Advertentie

‘Op de fiets mis je veel schoonheid van Parijs'

Dirk Velghe, kenner van de lichtstad Parijs. ©ANTONIN WEBER / HANS LUCAS

Met boeken over Parijs zijn bibliotheken gevuld en toch voegt ‘De ziel van Parijs’ van Dirk Velghe verhalen toe die we niet kenden. Over mensen en hun rol in wijken van de Franse hoofdstad. Wandelend door die wijken leer je hen kennen, en de stad die Adolf Hitler veroverde, maar waar hij zelf amper drie uur verbleef.

We lezen eerst een stukje.

Blz. 79, onder de titel ‘De gele trui van Lenin’: ‘Een fiets is duur in die tijd. Boven de honderd franc. De coureur in Lenin verzorgt de stalen rossen met zorg. Gewetensvol vet hij ze helemaal in voor een korte winterslaap in de kelders van de Rue Marie-Rose. Maar bij de eerste lentestralen komen ze opnieuw tevoorschijn. Toegewijd poetst hij ze op, verifieert de banden en pompt ze weer op.’

We zitten in Café de la Paix van het Intercontinental Paris Le Grand-hotel in de Rue Scribe. De zon verblindt Dirk Velghe, het is een prachtige eerste herfstdag van 2021. We zitten ook midden in deel 1 van zijn boek, ‘Rechteroever West’ is dat, een van de vijf grote wandelingen door de Franse hoofdstad die je via ‘De ziel van Parijs’ kan maken.

Hij zegt: ‘Ik heb een enorme bibliotheek met boeken over Parijs, dus ik wilde daar niet het zeshonderdste boek bij leggen. Ik wilde er alleen figuren en verhalen in die ik na mezelf dertig jaar te verdiepen in deze stad nog niet kende. Die wilde ik delen. Misschien ook een beetje om aan mijn kleinkinderen cadeau te doen. (met een lachje) Het zou me plezier doen als zij later de stad op die manier ontdekken.’

Het zou me plezier doen als mijn kleinkinderen later Parijs op mijn manier ontdekken.
Dirk Velghe
Parijskenner

Een van die verhalen is dus dat van Vladimir Iljitsj Lenin, de man voor wie we straks naar de Salle Labrouste in de bibliotheek van het Institut National d’Histoire de l’Art stappen. Dat hij van 1908 tot 1912 in Parijs verbleef, is historische kennis. Maar dat aan hem een mogelijke Tour de France-winnaar verloren ging omdat hij zo nodig de Russische Revolutie van 1917 moest voorbereiden, wisten wij alvast niet. Velghe allicht evenmin toen hij meer dan 35 jaar geleden als lid van de wijnblindproefclub Les grains nobles een eerste uitstap naar Parijs organiseerde.

‘Het internet bestond toen nog niet. Als ik dus iets las over Parijs, scheurde ik het uit en stopte het in een map’, zegt Velghe, ex-CEO van Mediafin en vandaag nog altijd voorzitter van de raad van bestuur. ‘Natuurlijk wilde ik voor zo’n uitstap niet naar het Louvre of de Eiffeltoren. Ik zocht andere routes. Toen ik dan enkele jaren geleden stopte als CEO, richtte ik samen met Raf Vandenbussche Mirakelhof op, waarmee ik voor kleine groepjes van een man of zes wandelingen door Parijs organiseer. In de stad die een stuk van mijn leven werd.’

©ANTONIN WEBER / HANS LUCAS

Er zit trouwens Parijs bloed in Velghes aderen: zijn grootmoeder van vaderskant heette Coralie Thienpont en had een hoedenwinkel in de stad. Hij herinnert zich dat hij, als kind, op zijn poep op het tapijt naast zijn grootvader zat en op tv meekeek naar een toespraak van général de Gaulle: ‘Français, Françaises, aidez-moi’, het zijn woorden die door zijn kinderhoofdje beierden en hem allicht toen al een liefde voor taal, land en stad gaven.

Rechteroever West, dus, daar zitten we en hier zullen we vandaag rondlopen. Het is wel het drukke Parijs, dat van de grote boulevards, de banken, het Palais Royal, de Opéra Garnier, dat deel van de stad dat volgens Velghe ‘voor meer dan 65 procent Haussmann-impacted is’. Georges-Eugène Haussmann was de man die de Franse hoofdstad in de tweede helft van de 19de eeuw volledig hertekende. Maar uitgerekend daarin dan de vaak onbekende parels vinden, is het mooie. Dat doe je trouwens het best te voet, vindt Velghe. ‘Sommige mensen spreken me over Paris à vélo, maar geloof me: op de fiets mis je veel schoonheid van Parijs. Je kan het veel beter te voet doen.’ Alleen Lenin fietste gelukkig wel.

Met goud belegd

Ver moeten we niet gaan voor de eerste parel. Velghe loopt door de darmen van het Intercontinental Paris Le Grand - ‘volg me maar’ - via een trap komen we in de werkelijk magnifieke Salle Opéra, een zaal die met goud belegd lijkt. Er kunnen zeshonderd mensen in die zich vergapen aan de pracht van zuilen, lusters, wandschilderingen, tapijten, spiegels. Het hotel opende in 1863, naast het Hotel du Louvre een van de twee gigantische hotels in deze buurt.

©ANTONIN WEBER / HANS LUCAS

‘Het werd pal naast een grote bouwput geopend, de Opéra ging immers pas in 1875 open. Het was een buurt die ontwikkeld werd omdat Napoleon III Londen - dat al veel langer een beurs had - niet alleen qua grandeur, maar ook financieel-economisch wilde inhalen. Hij deed daarvoor een beroep op de broers Emile en Isaac Pereire. Die mannen richtten Crédit Mobilier op, ze haalden geld op bij particulieren en legden spoorwegen aan, gingen mijnen uitbaten, richtten scheepswerven op en ontwikkelden ook Arcachon. En ze gingen in directe concurrentie met de Rothschilds. Ze waren vaste klanten op de feesten die Napoleon en keizerin Eugénie gaven in Compiègne, feesten die je vandaag netwerkevenementen zou noemen.’

Uiteindelijk zijn veel van hun bedrijven failliet gegaan en overleefden de Pereires maar door de verkoop van veel activa. ‘Hun ondergang werd trouwens de voorloper van de ondergang van Napoleon zelf in 1870’, vertelt Velghe. ‘Maar terwijl de Rothschilds veel robuuster waren en wel overleefden met eigen kapitaal, waren de Pereires meer sexy. En dan is het wel grappig dat er wel een Boulevard Pereire is, terwijl de Rothschilds het ocharme met een Impasse Rothschild moeten stellen.’

Blz. 252, onder de titel ‘Hitler op citytrip’: ‘Eerste halte is de Opéra Garnier. Duitse officieren hebben alle lichten aangestoken. Het goud van de balzaal glanst en weerkaatst alom in de hoge spiegels. ‘Schitterend! Uitzonderlijk prachtige proporties’, roept de Führer opgewonden uit. (…) Dit is het mooiste theater van de wereld! Zoiets moeten we ook in Berlijn bouwen, Herr Speer!’

Het is 23 juni 1940. Om 5.30 uur landt Adolf Hitler met zijn Condor op Le Bourget, om 8.30 uur zal hij vanop dezelfde luchthaven weer vertrekken. Het zullen de enige drie uren zijn die de Duitse leider ooit in de door hem veroverde hoofdstad verblijft. Het is een prachtig verhaal. Dat dus hier begint, in deze buurt, maar dat in die drie uur ook elders in Parijs en in zijn boek uitwaaiert. Maar wij lopen nu langs die Opéra Garnier en fluiten, voor één keer met Hitler, bewonderend mee. Het gebouw is dus te danken aan Napoleon III, de oprit voor zijn koets (die hem voortaan beschermde tegen bomaanslagen zoals die in de Rue Le Peletier die twaalf levens kostte) is er nog altijd.

Deur van 18 ton

Iets verder stappen we het gebouw van de Société Générale binnen - ‘volg me maar’ - recht naar La Salle des Coffres, waar een immense cirkelvormige deur van dik staal de toegang kan afsluiten. De deur alleen weegt 18 ton. ‘Ze is door Fichet gemaakt’, zegt Velghe. ‘De echtgenotes of minnaressen van de notabelen die naar de opera kwamen, konden met hun koetsen naar binnen rijden. Daar deden ze hun juwelen en armbanden om, gingen naar de voorstelling kijken en na de voorstelling kwamen ze die opnieuw in hun kluizen stoppen. Makkelijk toch?’

©ANTONIN WEBER / HANS LUCAS

Dat we hier staan, is uitzonderlijk. Maar ook boven, in de lokettenzaal van de bank, kun je je ogen uitkijken. Jacques Hermant was de architect, hij gebruikte overvloedig glasramen en voor wie hier wat centen van zijn rekening komt halen, is het elke dag Open Monumentendag. Alleen computers tonen dat we in de 21ste eeuw zitten. En de oude, zo te zien manueel te verstellen datumaanduidingen op de ijzeren zuilen: 21 september 2021.

Rue du 4 Septembre: ‘Kijk, restaurant Drouant, in een zaaltje op de eerste verdieping komt elk jaar de jury van de Prix Goncourt samen om te beslissen wie de boekenprijs wint.’

Rue Monsigny: ‘Bouffes Parisiens is het theater waar Arletty (pseudoniem van actrice Léonie Bathiat, red.) optrad. Ze was al voor de Tweede Wereldoorlog een van de grote filmsterren in Frankrijk, ze verdiende voor die tijd al fortuinen. Maar tijdens de oorlog werd ze verliefd op een Duitse officier, Hans Jürgen Soehring, en ze raakte zwanger. Ze besloot het kind niet te houden. Ze was bezig met de opnames van de film ‘Les Enfants du Paradis’ en realiseerde zich dat haar kind nooit een paradijskind zou zijn. Na de oorlog moest ze even onderduiken en uiteindelijk verscheen ze toch voor een volkstribunaal. Waar ze opviel door haar grote mond. ‘Als jullie niet wilden dat ik met een Duitser zou slapen, hadden jullie ze maar niet moeten binnenlaten’, zei ze. En nog veel gevleugelder was haar uitspraak: ‘Mon coeur est français, mais je vous avoue que mon cul est international.’ Of ze dat zelf verzonnen had, is niet zeker. Wellicht is het geschreven door de auteur van ‘Les Enfants du Paradis’. In de officiële transcriptie van haar verhoor kom ik die uitspraak niet tegen. Maar het zou kunnen, met haar stoute bek.’

Passage Choiseul: ‘Voor de auto er was, reden in Parijs paarden met koetsen rond. Dat leverde natuurlijk veel vuiligheid, mest en stank op. Daarom waren de percements, de doorsteken tussen twee straten, zo geliefd bij vastgoedmakelaars. Daar konden geen paarden door. Toen grootwarenhuizen als Lafayette en Printemps kwamen, raakten ze wat in verval, maar ondertussen zijn die passages toch weer helemaal opgekalefaterd. Deze Passage Choiseul komt voor in Célines boek ‘Mort à crédit’.’

Fauteuil d’amour

Dan komen we in de Rue Chabanais. Velghe wijst op een huis met nummer 12. Mooi, maar niet meteen iets bijzonders. Het is opgeknapt, er is kantoorruimte. Maar eind 19de eeuw was alles anders. Edward VII, van 1901 tot 1910 koning van het Verenigd Koninkrijk, was zot van Parijs en kwam er vaak. En graag. In dit huis. ‘Dit was vroeger hotel Le Chabanais, eigenlijk een topbordeel, het maison close van madame Kelly. Bij de opening van de Eiffeltoren kwamen alle gekroonde hoofden naar Parijs en na de officiële receptie verdwenen ze allemaal voor een ‘bezoek aan de voorzitter van de senaat’. Nu had die man een cv dat zo boeiend was als opdrogend mastiek, in werkelijkheid bleken al die hoge gasten zich in een van de twintig themakamers van Le Chabanais te bevinden. De ene was De Hooizolder, de andere De Tipi of De Japanse Tatami, en ook Edward VII was er. Hij had er een speciaal voor hem ontworpen fauteuil d’amour, ook wel een chaise de volupté genoemd, gemaakt door een stielman van de faubourg Saint-Antoine. Het was een drie- of vierzit. Dat gebeurde dus allemaal hier.’

Een ‘bezoek aan de voorzitter van de senaat’ eind 19de eeuw was in werkelijkheid een visite aan het topbordeel Le Chabanais.
Dirk Velghe

Wandelend en meanderend belanden we plots weer aan het begin van dit verhaal. In het citaat van Lenin, hoewel de bolsjewiek natuurlijk niet alleen in Parijs was om te fietsen. We zijn in de Rue de Richelieu en Velghe - ‘volg me maar’ - neemt ons mee naar de bibliotheek waar Lenin zich over dikke boeken boog. ‘De bibliotheek heeft twee grote leeszalen en je waant je tegelijk een beetje in een boek van Harry Potter en in Byzantium. Vroeger was dit de Bibliothèque Nationale, tot die verhuisde naar de Bibliothèque Mitterrand. Maar alle boeken over kunst, fotografie en zelfs originele partituren van Mozart zitten hier.’ In de zaal Labrouste, vernoemd naar architect Henri Labrouste die ze in 1863 ontwierp, zit het vol studenten en andere mensen die in stilte opzoekingen doen. Natuurlijk is de laptop dichtbij, maar je kijkt naar al die boeken die rondom het decor maken en Velghe wijst op een detail. Hij schreef erover:

‘Maar het belangrijkste voor de bevroren bolsjewiek zit onder de tafels, waar door lange buizen warm water circuleert. Lenin warmt er zijn ijsklompen aan. Onvoorstelbaar voor die tijd. ‘La salle de lecture est une combinaison savante de l’héritage architecturale et des techniques nouvelles.’ Het is hier dat de opgejaagde bolsjewiek ontdooit en rust vindt. Inspiratie ook. Hij laat boeken aanrukken à volonté.’

©ANTONIN WEBER / HANS LUCAS

Anders geschreven: het is hier dat Lenin de Revolutie voorbereidt. In de zaal Labrouste werd wereldgeschiedenis geschreven. En vandaag warmen studenten zich nog altijd aan dezelfde buizen.

En passant, door de prachtige Galerie Vivienne, vertelt hij het verhaal van de eerste privédetective van Parijs. We lopen in de buurt van de Banque Nationale over de ondergrondse goudvoorraad van Frankrijk. Op de Place des Petits-Pères zat ooit de Banque Louis Dreyfus, die in WO II opgeëist werd door het Commissariaat-Generaal voor Joodse Zaken, een bijzonder droevig stuk Franse geschiedenis. Zo valt opnieuw de naam van François Mitterrand. Velghe is voorzichtig. ‘Er bestaat een Mitterrandôlatrie in Vlaanderen’, zegt hij. ‘Hij wordt nog altijd als ‘le grand homme de la gauche’ gezien en hij heeft grote bouwwerken verricht. Maar voor mij is hij op alle vlakken van zijn voetstuk gevallen.’

Mitterrand wordt nog altijd als ‘le grand homme de la gauche’ gezien, maar voor mij is hij op alle vlakken van zijn voetstuk gevallen.

Dat heeft met Mitterrands oorlogsverleden te maken, met zijn banden met het Vichy-regime. ‘Het is moeilijk voor te stellen dat hij niet geweten heeft dat kinderen uit de klassen zijn gehaald en moeders en grootmoeders in de Velodroom van Parijs werden samengetroept om weggevoerd te worden. Na de oorlog is hij met Danielle Gouze getrouwd om zijn Vichy-verleden te verbergen. Hij hoopte zo een ticket van de grote weerstandsfamilies te bemachtigen. Mitterrand heeft altijd twee ijzers in het vuur gehouden en op het gepaste moment haalde hij het juiste ijzer eruit. Iemand zei ooit: ‘Il n’était pas socialiste, il a appris à parler socialiste.’ Hij heeft eigenlijk zijn eigen geschiedenis geschreven.’ Het hoofdstuk in zijn boek heet ‘Mytherrand’.

Homo’s op de brandstapel

We drinken een glas witte wijn aan de Cour des Miracles, een pleintje dat het middelpunt is van een doolhof van kleine steegjes en achterliggende winkels en waar dragers met stootkarren tot vandaag de waar binnenrijden die door camions hier gedropt wordt omdat ze niet verder kunnen. Iets verder, op het kruispunt van de Rue Montorgueil en de Rue Bachaumont, zien we een gedenkplaats voor Bruno Lenoir en Jean Diot, de laatste twee homo’s die hier op 4 januari 1750 gearresteerd werden en op de brandstapel belandden. ‘Dat gebeurde puur om een voorbeeld te stellen’, zegt Velghe. ‘Aan het hof waren homoseksuele relaties schering en inslag, maar bij de gewone man mocht het niet. Zoals de baas vandaag met een Porsche mag rijden, maar de arbeider niet: dat is geen speelgoed voor het volk, vonden ze.’

We stappen de Église Saint-Eustache binnen, waar Velghe in een van de zijkapellen een triptiek van brons en witgoud toont. ‘La Vie du Christ’, een werk van Keith Haring. Je herkent inderdaad de typische Haring-figuurtjes, zelfs in het beeld van het kindje Jezus. We eten lekker waar we als toerist nooit zouden stoppen. À la Cloche des Halles, heet de bistro op de hoek van de Rue Coquillière, waar straks op 18 november de eerste nieuwe beaujolais wordt geschonken en je die dag vanaf 6 uur in de ochtend Petit Salé aux Lentilles kan eten als fond voor de wijn. ‘Je moet wel reserveren.’ En de tocht gaat verder via de Galerie Véro-Dodat (waar Christian Louboutin schoenen verkoopt), de Rue Montesquieu, de Place des Valois, het Palais Royal, de Eglise Saint-Roch, de Rue Saint-Honoré.

Zijn verhalen houden niet op, de anekdotes, details, geschiedenislessen en menselijke histories die Velghe uit het hoofd kent, lijken onuitputtelijk. Dat zijn boek ‘De ziel van Parijs’ ruim 560 bladzijden telt, verbaast niet. Zo’n dik boek neem je natuurlijk niet in je rugzak mee.

We lezen nog een stukje. Niet uit deze buurt, maar verderop, in Monceau en Batignolles.

Blz. 433, onder de titel ‘Victorine de garnaal’: ‘Niemand kent haar. Toch heeft iedereen haar gezien. Van Parijs tot New York, over San Diego, Boston en Washington, kijkt ze, naakt of gekleed, haar publiek recht in de ogen. (…) Vrouwelijk schildersmodel. Het is geen gemakkelijk beroep in de tijd van Victorine Meurent.’

Het verhaal van de vrouw die poseerde voor Manets Le déjeuner sur l’herbe is schrijnend, maar ook beeldend en boeiend. Exemplarisch voor de 43 verhalen in dit boek. Wie kende haar en wie kende haar verhaal? Hij besluit:

‘Manet wordt slechts 51. Victorine wordt er liefst 83. Over syfilis heeft ze nooit geklaagd. Omringd door de zorgen van haar vriendin Marie legt ze palet en penselen vredig neer naast haar bed in Colombes. Voor ‘een wrak, vervallen in dronkenschap en verdorvenheid’ is dat helemaal niet slecht.’

‘De ziel van Parijs’ van Dirk Velghe is uitgegeven bij Hannibal Books, telt 560 blz. en kost 39,95 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud