reportage

De permanente nachtmerrie van David Lynch

©Courtesy the artist. Collection Bonnefantenmuseum

Voor romantiek en melancholie moet je niet naar het Bonnefantenmuseum in Maastricht. De schilderijen, etsen, foto’s en collages van David Lynch zijn even donker en verontrustend als zijn films. En even verhalend ook.

Zou hij het werk ook tentoonstellen als de kunstenaar niet David Lynch heette? ‘Natuurlijk’, zegt Stijn Huijts, artistiek directeur van het Bonnefantenmuseum en curator van de expo. Maar hij zegt onze vraag te begrijpen. ‘In kunstkringen wordt wel vaker meewarig gedaan over multitalenten die zich aan beeldende kunst wagen, zeker als het celebrity’s zijn. Het vermoeden rijst snel dat de kunstenaar een zondagsschilder is. Dat is bij David Lynch niet het geval. Hij begon als kind te tekenen en te schilderen en is daar nooit mee opgehouden. Films maken is er pas later bij gekomen. Maar hij heeft regisseren nooit belangrijker gevonden dan schilderen.’

De expo in Maastricht pakt uit met zo’n 500 kunstwerken. Van Lynch’ eerste probeersels in de jaren zestig - een getekend portret van Vincent van Gogh, bijvoorbeeld - tot schilderijen waarvan de verf nog maar net droog was. De kiem voor ‘Someone is in My House’ werd tien jaar geleden gelegd in Duitsland, waar Huijts een expo van Lynch zag.

‘Ik werkte nog niet voor het Bonnefantenmuseum. Maar ik dacht wel: ‘Ooit wil ik zijn werk in Nederland tonen.’ Nu is het zover. Via wat tussenpersonen en galerieën hebben we contact gelegd met Lynch. Hij was meteen voor het idee gewonnen. Verder heeft hij zich nergens mee gemoeid. ‘Ieder zijn job’, zei hij.’

David Lynch houdt zich ver weg van de kunstmarkt. Het merendeel van zijn schilde rijen stockeert hij thuis.
Stijn Huijts
artistiek directeur van het Bonne fantenmuseum

Voor romantiek of melancholie moet je niet naar Maastricht. De wereld van Lynch is donker, verontrustend en agressief, alsof je je in een permanente nachtmerrie bevindt. Dat is zo in zijn films, en ook in zijn kunstwerken. Je wordt uitgenodigd om af te dalen tot bij je eigen demonen.

Vleesgeworden kwaad

Een van de eerste van de 15 zalen is gewijd aan Bob. Wie ‘Twin Peaks’ zag, weet dat Bob het vleesgeworden kwaad is. Als je voor de schilderijen staat, stel je je onbewust de vraag: Is het dé Bob uit de tv-serie? ‘Bob Loves Sally Until She is Blue in the Face’ luidt een van de titels. Wurgseks allicht. ‘Als je Lynch zou vragen of het dé Bob is, ontkent hij allicht. Hij is het type kunstenaar dat zijn werk zo weinig mogelijk duidt. De kijker moet er zelf betekenis aan geven.’

©Courtesy the artist. Collection Bonnefantenmuseum

Maar het is moeilijk om onbevooroordeeld te kijken. Zit er een snuifje ‘Mulholland Drive’, ‘Eraserhead’, ‘Blue Velvet’ of ‘Lost Highway’ in de schilderijen, etsen, tekeningen, collages en foto’s? Je gaat er toch naar op zoek, al is het niet van belang.

Huijts: ‘Voor de expo heb ik veel onderzoek gedaan naar Lynch. Ik vertrok van de twee werelden - film en beeldende kunst - en zag al snel dat ze over elkaar schoven. Lynch’ artistieke oeuvre draait om de onafhankelijkheid van het kunstenaarschap. Hij laat zich nooit iets voorschrijven. Voor zijn films eist hij het recht op van de final cut. Hij en niemand anders bepaalt het resultaat. In zijn beeldende werk is dat net zo. Ondanks zijn gigantische oeuvre doet hij alles alleen. Hij houdt zich ook ver van de kunstmarkt. Hij werkt wel samen met enkele galerieën, maar het merendeel van zijn schilderijen stockeert hij thuis.’

Half mens, half machine

Lynch begon als jonge snaak te tekenen,

©Courtesy the artist

al snel met een surrealistische ondertoon. Figuren zijn half mens, half machine. De grote stap voorwaarts voltrok zich in 1966 toen hij studeerde aan de Pennsylvania Academy of The Fine Arts. Hij kreeg een soort visioen toen hij naar een van zijn schilderijen keek. Hij zag de planten bewegen en hoorde de bomen ruisen. Op dat moment besliste hij bewegende schilderijen te gaan maken. Een sleutelwerk in die evolutie is ‘Six Men Getting Sick (Six Times)’, in Maastricht voor het eerst te zien op een museale expo.

Het is een ingewikkeld werk. Lynch maakte zes gipsafdrukken van zijn hoofd en dat van een vriend. Die plaatste hij op een gebeeldhouwd scherm. Vervolgens projecteerde hij er zes figuren op, wier magen worden gevuld met een vloeistof tot ze niet meer kunnen en alles uitbraken onder het geluid van een loeiende sirene. Film en schilderkunst komen in een embryonale fase samen. Het is een ervaring om naar de installatie te kijken.

Geen beperkingen

De expo toont een kunstenaar die zich op geen enkele manier laat beperken. In het vroege werk herken je wat van de Brits-Ierse schilder Francis Bacon, maar je ziet toch vooral Lynch, in verschillende vormen, stijlen en formaten. Bijna elk werk lijkt een verhaal te vertellen.

©Courtesy the artist and Marek Lieberberg

Huijts: ‘Hij is erg narratief, ja. Dat merk je ook aan de teksten die hij in zijn kunstwerken verwerkt. Daarnaast is hij bijzonder tactiel. Hij schildert vooral met zijn handen, gebruikt amper een borstel. ‘Ik zou in de verf bijten als ze door het lood niet zo giftig was’, zei hij ooit.’ De verf is vaak maar een beginpunt, waarna hij allerlei voorwerpen aan het schilderij toevoegt: een schaar, een touw, een stuk jeans. Alles wat het verhaal ten goede komt.

In 2009 en 2010 ging Lynch nog een stap verder met monumentale werken waarin hij lampen verwerkte. Ze hangen in een van de laatste zalen. Kijkkasten noemt Huijts ze. Ze zijn indringend en gewelddadig, zoals ‘Boy Lights Fire’. In al zijn lelijkheid borrelt na een tijd van kijken de schoonheid van de kunstenaar op. En je begint weer te denken aan zijn films. Wat als je zolang blijft staren dat het jongetje uit het schilderij stapt en het museum echt in brand steekt? Het zou zomaar eens kunnen, want het is David Lynch.

‘David Lynch, Someone is in my House’ loopt tot 28 april in het Bonnefantenmuseum Maastricht.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect