reportage

Belgische telecomreus stelt kunstcollectie tentoon

Indringende portretten van Thomas Ruff. De foto’s waren eerst niet geliefd bij het personeel van Proximus. ©MDD

Een deel van de kunstverzameling van Proximus verlaat voor het eerst de vertrouwde bedrijfskantoren. In ‘PictureX’ toont Museum Dhondt-Dhaenens de rijkdom van de fotoverzameling van de telecomoperator.

Een man en een vrouw staren je recht in het gezicht. Geen glimlach, geen flikkering in de ogen. Ze zijn. De twee foto’s van de Duitse fotograaf Thomas Ruff hangen links bij het binnenkomen in de eerste grote zaal van Museum Dhondt-Dhaenens. De portretten waren lange tijd niet geliefd bij het personeel van Proximus, wegens te intimiderend, te veel in your face, te weinig kunst. Nochtans zijn het artistieke topfoto’s.

Ruff behoort tot de Düsseldorfse School, een stijlrichting gecreëerd door het kunstenaarskoppel Bernd en Hilla Becher. De School staat voor emotieloze en afstandelijke fotografie, en de hele eerste zaal van Dhondt-Dhaenens is eraan gewijd. De Bechers stellen zelf zwart-witfoto’s van industriële installaties tentoon. Ook Andreas Gursky past in het rijtje, zijn foto’s vind je aan de andere kant van de zaal. Toen hij nog niet zo bekend was, kocht Proximus voor een habbekrats een foto uit de reeks ‘Rhein II’. Een andere foto uit die serie werd in 2011 geveild voor 4,3 miljoen dollar, de duurst geveilde foto ooit.

Nu de werken even weg zijn, vallen de lege plekken op en wordt er weer over kunst gepraat.
hans-Bart Van Impe
Coördinator Proximus Art

Om maar te zeggen, het begin van ‘PictureX’ is indrukwekkend. Het is de eerste keer dat Proximus een deel van zijn kunstcollectie in een museum aan het grote publiek toont, een occasionele uitleenbeurt niet te na gesproken. ‘De vraag kwam van ons’, legt Tanguy Eeckhout, curator van de tentoonstelling uit. ‘We houden sinds 2007 collectiepresentaties in het museum. Deze expo past daar perfect in.’

Jan De Cock, ‘Denkmal 1’ ©Tom Verbruggen

Torens vol kunst

Proximus, toen nog Belgacom, begon in 1996 met verzamelen van kunst. ‘We zijn daar om twee redenen mee gestart’, vertelt Hans-Bart Van Impe, coördinator van Proximus Art. ‘Toen we 20 jaar geleden ons nieuwe hoofdkantoor, de torens aan het Brusselse Noordstation, betrokken, vonden we dat kunst er thuishoorde. Maar het mocht geen vrijblijvend project zijn. De kunstwerken dienden om het personeel te laten nadenken, te inspireren en de creativiteit te stimuleren.’

Fotografie maakt een groot deel uit van de Proximus-collectie, maar je vindt ook sculpturen of installaties van kunstenaars zoals Jan De Cock, Marcel Broodthaers of Michelangelo Pistoletto in de verzameling. Ze vormen op de expo een mooie afwisseling met de fotografie. Proximus wordt bij zijn kunstverwerving bijgestaan door een vierkoppig aankoopcomité. Onder meer Dirk Snauwaert, de directeur van Wiels in Brussel, en Chris Dercon, afscheidnemend directeur van Tate Modern in Londen, zitten in het comité. Ze waken ook over de technische kwaliteit van de collectie. ‘Een deel van de foto’s moet gerenoveerd worden of opnieuw geprint. De kwaliteit van het Kodak-papier uit de jaren 90 liet te wensen over’, zegt Tanguy Eeckhout.

Twee keer Andreas Gursky, uit de periode waarin hij nog betaalbaar was. ©MDD

Hoe groot het budget van Proximus Art is, mogen we niet weten. ‘Oei nee, dat mag ik niet zeggen. Het fluctueert met de resultaten van het bedrijf. Maar je moet je er niet al te veel bij voorstellen. We kopen twee of drie stukken per jaar. Vroeger waren dat er meer omdat kunst toen goedkoper was. We zijn niet op zoek naar grote namen. We kopen jonge internationale kunstenaars. Qua fotografie willen we vooral ontbrekende stukken uit reeksen aanvullen. We willen geen eclectische postzegelverzameling’, aldus Van Impe.

Het grootste deel van de kunstcollectie hangt of staat in de torens, maar het is niet zo dat de topstukken voorbehouden zijn voor de directie. ‘De fragielste stukken hebben een plaats gekregen waar het minste volk komt. Dat is bovenaan in de torens, maar dat heeft niets maken met hiërarchie’, benadrukt Van Impe. Hij is blij dat de collectie even haar vertrouwde plaats verlaat. ‘Nu de werken weg zijn, vallen de lege plekken op en wordt er weer over kunst gepraat.’

De fotocollectie van Proximus beslaat een breed spectrum van de fotografie, maar expliciete erotiek vind je niet. ‘Nee, dat vonden we niet echt passen op kantoor’, geeft Van Impe toe. Maar een omfloerste foto van Robert Mapplethorpe, bekend voor zijn naakt, kan wel.

Je vindt ook geen snapshots op de expo. Over bijna iedere foto is lang nagedacht, dat zie je. Af en toe worden de grenzen van de experimentele fotografie afgetast, zoals bij de Duitse kunstenaar Sigmar Polke. Heel boeiend is de reeks ‘Theaters’ van de Japanse fotograaf Hiroshi Sugimoto. Daarvoor fotografeerde hij steeds op dezelfde manier oude bioscopen met een sluitertijd die net zo lang duurde als de films. Het levert aparte foto’s op. En zo is dat voor de meeste fotografen. ‘PictureX’ is een expo waar je tijd voor moet uittrekken om tot de kern van de foto’s door te dringen.

‘PictureX’ loopt tot 4 oktober in Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud