Na de donaties volgt de moraal

Activisten protesteren voor de piramide van het Louvre tegen de financiële banden met de omstreden Amerikaanse mecenasfamilie Sackler. ©AFP

De royale donaties van mecenassen zijn een zegen voor veel musea. Maar als blijkt dat ze afkomstig zijn van dubieuze activiteiten, worden ze ongemakkelijk. Een verhaal over verslavende pijnstillers, traangasgranaten en een klimaatonvriendelijk diner.

Het Louvre was niet van plan er veel ruchtbaarheid aan te geven. Maar dat was buiten een fotograaf van Associated Press gerekend. Hij merkte op dat het Franse museum een klungelige poging had ondernomen om zijn banden met de filantropenfamilie Sackler, bekend van de verslavende pijnstiller OxyContin, uit te wissen.

Eind jaren negentig vernoemde het Louvre een vleugel met Perzische en Levantijnse kunstvoorwerpen naar de steenrijke familie, die zo’n 8 miljoen euro had gedoneerd. Maar de voorbije maand plakte het museum de bordjes die naar de Aile Sackler verwezen netjes af met grijze tape. Van een gedenkplaat resten alleen nog de omtrek en de gaten in de muur. En ook op de website komt de naam Sackler niet langer voor.

De dubieuze donaties van de familie Sackler

Purdue Pharma, eigendom  van de Sackler-dynastie, lanceerde in 1995 de pijnstiller OxyContin. Sindsdien stierven in de VS al meer dan 200.000 mensen aan een pijnstiller- gerelateerde overdosis.

>  Al in 2007 pleitte het Amerikaanse bedrijf schuldig aan de federale klacht dat het dokters, patiënten en toezichthouders heeft misleid over het verslavingsrisico. De schikking kostte meer dan 600 miljoen dollar. Vandaag lopen nog honderden rechtszaken.

>  De afgelopen decennia schonken de Sacklers via vijf stichtingen geld aan onder meer Tate Modern, Oxford University,  het Guggenheim, het American Museum of Natural History, het Louvre, het Metropolitan Museum of Art, het Victoria and Albert Museum en tal van universiteiten en kunstinstellingen in de VS en Europa.

> Er zijn niet altijd banden met OxyContin-geld. Arthur M. Sackler, die met zijn foundation onder meer het Smithsonian financierde, stierf in 1987, acht jaar voor het medicijn op de markt kwam.

 

Het Louvre sluit zich aan bij een rist internationale musea die de handen aftrekken van de Sacklers. Jarenlang ondersteunde de familie kunstinstellingen met royale donaties. Maar dat geld is toxisch geworden. Purdue Pharma, het bedrijf waarmee de Sacklers hun fortuin verdienden en in 1995 OxyContin - ‘heroïne in pilvorm’ - op de markt brachten, wordt mee verantwoordelijk geacht voor de opioïdenepidemie in de Verenigde Staten. Het wordt de dodelijkste drugscrisis in de Amerikaanse geschiedenis genoemd.

Maar het Louvre verwees in zijn verklaring niet naar de controverse. ‘Protocol’, klonk het. De overeenkomst met de Sacklers uit 1996-1997 liep maar twintig jaar en het museum was vergeten de bordjes te verwijderen en de zalen te hernoemen. De timing maakt die uitleg moeilijk te geloven. Het Louvre verwijderde de verwijzingen naar Sackler zo’n twee weken nadat activisten op straat hadden geëist: ‘Louvre, take down the Sackler name.’

De doortastende aanpak van het Louvre is opvallend. Het Metropolitan, het Guggenheim, Tate en de Portrait Gallery lieten pas na een lange periode van protest weten geen geld meer te aanvaarden van de familie. De kans dat zij de naam Sackler schrappen, is wegens contractuele verplichtingen klein.

Meer effect

Privésteun aan musea wordt steeds meer, en steeds kritischer, onder de loep genomen. In het Verenigd Koninkrijk laaide de discussie rond BP vorige maand opnieuw op nadat bekende kunstenaars als Anish Kapoor, Sarah Lucas en Antony Gormley de National Portrait Gallery in een open brief hadden aangespoord met de oliegigant te breken.

In de Verenigde Staten ligt de miljardair en vastgoedontwikkelaar Stephen Ross, die onder meer in de raad van bestuur van het gigantische cultuurcentrum The Shed zit, onder vuur omdat hij een fundraiser voor de Amerikaanse president Donald Trump organiseerde.

Museumactivisme is niet nieuw. Al in de jaren zestig bedekten activisten zich met koeienbloed om het ontslag van de Rockefellers uit de raad van bestuur van het Museum of Modern Art te eisen. Eind jaren tachtig rees protest tegen de museumsponsoring van de tabaksreus Philip Morris.

Maar terwijl de acties destijds weinig uithaalden, hebben ze tegenwoordig wel effect. Eind vorig jaar bedankten het Metropolitan en het Brooklyn voor geld uit Saoedi-Arabië nadat bewijs was gegroeid dat het land betrokken was bij de moord op de Saoedische Washington Post-journalist Jamal Khashoggi.

In amper een jaar zijn de fundamenten van musea in vraag gesteld.
Holland Cotter
Kunstcriticus

In april van dit jaar schrapte het American Museum of Natural History een diner ter ere van de extreemrechtse en de weinig klimaatvriendelijke Braziliaanse president Jair Bolsonaro in zijn museumzalen, nadat critici hun ongenoegen hadden geuit.

Bij het prestigieuze Whitney Museum of American Art in New York rolden intussen al koppen. Warren Kanders, bestuurslid en geldschieter, moest enkele weken geleden opstappen nadat was gebleken dat aan de Amerikaans-Mexicaanse grens traangasgranaten van zijn bedrijf waren ingezet tegen asielzoekers, onder wie kinderen. Een storm van protest stak op, met maandenlange acties in en rond het museum, rumoer op sociale media en verschillende kunstenaars die zich uit een belangrijke expo terugtrokken.

Dat het protest heeft gewerkt, zou andere activisten kunnen prikkelen en tot meer protest kunnen leiden. ‘Elke museumdirecteur kijkt nu naar ons en vraagt zich af: ‘Als het Whitney een doelwit is, wat gaat er dan met ons gebeuren?’’, zei Whitney-directeur Adam Weinberg.

‘De discussie is opengetrokken’, verklaart de Amerikaanse museumconsultant Susie Wilkeningde ommekeer. ‘Bezoekers zijn veel nauwer betrokken bij de problematiek. Dat is onder meer de danken aan de sociale media. Er is een groeiend besef van hoe musea worden gefinancierd, en een groeiende verwachting dat musea transparant moeten zijn. En dus zeggen steeds meer mensen: ‘Ho, wacht eens even...’ Ik denk dat we steeds meer Sackler-kwesties zullen meemaken.’

Pascal Gielen, hoogleraar cultuursociologie aan de Universiteit Antwerpen, betwijfelt dat het hier zo’n vaart loopt. In de VS zijn privédonors, mecenassen en sponsors het levensbloed van musea. In België zit het cultuurbestel anders in elkaar. ‘Wij hebben geen rijke bestuursraden, omdat we gewoon gesubsidieerde musea hebben.’

Publiek geheim

Maar ook hier bestaat privésponsoring in de cultuursector. En Gielen ziet het ethisch bewustzijn daarover groeien. Of zich dat ook in daden vertaalt, is nog de vraag. ‘Vaak blijft het bij een discours. We weten dat er veel zwart geld in het kunstcircuit circuleert, en vaak weten we niet hoe ‘vuil’ dat geld is. In hun werk mogen kunstenaars het dan over politieke issues hebben, als het over de financiering of hun broodheren gaat, zwijgen ze.’

Die dubbele moraal zie je ook bij musea. Het is een publiek geheim dat heel wat ethisch twijfelachtige bedrijven of mensen culturele goodwill kopen. Musea zijn constant op zoek naar fondsen om hun missie te voeden. Moeten ze nu iedereen gaan screenen? Tegelijk vragen ze zich af of ze dan niet te veel kapitaal mislopen.

Volgens Wilkening is het dansen op een slappe koord. ‘Nemen musea twijfelachtig geld aan, dan krijgen ze kritiek. Doen ze het niet, dan krijgen ze te horen dat ze hun financiën niet op orde krijgen of dat ze aan censuur doen.’

De kans is groot dat de kwestie een topic wordt in de wandelgangen van het aankomende congres van het International Council of Museums. Onder de 40.000 leden woedt alvast een stevige discussie. Sommigen willen de definitie van museum aanpassen om er ook ‘sociale rechtvaardigheid, wereldwijde gelijkheid en planetair welzijn’ in onder te brengen. Maar veel anderen vinden dat te politiek.

Er zal ongetwijfeld nog veel inkt over vloeien. ‘In amper een jaar zijn de fundamenten van musea - het geld dat hen in stand houdt, de kunst waarmee ze zich vullen, de mensen die hen runnen - in vraag gesteld. En aan die discussie komt voorlopig geen einde’, schreef Holland Cotter, de beroemde kunstcriticus van The New York Times.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect