Van autogarage tot cultuurfabriek aan het water

©NOA - EM2N - SBA

Niet sterarchitect Rem Koolhaas, maar een associatie van een klein Brussels bureau met Zwitserse en Britse architecten heeft de wedstrijd gewonnen voor de reconstructie van de Citroën-garage in Brussel tot de cultuurpool Kanal.

Zes van de zeven teams in de finale van de internationale architectuurwedstrijd hadden een Brussels architectenbureau in de rangen. Enkel OMA, het team rond Rem Koolhaas, niet.

Iedereen ging ervan uit dat die Nederlandse sterarchitect zou winnen. Het Brussels Gewest zet namelijk hoog in met zijn ‘Guggenheim voor Brussel’. Het Centre Pompidou in Parijs werd mee in bad getrokken, en de kostprijs van de verbouwing is met 125 miljoen euro niet mals. Bij een prestigeproject hoort een spektakelarchitect, dacht men. Toch beet Koolhaas in het zand.

©NOA - EM2N - SBA

Het Brussels Gewest was namelijk uitdrukkelijk niet op zoek naar spektakelarchitectuur. Koolhaas hield zich daar naar verluidt keurig aan. De internationale jury bleek echter het meest gecharmeerd van het Podium voor Brussel-ontwerp van een associatie rond het Brusselse bureau noA.

Die relatief onbekende laureaat realiseerde al enkele mooie projecten. Het architectenbureau was verantwoordelijk voor de herinrichting van de Lakenhallen in Ieper voor het In Flanders Fields Museum, hertekende de stadscampus van de Universiteit Hasselt en het vlasmuseum Texture in Kortrijk.

NoA, dat in Anderlecht een gebouw deelt met Benoît, de kunstenaar die bekend is voor zijn muurtekeningen in het metrostation Maalbeek, associeerde zich voor dit miljoenenproject met het Zwitserse EM2N en Sergison Bates uit Londen. De Brusselse bouwmeester Kristiaan Borret, die in de jury zetelde, noemt hun ontwerp ‘complex maar evident’ en ‘veelzijdig maar coherent’. ‘Het is uitzonderlijk goed geïntegreerd in de omgeving’, aldus Borret.

Het architectenteam vat zijn Podium voor Brussel op als een ‘gezellige, levendige en dynamische uitwisselingsplek voor alle bewoners en bezoekers van Brussel.’ Het gebouw moet een levend organisme worden, zegt architecte An Fonteyne van noA. ‘Een gebouw dat het leven viert in Brussel, dat je aantrekt, maar waar je tegelijk ook anoniem kunt binnenlopen. Zo wordt cultuur toegankelijk voor iedereen.’

Het gebouw moet het leven in Brussel vieren, je aantrekken, maar je ook anoniem laten binnenlopen.
an fonteyne
architecte

De indeling van het gebouw met zijn hellingen voor auto’s en verbindingen tussen de verschillende delen wordt behouden en uitgebreid. Er komen drie ‘dozen’ die boven het dak met glasramen uitsteken. Met die ingreep lossen de architecten het klimaatprobleem in het immense gebouw op. De dozen worden ingevuld door het Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst, het architectuurcentrum CIVA en een cultureel centrum met een auditorium van 400 plaatsen.

Een grote binnenstraat moet de ruimtes met elkaar verbinden. Langs de buitenkant wordt de opengetrokken showroom van de garage het grote kijkstuk. Beneden is er plaats voor culturele evenementen, op het dak komt een restaurant, met een terras dat een zicht over de stad biedt. De modernistische gevel uit de jaren 30 blijft grotendeels behouden. Het typerende witte fries rond het gebouw wordt verlengd en krijgt de functie van een lichtkrant met boodschappen over de activiteiten in de ‘stadsfabriek aan het water’, zoals een van de architecten het project noemt.

De werkzaamheden beginnen over anderhalf jaar. De officiële opening moet er eind 2022 komen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content