Joodse superkrachten

©© DC Comics

De Amerikaanse helden Superman, Spider-Man en Captain America zijn stuk voor stuk bedacht door Joodse schrijvers en tekenaars. Het Joods Museum eert hen met een expo over comics.

Stan Lee, de bedenker van onder meer Spider-Man, heette eigenlijk Stanley Lieber. Zijn kompaan Jack Kirby werd geboren als Jacob Kurtzberg. Misschien haalt u er de schouders voor op, er zijn zoveel artiesten met een pseudoniem. Maar bij Lee en Kirkby was de naamsverandering meer dan een spielerei. Het was een manier om als Joodse migranten in te burgeren de Amerikaanse maatschappij van de jaren dertig. Met succes, want samen met een rist andere Joodse auteurs werden ze boegbeelden van de Amerikaanse comics. 

Wat in het echte leven niet kon, kon wel in de comics. Superman was een van de eerste helden die de strijd aanbonden tegen Hitler.
Bruno Benvindo
cocurator

In de expo ‘Super Heroes Never Die, Comics and Jewish Memories’ vertelt het Joods Museum in Brussel het succesverhaal van die Amerikaanse strip en de Amerikaanse superhelden. De Joodse invloed is onmiskenbaar. ‘De creatie van de meeste superhelden door Joodse auteurs hangt samen met de emigratie naar de Verenigde Staten in het begin van de 20ste eeuw en de angst voor het fascisme in de jaren dertig’, zegt cocurator Bruno Benvindo. ‘De helden bestreden de angst en de onzekerheid. Superman was een van de eerste stripfiguren die de strijd aanbonden tegen Hitler. Ook Captain America liet zich niet onbetuigd. Wat in het echte leven niet kon, kon wel in de comics.’

New York was het epicentrum van de Joodse stripauteurs. Ook dat was geen toeval. In het begin van de 20ste eeuw kwam een grote immigratiestroom van Europese Joden naar de Verenigde Staten op gang. Ze meerden aan op Ellis Island en bleven vaak in New York hangen. Een korzelig filmpje van pas gearriveerde migranten geeft een idee van de chaos die toen moet hebben geheerst.

Er werd al volop getekend. Immigratie was een belangrijk thema in de eerste strips die in Joodse kranten als Zuni Maud (in het Jiddisch), Harry Hershield en Milt Gross verschenen. Ze brachten verhalen van Joden in de ‘allesverslindende metropool’ New York. De strips in de expo lijken grappig en ontwapenend. Er spreekt een rotsvast geloof in een betere wereld uit. Tegelijk is er angst voor het nieuwe leven in een onbekende grootstad.

We are all Americans

In de jaren dertig sprongen heel wat Joodse tweedegeneratiemigranten op de steeds sneller rijdende comicstrein. ‘Dat ging relatief gemakkelijk. Strips maken vergde weinig investeringen. Meer dan een potlood had je niet nodig’, zegt Benvindo.

©© DC Comics

In die periode werd een rist superhelden geboren. Joe Shuster, de zoon van een Joodse immigrant uit Rotterdam, en zijn kompaan Jerry Spiegel creëerden Superman. Uitgevers wilden er zich eerst niet aan wagen. Shuster en Spiegel kwamen uiteindelijk bij D. Comics terecht. Het eerste verhaal verscheen in 1938. De rest is geschiedenis.

Een jaar later lanceerden Bob Kane en Bill Finger Batman. In 1940 kwamen  Jack Kirby en Joe Simon met Captain America. Opvallend: geen van die superhelden had een religieuze of etnische identiteit. ‘We are all Americans’, leken de helden te zeggen. En ze zeiden ook in de troebele jaren dertig: ‘Relax, we zijn er om jullie te beschermen tegen het kwaad.’

Na de Tweede Wereldoorlog kregen de superhelden het moeilijk. Vooral de Comic Code Authority Art deed lastig. Strips werden beschouwd als een oorzaak voor jeugdcriminaliteit en verloren hun populariteit. Pas begin jaren zestig kwamen de striphelden terug, met dank aan de strijd tussen twee concurrerende uit­geverijen: DC Comics en Marvel. De eerste lanceerde met succes de held Flash. De tweede gaf Stan Lee de opdracht ‘ook iets nieuws te bedenken’.

©© Ann Eisner

Samen met zijn kompaan Jack Kirby creëerde Lee ‘X-Men’ en ‘Fantastic Four’, een reeks rond vier helden. Een van die vier was Ben Grimm, alias The Thing, een figuur in klei geïnspireerd op de Joodse legende Golem. Lee en Kirby hebben altijd wat rond de pot gedraaid over de Joodse identiteit van The Thing. Pas in 2002 werd in het album ‘Remembrance of Thing Past’ klaarheid gebracht. ‘Ben je echt een Jood’, wordt hem gevraagd. Het snelle antwoord is: ‘Ja.’ 

Beklemmen en ontroeren

Het hele superheldendom wordt op de tentoonstelling mooi geïllustreerd met uitvergrote afbeeldingen van figuren en veel pagina’s uit de strips.

Een aparte ruimte is gereserveerd voor Will Eisner (1917-1990), een van de belangrijkste Joodse stripauteurs. Hij begon als uitgever maar combineerde die job al snel met het bedenken van strips. Het had iets schizofreens: terwijl hij als uitgever de superhelden promootte, maakte hij tussen 1940 en 1952 met de reeks ‘Spirit’ een pa­rodie op het superheldendom. In 1978 bedacht hij voor ‘A Contract with God’ de term graphic novel. In dat boek vertelt hij half-autobiografisch het lot van Joodse immigranten voor de Tweede Wereldoorlog. Van superhelden was geen sprake meer. Eisner creëerde een wereld met mensen van vlees en bloed.

©© Art Spiegelman

Op de eerste verdieping van het Joods Museum wacht Art Spiegelman. Met zijn ‘Maus’-reeks schetste hij het levensverhaal van zijn vader, die de Holocaust overleefde. ‘De shoah is lang taboe geweest in de Joodse gemeenschap. Pas in de jaren zeventig kon er langzaam maar zeker over worden gepraat. De strips vormden daar geen uitzondering op’, zegt Benvindo. In het zog van Spiegelman legden Miriam Katin en Bernice Eisenstein zich toe op albums over de genocide. Hun tekeningen beklemmen en ontroeren.

In de laatste zalen worden de super­helden van toen in vraag gesteld. ‘Watchmen’ van Alan Moore en Dave Gibbons vroeg zich in 1986 af of de helden niet eerder de gevestigde orde dan wel de rechtvaardigheid dienden. De superhelden zijn ook al lang niet meer exclusief blank en mannelijk. Ms Marvel is een islamtisch tienermeisje uit Pakistan dat de misdaad bestrijdt. Black Panther is een Afrikaanse koning die het voor zijn volk opneemt.

De tentoonstelling toont hoe strips volwassen zijn geworden en thema’s als ongelijkheid en discriminatie capteerden. Ja, het Joodse volk heeft daar hard onder te lijden. Maar het is niet alleen. Toen niet en nu niet. In de strijd tegen onrecht zullen superhelden altijd nodig zijn, is de boodschap. Al heten ze misschien niet meer Superman of Spider-Man.

‘Superheroes Never Die, Comics and Jewish Memories’ loopt tot 26 april in het Joods Museum van België in Brussel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect