Anton Corbijn: 'Eerst dacht ik dat mode niet ruig genoeg was'

Uit een reeks die fotograaf Anton Corbijn in 1999 maakte voor het modetijdschrift Harper's Bazaar.

De Nederlandse fotograaf Anton Corbijn werd wereldberoemd met zijn portretten van muzikanten. In een verrassende nieuwe expo vormt de modecultuur de rode draad. ‘Ik wist in het begin echt niet wat ik met die modellen moest.’

Of hij het nu wil of niet: Anton Corbijn (65) zal tot het einde van zijn dagen herinnerd worden als de fotograaf die bepalend was voor het publieke imago van muzikale iconen als Bono van U2, gitarist Keith Richards, Depeche Mode, Nick Cave of Joy Division. Met die laatste band begon het allemaal toen de timide Nederlander in 1979 naar Londen verhuisde. Op de expo ‘MOØDe’ in Knokke-Heist hangen de ‘zwartjassen’ uit Manchester tussen meer dan 150 andere rocksterren maar ook naast acteurs, schrijvers, modeontwerpers als Ann Demeulemeester, Dries Van Noten en Donatella Versace en bekende en onbekende modellen.

Het idee voor ‘MOØDe’ ontstond twee jaar geleden, toen Corbijn naar aanleiding van de retrospectieve ‘1-2-3-4’ werd gevraagd om zijn volgende Belgische expositie in Knokke-Heist te doen. Heel even was het de bedoeling om ‘1-2-3-4’ na Antwerpen en Den Haag te laten doorreizen naar de badplaats die grenst aan zijn thuisland. Maar Corbijn vond het te dichtbij, hij wilde iets anders. Als voorbereiding op ‘1-2-3-4’ had hij zijn hele archief doorgeplozen. Het was hem opgevallen dat kleren een belangrijke rol spelen in zijn oeuvre.

Meer dan een modetentoonstelling is ‘MOØDe’ een carrièreoverzicht waarin kledij de rode draad vormt. Niet overal is de link even duidelijk. Actrice Glenn Close die met een wit jasje in de lens van Corbijn kijkt, blijft Glenn Close. En met de spartaanse zwart-witportretten van de met zonnebril getooide Beck en Bryan Ferry  is zeker niets mis. Alleen vraag je je af waarom ze er hangen. Interessanter wordt het als de Nederlander zijn muzikanten in ontwerpen steekt van grote of minder grote couturiers, en al helemaal als er een Belgische link is zoals bij Bono (Walter Van Beirendonck) of The Smashing Pumpkins (Olivier Theyskens).

Impulsief

Corbijn kreeg de afgelopen jaren ook een aantal topmodellen voor zijn lens. Erg mooi, om andere redenen, zijn twee foto’s van Kate Moss die hij uit zijn archief opdiepte: een fragiel portret van de dan 19-jarige Britse, en een beeld waarop Moss schijnbaar levenloos in de armen van Johnny Cash ligt. Het is een van zijn favorieten, zegt Corbijn: ‘Hij kijkt extreem bezorgd naar haar, alsof ze hulp nodig heeft. Hij ziet er ruig uit, maar zijn hart is van goud.’

Ik voelde me in het begin ongemakkelijk bij al die schoonheid. ‘Wat heb ik nu toe te voegen? Die meisjes hebben alles toch al?’, dacht ik.
Anton Corbijn over zijn eerste stappen in de modewereld

De expo belicht ook de eerste stappen van de Nederlander in de modewereld, en die waren behoorlijk experimenteel. Aan het begin zijn er een aantal mysterieuze foto’s van zijn allereerste opdracht in 1989 voor de Japanse ontwerper Koji Tatsuno. De twee ontmoetten elkaar in Londen, waar Corbijn op dat moment woonde. Hoe is dat gegaan? ‘Gewoon. Zij vonden mijn foto’s heel goed’, zegt hij droog. Het is geweten dat de Nederlander graag snel, impulsief en met zo weinig mogelijk assistenten werkt. Dat lijkt te botsen met de glamour en de groots opgezette producties in de modewereld.

Johnny Cash en Kate Moss.

Hij had dan ook geen aspiraties in de modewereld, vertelt hij ons. ‘Ik dacht  dat ik me die wereld niet eigen zou kunnen maken. De intensiteit die ik met muziek had, miste ik in kleding. Ik dacht ook dat de modewereld niet ruig genoeg zou zijn, met haar poespas en stylistes. Maar dat bleek een verdedigingsmechanisme.  Ik was bang dat ik gemanipuleerd zou worden en mijn foto’s niet meer op mijn foto’s zouden lijken. Dat bleek niet te kloppen. Ik werd artistiek volledig vrijgelaten.’

Nog iets dat speelde in zijn voorbehoud om met modellen te werken: hij vroeg zich af waar hij het verschil kon maken. ‘Ik wist in het begin echt niet wat ik met die meisjes moest. Ik voelde me ongemakkelijk bij al die schoonheid. ‘Wat heb ik nu toe te voegen? Die meisjes hebben alles toch al?’, dacht ik. (lachje) In de jaren 70 en 80 bestonden de meeste bandjes die ik fotografeerde uit mannen die er niet echt goed uitzagen.’

Energieke kleuren

Stapsgewijs leerde Corbijn, zoals hij het zelf zegt, dat een model ‘iemand is die kleren aanheeft, en dat het om die kleren gaat.’ En om sfeer en de architectuur van een beeld, zoals te zien in een reeks die hij begin jaren 90 voor Harper’s Bazaar maakte. De energieke kleurenserie behoort tot het beste van zijn veelkantige oeuvre. Corbijn bedacht een slimmigheid om zijn onwennigheid te verbergen. Met een zaklamp belichtte hij wat hij precies op de foto wou: het gezicht, de haren of de kleren van zijn model.

Tussen 2008 en 2012 schoot hij reclamebeelden voor het kledingmerk G-Star. Sinds 2010 werkt Corbijn vast voor Vogue Amerika en UK. Ook die commerciële opdrachten hangen kriskras door zijn vertrouwde beelden. Wie zijn het moeilijkst om mee te werken: fotomodellen of muzikanten? ‘Muzikanten maken zelf uit wat ze dragen en welke uitstraling ze willen uitdragen. Ze zijn dus het meest zichzelf. Acteurs zijn het lastigst omdat ze het minst zichzelf zijn. Als ze geen rol hebben, zijn ze verloren. Modellen zitten ertussenin.’

De expo ‘MOØDe’ van Anton Corbijn: tot 10 januari in cultuurcentrum Scharpoord in Knokke-Heist.  Het gelijknamige fotoboek is verschenen bij uitgeverij Hannibal/Kannibaal.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud