Op weg naar eengemaakt Belgisch toporkest

Het Nationaal Orkest speelde in juli nog een opgemerkt concert op het Belgische dansfestival Tomorrowland. ©Photo News

Het Nationaal Orkest van België en het orkest van De Munt gaan de komende jaren intens samenwerken. Dat moet tegen 2026 leiden tot een eengemaakt orkest. Dat heeft bevoegd minister Didier Reynders (MR) gisteren bekendgemaakt.

In het kader van de besparingen bij de federale kunstinstellingen (De Munt, Nationaal Orkest van België en Bozar) vroeg Reynders de Zwitserse opera-intendant Jean-Marie Blanchard in het voorjaar de mogelijke synergieën tussen de twee orkesten te onderzoeken. Voor Blanchard is de beste oplossing een fusie van beide orkesten tegen 2026. Ze moet er komen via een ‘natuurlijk proces’. Anders gezegd: de komende jaren moeten beide orkesten steeds intensiever samenwerken. De fusie is het eindpunt van die samenwerking.

Blanchard schuift tien concrete maatregelen naar voren die het eenmakingsproces moeten sturen (lees inzet). Hij plant onder meer een gezamenlijke muziekdirecteur tegen 2020, de oprichting van een barokensemble en een ensemble voor hedendaagse muziek in de schoot van het orkest.

Minister Reynders zei gisteren dat de oefening geen besparingsmaatregel is. Het Nationaal Orkest krijgt 7,6 miljoen euro federale overheidssubsidie, De Munt 33,8 miljoen. ‘De middelen veranderen niet. We willen met het plan-Blanchard vooral de kwaliteit verhogen, om de concurrentie met buitenlandse orkesten aan te kunnen. We nemen daarvoor tien jaar de tijd. Op die termijn moet het lukken’, meent de minister. Hij voegde er nog aan toe dat het operaprogramma van De Munt de prioriteit van het orkest wordt.

Blitzstrategie

De volgende maanden zullen de orkesten en Bozar om de tafel zitten om de samenwerking in de praktijk uit te tekenen. Jozef De Witte, de intendant van het Nationaal Orkest, reageerde gisteren vrij opgetogen. ‘Ik ben heel blij dat het een plan op lange termijn in verschillende stadia is. Blanchard beseft ook wel dat een blitzstrategie van ‘erop en erover’ niet aanvaard zou worden door de orkesten. Het zou een sociaal bloedbad veroorzaken. Nu niet.’ Het eengemaakte orkest zal zo’n 130 leden tellen, nu hebben beide orkesten samen 170 musici in dienst. Tot gedwongen ontslagen komt het niet. Bij beide orkesten gaan de komende jaren genoeg muzikanten met pensioen.

Ook Peter de Caluwe, algemeen directeur van De Munt, is positief over het plan. ‘De basis van de discussie is een artistiek project. Als het enkel om besparingen te doen was, had ik niet meegewerkt. Ik ben ook blij dat het plan stipuleert dat de prioriteit bij De Munt ligt.’ Jozef De Witte (NOB) ziet dat enigszins anders. ‘Ik begrijp dat een operahuis op langere termijn moet plannen dan een symfonisch orkest. Maar het kan niet zijn dat het orkest enkel symfonisch gaat concerteren als de opera nog wat gaatjes overheeft.’

De beheersovereenkomst tussen het nieuwe orkest en De Munt moet nog uitgewerkt worden. Maakt het orkest deel uit van De Munt, of levert het orkest prestaties aan De Munt? De Witte sluit niet uit dat het orkest een zelfstandige eenheid wordt. De Caluwe denkt van niet. ‘Ook al omdat ik begrepen heb dat de nieuwe muziekdirecteur van het orkest ook de muziekdirecteur van De Munt wordt.’ Voer voor discussie dus.

Statuten

Er zijn nog andere heikele punten. Het statuut van het personeel bijvoorbeeld. De leden van het Nationaal Orkest zijn statutaire ambtenaren, die van De Munt zijn contractueel loontrekkenden. Altijd lastig om te harmoniseren. Ook artistiek ziet De Caluwe nog wel een obstakel. ‘De leden van het Nationaal Orkest hebben nog nooit een opera begeleid. Dat is een vak apart. Daar heb ik dus vragen bij.’

De derde partij bij het overleg is Bozar, waar het Nationaal Orkest heel veel van zijn concerten speelt. ‘Als de beide orkesten gelukkig zijn, dan wij ook’, stelt directeur Paul Dujardin. ‘Ik vind het vooral belangrijk dat de regering investeert in een kwalitatief hoogstaand orkest. Klassieke muziek behoort tot ons erfgoed. Maar in een snel veranderende wereld moeten we dat erfgoed wel op de juiste manier aan de man kunnen brengen. Met dit plan zal dat wel lukken.’

Blijft de vraag of het plan van minister Reynders niet door een andere regering kan worden teruggeschroefd. De minister maakt zich sterk van niet. ‘We gaan tot 2019 (einde van de legislatuur, red.) veel maatregelen nemen die de ingeslagen weg onomkeerbaar maken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud