Advertentie
Advertentie
reportage

Reis naar de vrijheid: vervoering in een warm Toscaans kerkje

’s Avonds wordt aan lange tafels genoten van heerlijke anitipasti, primi piatti, secondi en dolci. ©Rik Van Puymbroeck

‘Estate’ noemen de Italianen de zomer. Maar in Asciano wordt deze week veel Nederlands gesproken. Corona kreeg het Festival Collegium Vocale Crete Senesi niet klein. Hooguit wat kleiner. ‘Soyons heureux’, zegt dirigent Philippe Herreweghe. ‘Laat ons blij zijn met deze week. We weten immers niet wat volgende week zal gebeuren.’

Een orkestje - vijf blazers en een trommelaar - stapt van aan de oude Chiesa San Francesco naar het centrum van Asciano. Ze spelen wat orkestjes spelen, vrolijke muziekjes, fanfare is altijd feest. Maar plots horen oude Gentenaars het wereldwijd bekende deuntje waarop Dennie Christian ‘Rosamunde’ zong en waarop zij in het Gents dan ‘Vodden mee bienen, da zijn de flikken van Gent’, kunnen meezingen.

Dat is toeval, het publiek van het Festival Collegium Vocale Crete Senesi lijkt grotendeels Oost-Vlaams. Beneden, in het dorp, zegt Paul Cools: ‘Ik kom uit de Antwerpse scene, dit is een zeer Oost-Vlaamse scene en dat is eens een verademing.’

Cools is advocaat, oprichter van het advocatenkantoor La-on en tot 2017 voorzitter van de Vlaamse opera. Hij is voor het derde jaar op rij in Asciano om het Festival Collegium Vocale Crete Senesi bij te wonen, ook wel ‘het Toscaanse festival van Philippe Herreweghe’ genoemd. De 74-jarige dirigent heeft een huis in Chiusure, in deze wonderbaarlijk mooie Crete Senesi, een streek als een achteruitkijkspiegel naar de middeleeuwen. ‘Daarnet in de kerk zat ik me dat te bedenken’, zegt Jean-Claude Burgelman, professor aan de Vrije Universiteit Brussel. ‘Je zit hier een week in een andere tijd. Door de muziek en door dit stadje. Vijfhonderd jaar geleden zag het hier allicht net zo uit.’

Je zit hier een week in een andere tijd. Door de muziek en door dit stadje. Vijfhonderd jaar geleden zag het er allicht net zo uit.
Jean-Claude Burgelman
Professor aan de VUB

Toevallig zaten Cools en Burgelman deze ochtend in een agriturismo vlakbij aan dezelfde ontbijttafel. Ze kenden elkaar tot dan niet, nu keuvelen ze zij aan zij in short over het net voorbije concert van Enigma Fortuna, een ensemble uit Pavia. Negen mensen onder leiding van luitspeler en dirigent Michele Pasotti, die bedwelmende muziek speelden van de 14de- eeuwse lang vergeten componist Antonio ‘Zacara’ da Teramo.

Aan het einde vroeg Pasotti vanop het podium of er tijd was voor een bisnummer. Dat kon en het werd wondermooi met zijn tenoren Massimo Altieri en Gianluca Ferrarini die het podium verlieten om in de kerk tussen de mensen te zingen. ‘Als covid íéts positiefs heeft gebracht, dan is het dat’, zegt Pasotti later. ‘Muzikanten hebben meer dan ooit geleerd dat ze een publiek nodig hebben. Zonder publiek is muziek maken niet relevant.’

Het was warm in de kerk. Zoals elk jaar dienden waaiers en programmaboekjes als windmakers. Zweet zocht zijn weg langs ruggen en de klokken van Asciano luidden net na het eerste deel van het programma. Lang genoeg om de klavecimbeliste Federica Bianchi haar instrument te laten stemmen. Toen begon het tweede deel met de sacrale muziek van Zacara, door de open kerkdeuren enkel begeleid door krekels.

©Rik Van Puymbroeck

Hulp en begrip

Zo viel alles op zijn plaats. Dit festival, de Vlaamse week in dit stadje van 7.000 inwoners, muziek die even alle ellende door corona liet vergeten. O ja, ook vorig jaar was er een editie. ‘Misschien was die nog gemakkelijker te organiseren dan deze van dit jaar’, zegt Sophie Cocquyt, de directrice van het festival.

‘Vanaf december 2019 zetten we de ticketverkoop open. In maart 2020 was 95 procent van de kaarten weg. Natuurlijk panikeerden we toen de hele wereld in lockdown ging, maar van de gemeente Asciano kregen we snel de boodschap: jullie zijn zeer belangrijk voor ons, we gaan er alles aan doen om het festival te laten plaatsvinden. Weliswaar voor hooguit tweehonderd mensen per concert in plaats van voor vijfhonderd.’

Reis naar de vrijheid

De zomer van 2021 zou de zomer van de vrijheid na corona zijn. En hoewel genieten nog met maatregelen moet, trekt De Tijd op roadtrip langs vier plekken in Europa waar het culturele leven weer op gang komt. Vandaag: Asciano, Italië.

Het lukte. Mits hulp en begrip van de ticketkopers. Ze hadden de keuze: toch komen, een voucher ontvangen, een gift doen of hun geld terugkrijgen. ‘Tweehonderd mensen kwamen, honderd deden een gift, honder vroegen een voucher en honderd vroegen hun geld terug’, zegt Cocquyt. Waarom was het dan dit jaar moeilijker? ‘In december 2020 een programma samenstellen, was lastig. Door de onzekerheid. En toen ik op 1 mei in Asciano op verkenning kwam, was er nog een avondklok en wist niemand wat de zomer zou brengen.’

Ze glimlacht: ‘Maar zoiets geeft ook ideeën. We beslisten voor tweehonderd mensen te gaan en de twee middernachtconcerten vervingen we door twee sunriseconcerten. Een met Armeense klassieke muziek en een van de accordeonist Philippe Thuriot, die met Carlo Nardozzo een ode aan Astor Piazzolla gaat brengen.’

Op de hoek van de Corso Giacomo Matteotti en de Piazza Garibaldi - zo heeft Italië er duizenden - staat Cocquyt aan een lange tafel. Daarop: abonnementspasjes, programmaboekjes, flesjes water, mondmaskers. Ze groet bekenden die er weer zijn. Meestal met een ellebooggroet, dan al eens met een knuffel. Ze zijn terug. 85 procent van de bezoekers komt uit België. ‘Maar ook 8 procent uit Italië. Voor corona was dat hooguit 3 procent.’

We vangen een gesprek op: ‘Vorig jaar zouden we komen, maar twee dagen voor afreis hoorden we Erika Vlieghe op de televisie en we besloten toch maar niet naar hier te vliegen.’ Veel mensen zien elkaar nu dus pas na twee jaar terug. Vaak zien ze elkaar alleen hier. ‘Het is een clan’, glimlacht Burgelman, die vorig jaar oversloeg. ‘We hadden tickets, maar we zegden het toch af. Gelukkig maar. Twee dagen voor we zouden komen, kreeg ik corona.’ Cools kwam wel. ‘Italië was in het voorjaar zo in schok door corona. Dus dacht ik: als de overheid dit festival toelaat, zal het wel veilig zijn.’

Iemand blaast door een micro. Het is Lucia Angelini, viceburgemeester van Asciano. Het stadje heeft een wijk die Contrada della Corona heet, maar dat is toeval. In haar prachtige Italiaans heet ze iedereen welkom en geeft dan het woord aan de statige man die, net als wij en achter z’n mondmasker even anoniem, deze ochtend op Ryanair-vlucht PR3745 naar Pisa zat. Jan Jambon is zijn naam. Natuurlijk kan de Vlaamse minister-president niet anoniem op een volledig door Vlamingen ingepalmd terras in Italië zitten, hij dankt signora Angelini, vertelt in het Engels over zijn aanstaande huwelijk en een volgende reis naar Toscane. Maar hij is hier niet als officieel genodigde. ‘Jambon komt al jaren’, zegt Cools. ‘Zoals naar de opera. Hij zegt: ‘Ik ben een fan, geen connaisseur.’ Hij staat er altijd op zelf zijn tickets te betalen.’

Prachtig hier is de ongedwongenheid. Waar elders zie je CEO’s in bermuda in vervoering geraken?
Jan Jambon
Vlaams minister-president

’s Avonds laat, na het avondconcert en bij de maaltijd aan lange tafels in openlucht op het Piazza Communale van Asciano, knikt Jambon. Fan, geen connaisseur. ‘Vorig jaar wilden we ook komen’, zegt de minister-president. ‘Maar in de week van het festival werd een Overlegcomité gepland. Mijn zoon Wouter is dan maar naar hier gekomen. De locatie is uniek en het plaatje klopt. Maar vooral ben ik blij. Aan jezelf herken je de wereld en toen we Podium 19 oprichtten, kon ik er ook zelf mijn gading vinden. Je merkt het vanavond. De honger naar cultuur was enorm groot. Prachtig hier is de ongedwongenheid. Waar elders zie je CEO’s in bermuda in vervoering geraken?’

Vervoering is een mooi woord en je leest het in de ogen van Peter-Jan Scherpereel, architect en eigenaar van de designstudio PJMARES. Samen met zijn partner Noémie ging hij een weekje stappen in de Italiaanse bergen, de spieren doen er nog pijn van. Maar vanavond zat hij stilletjes op een stoel te luisteren. Ongemerkt viel de avond en terwijl het laatste licht zich door de glasramen over de binnenmuren van de Chiesa San Francesco verplaatste, hoorde hij vijf leden van het Amsterdamse Concertgebouworkest. Ze speelden werk van Mendelssohn en Dvorak. ‘We blijven een week en gaan eigenlijk naar elk concert’, zegt Scherpereel, die zich ook geen connaisseur maar fan noemt. ‘Zo leer je andere genres in de klassieke muziek kennen. En weet je wat ik je aanraad? Ga bij het volgende concert op de eerste rij zitten. Dat is een heel andere beleving dan achteraan in zo’n kerk.’

Meten en testen

Wie al eerder bij het Festival Collegium Vocale Crete Senesi was, weet dat op meerdere plekken werd geconcerteerd. In Asciano, maar ook in de onvergelijkbaar mooie kapel van Sant’Anna in Camprena bij Pienza. Coronamaatregelen verhinderen dat nu. ‘Met anderhalve meter afstand kan je hooguit tachtig mensen in dat kerkje zetten’, zegt Cocquyt. ‘Met minder dan tweehonderd mensen kunnen we niet organiseren. De afspraken zijn erg strikt en dat is logisch. Van iedereen die binnenkomt, meten we de temperatuur. In Italië moet er een meter afstand tussen de stoelen zijn.’

Ondanks alle voorbereidingen is het zelfs tijdens deze festivalweek nog puzzelen. Met vluchten die wel of niet arriveerden in Italië, met afzeggingen door muzikanten, met testen. Cocquyt geeft een voorbeeld. ‘Britten mogen maar 120 uur op Italiaanse bodem vertoeven, anders moeten ze na terugkeer twee weken in quarantaine. Nu hadden we dinsdag drie Britse zangers die we op zaterdag ook willen laten meewerken aan een video-opname. Dat is dus langer dan 120 uur. De oplossing? Na het concert van dinsdag terug naar Engeland en vrijdag opnieuw naar Italië. En elke keer testen bij vertrek en aankomst in beide landen.’

25.000 euro van haar budget ging deze week op aan testen en nu, zondagavond al voorbij middernacht, belt ze een Brit die eerst positief testte en nadien toch negatief: of hij morgen toch niet nog het vliegtuig naar Toscane kan nemen?’

‘Elke keer als ik na zo’n weekje thuiskom, maak ik een Spotify-lijstje aan’, zegt Burgelman. ‘Met de muziek die me het meest getroffen heeft. Wat op nummer één staat als meest afgespeeld? (schatert) Ai, dat zal wellicht ‘Bitches Brew’ van Miles Davis zijn.’

Burgelman is hoogleraar aan de VUB, maar werkte bijna twintig jaar voor de Europese Commissie. Hij was ooit promotor van de thesis van huidig rector Caroline Pauwels. Een man van stand, maar een bijzonder goedlachse Brusselaar die de sappige anekdotes over Zwangere Guy afwisselt met het verhaal van zijn engagement in de raad van bestuur van Dionysos. Dat is een project van de tenor Tore Denys, die, zelf afkomstig uit Roeselare, werk maakt van de rehabilitatie van Adriaan Willaert. Die overleed 460 jaar geleden, was ook van Roeselare, maar was kapelmeester van San Marco in Venetië.

Hoogwaardige cultuur, waarover Burgelman vertelt aan de zijde van zijn nieuwe vriend Paul Cools. In short bevestigen ze de bermudatheorie van Jambon. ‘Nee,’ zegt Cools, ‘in Vlaanderen zouden we zo niet naar een cultureel evenement gaan. Maar dat is juist het bijzondere aan deze context.’

Dieper in de week staat werk van Schubert op het programma. Schubert in short, we hebben een titel voor dit verhaal. Een titel, maar nog geen einde. Want Philippe Herreweghe loopt langs de lange tafels waar heerlijke anitipasti, primi piatti, secondi en dolci zijn geserveerd met rood en wit in het glas. Burgelman had het al gezegd: ‘We eten op zo’n reis geen sandwiches, dat eten we thuis genoeg.’

Taxichauffeur spelen

De dirigent groet gasten, de minister- president, een ex-gouverneur, een gewezen partijvoorzitter, een fotograaf, een Klara- radiomaakster. Hij was een avond eerder nog op de Salzburger Festspiele, waar zijn Collegium Vocale en het Orchestre des Champs-Élysées door werk van Fauré, Brahms en Stravinsky dirigeerde. De trip naar Asciano, met de auto, was lang en Herreweghe is moe.

Maar een vader laat zijn kind niet alleen en dit festival is een van Herreweghes kinderen. Later op de week zal hij met leden van Collegium Vocale in de Chiesa San Francesco spelen. ‘Ik durfde niet met het vliegtuig te komen, omdat veel vluchten gecanceld of afgeleid worden’, zegt hij. ‘Dus reden we 900 kilometer met de auto. (lacht) Het hoort bij mijn leven.’

Toen in de namiddag viceburgemeester Angelini sprak en Jambon herinnerde aan Herreweghes recente Ultima, sprak hij al even zelf. ‘Soyons heureux’, zei hij. ‘Laat ons blij zijn met deze week. We weten immers niet wat volgende week zal gebeuren.’ Het is een levenshouding, maar hij doelde vooral op corona.

Nu zegt hij dit: ‘Ik ben oud en ik heb hier mijn eigen huis. Voor mij gaat het. Maar voor alle muzikanten zijn dit vreselijke tijden. Wij hebben geen vaste leden, het zijn allemaal freelancers. Niet spelen betekent voor hen geen inkomsten. Voor die mensen is het zo zwaar geweest dat sommigen taxichauffeur zijn gaan spelen en anderen in de haven gingen werken. Maar nu zijn we hier en hebben we voorlopig dit venster. Daarom wil ik blij zijn. Al is het verschrikkelijk moeilijk. Twee dagen geleden moesten de zangers van het Orchestre des Champs-Élysées staand zingen, en dat moest met mondmasker op.’

Bracht corona toch iets positiefs? Hij knikt. ‘Volgend jaar ga ik de opera Faust van Schumann dirigeren. Ik heb dus veel muziek geluisterd en vooral Thomas Mann gelezen.’

Herreweghe gaat slapen, en dus wij ook. Zonder dirigent kan niemand spelen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud