Barok in de 21ste eeuw

©BELGAONTHESPOT

Met veel gedruis opent dit weekend het barokjaar in Antwerpen. Een belegen feestje wordt het zeker niet. Daarvoor is er te veel oude en nieuwe kunst te bewonderen.

Caravaggio in het licht van een koplamp

Hij zag er bijna ontspannen uit toen donderdag het fabuleuze ‘La Flagellazione di Christo’ van de Italiaanse schilder Caravaggio (1571-1610) eindelijk aan de muur van het M HKA hing. Missie volbracht voor curator Luc Tuymans. Zonder Caravaggio geen expo. Zo eenvoudig was het. Over enkele weken komt er een tweede. Caravaggio is voor Tuymans de grootmeester van de barok, wiens werk doordesemt in de 21ste eeuw.

In ‘Sanguine/Bloedrood’ laat Tuymans 13 oude meesters in dialoog treden met hedendaagse kunstenaars. Je kan elk werk afzonderlijk analyseren. Wat hebben Antoon van Dyck en Michaël Borremans in hun portretkunst gemeen? Vast heel wat.

©BELGAONTHESPOT

Maar de vergelijking tussen vroeger en nu is niet wat telt op deze tentoonstelling. Zelfs al zegt Tuymans graag dat de barok in de 17de eeuw de eerste geglobaliseerde kunststroming was. En dat de hedendaagse kunst ook geen grenzen kent. Overeenkomst. Allemaal waar. Maar daarvoor moet u niet naar de expo. U moet gaan omdat de curator en de kunstenaar Tuymans de handen in elkaar hebben geslagen. Elke zaal is zo vernuftig opgebouwd dat je haast naar een nieuw gesamtkunstwerk staat te kijken waarvan de onderdelen toevallig een groot aantal meesterwerken van vroeger en nu zijn.

Het is gedurfd om aan de voeten van Caravaggio een spiegelinstallatie van Carla Arocha en Stéphane Schraenen te plaatsen. Aan de kant lijkt de Spaanse barokschilder Francisco de Zurbaran er het zijne van te denken. Maar het beeld klopt perfect. En zo gaat het keer op keer. Er zijn best wat hedendaagse werken - van Jan Fabre, Berlinde De Bruyckere, Thierry De Cordier om die maar te noemen - die je al vaker hebt gezien. Maar in de setting in het museum krijgen ze haast een nieuw leven.

Hoe mooi het ook is, de uppercut krijg je in een bolvormige tent op de Gedempte Zuiderdokken, vlak bij het M HKA. Tuymans toont er zijn hedendaagse Caravaggio: de installatie ‘Five Car Stud’ van Edward en Nancy Kienholz, die in 1972 voor het eerst te zien was op Documenta 5. Het tafereel is gruwelijk. De koplampen van vijf auto’s schijnen in het donker. In de arena houden drie mannen een zwarte in bedwang die een affaire heeft met een blanke vrouw. De vierde castreert hem. Een vijfde kijkt toe.

Het is een aanklacht tegen racisme. Nancy Kienholz was deze week in Antwerpen om erop toe te zien dat de installatie juist werd opgebouwd. ‘De essentie van het werk is niet de gruwel. Het gaat erom: wat zou jij doen als je getuige bent van het tafereel? Grijp je in of loop je weg?’ Het werk grijpt zo naar de keel omdat je erin kan rondlopen. Je voelt de waanzin in elke stap die je zet, met een bluesdeuntje op de autoradio in de achtergrond.

Ziet Kienholz de link met Caravaggio? ‘Ik had er nooit aan gedacht tot Luc het me zei. Hij heeft gelijk. De brutaliteit stemt overeen. En de koplampen van de auto’s die oplichten in het donker, dat is toch pure Caravaggio?’

‘Sanguine/Bloedrood’, tot 16 september in het MHKA.

De triomfantelijke herontdekking van Michaelina Wautier

Af en toe moet de kunstgeschiedenis worden herschreven. Dit is zo’n moment. De herontdekking van Michaelina Wautier (1604-1689) levert ons een sterke vrouw op in het mannenpantheon van de Zuid-Nederlandse barokschilderkunst. Met zo’n dertig intussen bekende en herontdekte werken - de helft gesigneerd en gedateerd - hijst Michaelina zich naast tijdgenoten als de Italiaanse Artemisia Gentileschi en de Nederlandse Judith Leyster. Maar staat ze ook haar mannetje tussen de supersterrren van de barok: Rubens en Van Dyck.

Tegelijk zijn er veel vragen. Waar werd Michaelina opgeleid? In Mons? Hoe kon ze door het glazen plafond breken? Strekten andere kunstenaressen of schrijfsters haar tot voorbeeld? We kennen - voorlopig - de antwoorden niet. Maar in het MAS met ‘Michaelina, de leading lady van de barok’ loopt alvast een allereerste overzichtsexpo van haar werk.

©Aurélie Geurts

Hoe komt het dat zo’n virtuoze schilder na haar dood in 1689 - ze werd 84 - compleet werd vergeten? ‘Michaelina was zo virtuoos en veelzijdig dat men niet kon geloven dat haar werk door een vrouw geschilderd kón zijn. Het werd dus meestal aan een man toegeschreven’, zegt Katlijne Van der Stighelen, hoogleraar kunstwetenschappen aan de KU Leuven en curator van de tentoonstelling.

Van der Stighelen is ook de vrouw die Michaelina herontdekte, nadat ze 25 jaar geleden tijdens een symposium over Vlaamse kunst door het depot van het Kunsthistorisches Museum in Wenen was gelopen. ‘Ik passeerde een monumentaal mythologisch schilderij van een Bacchusstoet met opmerkelijke mannelijke naakten. Ik kon het nergens plaatsen. ‘Het is geschilderd door een vrouw’, zei de toenmalige museumdirecteur.’’

©Aurélie Geurts

Daarna volgden jaren van onderzoek, waarbij Van der Stighelen veilingcatalogi uitploos en privécollecties bezocht. In het MAS hangen 21 schilderijen, één tekening en één gravure, plus werken van Michaelina’s tijdgenoten Jan Van Oost en Michael Sweerts, en van haar vijf jaar jongere broer Charles Wautier, ook een kunstschilder. Met hem deelde Michaelina vanaf 1640 een woning en een atelier vlak bij de Kapellekerk in Brussel.

Heeft Charles het artistieke vuur in haar aangewakkerd? Heeft ze, al dan niet samen met hem, de academie bezocht die Sweerts in Brussel had opgericht en waar naar levend model werd geschilderd? We weten het niet.

©Aurélie Geurts

Vast staat dat Michaelina een virtuoze, verrassende en af en toe eigenzinnige schilder is. Na de prent die de Antwerpse meestergraveur Paulus Pontius naar een (verloren gegaan?) schilderij maakte, is haar zelfportret het eerste werk in de tentoonstelling. Op groot formaat verwelkomt Michaelina de toeschouwer: achter de schildersezel, piekfijn uitgedost, licht gedecolleteerd, penseel tussen de vingers alsof het een wijnglas was. Ze profileert zich als schilder en voegt - verrassend - een zakhorloge toe: een mogelijke verwijzing naar de vergankelijkheid van het leven en de eeuwigheid van de kunst.

De portrettengalerij die dan volgt, is ronduit verbluffend. Michaelina had een voorkeur voor het portret ‘ten halven lijve’. We krijgen steevast een close-up. De jezuïet Martino Martini (1654) is een ongenaakbaar heerschap, stevig als een rots. De onlangs ontdekte ‘Studie van een jongen’ toont een knaapje dat zo van de straat geplukt lijkt, zoals de Italiaanse meester Caravaggio ook deed. Het jongetje heeft dikke ogen (van de slaap?) en vreemd geknipte haren, die op een lagere komaf wijzen. Michaelina biedt van hem een snapshot: levendig en blozend, geschilderd met brede borsteltrekken.

Maar het werk dat de aandacht opeist, is ‘Portret van een bevelhebber’. Mogelijk gaat het om een van haar vele broers die een hoge functie had in het Spaanse leger. De indringende blik, de zelfbewuste houding en weelderige krullende haren zijn, samen met zijn witte kraag, virtuoos geschilderd. Een meesterwerk van zintuiglijkheid.

Niet toeschietelijk

Michaelina durfde alle genres aan. Dat is uitzonderlijk, niet alleen voor een vrouwelijke kunstenaar. Melancholische portretten van jongens en meisjes op de rand van de puberteit wisselen af met genretaferelen en altaarstukken. Niet alles is even geslaagd: ‘Annunciatie’ (1659) is wat houterig en ‘Het mystieke huwelijk van de Heilige Catharina’ bevat wat knullig geschilderde passages. Maar dat is detailkritiek.

Klapstuk is ‘De triomf van Bacchus’. In dat monumentale rubensiaanse doek - 2,7 bij 3,5 meter - gaan alle registers open. Levensgroot geschilderde naakte mannen van alle leeftijden omringen de dronken wijngod Bacchus, die op een kruiwagen ligt. Ook hier durft Michaelina persoonlijk te zijn: ze voert zichzelf op als halfnaakte volgelinge van Bacchus. Maar ze kijkt de toeschouwer aan en negeert de avances van een ongure, geile man.

Ze neemt afstand van het liederlijke tafereel van dronkenschap en lust, en lijkt zich bewust met een kleine borst te hebben geschilderd om zich zo weinig mogelijk begeerlijk voor te doen. ‘Ik ken niet meteen voorstellingen door een mannelijke kunstenaar waarin je een man en een vrouw in dit soort relatie ziet’, zegt Van der Stighelen. ‘Meestal is de man handtastelijker en de vrouw toeschietelijker.’

Tegen de blauwgrijze expomuren licht elk schilderij op als een precieus juweel en krijgen de kwaliteiten van Michaelina alle aandacht. De tentoonstelling zou wel eens hét kantelmoment kunnen zijn. Wie weet duiken nog schilderijen en tekeningen op? Of een brief? Intussen is Michaelina ook ‘hot’ op de veilingmarkt. Haar portret van Martino Martini, geschat op 12.000 euro, werd verkocht voor 450.000 euro. Het is intussen doorverkocht voor een veelvoud.

‘Michaelina, de leading lady van de barok’, tot 2 september in het MAS.

En toen viel hun leven stil

In de kathedraal krijgen Rubens’ ‘Kruisoprichting’ en ‘Kruisafneming’ in het barokjaar het gezelschap van een indrukwekkende installatie: ‘Diasporalia’ van de Brusselse kunstenaar Koen Theys. In de Sint-Jozefkapel liggen twaalf in brons gegoten matrassen, in twee rijen van zes, als verwijzing naar de vluchtelingencrisis.

Op elke matras liggen iemands persoonlijke bezittingen, vaak kleinoden. Zo vertelt elke slaapplek een verhaal. Fictief, al kan het ook zomaar echt gebeurd zijn. ‘Voor dit project heb ik geen vluchtelingen geïnterviewd. Dat was niet nodig. Toen groepen vluchtelingen een paar jaar geleden onderdak zochten in kerken in Brussel, ben ik hen gaan bezoeken. Hun verhalen heb ik onthouden’, zegt Theys.

De verhalen lijken ver van ons bed, maar Theys toont in details en door de rijkdom die de installatie uitstraalt dat het ons allemaal kan overkomen op een dag. Vluchtelingen zijn niet anders. Ze zijn alleen op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.

Op de ene matras ligt een vioolkist. Misschien zit er wel een stradivarius in. Voor een andere matras staat een designkoffer. Een beetje verder liggen een blokfluit en een hoofdtelefoon. Mooie schoentjes. Een boek. Het leven zoals het was, voor het stilviel. Een hondje ook op de eerste matras. ‘Een knipoog naar ‘De Venus van Orbino’ van Titiaan. Op het bed van Venus dommelt haar hond in.’

‘Diasporalia’ is een duur werk. Het kostte 200.000 euro. Voor Theys moest het ook duur zijn. ‘Op die manier past het perfect in de grandeur en de rijkdom van de kathedraal. Of het is daar misschien ook een kritiek op.’

‘Diasporalia’, tot 13 januari in de kathedraal.

De marteldood van Rubens

De posters met Rubens zijn niet uit het Antwerpse stadsbeeld weg te slaan. Maar een grote Rubenstentoonstelling ontbreekt in ‘zijn’ barokjaar. Het Rubenshuis vult de lacune op met de bruikleen van ‘Marteldood van de Heilige Andreas.’

Het indrukwekkende schilderij uit 1638 hangt al zo’n vierhonderd jaar in de Fondacion Carlos de Amberes in Madrid. Peter Paul Rubens (1577-1640) maakte het in opdracht van Jan van Gucht, die voor de drukkerij Plantin-Moretus in Madrid werkte. Hij liet zich inspireren door een compositie van zijn leermeester Otto van Veen. Dat schilderij hangt in de Sint-Andrieskerk in Antwerpen.

Kwalitatief zijn de twee doeken amper te vergelijken. Rubens was 61 in 1638. Hij kende alle truken van de foor om een kijker in zijn schilderij te zuigen. Eén element is dominant: de apostel Andreas. Veel meer dan bij Van Veen draagt hij het schilderij. Rubens verwaarloost haast de achtergrond en de nevenpersonages. Bewust dus. Het pontificaal uitspelen van de apostel paste ook in de tijdgeest van de contrareformatie.

Het schilderij is nog om een andere reden bijzonder: de originele lijst is bewaard gebleven. Van Gucht liet rond 1639 in zijn testament vastleggen dat Abraham Leerse en Jan Wymberg de lijst moesten maken. Voor Rubens’ schilderij lieten de veelgevraagde lijstenmakers zich volledig gaan. Ze schilderden de houten lijst zwart en smukten hem op met goudstucversieringen. Als je goed kijkt, zie je parallellen tussen de versieringen en elementen uit het schilderij. De hoekige vormen van het kruis en de gespreide benen van de gekruisigde Andreas zijn weerspiegeld in de lijst.

Van Gucht stierf in 1639. Kort voor zijn dood schonk hij het schilderij aan het Vlaamse hospitaal San Andres de los Flamencos in Madrid.

‘De meester leeft’, tot 13 januari in het Rubenshuis.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content