interview

‘Wij geloven allebei heel erg in onszelf'

Tim Van Laere, Rinus van De Velde ©Thomas Ost

‘Hij stopte niet met vragen stellen.’ Vanaf dag één wist Tim Van Laere dat die ene klusjesman die in zijn galerij hielp expo’s af te breken een kunstenaar in de dop was. Een ontmoeting met Rinus Van de Velde en zijn ontdekker. ‘Let op wat je zegt als je in de buurt van Rinus bent. Alles kan zomaar opduiken in een kunstwerk.’

In de Verlatstraat in Antwerpen-Zuid staat voor de ingang van Tim Van Laere Gallery een verhuiswagen. Joe en Maarten - de een met een pet op, de andere met een broek met olifantenpijpen - laden kartonnen palmbomen uit en dragen ze voorzichtig naar binnen. Het zijn decorstukken die horen bij het werk van Rinus Van de Velde.

©Thomas Ost

In de galerij lijkt het alsof een bom is ontploft. Op de vloer liggen tapijten met verfvlekken op. Grote houtskooltekeningen staan kriskras door elkaar. Overal liggen decorstukken. Een nagebouwde kofferbak, een half oerwoud, een gevuld bad...

Welkom in de wondere wereld van Rinus Van de Velde. Of beter, welkom in de wereld van Robert Rino, een van zijn alter ego’s. Robert Rino is een Amerikaanse abstracte kunstenaar van rond de jaren 50. Hij maakt kleurrijk keramiek en schilderijen waar de verf van afdruipt.

Hij bestaat niet echt, heeft nooit bestaan. Maar in het hoofd en in het atelier van Rinus Van de Velde is hij springlevend. Van de Velde tekent met houtskool scènes uit het leven van Robert Rino. Om zich beter te kunnen inleven bouwt hij ook decorstukken. En werkt hij aan het fictieve oeuvre van de fictieve kunstenaar.

Fictieve autobiografie

Met elke tentoonstelling wordt de biografie van Robert Rino - of een van de andere alter ego’s van de kunstenaar, hij heeft er verschillende - uitgebreid. De optelsom is een fictieve biografie van een kunstenaar die wel echt bestaat: Rinus Van de Velde.

Van de Velde geeft ons een rondleiding door het laatste hoofdstuk van zijn fictieve biografie. ‘Ik - Robert Rino dus - word ontvoerd door een fanatieke kunstverzamelaar, die hem in gevangenschap kunst laat maken. Mijn twee assistenten gaan mij zoeken, en komen terecht in de jungle, waar ze allerlei avonturen beleven. Het verhaal is losjes gebaseerd op het Kuifje-album ‘De zonnekoning’...’

‘In het echte leven interesseert het me geen zier om naar de jungle te reizen. Maar in mijn atelier wel. Daar bouw ik dan een jungle na in bordkarton.’ Op één doek hangt een van de assistenten van Robert Rino over een ravijn. Meteen herken ik Joe, die van de witte pet, die net een kartonnen neplamp binnensleurt. Maarten, de tweede assistent, staat op een ander doek. Hij is in een kolkende rivier terechtgekomen en lijkt te verdrinken.

In het echte leven staan Joe en Maarten levend en wel naast ons. ‘De truck is leeg. Spreken we morgen om elf uur hier af? Moeten we het lijmpistool gaan ophalen in het atelier?’

Rinus Van de Velde (34) is een ­Belgische kunstenaar die vooral bekend is om zijn monumentale houtskooltekeningen. Zijn expo in het Gentse S.M.A.K. lokte 75.000 bezoekers. Hij exposeerde ook al in prestigieuze galerijen in het buitenland. In België hebben het S.M.A.K. en het M HKA werk van hem. In het buitenland hebben CAC Malaga en het Stedelijk Museum Den Haag zijn kunst ­gekocht.

 

Tim Van Laere (48) - broer van ­Admiral Freebee Tom Van Laere - trok op zijn 18de naar Amerika omdat hij zijn passie voor tennis wilde combineren met zijn studies. Hij studeerde eerst in Iowa en daarna in Florida, en kwam naar België terug met een diploma economie. Op zijn 27ste richtte hij in Antwerpen de Tim Van Laere Gallery op. Hij maakte snel naam als galerist. Van Laere vertegenwoordigt een twintigtal kunstenaars, onder wie Rinus Van de Velde, Adrian Ghenie, Kati Heck, Tomasz Ko­walski,  Jonathan ­Meese en Ben Sledsens.

 

Galerijhouder Tim Van Laere is er ook bij komen staan. Hij begint het gesprek met een waarschuwing. ‘Let op wat je zegt als je in de buurt van Rinus bent. Alles kan zomaar opduiken in een kunstwerk.’ Van Laere kan het weten. Hij figureert in tal van werken van Rinus Van de Velde.

U hebt hem ontdekt. Hoe ging dat?

Tim Van Laere: ‘Dat verhaal heb ik al zo vaak verteld. Hij kluste bij in de galerij. Vanaf dag één viel het op dat hij niet stopte met vragen stellen. Op het obsessieve af. Telkens als we een pauze namen, spraken we over andere kunstenaars.’

Van de Velde: ‘Ik had wel aan de kunst-academie gestudeerd, maar Tim was de eerste mens die ik tegenkwam die kunstenaars kende. Die wist hoe ze leven en hoe ze werken. Ik wilde alles weten.’

Wist u toen al: dit is een kunstenaar in wording?

Van Laere: ‘Ja.’

Van de Velde: ‘Ik herinner me vooral dat ik het heel erg graag wilde. Ik wist dat ik zo wilde leven, mijn leven rond kunst wilde organiseren. Dat wil ik vandaag nog altijd. Maar van dat prille begin herinner ik me vooral veel schroom. Ik durfde nog niet hardop te zeggen dat ik kunstenaar wilde worden. Dat klinkt zo hopeloos romantisch...’

Van Laere: ‘Die schroom heb ik er wel uitgekregen.’

Van de Velde: ‘Dat is juist. Dankzij jou ben ik zelfverzekerder geworden.’

Het heeft wel nog even geduurd voor jullie gingen samenwerken.

Van Laere: ‘Hij was 21 jaar toen ik hem ontmoette. Je mag een kunstenaar niet te jong voor de leeuwen gooien. Hij moet er klaar voor zijn.’

Van de Velde: ‘Na een tijd begonnen andere galerijhouders ook interesse te tonen in mijn werk, maar ik wilde alleen met Tim werken.’

Hoe lang moest u op hem wachten?

Van de Velde: ‘Tot mijn 26ste.’

Van Laere: ‘25 is naar mijn gevoel een minimumleeftijd waarop je een kunstenaar kunt tonen. Met Ben Sledsens (een van de jongste beloften uit de stal van Van Laere) hebben we ook gewacht tot zijn 25ste.’

Van de Velde: ‘Maar Tim is mij in die wachttijd wel altijd blijven volgen. Als ik een kleine tentoonstelling organiseerde met vrienden, kwam hij altijd opdagen. Dat stelde me gerust. Ik wist: hij houdt mij nog altijd in de gaten.’

Van Laere: ‘We hadden in die periode ook al gesprekken over waar je werk naartoe ging, herinner ik me. Wat ik interessant vind aan Rinus: van zijn allereerste kleurtekeningen tot zijn nieuwste werk, het maakt allemaal deel uit van een zeer consistent oeuvre.’

Beschrijf eens hoe jullie band werkt.

Van de Velde: ‘We zien of spreken elkaar elke dag.’

Van Laere: ‘Rinus is een kunstenaar die behoefte heeft aan veel contact. Daar zit heel veel verschil op. De Roemeense kunstenaar Adrian Ghenie, die ik ook vertegenwoordig, heeft de neiging te verdwijnen. Ik ben een van de weinigen die weten hoe ze hem dan kunnen bereiken, maar doorgaans laat ik hem met rust. Hij komt wel weer boven water. Dan gaat mijn telefoon plots over en praten we drie uur aan een stuk.’

©Thomas Ost

‘Als een van mijn kunstenaars nieuw werk heeft, ga ik kijken. Tenminste, als ze mij vragen. Ik ga nooit naar een atelier zonder uitnodiging. Dat zijn heilige plekken. Daar gebeurt het. Ik vind kunstenaars oprecht de belangrijkste mensen op de wereld. Als wij allemaal dood en begraven zijn, is dat het enige wat overblijft: de kunst.’

Van de Velde: ‘Wij komen bij hem op de eerste plek. Dat voel je aan alles.’

Van Laere: ‘Ik werk ‘old school’. Volgens het model van de legendarische New Yorkse galerist Leo Castelli. Castelli voelde zich ‘partner’ van zijn kunstenaars. Ik hou er ook van om mijn kunstenaars samen te brengen. Ze zijn geen concurrenten, maar collega’s die elkaar versterken. Wij zijn een soort van collectief. Zo zullen verschillende kunstenaars volgende week naar Antwerpen reizen om op Rinus’ opening aanwezig te zijn. Henk Visch komt helemaal uit Eindhoven, Ben Sledsens komt zelfs vervroegd uit vakantie.’

Koopt u van al uw kunstenaars zelf ook werken?

Van Laere: ‘Ja. Hun kunst verkopen aan anderen, maar ze zelf niet in mijn collectie hebben, dat klopt niet. Soms vragen kunstenaars mij: ‘Waarom toon je mijn kunst niet?’ Het antwoord is simpel: omdat ik hen niet goed genoeg vind. Als ik iemand goed vind, zal die dat snel weten.’

Van de Velde: ‘Tim is altijd eerlijk. Je ziet het meteen aan zijn gezicht.’

Is uw band met Rinus specialer dan die met andere kunstenaars?

Van Laere: ‘Ik heb met al mijn kunstenaars een speciale band, maar omdat hij in Antwerpen woont, kunnen we ’s middags iets gaan eten samen. Ik zie hem vaker. We zijn vrienden.’

Van de Velde: ‘In mijn werk ‘The Estate’ schenk ik na mijn overlijden mijn hele nalatenschap als kunstenaar weg aan Tim.’

Ik weet niet of dat rechtsgeldig is.

Dit is zo’n mooi verhaal. En zo typisch Vlaams om dat te willen kapotmaken.
Tim Van Laere
Galerijhouder

Van Laere: (lacht) ‘Het staat er zwart op wit. Volgens mij valt dat wel hard te maken.’

Wie van jullie kan het beste om met kritiek op het werk van Rinus?
Van Laere: ‘Doorgaans glijdt kritiek van mij af. Ik geloof in mijn kunstenaars. Dat geloof is niet aan het wankelen te brengen door enkele criticasters.’

Van de Velde: ‘Bij mij ligt dat toch wat anders. Ik geloof in wat ik doe, maar niet elke dag even hard. Natuurlijk is er twijfel, maar die twijfel heb ik ook wel nodig...’

Van Laere: ‘Alle goede kunstenaars twijfelen aan hun werk, zelfs Picasso. Je moet kritisch staan tegenover je eigen werk. Als een werk niet goed genoeg is, mag het het atelier nooit verlaten.’

Van de Velde: ‘Doordat ik met houtskool teken, kan ik weinig corrigeren. Het is erop of eronder. Soms weet ik meteen of iets goed is, maar niet altijd. Sommige werken worden beter naarmate ze langer in mijn atelier staan. Andere lijken eerst goed, maar zakken in elkaar als een pudding.’

Waarom vindt u het vervelend als mensen u een houtskooltekenaar noemen?

Van de Velde: ‘Houtskool is een materiaal, daar is niets mis mee. Maar je zegt toch ook niet van een schilder dat hij een olieverfschilder is?’

Van Laere: ‘Andy Warhol heeft superinteressant werk gemaakt met pis!’

©Thomas Ost

Van de Velde: ‘Mensen die mij houtskooltekenaar noemen, bedoelen dat vaak minimaliserend. Die tekeningen zijn een belangrijk onderdeel van mijn oeuvre, maar ik maak totaalinstallaties. Ook de keramiek, de schilderijen, de decors zijn onderdelen van mijn werk. Die dingen hebben ook een waarde.’

Van Laere: ‘Die stukken worden trouwens ook apart verkocht. Het S.M.A.K. heeft na de tentoonstelling van vorig jaar een groot decorstuk aangekocht, de blauwe golf. Daarnaast heeft het enkele tekeningen in zijn vaste collectie.’

Rinus Van de Velde is een striptekenaar, wordt weleens smalend beweerd. Maakt dat u niet pisnijdig?

Van Laere: (rustig) ‘Mensen die dat beweren hebben er niets van begrepen, en hebben nog nooit goed naar zijn werk gekeken. Zijn werk barst van de referenties naar de kunstgeschiedenis.’

Van de Velde: (wijst) ‘Zie je dat water in deze tekening? Dat is een duidelijke verwijzing naar David Hockney. En hiernaast hangt een hommage aan Pierre Bonnard, een van mijn favoriete schilders.’

Ik merk toch een beschermende, haast vaderlijke reflex. Bent u zeker dat kritiek op uw poulain u koud laat?

Van Laere: ‘Het is niet zozeer de kritiek die mij irriteert, het is iets anders. Dit is zo’n mooi verhaal. En zo typisch Vlaams om dat te willen kapotmaken. We hakken de kop af van al wie boven het maaiveld uitsteekt. Wielrenner Tom Boonen wordt op handen gedragen in Duitsland en in de Verenigde Staten, bij ons krijgt hij bakken kritiek. En later, als hij oud en versleten is, zal hij weer op handen worden gedragen. Zoals Eddy Merckx...’

Maar Rinus wordt in eigen land toch wel op handen gedragen? Er kwamen 75.000 mensen kijken naar zijn jongste tentoonstelling .

Van Laere: ‘Ja. En dan staat een deel van de kunstwereld op dat zegt: als er zoveel volk komt, kan het niet echt goed zijn.’

Er is in België meer vraag naar werk van Rinus dan er aanbod is. Het meeste werk dat we hier tonen, is ook al verkocht.
Tim Van Laere
Galerijhouder

Van de Velde: ‘Natuurlijk vind ik het leuk als er veel volk naar mijn werk komt kijken. Maar ik doe het niet voor de vernissages. Gelukkig, want dat zijn er maar drie per jaar. Na de vernissage in het S.M.A.K. zijn Tim en ik rond middernacht naar buiten gestapt. We deden alsof we iets belangrijks te bespreken hadden. We zijn in onze auto gestapt en weggereden. Toen we in Antwerpen aankwamen, hebben we in het holst van de nacht een lange wandeling gemaakt. Dat was voor mij het mooiste moment.’

Van Laere: ‘We hebben toen een lang gesprek gevoerd over wat erna moest komen. De meeste kunstenaars die ik ken, kijken zelden achteruit.’

Van de Velde: ‘Tentoonstellingen zijn hoogtepunten, maar ze laten mij vooral toe om daarna een ander hoofdstuk aan te snijden.’

Van Laere: ‘De grootste sterkte van Rinus is dat hij - hoe zeg je dat in het Nederlands - he rises to the occasion. Als hij een kans krijgt, pakt hij ze. Hij heeft de gave om te pieken op belangrijke momenten. Hij speelt nooit op veilig.’

Bij de vorige solotentoonstelling van Rinus in uw galerij stond de hele straat vol volk. Verwacht u dat opnieuw?

Van Laere: ‘Dat kan. Er is veel interesse. Er is in België meer vraag naar werk van Rinus dan er aanbod is. Het meeste werk dat we hier tonen, is ook al verkocht. Aan collecties in Amerika, Zwitserland, Nederland, Spanje en België.’

Van de Velde: ‘Dat heb je als je werkt met een goede galerist. Dan kan je gerust zijn. En je op je werk concentreren.’

Pusht u uw kunstenaars soms om meer of minder te produceren?

Van Laere: ‘Nooit. Galerijhouders en verzamelaars moeten de kunstenaars volgen en niet andersom. Sommige kunstenaars met wie ik samenwerk produceren maar twintig werken per jaar, andere aan de lopende band. Ik pas mij daaraan aan.’

Hoe vermijdt u dat een jonge kunstenaar als Rinus zich opbrandt?

Van Laere: ‘Door goed te doseren. Ben Sledsens heeft momenteel, ondanks zijn jeugdige leeftijd, enorm veel succes. De vraag is niet bij te houden. Hij zou vijf tentoonstellingen kunnen geven dit jaar. Maar we gaan er maar één doen. In Los Angeles dan nog, ver weg van wat hier gebeurt. Het is mijn verantwoordelijkheid als galerijhouder om ervoor te zorgen dat jong talent niet opbrandt.’

Hoeveel kosten de nieuwe werken?

Van Laere: ‘De houtskooltekeningen kosten tussen 20.000 en 58.000 euro, exclusief btw.’

De helft gaat naar de galerij. Vinden jullie dat een faire deal?

Van de Velde: ‘Zeker.’

Ik droom van tentoonstellingen in mooie musea. En van de biënnale van Venetië.
Rinus Van de Velde
Kunstenaar

Van Laere: ‘Die verhouding geldt overal in de kunstwereld, wereldwijd. 50-50 klinkt misschien veel, maar je vergeet erbij te zeggen dat de galerijhouder alle kosten draagt: transport, verzekering, installatie,...’

‘Het is mijn job ervoor te zorgen dat zijn werken terechtkomen bij de juiste mensen: goede verzamelaars, die er oprecht van houden. En dus niet bij speculanten die ze volgende week op een veiling gooien.’

Zoals onlangs gebeurde met een werk van een van uw andere kunstenaars, Adrian Ghenie.

Van Laere: ‘Precies. Van hem is op een veiling een werk verkocht voor 4 miljoen euro. Die verzamelaar had het ooit gekocht voor ongeveer 60.000 euro.’

Leg eens uit waarom dat een probleem is.

Van Laere: ‘Zijn werk blijft nu hoog gaan op veilingen. En Ghenie verdient daar haast niets op. Hoogstens enkele duizenden euro’s volgrecht. Dat is vervelend. Zo’n hallucinant bedrag beïnvloedt ook de prijs van nieuw werk. In hoeverre moet je als galerijhouder rekening houden die miljoenen?’

‘Ghenie zelf blijft er zeer rustig onder, hij concentreert zich op zijn kunst. Er valt voor de galerijhouder heel wat te managen als er speculanten in het spel zijn. Het wordt lastiger om tentoonstellingen in musea te houden. De verzamelaars zijn minder geneigd hun werk uit te lenen wegens ‘te waardevol’ en de musea vrezen dat ze de verzekering niet meer kunnen betalen.’

Is de kunstmarkt gevaarlijker geworden de jongste jaren ?

Van Laere: ‘Ik hou van kunst, maar niet van de kunstmarkt. De Oostenrijkse kunstenaar Franz West heeft me ooit eens gezegd: ‘De kunstmarkt is een monster.’ Hij had gelijk. Ik probeer mijn kunstenaars tegen het monster te beschermen door de wetten van de markt zo goed mogelijk te beheersen. Je kunt het monster temmen, bijvoorbeeld door je kopers zeer goed te screenen.’

Maar het monster wordt ook slimmer, want het zendt zijn stromannen uit.

Van Laere: ‘Googelen helpt. Soms vind je links tussen mensen die verraden dat er iets niet pluis is.’

In uw jongste werk wordt u ontvoerd door een corrupte kunstverzamelaar. Is dat verdoken kritiek op het wereldje?

Van de Velde: ‘Nee hoor.’

Tim Van Laere, Rinus van De Velde ©Thomas Ost

Van Laere: ‘België heeft de beste verzamelaars ter wereld. Arne Glimcher van Pace Gallery heeft me ooit eens gezegd: ‘Nergens ter wereld is de passie voor kunst zo groot als in België.’ Dat komt door onze rijke geschiedenis. Rubens, Magritte, Ensor, Broothaers, Panamarenko, Tuymans, Rinus Van de Velde... Goede kunstenaars brengen goede kunstverzamelaars op de been.’

Wie van jullie heeft de grootste ambitie?

Van Laere: ‘Dat is weer zo’n typische Vlaamse vraag. Ambitie is geen scheldwoord. Toen ik in 1997 met mijn galerij begon, was ik maar 27. Ik was naïef en belde gewoonweg kunstenaars op, terwijl je als galerist een zekere prestige en maturiteit moet hebben als je een kunstenaar over de streep wil trekken. Toen ik Franz West contacteerde zei iedereen me dat ik te jong was om iemand van dat kaliber binnen te halen. Maar ik ben hem blijven volgen op expo’s, hem blijven bezoeken in zijn atelier in Wenen. Uiteindelijk heeft hij toegezegd.’

Van de Velde: ‘Tim heeft me geleerd niet beschaamd te zijn over mijn ambitie.’

Van Laere: ‘Ik werk nooit met kunstenaars die niet geloven in zichzelf. Ambitieus zijn is niet hetzelfde als arrogant zijn. Ik ben goed in wat ik doe. Zeer goed zelfs. En ik durf dat luidop te zeggen. Jij gaat toch ook niet overal rondbazuinen op je redactie dat je misschien niet zo’n goede journalist bent?’

©Thomas Ost

‘Toen Rinus wilde beginnen met zelfportretten te maken aarzelde hij, omdat hij wist welke voorspelbare reacties hij zou krijgen. Arrogant, ijdel... Maar zelfportretten zijn altijd belangrijk geweest in de kunstgeschiedenis. Doen, adviseerde ik. Vandaag wil Rinus iets met film doen.’

Van de Velde: ‘Ik wil nieuwe dingen proberen, mijn oeuvre zien groeien. Dat is mijn grootste ambitie. Daarnaast droom ik van tentoonstellingen in mooie musea. En van de biënnale van Venetië.’

Is België stilaan te klein?

Van Laere: ‘Maar neen. Verzamelaars kunnen hun verzameling uitbreiden en verdiepen. En elk jaar komen er nieuwe verzamelaars bij. We plaatsen trouwens al veel werk van Rinus in het buitenland. We hebben zijn werk getoond bij König Galerie in Berlijn en bij Patrick Painter in Los Angeles, twee galerijen met een grote traditie. Internationale verzamelaars hebben werk van Rinus. En musea: CAC Malaga en het Gemeentemuseum in Den Haag hebben recent werk gekocht voor hun collecties. Dat is niet slecht voor een jonge kunstenaar. Maar uiteindelijk droomt elke kunstenaar die ik ken over zijn eigen solotentoonstelling in het MoMA.’

Van de Velde: (schiet in de lach) ‘Ja! Het MoMA. Voilà, daarmee is alles gezegd.’

Vanaf 7 september tot 21 oktober exposeert Rinus Van de Velde bij Tim Van Laere Gallery. Het is zijn vierde solotentoonstelling op die plek.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content