilms kijken’, vertelt hij. ‘Die hadden het tenminste over gewone soldaten. De Britse oorlogsfilms voerden enkel officiers op, met wie we totaal geen voeling hadden.’ De bovenklasse zwaaide de plak in Engeland, de middenklasse en de arbeidersklasse liepen braaf in het gareel.

In de jaren 60 kreeg die ingebakken vooroorlogse mentaliteit een fikse tik. Toen Caine drie jaar na ‘Zulu’ in de tragikomedie ‘Alfie’ een volbloed cockney neerzette, werd hij het gezicht en de stem van een generatie jongeren, die er als eerste in slaagde haar smaak, moraal en ideeëngoed op te dringen. Tussen 1965 en 1967 groeide Londen, een stad die voordien grauw en troosteloos was, uit tot het epicentrum van de popcultuur. Groepen als The Beatles en The Rolling Stones, designers als Mary Quant en Vidal Sassoon, fotografen als David Bailey en Brian Duffy, fotomodellen als Twiggy en Jean Shrimpton, visuele kunstenaars als David Hockney, acteurs als Terrence Stamp en uiteraard Michael Caine, iedereen kende iedereen en trok met elkaar op. Londen was de meest opwindende artistieke smeltkroes ter wereld en had een enorme internationale aantrekkingskracht en invloed.

Eenzijdig

Die explosie van jeugdige energie en creativiteit is ook de voornaamste troef van de documentaire ‘My Generation’. Michael Caine, de drijvende kracht achter de film en de gids doorheen de tijdschets, liep al jaren rond met het idee om iets te maken over die unieke periode. Het project raakte in een stroomversnelling toen hij kennismaakte met tv-producent Simon Fuller (bekend van onder meer de ‘Pop Idol’-franchise), een enorme fan van de muziek uit die tijd. Ze namen contact op met regisseur David Batty, wiens team vervolgens zes jaar lang in de vier windstreken archieven uitkamde.

Batty besloot zich voornamelijk te concentreren op Caines herinneringen. Het geeft ‘My Generation’ een duidelijke focus, maar levert ook een eenzijdig - lees: mannelijk, blank en heteroseksueel - document op. Van iemand als Jimi Hendrix is bijvoorbeeld geen spoor. De enige invalshoek die telt, is Caines stokpaardje: de wonderbaarlijk succesvolle emancipatie van jongeren uit de arbeidersklasse.

Londen was in het midden van de jaren 60 de meest opwindende artistieke smeltkroes ter wereld.

Als je in aanmerking neemt dat ‘My Generation’ een persoonlijke visie weergeeft, valt er echter veel plezier aan te beleven. De documentaire geeft in anderhalf uur een massa informatie mee, opgedeeld in drie hoofdstukken: opkomst, hoogtepunt en verval. Je voelt voortdurend hoezeer Caine die periode in het hart draagt en hoeveel warme herinneringen hij eraan koestert. Die maakt hij ook los bij de vrienden en kennissen met wie hij - buiten beeld - terugblikt, van Marianne Faithfull over Paul McCartney tot Roger Daltrey.

Batty maakt bovendien gebruik van talloze popsongs uit die tijd, die vaak scherpe commentaar gaven bij de gang van zaken en als een soort Grieks koor fungeren. Onderweg raakt de film ook andere sociale evenementen aan, zoals de seksuele revolutie en de oorlog in Vietnam, maar meer dan een zijdelingse referentie krijgen die niet. Misschien komt dat nog, want Batty legt de laatste hand aan een zesdelige tv-serie over de swinging sixties, samengesteld uit het vele materiaal waarvoor hij in de documentaire geen plaats vond.

‘My Generation’ speelt vanaf deze week in de bioscoopzalen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content