Knippen en plakken met punk

©Sex Pistols Residuals

De punk was niet alleen een muzikale revolutie. De beweging uitte zich ook in design met eenzelfde anti-establishmentattitude.

Een 500-tal afbeeldingen - vooral posters maar ook platenhoezen, buttons, flyers en tijdschriften - zijn te zien op de expo ‘Punk Graphics. Too Fast to Live, Too Young to Die’ in het Brusselse designmuseum ADAM. Ze komen uit de collectie van 3.000 objecten van de Amerikaanse zakenbankier Andrew Krivine. ‘Als men mij had laten doen, dan had ik nog veel meer opgehangen’, vertelt hij over zijn uit de hand gelopen hobby.

Die begon toen hij bij het ontluiken van de Britse punkbeweging in 1976 in het Engelse Norwich studeerde. ‘Ik zag de belangrijkste bands live en ging bij de Londense platenlabels Virgin en Stiff Records bedelen om promotiemateriaal. Dat deed ik in de eerste plaats als fan. Niemand hield er rekening mee dat die posters, die gewoon op mijn slaapkamer hingen, ooit in een museum zouden belanden.’

Zoals elke vorm van rebellie werd ook de punk gerecupereerd, eerst als verkoopargument door marketeers, recenter als onderzoeksmaterie door curatoren, zoals Andrew Blauwvelt van het Cranbrook Art Museum in Detroit. Hij stelde de expo samen die ook al te zien was in het Museum of Arts and Design (MAD) in New York en nu voor het eerst Europa aandoet.

‘Dit is geen expo met memorabilia voor nostalgici, maar een gecureerde tentoonstelling over designs uit de punk, de new wave en de postpunk’ zegt Krivine. ‘Oude punkers kunnen hun hart wel ophalen aan het feit dat achter de No Future-kreten uit hun jeugd geniale ontwerpers schuilgingen.’

De hoes van Costello

Oude punkers kunnen hun hart ophalen aan het feit dat achter de No Future-kreten uit hun jeugd geniale ontwerpers schuilgingen.
Andrew Krivine
Verzamelaar

Om te bewijzen dat het de tentoonstellingsmakers niet te doen was om de duurste of zeldzaamste stukken, verwijst Krivine naar de glazen display waaronder een opengeklapt exemplaar van de ‘Armed Forces’ van Elvis Costello ligt, een ontwerp van de Stiff-huisontwerper Barney Bubbles. ‘Die kan je in elke goed uitgeruste winkel met tweedehandsvinyl nog voor een schappelijke prijs op de kop tikken.’

‘Het blijft een van mijn favoriete platenhoezen. Achter de frontcover zit een grafische tour de force met 16 vlakken. De speelse, kleurrijke mix van stijlen en technieken, van abstracte Mondriaan-achtige vormen tot Andy Warhol- en Roy Lichtenstein-achtige popart, zie je ook bij andere ontwerpers uit dezelfde periode.’

De expo maakt duidelijk dat het primitieve knip- en plakwerk met uitgescheurde krantenletters uit het prille begin van de punkgrafiek al snel verruimd werd met elementen uit kunststromingen als het dadaïsme en het surrealisme. De invloeden gingen verder. De reclamewereld, de strip- en sciencefictioncultuur, postmoderne architectuur en het opkomende computertijdperk speelden ook een grote rol, zonder meteen te raken aan het ambachtelijke fundament van de beweging.

De anti-establishmentattitude is een constante op de expo. Het voelt sowieso wat ambigue de affiches zonder muzikale context aan cleane witte wanden te zien hangen. Toch wordt in de eerste expozaal meteen duidelijk dat de anti-esthetiek van de punk ook een esthetiek is. Met dank aan invloedrijke grafisch ontwerpers als Jamie Reid.

Vijfde Sex Pistol

Die vatte de knip-en-plaktechnieken en het strijdbare DIY-ethos (do it yourself) van de punkbeweging samen in iconische, ironiserende beelden. ‘Zoals producer George Martin weleens de vijfde Beatle werd genoemd, zo was grafisch ontwerper Jamie Reid voor mij de vijfde Sex Pistol’, zegt Krivine.

©Warner Music

‘Hij werd geïnspireerd door de culturalhijackingtechniek van de situationisten, die in de jaren 1960 happenings organiseerden en het kapitalisme een spiegel voorhielden. Hij rukte beelden uit hun originele context om het establish-ment te bekritiseren.’

Voor de poster bij de single ‘Holidays in the Sun’ van Sex Pistols verving Reid de tekstballonnetjes van een Belgische toeristische advertentie door lyrics van de band. Voor zijn nog controversiëlere poster van de film ‘The Great Rock ’n’ Roll Swindle’ manipuleerde hij een reclameboodschap van American Express om de muziekindustrie voor schut te zetten. Beide posters werden ingetrokken na klachten van respectievelijk het reisagentschap en de kredietkaartverstrekker.

Net zoals de muzikanten wilden de ontwerpers impact hebben op de maatschappij en daarvoor gooiden ze symbolen in de strijd. ‘Het ontstaan van Rock Against Racism bewijst hoe ontwerpers en muzikanten aan één zeel trokken’, zegt Krivine.

Dat festival - een aanklacht tegen opkomend racisme in Britse steden - kwam er nadat Eric Clapton een racistische scheldtirade had afgestoken tijdens een concert in 1976. Ontwerper Dave King liet zich voor het logo - een vijfpuntige ster - inspireren door het constructivistische design van de Russische Revolutie. Een poster van een gelijkaardig festival in Anderlecht op het Belgische gedeelte van de expo laat zien hoe snel zulke ontwerpen wereldwijd werden overgenomen.

Diversiteit gaf die festivals kleur: reggaefans stonden naast new wavers, Elvis Costello deelde de affiche met de reggaeband Aswad. Op dezelfde manier hadden punkontwerpers ook al gendergelijkheid op de agenda gezet. Ontwerpster Linder Sterling verving op de hoes van de Buzzcocks-single ‘Orgasm Addict’ het hoofd van een naakte vrouw uit een mannenblad door een strijkijzer. Zo versterkten bands en ontwerpers elkaars boodschap, een boodschap die opnieuw relevant is.

‘Punk Graphics. Too Fast to Live, Too Young to Die’, nog tot 26 april 2020 in het ADAM - Brussels Design Museum. www.adamuseum.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect