Van Gogh en het gat in de markt

©Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Foundation)

Weinig schilderijen zijn zo bekend als de ‘Zonnebloemen’ van Vincent van Gogh. Hij schilderde ze vijf keer. Na een lang wetenschappelijk onderzoek toont het Van Gogh Museum in Amsterdam zijn versie, omringd door andere bloemenpracht.

Het was wereldnieuws op 30 maart 1987. Op een veiling bij Christie’s in Londen ging ‘Zonnebloemen’ van Vincent van Gogh (1853-1890) onder de hamer voor 24,5 miljoen pond, toen een fabelachtig record op de veilingmarkt. Later raakte bekend dat de Japanse verzekeringsondernemer Yasuo Goto het doek kocht na een intense biedstijd.

©Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Foundation)

Als Van Gogh nog had geleefd, zou hij wellicht met een monkellachje hebben gemompeld: ‘Ik heb het altijd geweten.’ Bij leven was hij ervan overtuigd dat schilderijen van zonnebloemen een gat in de markt waren, en dat hij uitverkoren was om het op te vullen. ‘Voldoende in vuur geraken om die goudkleuren en die bloementonen te laten versmelten, dat kan de eerste de beste niet’, staat in grote letters in de tentoonstellingszaal van het Van Gogh Museum. Of voor de goede verstaander: ‘Ik kan het wel.’

Dat zelfvertrouwen was terecht. Niemand heeft ooit op zo’n impressionante manier zonnebloemen geschilderd als Van Gogh. De expo in Amsterdam toont met 23 werken welke weg hij aflegde om tot die meesterwerken te komen.

Van Gogh, geboren op het platteland in Zundert, was gefascineerd door de natuur. In zijn beginperiode schilderde hij veel landschappen. Bloemen interesseerden hem minder. Dat veranderde toen hij in 1886 bij zijn broer Theo in Parijs ging wonen. Bloemen waren in de mode bij de schilders in Parijs, ontdekte Van Gogh al snel. Hij begon er zich op toe te leggen.

Er zat ook een financieel kantje aan die bloemenmanie. De productiekosten waren laag. Een vaas en een boeketje, meer had je niet nodig. Dat was stukken goedkoper dan een model in te huren. Op de expo hangen knappe voorbeelden van de bloemenoefeningen van Van Gogh.

In de zomer van 1887 begonnen de schilder tijdens zijn wandelingen in Montmartre zonnebloemen in verschillende tuinen op te vallen. Toen besliste hij zich daarop toe te leggen. Om de omvang van de bloemen optimaal te duiden schilderde hij er mensen bij. ‘Moestuin met zonnebloem’ is een prachtig voorbeeld. Soms schilderde hij uitgedroogde exemplaren. Ook knap, maar nog niet van het kaliber waarvoor in 1987 monsterbedragen werden geboden.

Ze vielen wel in de smaak van Paul Gauguin, met wie Van Gogh in Parijs bevriend was geraakt. Door een ruil verwierf de Franse schilder twee van de gedroogde zonnebloemschilderijen. Voor Van Gogh, die erg opkeek naar Gauguin, was het een signaal dat hij met zijn zonnebloemen het juiste pad was ingeslagen.

Subtiel statement

In 1888 verhuisde Van Gogh van Parijs naar Arles, in het zuiden van Frankrijk. Hij wilde er samen met Gauguin een kunstenaarskolonie oprichten. In afwachting van de komst van zijn vriend stortte Van Gogh zich enthousiaster dan ooit op zijn zonnebloemen. In augustus schilderde hij de eerste twee van zijn beroemde zonnebloemen in vaas. Het ene doek kreeg een gele achtergrond, het andere een lichtblauwe. Hij hing ze op in zijn Gele Huis in Arles, waar ook Gauguin zou logeren. Met die en andere schilderijen wilde Van Gogh indruk maken op zijn vriend.

Dat lukte aanvankelijk. De twee konden het goed vinden. In november 1888 schilderde Gauguin een portret van Van Gogh. Hij beeldde hem af als de schilder van zonnebloemen. Maar het was ook een statement. Op het doek staat prominent een vaas met bloeiende zonnebloemen, wat niet kon want het bloeiseizoen was al lang voorbij. Gauguin liet zo subtiel het verschil tussen beide schilders zien. Van Gogh was de man die de natuur schilderde. Zelf schilderde hij naar de verbeelding. Dat vond Gauguin net iets waardevoller.

Op 23 december 1888 kregen de twee ruzie. Van Gogh geraakte zo buiten zijn zinnen dat hij een psychotische aanval kreeg en zijn oorlel afsneed. Gauguin vertrok halsoverkop terug naar Parijs. Maar de twee bleven in contact. In januari 1889 vroeg Gauguin per brief of hij niet een van de ‘Zonnebloemen’ uit het Gele Huis kon krijgen. Zo gek was Van Gogh nu ook weer niet. Aan zijn broer Theo, zijn galerist zeg maar, liet hij weten dat van een schenking geen sprake kon zijn. ‘De ‘Zonnebloemen’ kunnen zeker 500 franc opleveren’, schreef hij.

Vooral de manier waarop Van Gogh alle tinten geel vermengde, sprak tot de verbeelding.

Om Gauguin toch van dienst te zijn schreef hij dat hij speciaal voor hem een nieuwe versie van de ‘Zonnebloemen’ zou maken, dat met de gele achtergrond. Die versie is altijd in het bezit van de familie Van Gogh gebleven en hangt in Amsterdam. Gauguin kreeg ze nooit. Van de twee eerste ‘Zonnebloemen’ maakte Van Gogh uiteindelijk nog drie versies, samen goed voor vijf iconische schilderijen met telkens tussen 12 en 15 bloemen. Een hiërarchie tussen de vijf is er niet.

‘Van Gogh heeft zich daar nooit over uitgesproken’, legt Nienke Bakker, senior conservator van het Van Gogh Museum, uit. ‘Hij spreekt in zijn brieven aan zijn broer Theo voortdurend over herhalingen.’ Het is ook te oneerbiedig om het woord ‘kopie’ te gebruiken. Dat zijn ze niet. Op de expo worden in een multimediale opstelling de vijf schilderijen op een rijtje gezet. Je hoeft geen kenner te zijn om meteen de verschillen te zien.

Van Gogh keek ook verder dan de schilderijen zelf. In 1889 vatte hij het plan op drieluiken te maken. In het midden het portret van een oude vrouw ‘La berceuse’, links en rechts geflankeerd door de gele zonnebloemen. Zijn vroegtijdige dood in 1890 verhinderde de volledige uitvoering van dat plan. Zijn vijf ‘Zonnebloemen’-schilderijen stuurde hij in mei 1889 naar zijn broer. Twee ervan werden een jaar later in Brussel getoond op een expo van de kunstenaarsvereniging Les Vingts.

De schilderijen oogstten van in het begin veel succes bij publiek en critici. Vooral de manier waarop Van Gogh alle tinten geel vermengde en de afwisseling van dikke en dunnere verflagen, spraken tot de verbeelding.

Beschilderd latje

Het Van Gogh Museum heeft zijn ‘Zonnebloemen’ de voorbije jaren aan een grondig wetenschappelijk onderzoek onderworpen. Het tweede deel van de expo is daaraan gewijd. De algemene conclusie luidt: kwetsbaar maar stabiel.

Het schilderij staat midden in de zaal, zodat je ook de achterkant kan bekijken. Daar is een reden voor. Röntgenonderzoek bracht aan het licht dat Van Gogh zijn schildersdoek aan de bovenkant met een houten latje iets groter maakte. Allicht om compositorische redenen. Opmerkelijk ook: Van Gogh overspande het latje niet met doek, hij schilderde rechtstreeks op het hout.

Het schilderij in Amsterdam is een herhaling van het doek dat nu in The National Gallery in Londen hangt. Van Gogh schilderde het vijf maanden later. In de compositie zie je veel gelijkenissen. Schildertechnisch zijn er nogal wat verschillen. In de Londense versie schilderde Van Gogh de bloemen boven op de achtergrond. Dat deed hij later niet meer. Hij spaarde bloemen op de achtergrond uit. Ook de verfstroken zijn subtieler en meer uitgewerkt. Het bewijst dat hij herhalingen en geen kopieën maakte.

Maar hoe zit dat nu met die kleuren? Zijn ze nog zoals Van Gogh ze schilderde? Helaas niet. Hij gebruikte heel veel pigmentmengsels, zeker voor de verschillende soorten chroomgeel, waarvan hij wist dat ze onstabiel waren. ‘Daarom zette hij de verflagen vaak dik aan. Hij hoopte daardoor de verkleuring te vertragen’, zegt Bakker. ‘We kunnen alleen raden hoe het er echt uitzag.’ Ze wijst naar zijn naam Vincent op het schilderij. De letters zijn blauw. ‘We denken dat ze eerst paars waren.’

Het schilderij een volledige make-over geven is onmogelijk. Wegens te fragiel. Twee eerdere restauraties in de 20ste eeuw hebben het doek meer kwaad dan goed gedaan. Het vernis is vermengd geraakt met de originele verf, waardoor je het niet meer kan verwijderen. De restaurateurs van het Van Gogh Museum hebben gedaan wat ze konden. Maar erg veel was dat niet. Het museum heeft wel beslist het kwetsbare schilderij nooit meer uit lenen. Voor ons is dat alleen goed nieuws. Amsterdam is vlakbij.

‘Ontmoet Vincent, schilder van de Zonnebloemen’ loopt tot 1 september in het Van Gogh Museum in Amsterdam.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect