Auschwitz als industrieel complex

©Auschwitz Staatsmuseum

De nazi’s zagen Auschwitz als het bruggenhoofd voor de germanisering van Oost-Europa. De bouw van een industrieel complex speelde daarin een sleutelrol, toont een expo in Kazerne Dossin.

Met ijverig werkende mieren in een formicarium opent de tentoonstelling Auschwitz.camp. Het mierenhuisje is van Christophe Busch, de directeur van Kazerne Dossin die samen met Hans Citroen curator van de expo is. Het verwijst naar de filosofie van de nazi’s: één leider en duizenden volgelingen.

Wat verder hangt een quote uit 1925 van die Führer. Ze is belangrijk voor wat volgt. ‘Wanneer wij heden ten dage in Europa spreken over uitbreiding van grondgebied, dan kan het niet anders of wij denken in de eerste plaats aan Rusland en de van dat land afhankelijke randstaten.’

Kort

De nazi’s zochten Lebensraum voor het Duitse volk in het oosten van Europa. Na de inval in Polen in 1939 bouwde de SS in Auschwitz een legerkamp om tot gevangenis. Dat werd later het eerste vernietigingskamp. In Auschwitz faciliteerden de nazi’s de bouw van een industrieel complex. De gedeporteerde Joden en andere gevangenen werden er als slaven tewerkgesteld.

Polen bijvoorbeeld, dat Duitsland op 1 september 1939 binnenviel en inlijfde. Al snel viel het oog op het gebied rond het stadje Auschwitz (Oswiecim in het Pools) in Opper-Silezië. ‘Interessengebiet Auschwitz’ noemden de nazi’s de streek. Op een grote tafel, centraal in de tentoonstellingszaal, is het hele gebied, zo’n 40 vierkante kilometer, in kaart gebracht. De bekende vernietigingskampen Auschwitz en Birkenau maken een verbazend klein deel uit van de maquette. Er gebeurde nog zoveel meer.

Van cruciaal belang voor de ontwikkeling van Auschwitz was de blokkering van de toevoer van Afrikaans natuurrubber naar Duitsland in 1940. Het Duitse concern IG Farben besloot in 1941 een fabriek voor synthetisch rubber, nodig voor autobanden, te bouwen in Auschwitz. Het sloot daarvoor een akkoord met SS-Reichsfüher Heinrich Himmler. Die had in 1940 een Poolse legerkazerne omgebouwd tot een gevangenis voor Poolse verzetsstrijders en Russische krijgsgevangenen. Dat werd Auschwitz I, met het beroemde ‘Arbeit macht frei’ aan de toegangspoort.

IG Farben mocht de gevangenen als spotgoedkope arbeidskrachten gebruiken. In ruil financierde de onderneming gedeeltelijk de bouw van de vernietigingskampen van Birkenau, zo’n 3 kilometer van Auschwitz I.

©Christophe Busch

Voor IG Farben was Auschwitz ideaal gelegen. De grondstoffen voor kunstrubber (steenkool, kalk, water en zout) waren volop aanwezig. De spoorverbindingen waren goed en bovenal was Auschwitz tot 1944 niet bereikbaar voor geallieerde bommenwerpers. Zelfs over het woon-werkverkeer was nagedacht. In 1942 liet IG Farben vlak bij zijn nieuwe fabriek Auschwitz III bouwen. Het dorpje Monowitz werd daarvoor ontruimd en afgebroken. De gevangenen konden daarna van de barakken recht naar de bouwwerf.

In 1945 was de fabriek klaar. 35.000 Joodse arbeiders werkten mee aan de bouw. 20.000 van hen overleefden het niet. De nazi’s hebben nooit kunnen profiteren van de rubberfabriek. Ze werd pas operationeel na de bevrijding. Communistisch Polen was er goed mee.

Angorakonijnen

De nazi’s wilden van Auschwitz een Duitse stad maken met Duitse inwoners. Om hen van eten te voorzien werd een moderne bio-industrie gecreëerd, uiteraard met inzet van de werkslaven. In een gebied van 2.000 hectare werden varkens-, runder-, pluimvee- en viskwekerijen opgericht. Er werden zelfs angorakonijnen gekweekt.

In een hallucinant reclamefimpje prijst het Duitse bedrijf Degesch omstandig het gifgas Zyklon B aan. De oplossing tegen alle ongedierte.

Het industriële verhaal van de tentoonstelling wordt aanschouwelijk uitgelegd en is bijzonder interessant en leerrijk, met uitstapjes naar vandaag. Je wordt pas echt opstandig tegen zoveel ontmenselijking als de focus wordt verlegd naar het leven in de kampen.

Op de benedenverdieping kan je je vergapen aan enkele foto’s uit het Karl Höcker-album. Höcker was de assistent van Richard Baer, de laatste kampcommandant van Auschwitz. Op de foto’s is alles peis en vree. Idyllisch haast. Ze zijn tussen maart 1944 en januari 1945 gemaakt aan de Solahütte, een ontspanningsoord voor de Duitsers op zo’n 30 kilometer van de vernietigingskampen. Die draaiden op dat moment in overdrive. In acht weken werden 320.000 Hongaarse Joden in Birkenau vermoord en vergast.

Het andere fotoboek is het beroemde Lilly Jacob-album, te zien in het tweede deel van de expo. Het bestaat uit foto’s van Hongaarse Joden die net zijn aangekomen in Birkenau. SS-dokters wijzen naar links of rechts. Het verschil tussen werken of de gaskamers. Lilly Jacob vond de foto’s in de ziekenbarak van het concentratiekamp Dora-Mittelbau. Ze was zelf met een konvooi in Birkenau beland waar ze dwangarbeid verrichtte. Toen de Sovjets Auschwitz naderden, werd ze overgeplaatst naar Dora-Mittelbau. Toen ze daar in het fotoalbum bladerde, herkende ze familieleden en lotgenoten van haar konvooi.

De tentoonstelling eindigt met een hallucinant reclamefilmpje uit de jaren 30. Het Duitse bedrijf Degesch prijst er omstandig het gifgas Zyklon B aan. De oplossing tegen alle ongedierte.

Auschwitz.Camp tot 25 juni, Kazerne Dossin, Mechelen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n