reportage

‘De nieuwe IKEA zal ons meer deugd doen'

©Debby Termonia

Het kunstwerk van Arne Quinze mag het dan begeven hebben, burgemeester Elio Di Rupo ziet het Europese cultuurjaar Mons 2015 als de start van een nieuw tijdperk voor ‘zijn’ Bergen en het sociaal-economische kerkhof van de Borinage. Maar ziet de rest van Henegouwen dat ook zo? Een zwerftocht door ‘Eliopolis’.

Burgemeester Elio Di Rupo (PS) laat zich zakken in een oranje stoeltje van een van de drie auditoria van MICX, het nieuwe congrescentrum van Bergen. Hij heeft net een horde Belgische en buitenlandse journalisten in de beurshal rondgeleid met aan zijn zijde Daniel Libeskind, de Amerikaanse sterachitect die ook het Joods Museum in Berlijn en de WTC-site in New York ontwierp. Ook het nieuwe station, waarvan de opening is verdaagd naar 2018, is van een WTC-architect: de Spanjaard Santiago Calatrava.

De baas van ‘Eliopolis’ glimlacht. Hij is trots dat ‘zijn’ Bergen - Di Rupo zwaait hier de plak sinds 2001 - straks in één adem wordt genoemd met de wereldstad New York. ‘Dit is geen eindpunt, maar de start van iets veel groters’, zegt hij. ‘Zonder de titel Culturele Hoofdstad van Europa was dit congrescentrum nooit gebouwd. Zonder deze titel waren vele zaken niet gelukt. Alles is gekoppeld aan elkaar.’

‘Mons 2015 en het congrescentrum zullen een zakencliënteel naar Bergen lokken. De titel heeft alvast geholpen om het datacentrum van Google naar hier te halen, en om nieuwe fondsen los te weken voor de vijf musea en de concertzaal die straks opengaan. Met dezelfde Europese fondsen hebben we de afgelopen tien jaar ook het centrum van Bergen kunnen opfleuren en in onze twee universiteiten en nieuwe vormingscentra geïnvesteerd. Ça bouge.’

Metamorfose

Di Rupo begon twaalf jaar geleden op de prestigieuze titel van Culturele Hoofdstad te jagen, vanaf het moment dat duidelijk werd dat het in 2015 de beurt zou zijn aan een Waalse stad. Daarom omschreef The Guardian Bergen deze week smalend als ‘the first one to bid and the last one to be ready’.

Het onafgewerkte station in Bergen. ©Debby Termonia
Het afgebroken kunstwerk van Arne Quinze. ©Debby Termonia
De Sint-Waltrudiskerk in Bergen. ©Debby Termonia
Het openbaar vervoer in Bergen werd aangepast aan 2015. ©Debby Termonia
Het makrplein in Bergen. ©Debby Termonia
Mons 2015 ©Debby Termonia
Mons 2015 ©Debby Termonia
Café Europa, te Bergen. ©Debby Termonia
Winkelstraten in Bergen. ©Debby Termonia
Mons 2015 ©Debby Termonia

Een journalist van de Britse krant kwam vorige week enkele dagen naar Bergen, en zag wat ook wij zien: niet alles is klaar. De vijf ‘nieuwe’ musea waarmee de stichting Mons 2015 uitpakt, openen pas in april. Dan pas is ook de nieuwe concertzaal Arsonic klaar. Het veelbesproken station van Calatrava is vandaag niet meer dan een bouwwerf. Het oude station ligt al tegen de vlakte. Wie met de trein in Bergen arriveert en de uitgang niet vindt, belandt onverhoeds in een witte werfcontainer die tijdelijk als treinstation dient.

Maar - het moet gezegd - het kleine historische centrum van Bergen is mooi, proper, aangenaam en gezellig. De ovalen Grote Markt met haar middeleeuwse gevels is beschermd door de Unesco. Het is fijn flaneren in de straatjes rond het Belfort en de autovrije winkelstraten. ‘Ons centrum heeft een ware metamorfose ondergaan onder Di Rupo’, zegt Claudine Stuaert. Samen met haar man Yvon staat ze aan een dranghek bij de laatste overblijfselen van de installatie van Arne Quinze, die vorig weekend om veiligheidsredenen werd afgebroken.

‘De stad lag net niet in puin toen Elio overnam. De enige verdienste van zijn voorganger was het autovrij maken van de winkelstraten. Di Rupo heeft bij zijn aantreden meteen een dienst geïnstalleerd om Europese fondsen binnen te halen. Hij heeft voor Bergen gevochten.’

En toch zeuren veel Bergenaars. ‘Ze vinden dat er te veel geld naar cultuur en architectuur gaat’, zegt Claudine. ‘‘Opsmuk voor de bourgeoisie’, zeggen ze dan. ‘Wat heeft het gewone volk aan een kunstwerk van 400.000 euro, nota bene van een Vlaamse kunstenaar?’ Maar de mensen zien het brede plaatje niet. Il faut amorcer la pompe: je moet eerst grote projecten lanceren. De rest volgt. De mensen hebben geen geduld.’

‘Het is jammer wat ermee gebeurd is, want projecten als dat van Arne Quinze creëren een dynamiek die op lange termijn loont. Toeristen komen naar de streek, ze geven geld uit. Hetzelfde met het nieuwe station. Buurtcomités lagen dwars, zogezegd omdat het oude niet afgebroken moest worden. Dat zag er verdorie uit als een bouwsel uit het Sovjet-tijdperk! Het nieuwe station zal het centrum verbinden met het nieuwe Bergen aan de overkant van de ring, waar langzaam maar zeker een nieuwe economie op gang komt.’

De mensen zien het brede plaatje niet. Il faut amorcer la pompe: je hebt grote projecten als Mons 2015 nodig.
Claudine Stuaert
inwoner van Bergen

Een van die grote projecten van de nieuwe economie in de periferie is Technocité, een opleidingscentrum voor nieuwe media. Jaarlijks volgen 5.000 mensen een opleiding digitale mediatoepassingen, 1.500 mensen studeren af. ‘Ze vinden werk in een straal van 30 tot 40 kilometer rond Bergen’, vertelt directeur Pascal Keiser.

Technocité is de bloedpomp van de Digital Innovation Valley, een nieuwemediawijk van zo’n honderd bedrijfjes, veelal start-ups die op weg zijn geholpen door het Microsoft Innovation Center dat bij Technocité is gevestigd. Investering in het vormingscentrum, gespreid over de voorbije 13 jaar: 45 miljoen euro Europese en Waalse subsidies. Resultaat voor Bergen: ongeveer 1.000 nieuwe jobs.

‘Dat lijkt misschien niet spectaculair’, geeft Keiser toe. Zeker als je ziet dat de werkloosheidsgraad in Bergen de afgelopen tien jaar slechts met 3 procentpunten is gedaald: van 24 naar 21 procent. ‘Maar we moesten iets doen om de braindrain te stoppen. Bergen telt twee universiteiten. Zodra ze afstudeerden, trokken de mensen weg uit de regio. We vormen ook heel wat laaggeschoolden uit de streek. En indirect bezorgt de innovatievallei werk aan laaggeschoold personeel van lokale toeleveranciers.’

©Debby Termonia

Volkscafé

Hoe kijken ze in de Borinage, waar de cultuur van de werkloosheid heerst, naar de inspanningen van Bergen om zich met cultuur- en innovatieprojecten uit het slop te trekken? Voelt de arbeidersbevolking zich betrokken bij Mons 2015, of is het een ver-van-mijn-bedshow?

Hoe het vroeger was, en hoe het nu is in de Borinage. ©Debby Termonia
Een verlaten fabriekspand in de Borinage. ©Debbbby Termonia
Een klein steegje in de Borinage. ©Debbbby Termonia
Een vervallen fabriek in de Borinage. ©Debbbby Termonia
Hoe het vroeger was, en hoe het nu is in de Borinage. ©Debbbby Termonia
Een afgeschermd kapelletje in de Borinage. ©Debby Termonia
Kinderen gaan naar school in in de Borinage. ©Debby termonia
Een oud mijngebouw in de Borinage. ©Debby termonia
Een café in de Borinage. ©Debby Termonia
Een uitzicht over Bergen. ©Debby Termonia

In het cultuurcentrum van Wasmes, waar ruim een vierde van de beroepsbevolking werkloos is, hebben we een afspraak met twee Vlamingen ‘met een zware afwijking’: ze delen een liefde voor de Borinage. Filip Depuydt werkt als gids en receptionist in het museum Le Grand Hornu. De liefde bracht hem in 1991 naar de Borinage. Paul Berckmans kwam hier voor het eerst eind jaren zeventig, toen hij als arbeidssocioloog aan de Universiteit Antwerpen werkte. Hij schreef een boek over het rijke mijnverleden van de Borinage, dat eind dit jaar verschijnt.

Voor we op pad gaan, duwt het duo ons op het marktplein van Wasmes een volkscafé binnen. Het onthaal is amicaal. Op de WK-posters van de Rode Duivels na beantwoordt alles in L’Excelsior aan de clichés van ‘le pauvre Wallonie’: afbladderende muren, luide muziek, bezoedelde toiletten en aan elke tafel een groepje werklozen. Of werkzoekenden - dat klinkt minder pejoratief.

