Atomium breidt uit met Plasticarium

Het bureau 'Boomerang'. ©m calka atomium 2014

Brussel krijgt er in december 2015 een themamuseum bij: het Art & Design Atomium Museum. Het Plasticarium, de plastic designcollectie van de Brusselaar Philippe Decelle, werd daarvoor aangekocht.

Het Art & Design Atomium Museum (ADAM) moet vanaf eind 2015 een nieuwe aantrekkingspool worden voor Noord-Brussel, nu Mini Europa verdwijnt op de Heizel. ‘Nu al komen jaarlijks 600.000 mensen naar het Atomium. Daarmee is het de best bezochte toeristische plek van Brussel’, zegt Arnaud Bozzini, de tentoonstellingscommissaris van het Atomium. ‘De passerende busreizigers die geen entreeticket betalen, tel ik niet eens mee. Met het nieuwe museum hebben zij een extra reden om wél uit te stappen. Alle grote steden hebben trouwens zo’n designmuseum, dat zich vooral richt op citytrippers.

  • 1.100 stukken
  • 6.000 bezoekers tijdens de tentoonstelling in de Fondation pour l’Architecture in Elsene in 1993.
  • 130.000 bezoekers in de Koninklijke zoutziederij van Arc-et-Senans bij Dijon.
  • Een van de belangrijkste 200 kunstcollecties ter wereld.

Vooruitgangsgeloof

Om dat museum te stofferen kocht de vzw Atomium onlangs het Plasticarium aan, een van de grootste private designcollecties van Europa. De Brusselse burgerlijk ingenieur Philippe Decelle verzamelde de voorbije dertig jaar allerlei plastic objecten en kunstwerken. ‘Toen we twee jaar geleden met Decelle discussieerden over de tentoonstelling ‘Orange Dreams’, een selectie van tweehonderd oranje stukken uit zijn Plasticarium, begrepen we dat zijn volledige collectie te koop was. Tegelijk hoorden we dat Trade Mart een zinvolle invulling zocht voor een nieuwe expositieruimte op de Heizel. Zo ontstond het idee voor het Plasticarium Art & Design Museum, waar de verzameling onderdak zal vinden’, zegt Bozzini. ‘Noem het gerust de tiende bol van het Atomium: een annex waar zowel tijdelijke tentoonstellingen (op 1.000 m²) als de permanente collectie van Philippe Decelle (op 2.500 m²) te zien zullen zijn.’

Noem de uitbreiding gerust de tiende bol van het Atomium.
Arnaud Bozzini
tentoonstellingscommissaris

‘Atomium en Plasticarium rijmen niet alleen op elkaar’, zegt Decelle. ‘Allebei zijn het toonbeelden van het utopische vooruitgangsgeloof na de Tweede Wereldoorlog. Niet toevallig begint mijn collectie ook in 1958, het bouwjaar van het Atomium.’

De klemtoon van zijn verzameling ligt op de periode tot aan de oliecrisis in 1973, toen plastic plots in een slecht daglicht kwam te staan. Maar ook uit het postmodernisme (vanaf 1987 tot 2000) heeft hij veel belangrijke stukken. Het topstuk uit zijn Plasticarium is de Boomerang Desk (1969) van Maurice Calka, een meubel dat ooit als bureau diende voor de Franse president Georges Pompidou. ‘Mijn eerste stuk, een stoel van Joe Colombo, vond ik gewoon in een container. Toen besefte ik: mensen gooien dit roemrijke designverleden gewoon weg. Plastic hoeft geen wegwerpmateriaal te zijn,’ zegt Decelle.

‘Dankzij het Marshall Plan bouwden de Amerikanen de eerste plasticfabriek van Europa in het Italiaanse Monza. Daardoor werd Italië de eerste industriële designnatie. Ik associeer plastic met de golden sixties: een periode van ongebreidelde massaconsumptie, vooruitgangsgeloof, emancipatie en ruimteverkenning. In onze tijd hebben we weer zulke dromen nodig.’

Het bureau 'Boomerang'. ©m calka atomium 2014
'Bergkastjes' ©ac ferreiri Atomium 2014
De expositie Orange Dreams in het atomium. ©Atomium
De expositie Orange Dreams in het atomium. ©Atomium
De lamp 'Cobra' uit het Plasticarium. ©martinelli Atomium 2014

Krap herenhuis

Jarenlang stockeerde Decelle zijn 1.100 stukken in een veel te krap herenhuis in de Brusselse Dansaertbuurt. ‘Ik moest op den duur alles op elkaar stapelen in mijn 500 m². Heel weinig mensen hebben mijn Plasticarium ooit bezocht: ik gaf maar sporadisch rondleidingen voor kleine groepen.’ Musea als het Centre Pompidou, het MoMa en de Tate Gallery vonden wel de weg naar de Brusselaar. Ze leenden geregeld stukken van hem. Ook gespecialiseerde designhandelaars en veilinghuizen wisten hem te vinden. ‘Ik werd continu benaderd om stukken te verkopen. Het Centre Pompidou wou ook een derde van de collectie overnemen, maar uiteraard enkel de Franse stukken. Ik hield de verzameling liever samen. Dat is me ook gelukt.’

Orange Dreams, nog tot 25 mei in het Atomium.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud