‘Brand in Notre-Dame biedt ook een kans'

De Notre-Dame, één jaar na de brand. ©EPA

Over het gat in het dak is een wit zeil gespannen, de kathedraal wordt omgeven door hijskranen en steigers. Een jaar na de brand ziet de Notre-Dame in Parijs er nog steeds gehavend uit en is de restauratie opgeschort. Toch is er geen reden tot wanhoop.

Olivier de Chalûs wist meteen dat het foute boel was. Op 15 april 2019 zag hij vanaf een terras rond 18.30 uur rook uit zijn geliefde kathedraal komen. ‘Dat moest betekenen dat de houten draagconstructie onder het dak al een tijdje in brand stond’, vertelt de historicus-ingenieur en medeoprichter van de wetenschappelijke adviesraad die bij de restauratie is betrokken. ‘Dit geraamte, zeg maar de zolder, is helemaal verloren gegaan.’

Ik denk dat het mogelijk blijft de kathedraal in 2024 weer te openen.
Olivier de Chalûs
Historicus-ingenieur

De Fransman kent de kathedraal als zijn broekzak. ‘Ik was diep teleurgesteld. Sinds de eerste steen werd gelegd in de twaalfde eeuw, zijn rampen de Notre-Dame bespaard gebleven. Uiteindelijk is er 850 jaar later dan toch een brand uitgebroken.’

Rond 20 uur stortte de torenspits in, een bouwwerk dat in 1859 aan de kathedraal was toegevoegd door de architect Viollet-le-Duc. ‘Het was een catastrofe, maar het had erger kunnen aflopen’, zegt journaliste Agnès Poirier, de auteur van het net verschenen boek ‘Notre-Dame, de ziel van Parijs’. ‘Het gat dat de toren in het dak sloeg, ging als een soort schoorsteen werken. De rook werd weggezogen, veel kunstwerken zaten nauwelijks onder het roet. Ook het orgel bleef gespaard. Dat de grote, ronde glas-in-loodramen de hitte hebben overleefd, mag een wonder heten.’

Kort na de ramp maakte premier Édouard Philippe bekend dat een internationale wedstrijd werd uitgeschreven om een nieuwe toren te bouwen. De Vlaamse kunstenaar Wim Delvoye stelde zich onder meer kandidaat. Maar van die wedstrijd is sindsdien niet veel meer vernomen. Uit een enquête bleek een tijd geleden dat 55 procent van de Fransen een heropbouw van de afgebrande toren wil.

Gesmolten steiger

Een jaar later is de Notre-Dame nog niet helemaal veiliggesteld. De gewelven worden ondersteund door houten constructies om instorting te voorkomen. Maar de half gesmolten steiger, die al voor de brand op het dak stond voor een restauratie van de torenspits, moet nog worden weggehaald. Als het 500 ton zware ijzeren gevaarte bij een flinke storm naar beneden komt, is de schade enorm. Experts waren net aan deze klus begonnen, toen de restauratie werd stilgelegd door de coronacrisis.

Een ploeg doet een keer per week een inspectieronde om te kijken hoe de steiger zich gedraagt. Sensoren tonen dat het ijzerwerk niet beweegt. ‘De steiger staat er nu al een jaar zo bij. Ik ga ervan uit dat hij het nog wel even volhoudt’, zegt De Chalûs. Volgens hem is er nog geen reden om te wanhopen over de vertraging. ‘Die paar weken lopen we wel weer in. Ik denk ook dat het mogelijk blijft de kathedraal in 2024 weer te openen, zoals president Emmanuel Macron heeft aangekondigd. Je kunt al gelovigen en toeristen binnenlaten als de restauratie nog niet helemaal klaar is.’

©Photo News

De ingenieur hoopt dat er lessen uit de ramp worden getrokken. ‘Het huidige systeem is erop gebouwd bij een brand de bezoekers in veiligheid te brengen, niet het gebouw. Dat kan worden aangepast. In kerken met antieke houten zolders moet het verplicht zijn sprinklers te installeren die direct worden geactiveerd op de plek waar warmte of rook wordt gesignaleerd. Het duurt toch minimaal een kwartier voor de brandweer arriveert. Dan is het al te laat.’

Geld

De ramp in de Notre-Dame blies een oude discussie nieuw leven in: moet er een bescheiden entreeprijs komen? Meerdere Europese steden laten toeristen betalen om kerken te bezichtigen, zoals Italië. Liefhebbers leggen een paar euro neer om de architectuur en kunsthistorische hoogstandjes te bewonderen, gelovigen die voor de mis komen mogen gratis binnen. Poirier: ‘Ik ben er een groot voorstander van, want van die opbrengsten kan het onderhoud worden gefinancierd. We weten het nog steeds niet zeker, maar de brand in de Notre-Dame is waarschijnlijk veroorzaakt door een kortsluiting op een plek waar werd gerestaureerd. Dat is altijd een risico. Grote werkzaamheden voorkom je door regelmatig onderhoud uit te voeren, en dat kost geld.’

De heropbouw is volgens Poirier een mooie gelegenheid om enkele problemen aan te pakken. Er staan eindeloze rijen toeristen op het plein voor de Notre-Dame, tot grote irritatie van Parijzenaars die er niet meer langs kunnen. De veiligheidscontroles zijn tijdrovend en lijken willekeurig. Binnen is het veel te vol, onder andere met onooglijke souvenirwinkeltjes.

‘Mogelijk kan de leegstaande parkeergarage onder het voorplein worden omgebouwd tot een toeristeningang, met boetieks en faciliteiten. Om binnen meer ruimte te creëren zou het mooi zijn als alles wat met de geschiedenis van de kathedraal te maken heeft, verhuist naar het niet-gebruikte Hôtel Dieu aan de overkant, een 19de-eeuws ziekenhuis. Op die plek kunnen de vaak eeuwenoude kunstschatten uit de kathedraal bij elkaar worden gebracht. Daar is nu geen plaats voor en ze zijn bovendien over heel het land verspreid. Kortom, deze brand biedt de Notre-Dame ook een kans.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud