VAF-directeur Koen Van Bockstal: ‘Je kunt niet voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten’

Koen Van Bockstal, de topman van het Vlaams Audiovisueel Fonds. ©saskia vanderstichele

Toen Koen Van Bockstal in januari aan het hoofd van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) kwam, waren de bioscopen al drie maanden dicht. Volgende week zwaaien hun deuren weer open. Een gesprek over filmsubsidies, de streamingoorlog en zijn droom van een Vlaamse filmmaand. ‘De audiovisuele sector telt nog te veel eilandjes.’

‘Fantastisch nieuws: de VRT doet mee!’, roept Koen Van Bockstal als we de deur van zijn bureau in het Huis van de Vlaamse Film achter ons dichttrekken. Hij heeft het zowel tegen ons als tegen de medewerkster die naar binnen is geglipt om haar nieuwe baas voor het eerst in levenden lijve te zien. Sinds zijn aanstelling in januari bij het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) kwam de 59-jarige Gentenaar nog maar vijf keer op kantoor. Alle meetings zijn nog altijd digitaal.

De nieuwe intendant erfde het VAF - dat films, tv-series en games ondersteunt met overheidsgeld - in ondankbare omstandigheden van zijn voorganger Erwin Provoost. De coronapandemie raakte alle schakels van de audiovisuele sector. De twee meest zichtbare: de productiesector lag in 2020 maanden stil en de bioscopen waren alles bij elkaar bijna een jaar dicht.

Bio Koen Van Bockstal

Koen Van Bockstal (59) is directeur-intendant van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF), dat films, tv-series en games ondersteunt met overheidsgeld. Daarvoor was hij directeur van Sony Music Belgium, Oxfam, Literatuur Vlaanderen en Unicef.

Volgende week komt een eind aan de lockdown van de cinema’s. Met het EK voetbal en de volledig heropende cafés en restaurants zal het niet eenvoudig zijn de Vlaming weer in de bioscoop te krijgen. Hoewel het strikt genomen niet tot zijn opdracht behoort, neemt het VAF het initiatief voor een campagne die de Vlaming warm moet maken voor een cinemabezoek. Eind juni komt er een reclamespot op tv, en een campagne op sociale media. Van Bockstal wil daar zo veel mogelijk spelers uit het audiovisuele veld bij betrekken. De VRT doet dus al mee. De VAF-baas hoopt ook op financiële steun van minstens een commerciële zender. ‘Het VAF wil een verbindende rol spelen. De audiovisuele sector telt nog te veel eilandjes.’

Is eind juni niet laat?

Koen Van Bockstal: ‘De examens zijn dan afgelopen en de meeste mensen moeten nog op vakantie vertrekken. Het najaar vonden we te laat, omdat de grote blockbusters dan verschijnen. Het zal nodig zijn deze zomer. De aficionado’s zullen vanzelf terugkeren. Over het brede publiek durf ik me niet uit te spreken. Ik kan me voorstellen dat er bij de ouderen een zekere aarzeling kan zijn.’

Blijven er ook bioscopen definitief dicht?

Van Bockstal: ‘Waregem en Knokke zijn voorlopig de enige waar we weet van hebben. Vermoedelijk waren daar onderliggende problemen. Ik ken hun dossiers niet. Maar vergis u niet: niet alleen de kleinere stadsbioscopen kregen het zwaar te verduren. Ook Kinepolis moest vorig jaar een bankkrediet afsluiten om zijn cash aan te vullen. De echte impact gaan we wellicht pas volgend jaar zien, als de steunmaatregelen zijn weggevallen. En nu gaat u me vragen of het VAF bioscopen moet redden? (glimlacht) We zouden wel willen, maar dat behoort niet tot onze prioritaire taken. En we hebben er het geld niet voor.'

Op een volgende commissievergadering liggen tien goede tot uitstekende voorstellen voor filmsubsidies op tafel. We kunnen er misschien één of twee doen. Dat betekent dat we veel mensen moeten frustreren.

'Wat we wel willen doen, is een algemeen beleid ontwikkelen om de Vlaamse film regionaal beter te promoten en te ondersteunen. Wij hebben te weinig zicht op het bioscoop- en vertoningslandschap: welke films worden waar gespeeld? Voor welk publiek? Data ontbreken. Dat wordt een taak voor ons kenniscentrum. Het VAF wil daarin investeren. Net zoals we via een plan voor inclusie actief willen inzetten op een meer representatieve beeldvorming van de samenleving in films, tv-series en games. Vrouwelijk talent voor én achter de camera gelijke kansen bieden als mannelijk talent hoort daar ook bij. Daarom ben ik ontzettend blij met de Cannes-selectie van Teodora Ana Mihai. Een Roemeense vrouw die hier opgroeide en Vlaanderen in Cannes gaat vertegenwoordigen: fantastisch nieuws.'

‘Ik droom ervan dat we met de Vlaamse fictie niet alleen in het buitenland een kwaliteitslabel hebben. We moeten ook hier trotser zijn op onze Vlaamse film- en televisiecultuur. Daarom werkt het VAF aan een event rond Vlaamse film: een ‘Vlaamse filmmaand’. Ik kom uit de boekenwereld. Dankzij de Boekenbeurs was november dé Vlaamse boekenmaand. In Nederland waren ze daar enorm jaloers op. Waarom kunnen we zoiets niet doen voor onze audiovisuele cultuur? Januari is een luwere maand voor filmreleases. Het is mooi meegenomen dat er dan al het Filmfestival van Oostende is, waar Vlaamse producties sowieso de focus zijn. Als uit gesprekken met de sector blijkt dat april of september betere opties zijn, is dat ook goed voor het VAF. Als we de krachten kunnen bundelen met de omroepen en de rest van het filmlandschap, moet zo’n Vlaamse filmmaand zelfs niet enorm veel kosten.’

U vraagt extra geld om met het VAF meer films te kunnen ondersteunen. Zijn acht films per jaar onvoldoende?

Van Bockstal: ‘Ja, als je met de Vlaamse film op regelmatige basis wilt schitteren in het buitenland. We moeten naar 12 à 13 films per jaar gaan. Als Vlaanderen van zijn audiovisuele sector een cultureel en economisch speerpunt wil maken, moeten we met gelijkwaardige wapens kunnen strijden. Je kunt niet voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten. Ik vergelijk onze regio graag met Oostenrijk, Denemarken, Nederland of Zweden. Het Deense filmfonds investeert bijna vier keer meer in fictie dan wij. Het Oostenrijkse maakt jaarlijks 15 langspeelfilms mogelijk, onze collega’s in Nederland zelfs 20.’

Uw voorgangers vroegen ook tevergeefs een pak meer geld voor producties. Waarom zou het u wel lukken?

Van Bockstal: ‘Toen ik bij Literatuur Vlaanderen kwam, zei ik: 'Er moet een gereglementeerde boekenprijs komen.' Het antwoord: ‘Dat proberen we al dertig jaar, Koen.’ Samen met de volledige sector is het toch gelukt. Hetzelfde met het Vlaams-Nederlandse gastlandschap op de Frankfurter Buchmesse. Iedereen verklaarde ons gek toen we dat wilden realiseren. Ook dat lukte, met vereende krachten en enthousiasme van de sector. Je moet vasthoudend durven te zijn en verbinden rond een ambitieus project. Die dynamiek maakt veel mogelijk.’

Het is een grote denkfout dat Jan Verheyen het VAF niet nodig zou hebben.

‘In 2019 werden bijna 2.000 Europese films geproduceerd. Zo’n 20 zijn in meerderheid Vlaamse films. Daarvan steunen we er acht. Is het zo vreemd en ambitieus als het VAF zegt: dat mogen er iets meer zijn. Op een volgende commissievergadering liggen tien goede tot uitstekende voorstellen voor filmsubsidies op tafel. We zullen misschien één of twee kunnen doen. We moeten heel veel mensen frustreren.’

Misschien moet u minder subsidies geven aan een gevestigde naam als Jan Verheyen, zodat meer geld overblijft voor jongere regisseurs?

Van Bockstal: ‘Ik begrijp dat mensen 1 miljoen euro voor zijn film over de brand in de Innovation een pak geld vinden. Maar het is een grote denkfout dat Verheyen het VAF niet nodig heeft. Zelfs voor gevestigde namen is het niet vanzelfsprekend het budget van een grote commerciële film rond te krijgen. Er is onzekerheid over de taxshelter. Die markt kreeg het moeilijk door corona. En mensen verwachten van Vlaamse films of tv-series dezelfde kwaliteit als bij grote internationale producties. Dat niveau halen kost almaar meer geld. Bovendien is het VAF er niet alleen voor jong talent. Dat was al zo, en het zal niet veranderen. Onze missie is zowel jong aanstormend talent, arthouse films én de grote publieksfilm te ondersteunen en te stimuleren, binnen onze financiële mogelijkheden.’

Wie in mij een vijand van de streamingplatformen ziet, vergist zich. Maar we moeten niet naïef zijn. Als we niet op een intelligente manier reageren op de streamingoorlog, riskeren we overspoeld te worden.

Hoe kijkt u naar de fusies en overnames op de Amerikaanse streamingmarkt? Miljardenbedrijven zullen ons de komende jaren overspoelen met buitenlandse films en series. Is dat een bedreiging voor de Vlaamse filmcultuur?

Van Bockstal: ‘Ik hou niet van het woord bedreiging. Wie in mij een vijand van de streamingplatformen ziet, vergist zich. Maar we moeten niet naïef zijn. Als we niet op een intelligente manier reageren op de streamingoorlog, riskeren we overspoeld te worden. Dat willen we toch niet? We moeten garanderen dat we voldoende aanwezig zijn op de Netflixen en Amazons van deze wereld, en tegelijk onze content met hand en tand verdedigen. Ik heb ontzettend veel opgestoken van mijn gesprekken met enkele streamers. Het was geruststellend te horen dat zij het belang van lokale content inzien. Als ze willen investeren in onze fictie, moeten wij in ruil wel een gedeelte van de intellectuele eigendom durven op te eisen. Vlaamse producenten moeten voldoende eigenaar blijven van onze films of tv-series. Dat gaat over de duurzaamheid van uw en mijn belastinggeld.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud