Bladeren in het duurste boek van de 17de eeuw

De Atlas Maior bevat veel meer dan alleen kaarten. ©The Phoebus Foundation

De 11-delige Atlas Maior van de Amsterdamse uitgever Joan Blaeu was het duurste boek van de 17de eeuw. Het kunstige naslagwerk is nu te zien in een nieuwe expo in het Mercatormuseum in Sint-Niklaas.

Het moet er hard aan toe zijn gegaan in de 17de eeuw aan de Bloemgracht in Amsterdam. De buren Joan Blaeu (1598-1673) en Johannes Janssonius (1588-1664) leverden een verbeten strijd om zich de grootste en beste uitgever van atlassen te kunnen noemen. Een booming business toen.

Blaeu won de tweekamp toen in 1662 de eerste Latijnse editie van zijn Atlas Maior verscheen. Het monumentale naslagwerk toonde in elf delen hoe de wereld er toen uitzag. Vergeet de atlas die u zich herinnert van de schoolbanken, Blaeus meesterwerk is veel meer dan een overzicht van geografische kaarten. Het is een samenvatting van de culturele, religieuze en wetenschappelijke geschiedenis die op dat moment bekend was, gekoppeld aan cartografie.

De atlas telt 594 kaarten en 3.368 grote pagina’s tekst. De elf delen zijn in wit leder gebonden, met goud op de snee en gouden bestempelingen op de boekbanden. De atlas was een luxeproduct, weggelegd voor de nieuwe Amsterdamse rijken die dankzij de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) schatten verdienden met de handel met Azië. De prijs was er ook naar. De ingekleurde versie kostte 450 gulden. Daarmee is de atlas het duurste meerdelige boek uit de 17de eeuw. Een ongekleurde versie kostte 350 gulden. Omgerekend naar vandaag is dat zo’n 20.000 euro.

Hoeveel exemplaren uiteindelijk werden gedrukt, is niet meer te achterhalen. In vier talen rolden in drie jaar 200 tot 600 atlassen van de persen. Een daarvan kocht de Phoebus Foundation, de kunststichting van Katoen Natie-baas Fernand Huts, in 2018 op een veiling bij Arenberg in Brussel. Prijs: 600.000 euro.

De atlas wordt voor het eerst helemaal getoond in het Mercatormuseum. Elk van de elf delen ligt in een glazen vitrine opengeslagen op een kaart. Die wordt in het groot op de muur getoond, met daarbij heel wat uitleg over de betekenis en de totstandkoming. Links en rechts staan computerschermen die het mogelijk maken digitaal door de verschillende delen van de atlas te bladeren.

De kaarten zijn artistieke pareltjes die de geest van de barok ademen.

In tegenstelling tot zijn vader Willem, de oprichter van het familiebedrijf, was Joan Blaeu geen cartograaf. Hij kocht zoveel kaarten op als hij kon vinden, inclusief de bijbehorende koperplaten. Soms waren de kaarten al enige tijd gedateerd, maar dat deerde niet. Blaeu was in de eerste plaats een commerçant, en geen wetenschapper zoals Gerard Mercator. Diens kaarten, die een eeuw ouder zijn, waren correcter. Scheepskapiteins konden ermee navigeren. Met de atlas van Blaeu lag dat veel moeilijker.

Blaeu was zijn concurrerende uitgevers een stap voor, omdat hij net als zijn vader in dienst was van de VOC. Hij voorzag de schepen van actuele kaarten. De kapiteins en de handelaars deelden hun nieuwe ontdekkingen met hem, zodat hij de kaarten snel kon laten aanpassen. Dat ging verder dan de loop van een rivier of de hoogte van een berg wijzigen. De plaatselijke bevolking werd getekend, soms denigrerend volgens de tijdgeest. Ook de grondstoffen die waren aangetroffen, kregen een plaats. Of nieuwe dieren.

Soms werd ook gewoon wat gefantaseerd, zoals het landschap van nog onbetreden gebieden in Afrika. Hoe dan ook zijn de kaarten artistieke pareltjes die de geest van de barok ademen.

De Atlas Maior is tot 25 april te zien in het Mercatormuseum in Sint-Niklaas.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud