interview

Architecte Paola Vigano: ‘Ik hou van jullie ironische blik'

Het Theaterplein in Antwerpen, 2008. ©Teresa Cos

De Italiaanse architecte Paola Vigano is de enige buitenlander die deze week haar naam hoorde vallen bij de Ultimas, de nieuwe Vlaamse cultuurprijzen. ‘Te weinig collega’s beheersen de kunst van het afblijven.’

Tweeënveertig jaar geleden, toen Paolo Vigano 14 was, zei haar moeder: ‘En nu ga je je ontwikkelen!’ Ze stuurde haar dochter van het saaie Noord-Italiaans Alpendorpje waar ze haar zorgeloze jeugd sleet, op internaat in Firenze.

Paola Vigano bij de uitreiking van de Ultima's, de Vlaamse cultuurprijzen, dinsdag 13 juni 2017 in Gent. ©BELGA

‘Ik kon mijn moeder wel vermoorden’, vertelt de architecte in haar kantoor bij de Naamse Poort in Brussel. ‘Maar achteraf bekeken was het de beste beslissing die iemand ooit in mijn plaats heeft genomen.’ Haar kostschool lag in een doktersvilla op de top van een berg, met een majestueus uitzicht over Firenze. Terwijl de rest van het land in de ban was van de extreemlinkse terreur van de Rode Brigades, verpandde zij onbekommerd haar hart aan de Italiaanse kunststad.

Een tweede ijkpunt in het leven van de winnares van de Ultima voor architectuur was haar ontmoeting met de Italiaanse architectuurprofessor Bernardo Secchi. De academicus, zelf ook architect, was nooit eerder zo’n slimme student tegengekomen. In 1990 richtten ze samen een architectenbureau op in Milaan.

Begraafplaats Kortijk 1999. Een dodenakker als een glooiend groen tapijt. De as van Paola Vigano's leermeester Bernardo Secchi is hier uitgestrooid. ©Carine Demeter

Secchi overleed in 2014. Zijn as werd uitgestrooid in Kortrijk. De herinrichting van de begraafplaats was een van de eerste grote projecten van het Italiaanse duo. Het werd het begin van een bijzondere liaison met ons land. ‘België is intussen mijn tweede vaderland’, zegt ze. Van de Fransen kreeg de architecte vier jaar geleden de Prix d’Urbanisme, als eerste vrouw en eerste buitenlander. Vooral dat laatste vond ze speciaal. ‘Een teken van openheid van de anders zo gesloten en chauvinistische Fransen. Maar deze Ultima krijgen is veel emotioneler. Het is een blijk van wederzijdse affectie. Ik hou echt van België, en nu blijken jullie mij ook graag te zien.’

Zonder bullshit

De Italiaanse houdt van onze ironische blik op de wereld. ‘Tegelijk nemen jullie jezelf niet te au sérieux en zijn jullie efficiënte werkers. (lachje) Enfin, de Vlamingen toch. Van de Walen kan je moeilijk zeggen dat ze efficiënt zijn, nee?’

Ze vindt het pragmatisme van de Vlamingen buitengewoon interessant, zegt ze. ‘Jullie verbinden de praktijk met de theorie. In mijn job is dat belangrijk. Architectuur en urbanisme draaien rond nieuwe realiteiten bouwen. Dat is complex: er zijn veel belangen en partners om rekening mee te houden. Onderweg leidt dat haast altijd tot miserie: ruzies, vertragingen, financiële beloftes die niet worden nagekomen. Hier is dat anders. Vlamingen zeggen: ‘We geloven in iets en we gaan ervoor.’’

'Soms moet je durven beslissen iets níét te tekenen.'

De herinrichting van het Theaterplein in Antwerpen is voor de Italiaanse een mooi voorbeeld. Dat plein had jaren de reputatie van een lelijk, kaal en karakterloos gedrocht. Haar bureau won de ontwerpwedstrijd met een transparante luifel voor de Stadsschouwburg en tuintjes op het plein. Het project werd in een mum van tijd gerealiseerd, zonder bullshit en geruzie tussen partners met een te groot ego. ‘Daarom werk ik ook graag met Vlamingen: jullie beschouwen jullie navel niet als het middelpunt.’

Het lijkt ook haar motto als urbanist en architect: niet de ontwerper, maar de gebruiker telt. Zowel in Antwerpen als in Kortrijk deed Vigano relatief kleine ingrepen. Less is more. Ze is de intellectuele tegenpool van sterarchitecten à la Zaha Hadid, die van elke opdracht een spektakelstuk wilde maken. Wat ze van het Havengebouw in Antwerpen - een ontwerp van Hadid - vindt? Minzaam lachje. ‘Dat is niet belangrijk. Ik praat alleen over mijn eigen ontwerpen. Kijk, wij zijn urbanisten en architecten. Te weinig collega’s beheersen volgens ons de kunst van het afblijven. Soms moet je durven beslissen iets níét te tekenen.’

De Hoge Rielen Kasterlee, 2013 In de bossen van het recreatiedomein De Hoge Rielen ontwierp Vigano’s bureau een hostel in symbiose met de natuur. ©Frederik Buyckx

Zoals ze deed bij het Hostel Wadi in het recreatiedomein De Hoge Rielen in Kasterlee: een cirkelvormig gebouw dat volledig in de natuur lijkt op te gaan, onder meer dankzij een minibos midden in de cirkel. ‘De opdrachtgevers wilden de dennenbomen in de cirkel afkappen en vervangen door loofbomen. Maar dat klopte voor ons niet, om esthetische én ecologische redenen. Ze verklaarden ons gek. Vandaag zijn ze blij dat ze naar ons hebben geluisterd.’

Brusselse gebreken

Vigano heeft een pied-à-terre in de kelder van haar kantoor in Brussel. De tweede woonst - naast haar huis in Milaan - verraadt haar ambitie om in België nog meer projecten te realiseren. Op dit moment werkt haar bureau aan een ontwerp voor een stadspark in Dessel en het Vergotedok in Brussel. Het wordt haar eerste reële project in onze hoofdstad.

Enkele jaren geleden werkte ze samen met haar leermeester Bernardo Secchi wel al een theoretische toekomstvisie uit voor Brussel, op verzoek van de Brusselse regering. Het voorstel excelleerde in radicaal utopisch denken: een hoofdstad zonder auto’s en een minimum aan parkeerruimte, zodat het openbaar vervoer de koning van het transport kan worden en de mensen weer kunnen ademen.

Brussel heeft nog ruimte voor groen en extra openbaar vervoer. Maar er gebeurt te weinig mee.
Paola Vigano, architect

Dat was vóór de installatie van de voetgangerszone in de binnenstad, het kindje van de intussen opgestapte ‘graaiburgemeester’ Yvan Mayeur. ‘Het is een verdienstelijke poging, maar het is te weinig. We hebben overal in Europa steden gebouwd zonder er rekening mee te houden dat er ook mensen moeten wonen. Brussel is helaas hét toonbeeld van zo’n dichtgeslibde stad. Bernardo zei altijd: ‘Brussel is met al zijn gebreken hét gezicht van de problemen in Europa.’ Hij had gelijk. De kansen liggen nochtans voor het grijpen om er een leefbare grootstad op mensenmaat van te maken. Er ís nog ruimte voor groen en extra openbaar vervoer. Maar er gebeurt te weinig mee. Ligt het aan de vastgeroeste denkbeelden van jullie politici?’

Vigano voelt zich gesteund in haar scherpe kritiek. ‘Ik heb nogal wat vrienden in Brussel met dezelfde bekommernissen. De filosoof Philippe Van Parijs is een goede vriend van me. Zijn burgerpicknicks op het Beursplein, dat was een briljante actie. Willen ze ook een picknick houden in het park van de koninklijke familie? Prima. Het is hoopgevend dat burgers zich roeren als hun bestuurders in een toestand van mentale willoosheid zitten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content