‘Zeg gerust werklozen’, roept Leo, een bouwaannemer en zowat de enige in het café met vast werk. ‘Wat u hier ziet, is het resultaat van vijftig jaar socialisme.’ Hij lacht niet. ‘Mais c’est vrai. De mensen willen niet meer werken. Wie in de Borinage komt wonen, bestelt een levenslang ticket voor een uitkering. Er is amper werk. En als er jobs zijn, raken ze niet ingevuld. Als ik een klus heb in Brussel of Waals-Brabant, vraag ik Polen of Roemenen. Die mensen willen tenminste hun mouwen nog opstropen.’

Waarom heet het cultuurjaar niet Mons-Borinage 2015? Dat was een mooie geste tegenover de Borains geweest.
Paul Berckmans
Vlaming met ‘een afwijking voor de Borinage’

Of het cultuurjaar de streek uit het dal kan helpen? Nog voor Leo kan antwoorden, valt zijn vriend Rinaldo hem in de rede. ‘L’art permet à l’homme d’être moins esclave’, klinkt het eerst filosofisch. En dan: ‘Maar het is hier de Borinage, hè. De komst van IKEA eind dit jaar zal een grotere impact hebben dan Mons 2015.’

Cafébaas Salvatore komt erbij zitten. ‘Helaas denken de meeste Borains zo over het cultuurjaar’, zegt hij met gedempte stem. ‘Mons 2015, dat is een Bergens verhaal. Bergen en de Borinage zijn twee werelden. Die van Bergen, dat zijn de dikke nekken. (houdt zijn handen ter hoogte van zijn hals) Ieder voor zich. Wij zijn anders: warmer, vriendelijker, solidairder. En vooral véél armer. Pas op: ik ben blij dat er íéts gebeurt. Ik verwacht zeker wat verdwaalde toeristen in mijn café. Maar het is niet door cultuurprojecten dat er nieuwe fabrieken gaan komen, hè.’

©Debby Termonia

Verloren trots

Vanuit Wasmes vertrekken we met de auto voor een rondrit door de rest van de Borinage. Onze gidsen Filip en Paul hebben begrip voor de gelatenheid van de Borains. ‘Wat wil je? De mijnen zijn al bijna vijftig jaar dicht, en er is amper iets in de plaats gekomen’, zegt Filip. ‘Alle externe fondsen gaan naar de stad. De Borains zijn hun trots verloren. Terwijl er zoveel mooie zaken zijn waarvoor ze kunnen vechten.’

Paul treedt hem bij: ‘De Borinage telde vroeger een dichte concentratie van kleine mijnen. Op haar hoogtepunt telde de streek zo’n 1.200 mijnschachten. Bijna alles is tegen de vlakte gegaan. Wat rest, zijn terrils en een tiental ruïnes. De weinige restanten van het roemrijke verleden staan te verkommeren. Op twee uitzonderingen na - het Pass en Le Grand Hornu - zijn het verlaten, kapotte mijngebouwen. Het is een troosteloos landschap in een armzalige sfeer. Toch ben ik er stapelverliefd op, omdat ik weet hoe het vroeger was. Zelfs de wolken zijn hier verweerder dan elders. Maar de mensen zijn ook hartelijker. Ze beseffen alleen te weinig welke prachtige dingen hier te zien zijn.'

We parkeren de auto op het mijnterrein Marcasse in Colfontaine. Muurschilderingen van zonnebloemen en een man met één oor verraden enige bedrijvigheid. Schilder Vincent van Gogh, die anderhalf jaar in de Borinage woonde, daalde ooit 700 meter diep af in deze mijn. Bij gebrek aan interesse van de gemeente proberen de privé-eigenaars het terrein met beperkte middelen te onderhouden. De kleurrijke schilderingen werden aangebracht door schoolkinderen uit de buurt, onder leiding van een lokale kunstenaar. Filip, die Van Gogh-wandelingen organiseert in de Borinage, spreekt vol bewondering over hun goede bedoelingen. Voor de lokale politiek is hij minder mals. ‘Waarom laat de politiek dat hier verkommeren? Dit is hún geschiedenis.’

Mons 2015, dat is een Bergens verhaal. Door cultuurprojecten gaan er geen nieuwe fabrieken komen in de Borinage.
Salvatore
waard van café L’Excelsior in Wasmes

Een blik op de programmabrochure van Mons 2015 leert dat op dit terrein in april een Van Gogh-feest wordt georganiseerd in samenwerking met de lokale bevolking. Het is een van de twaalf buurtprojecten in het kader van het programma ‘Le Grand Ouest’ in de Borinage, waarvoor Mons 2015 komend jaar ruim 2 miljoen euro uittrekt.

Buurtwerking met de Borains: het gebeurt dus toch? ‘Ja maar,’ stribbelt Filip tegen, ‘dat is een eenmalige activiteit. Aanvankelijk kwamen die activiteiten in de Borinage niet in in het programma van Mons 2015 voor, en daar is toch heel wat reactie op gekomen. Ze waren ons ei zo na vergeten.’ Hij schudt het hoofd. ‘In het Ruhrgebied had een site als deze - met zo’n cultuurhistorische waarde - al lang een herbestemming gekregen als cultuur- of ontmoetingsplek. Drie straten verderop ligt overigens het huis van Vincent van Gogh. De organisatie van Mons 2015 probeert het nog in allerijl te renoveren. (gelaten) Ik ben benieuwd of het klaar is in april.’

Gemiste kans

Onderweg naar de volgende mijnsite die door privé-initiatief tot leven is gekomen, het mijnterrein Levant in Cuesmes, valt de verweerdheid van het landschap op: uitgestorven mijnwerkersdorpen tussen met onkruid bezaaide afvalbergen, slingerende en hobbelige weggetjes die overlopen in troosteloze steenwegen. ‘Ik kom al dertig jaar in de Borinage,’ zegt Paul over de chaotische urbanisatie, ‘maar ik rij nog altijd verloren.’

Op het verlaten mijnterrein valt de regen met bakken uit de lucht. ‘Dit was een van de grootste mijnen van de Borinage. De terril brandt nog steeds vanbinnen. De eigenaar heeft écht flink geïnvesteerd om de voormalige elektrische centrale tot een mooie manège om te bouwen. Er is onlangs een klein mijnmuseum geopend, en de cafetaria zit bij activiteiten gezellig vol. Pas door het mijnverleden in ere te herstellen kan bij de zwaar gehavende bevolking de trots terugkeren. Dat is dé gemiste kans van Mons 2015. Waarom heet het cultuurjaar overigens niet Mons-Borinage 2015? Dat was een mooie geste naar de Borains geweest, nee? Bergen heeft een groot deel van zijn rijkdom te danken aan de steenkoolindustrie.’

©Debby Termonia

Beweging

Terug in Bergen gaan we midden op de Grand Place staan. Voor ons blinkt het neogotische stadhuis. In een zijstraat is er veel beweging rond het BAM, waar volgende week de grote Van Gogh-expo opent. En we beelden ons in hoe 150 meter verderop de installatie van Arne Quinze had kunnen pronken, was ze niet ineengestuikt.

340 miljoen
Sinds 2002 hebben Europa en het Waals Gewest in het kader van het ‘Europees fondsenprogramma’ 340 miljoen euro geïnvesteerd in de ontwikkeling van Bergen en de rest van Henegouwen.

Inderdaad: het zijn twee werelden, Bergen en de Borinage. We leggen de naakte cijfers naast elkaar. Zowat 340 miljoen euro extern geld - vooral Europese en Waalse staatssteun - werd hier sinds 2004 aangesleept. Het nieuwe station zal minstens 150 miljoen euro - federaal geld - kosten. Tegenover die enorme bedragen staat een daling van de werkloosheid, gemeten over dezelfde periode, met slechts enkele procentpunten. We denken aan Rinaldo, de werkloze stamgast van café L’Excelsior in Wasmes. ‘De komst van IKEA is belangrijker voor de streek dan Mons2015’, zei hij. Geef hem eens ongelijk, in zijn situatie. Maar was IKEA naar Bergen gekomen zonder het cultuurjaar of zonder de honderden miljoenen euro’s staatssteun voor de geteisterde regio?

De baas van Eliopolis krijgt het laatste woord. Zijn grote voorbeeld voor Mons 2015 is Rijsel, de Europese cultuurhoofdstad in 2004. Een impactstudie leerde dat per euro subsidie die in Rijsel aan de titel werd uitgegeven 6 euro terugvloeide naar de lokale economie tijdens het cultuurjaar. ‘Ons budget is 68 miljoen euro’, zegt Di Rupo. ‘Reken maar uit: voor Bergen en Henegouwen is dat een omzet van 400 miljoen euro. Enkel in 2015! En de impact op lange termijn? Vijftien jaar geleden wilde niemand in Rijsel komen, vandaag staat de stad in alle toeristische gidsen.’

Het cultuurjaar Mons 2015 begint zaterdag 24 januari met een gratis volksfeest in Bergen.

Meer info op www.mons2015.eu

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content