De man met het vilten hoedje

Joseph Beuys. ©BELGAIMAGE

Een sjamaan van de kunst. Zo noemde de Duitser Joseph Beuys zichzelf. Het Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen duikt straks onbevreesd in de wereld van de mythische performancepionier. ‘Pure metafysica.’

 

Eurasienstab, Joseph Beuys.

Een man met een hoedje loopt rond in wat een gewone huiskamer lijkt. Op de achtergrond dreint orgelmuziek. De man bindt vilten beschermers onder zijn schoenen, neemt een ladder en smeert in de bovenhoeken van de kamer margarine aan de muren. Daarna zet hij vier met vilt bedekte pijlers overeind en voert hij met een lange kromstaf een ritueel uit. Hij verbindt de vier palen, de vier windrichtingen. Zo maakt hij ook Europa en Azië tot één continent: Eurazië.

‘Eurasienstab’, heet de performance. Ze is het sleutelwerk van de expo ‘Joseph Beuys - Groeten van de Euraziaat’, die donderdag in het M HKA opent.

De Duitse kunstenaar Joseph Beuys (1921-1986) had veel gezichten. Behalve een onvergelijkbaar performer was hij ook tekenaar, denker en politiek-ecologisch activist. Een man die zijn eigen mythe uitvond ook. Of zoals hij het zelf omschreef: een sjamaan van de kunst. Dat vond ook wijlen Jan Hoet, bij wie Beuys geregeld over de vloer kwam. ‘Toen ik hem leerde kennen, ging een nieuwe wereld open. Een wereld waarin ik nog niet eerder was afgedaald. Dat was pure metafysica’, zei hij drie jaar geleden nog in een interview.

Meester van de avant-garde

Bart De Baere, de directeur van het M HKA, houdt het prozaïscher. ‘Voor mij is Beuys de belangrijkste naoorlogse kunstenaar, de meester van de avant-garde. Veel van wat vandaag in de kunst gebeurt, vindt zijn wortels in Beuys. Hij was ook de eerste multimedia-artiest. Video, fotografie, hij gebruikte het allemaal. En dan zijn er nog de materialen: vilt, vet, honing, alles kon bij Beuys.’

De Duitser zat niet verlegen om een statement. Als hij een in vilt ingepakte vleugelpiano presenteerde, dan protesteerde hij tegen het Duitse stilzwijgen over de softenonkinderen. Verbleef hij drie dagen in een kamer met een coyote, dan kaartte hij het lot van de Amerikaanse indianen aan. Plantte hij 7.000 bomen, stuk voor stuk gekoppeld aan een steen, dan was dat een noodzakelijke ecologische ingreep in het stedelijke landschap.

Soms sloeg Beuys wel eens door, zoals in een interview met het Duitse weekblad Der Spiegel in 1984. Hij had het over een engel die hij had ontmoet. Toen de reporter vroeg hoe die eruitzag, antwoordde hij: ‘Een keer zeer licht, bijna niet te zien, een doorschijnend wezen. En een andere keer zwart van boven tot onder, maar praktisch met dezelfde boodschap. Ik moet daar altijd rekening mee houden, elke dag.’ Beuys meende het, al kan je daar bij hem nooit echt zeker van zijn.

Honing en bladgoud

De tentoonstelling die het M HKA aan de ‘sjamaan van de kunst’ wijdt, legt Vlaamse en Antwerpse accenten. Ze brengt onder meer een eerbetoon aan Anny De Decker (80), die in 1968 voor het eerst een performance van Beuys naar België haalde. ‘Eurasienstab’ was te zien in Wide White Space, de Antwerpse kunstgalerie die ze samen met haar man openhield en die jaren de motor was van de avant-garde in Vlaanderen.

Kunst overstijgt de rede. Een mens moet de kunst in zich opnemen, niet proberen te verklaren.
Joseph Beuys (1921-1986)

De Decker leerde Beuys midden jaren zestig kennen toen ze in Spanje haar man ontmoette, de Duitse kunstenaar Bernd Lohaus. Hij was een leerling van Beuys, die jaren een bevlogen maar gecontesteerd professor beeldhouwkunst was aan de Kunstacademie van Düsseldorf. ‘De eerste keer dat ik een performance van Beuys zag, was ik meteen verkocht. Hij deed iets met twee schoppen die hij theatraal voor zijn borst hield. Daarna gooide hij ze naar een blok hout. Heel indrukwekkend’, zegt De Decker.

Een tijdje later vroegen zij en Lohaus schoorvoetend aan Beuys of hij een tentoonstelling voor hun galerie wilde maken. ‘We hebben twee jaar moeten wachten. Maar op een dag belde Joseph om te zeggen dat hij ‘Eurasienstab’ kwam opvoeren. Daar waren we uiteraard heel blij mee. Ik denk dat er die avond zo’n dertig of veertig mensen in de galerie waren. Dat lijkt niet veel, maar je moet dat in de tijdgeest zien. Avant-gardekunst was toen nog niet zo populair bij ons.’

De performance met de dode haas.

Ook in Duitsland had het publiek tijd nodig om Beuys te aanvaarden. ‘In het begin van zijn carrière hebben de Duitse kranten hem vaak belachelijk gemaakt. Zijn performances waren dan ook nogal speciaal’, zegt De Decker. ‘Wie man den Toten Hasen die Bilder erklärt’ is zo’n speciale ‘Aktion’. Beuys voerde ze in 1965 op in Düsseldorf. Vandaag is ze te bekijken op YouTube. Beuys loopt rond met een in honing en bladgoud gedrenkt hoofd, een dode haas in zijn armen. Je weet niet wat je ziet. Het publiek ook niet, blijkt uit enkele shots van de toeschouwers.

Het heeft geen zin naar de betekenis van het schouwspel te zoeken. ‘Ik wilde aantonen dat achter kunst geen logische redenering zit’, zei Beuys jaren later op de Duitse televisie. ‘Kunst overstijgt de rede. Er is geen verband tussen oorzaak en gevolg. Een mens moet de kunst in zich opnemen, niet proberen te verklaren.’

Wie probeert om kunst logisch te begrijpen, valt terug op vastgeroeste denkpatronen, meende Beuys. Die patronen wilde hij met zijn werk doorbreken. Het werd zijn mantra: de mens spiritueel en intellectueel bevrijden van de alledaagsheid en naar een hoger niveau tillen. Zijn ideeën haalde Beuys net zo goed uit de Duitse romantiek als uit het mysticisme.

Ook voor de antroposoof Rudolf Steiner, van de gelijknamige scholen, had hij een zwak. Voorts hield hij van Goethe en Rodin. En van mooie auto’s. ‘Toen ik hem leerde kennen, reed hij met een Cadillac’, zegt De Decker. ‘Daar keek ik toch van op. Je verwachtte hem eerder in een Volkswagentje.’

Neergestort vliegtuig

Zo speciaal Beuys’ performances ogen, zo bijzonder klinkt zijn levensverhaal. Toen de Tweede Wereldoorlog zijn artistieke ontwikkeling doorkruiste, werd Beuys radiotechnicus bij de Duitse Luftwaffe. In 1943 werd zijn Stuka boven de Krim neergeschoten. Rondtrekkende Tartaren haalden Beuys halfdood vanonder het vliegtuig. Ze smeerden hem in met vet en wikkelden hem in vilt om hem warm te houden, wil de legende. Hoe dan ook, Beuys overleefde het. Vilt en vet werden zijn meest gebruikte materialen. Een vilten hoedje werd zijn handelsmerk. Het bedekte een ijzeren plaatje dat na de crash in zijn schedel werd ingeplant.

Na de Tweede Wereldoorlog ging Beuys studeren aan de academie van Düsseldorf. Duizenden tekeningen en aquarellen maakte hij in die tijd. In het begin waren ze erg figuratief, later werden ze ondoorgrondelijker. In 1962 kwam hij in contact met de kunstenaarsbeweging Fluxus, die in New York was opgericht onder leiding van George Maciunas. Fluxus stond voor een totaal nieuwe manier van kunst maken en beleven in alle artistieke domeinen. Fluxus streefde naar het samengaan van kunst en het dagelijkse leven. Alles kon kunst zijn. Of zoals Beuys zei: ‘Kunst is het leven en leven is kunst.’ En ook: ‘Iedereen is kunstenaar.’

Rommel tot kunst

Maar Beuys kon zichzelf ook relativeren, weet Flor Bex, de eerste directeur van het M HKA. ‘Joseph was een sympathieke man. Hij had veel charisma, altijd met dat hoedje en dat vestje. Ik herinner me nog de opening van Documenta in Kassel in 1972. Enkele mensen vroegen hem om een handtekening. Maar er was niets om te handtekenen. Joseph vroeg me dan maar om alle rommel die ik op straten en pleinen kon vinden naar hem te brengen. Hij zette daar zijn handtekening op. Op een bepaald moment vond ik niets meer. Toen is hij gestopt. Hij maakte van rommel kunst.’

De anekdote past in Beuys’ filosofie om zich af te zetten tegen alles wat gangbaar was. In de kunst, de politiek, het onderwijs, dat maakte niet zoveel uit. ‘Ik noem hem een antimodernist’, zegt Nav Haq, de curator van de tentoonstelling in het M HKA. ‘In de jaren zestig stond het modernisme voor de dominantie van het kapitaal en de natiestaat. Beuys ging daartegen in. Hij was tegen het kapitalisme en tegen het communisme, wat voor hem niets anders was dan staatskapitalisme. Hij was ook tegen de grenzen, tegen de natie als fundament van de staatkundige indeling van de wereld. Vandaar het belang van een werk als ‘Eurasienstab’. Hij geloofde in de eenheid tussen Europa en Azië, waarbij de westerse cultuur en de oosterse spiritualiteit elkaar versterken.’

‘Beuys kwam op het juiste moment’, zegt M HKA-directeur Bart De Baere. ‘Hij opende de poorten van Duitsland. Het isolationisme van na de Tweede Wereldoorlog ebde weg. Duitsland kon weer naar buiten kijken, met Beuys als een van de boegbeelden. Onze expo is ook een statement. Het M HKA staat achter het idee van Eurazië. Je merkt dat we in een wereld leven waar veel landen op zichzelf terugplooien. Wij willen daar met onze tentoonstellingspolitiek tegen ingaan, net zoals Beuys dat in zijn tijd deed.’

Niet erg gegeerd

Beuys schreef zijn ideeën over zijn ideale wereld in 1978 neer in het manifest ‘Aufruf zur Alternative’. Hij zocht een nieuwe sociale toekomst waarbij oost en west verzoend geraakten en de kloof tussen noord en zuid werd weggewerkt. De Duitser zocht naar een andere manier om om te gaan met geld, arbeid en productiemiddelen. De ontwikkeling van het individu was cruciaal. Een mens moet zijn creatieve talenten vrij en optimaal kunnen ontwikkelen. Tegelijk pleitte hij voor een solidaire en egalitaire samenleving.

Interview.

Ecologie was een andere hoeksteen in het manifest. In 1979 was Beuys een van de oprichters van de Duitse Grünen. ‘Op de expo tonen we een kiesbrief met zijn naam. Hij was geen kunstenaar die aan de zijlijn wat stond te prediken. Hij ondernam ook actie. Dat is een van de redenen waarom ik hem nog altijd relevant vind’, zegt Nav Haq.

Ondanks die relevantie is Beuys niet erg gegeerd op de kunstmarkt. Zijn duurst geveilde kunstwerk is ‘Zeitpunkt: Das Massaker von Muenchen’ uit 1972. Het werd vorig jaar bij Christie’s voor omgerekend 964.000 euro afgehamerd. De aard van Beuys’ werk schrikt verzamelaars wat af. Zijn installaties zijn vaak moeilijk te reconstrueren omdat hij ze vaak met een specifieke ruimte in het achterhoofd concipieerde. Bovendien zijn ze vaak gekoppeld aan een performance.

Beuys zette de kunstmarkt zelf een hak door veel reeksen en edities te maken, terwijl verzamelaars vooral unieke kunstwerken willen. Werk van hem is wel te vinden in talloze musea over de hele wereld. In Duitsland bezit het Museum Schloss Moyland in Bedburg-Hau bij Düsseldorf de grootste collectie vroege kunstwerken van Beuys. Het zijn er zo’n 4.000. Zijn audiovisuele werk wordt bewaard in het Hamburger Bahnhof für Gegenwart in Berlijn.

A.F. Vandevorst

Een tweede Beuys is nooit opgestaan. Dat kon ook niet, daarvoor was zijn persoonlijkheid en charisma te apart. Maar hij is wel een wegbereider geweest, zeker als het om de vermenging van kunst en politiek gaat. Als prof aan de Academie van Düsseldorf inspireerde hij in de jaren zestig een nieuwe generatie kunstenaars, onder wie Jörg Immendorf, Blinky Palermo, Anselm Kiefer en Sigmar Polke.

De Zwitser Thomas Hirschhorn (60) is een van de gerenommeerdste kunstenaars die schatplichtig zijn aan Beuys. Sinds de jaren negentig maakt hij grote collages en installaties, vooral met wegwerpmateriaal. ‘Bataille Monument’, naar de Franse surrealistische schrijver George Bataille, is een van zijn bekendste werken. Hirschhorn maakte het in 2002 voor Documenta in Kassel, waar hij het in een arme migrantenwijk neerpootte. De participatieve kunst - met een café, een bibliotheek en een radiostation dat Hirschborn met de bewoners van de wijk beheerde - was het kader voor sociaal onderzoek. Je zou het vintage Beuys kunnen noemen, al treedt Hirschhorn nooit op de voorgrond. Geen personencultus bij hem.

In ons land tonen An Vandevorst en Filip Arickx, het couturierskoppel achter A.F. Vandevorst, zich als grote bewonderaars van Beuys. Vooral Vandevorst is een grote fan. ‘In 1986, net voor ik aan de Modeacademie begon te studeren, maakte ik met mijn moeder een trip door Duitsland. We bezochten alle musea die werken van Beuys tentoonstelden. Het was een openbaring. Er is zoveel aan Beuys dat ik fantastisch vind. Zijn materialen, zijn werken, maar ook zijn mythevorming. Hij maakte van zichzelf een kunstwerk.’

In de creaties en de modeshows van A.F. Vandevorst zitten veel verwijzingen naar Beuys. ‘Er is het rode kruis, dat zowel bij ons als bij hem prominent aanwezig is. Er zijn ook grafische elementen en lettertypes. En we hebben ooit een modedefilé gehouden met modellen in ziekenhuisbedden. Ook daar was Beuys niet ver weg. Denk aan zijn performance met de coyote in New York, waar hij zich op een brancard naar de galerie liet brengen.’

Vandevorst heeft Beuys helaas nooit ontmoet. ‘Mijn moeder wel. Maar ze was zo van haar melk dat ze niets heeft kunnen zeggen.’

 

Vier iconische werken van Joseph Beuys

1. ‘Wirtschaftswerte’

Wirtschaftswerte. ©ISOPIX

In 1980 maakte Beuys voor het toenmalige Museum voor Hedendaagse Kunst in Gent ‘Wirtschaftswerte’.  Het is zijn enige werk in een Belgisch museum. Jan Hoet betaalde er destijds 933.000 frank voor, exclusief btw. De installatie bestaat uit 19de-eeuwse schilderijen, een blok gips  en metalen rekken met gebruiksvoorwerpen en voedingswaren uit het voormalige Oost-Duitsland.  De schrale verpakking van de Oost-Duitse voedingswaren staat in schril contrast met het Westen, waar verpakkingen blits zijn. Beuys wilde aantonen hoe de grenzen diep in  het dagelijkse leven doordringen.

 2. ‘Infiltration Homogen  für Konzertflügel’

Infiltration homogen für Konzertflügel. ©BELGAIMAGE

 In 1966 presenteerde Beuys een  vleugelpiano zonder poten ingepakt in vilt met een rood kruis op de zijkant. Ze is nu te zien in het Centre Pompidou. Oorspronkelijk maakte de piano deel uit van een performance, waarbij het gesnater van een gans het geluid van de ingepakte piano verving. De pianostilte was een aanklacht tegen de stilte van de Duitsers over het softenonschandaal. Softenon was een geneesmiddel tegen ochtendmisselijkheid dat bij heel wat foetussen misvormingen veroorzaakte.

 

3. ‘I Like America  and America Likes Me’

I like America and America likes me. ©BELGAIMAGE

 In 1974 trok Beuys naar de Verenigde Staten voor een historische performance. Na de landing in New York liet hij zich met een ambulance naar de René Block Gallery op Broadway voeren. Daar deelde hij acht uur,  verspreid over drie dagen, een kamer met een coyote. Beuys lag het grootste deel op een brancard, gewikkeld in een vilten deken. De coyote bekeek hem argwanend, maar tot een gewelddadige confrontatie kwam het niet. Na drie dagen gaf Beuys de coyote een knuffel en liet hij zich per ambulance weer naar de luchthaven brengen. De performance, die het lot van de Amerikaanse indianen onder de aandacht moest brengen, was belangrijk voor de doorbraak van de Duitse avant-garde in de VS. De Amerikaanse kunstscene had het tot dan niet zo begrepen op Beuys. Alleen Andy Warhol voelde zich enigszins met hem verbonden.

 

4. ‘7000 Eichen - Stadtverwaldung statt Stadtverwaltung’

7000 eiken. ©BELGAIMAGE

 In 1982, tijdens Documenta, begon Beuys aan een ambi tieus project. Gespreid over meerdere jaren plantte hij 7.000 eiken geflankeerd door een steen in basalt. Voor Beuys was het een noodzakelijke artistieke en ecologische ingreep in het stadslandschap. In het begin was er in Kassel nogal wat protest tegen het project, maar dat ebde snel weg. De eiken en de stenen staan er nog altijd

‘Joseph Beuys - Groeten van de Euraziaat’ opent donderdagavond in het M HKA in Antwerpen en loopt tot 21 januari.

www.muhka.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content