reportage

Biënnale Venetië: Het laatste bastion tegen onverschilligheid

‘Treasures from the Wreck of the Unbelievable’ van de Britse kunstenaar Damien Hirst. ©MANUEL SILVESTRI/PHOTONEWS

De Britse artiest Damien Hirst steelt met een verzonnen verhaal de show op de Biënnale van Venetië.

Even lijkt het alsof je je van evenement hebt vergist. Vlak bij de ingang van de hoofdexpo in het Arsenale zit een man de bezoeker op te wachten. Met naald en draad, als een gediplomeerde kleermaker. Aan de muur hangen tientallen bolletjes draad, verbonden met kledingsstukken die op een tafel liggen. Tegen het einde van de Biënnale van Venetië in november moet de stapel gigantisch groot zijn geworden.

Het blijkt toch kunst: ‘The Mending Project’. En de kleermaker is Lee Mingwei. ‘De bezoekers kunnen een te verstellen kledingstuk meebrengen. Ik begin er direct aan. Terwijl ik naai, praat ik met mijn gast. Zo ontstaat het kunstwerk’, legt de Taiwanese kunstenaar uit. ‘De kunst zit in de onverwachte ontmoeting, in de verhalen die ik te horen krijg. Aan het eind van de Biënnale kan je je kledingstuk weer komen ophalen.’

Wereldschokkend is het project niet, maar er schuilt veel poëzie in. En dat is de rode draad in het Arsenale, samen met de Giardini het hart van de 57ste Biënnale. De Franse curator Christine Macel koos niet voor één thema. Onder de noemer ‘Viva Arte Viva’ zet ze de kunstenaar centraal. Hoe denkt hij over de wereld? Wat zijn zijn dromen? Voor Macel is kunst het laatste bastion tegen onverschilligheid en individualisme. Dat wil ze exploreren.

Macel nodigde 120 kunstenaars uit, van wie er 103 voor het eerst op de Biënnale tentoonstellen. Ze deelde de internationale tentoonstelling in in negen hoofdstukken of paviljoenen: twee in de Giardini en zeven in het Arsenale. Het gaat van ‘angst en vreugde’ over ‘traditie’ tot ‘tijd en oneindigheid’. Je moet de hoofdstukken niet in een bepaalde volgorde bezoeken.

Wie van rust houdt, is het meest op zijn plaats in het Arsenale. Daar onderhoudt de hedendaagse kunstenaar zich verrassend vaak met textiel. De multimediale wereld is ver weg. De Belgische kunstenares Edith Dekyndt drijft de verstilling het verst door. In een aparte ruimte heeft ze op een zwarte vloer een rechthoekig tapijt van wit stofzand gelegd, beschenen door een eenzame spot aan het plafond. Door de turbulentie van het bezoek waaiert het stof uit. Elk uur veegt een zaalmedewerker het weer op zijn plaats. Je moet het zien om te geloven hoe rustgevend het is.

In de Giardini is de tentoonstelling schreeuweriger. Er is thematisch minder eenheid, wat niet wegneemt dat ook daar een rist interessante kunstenaars tentoonstelt. De Syriër Marwan is zo iemand. Hij schildert portretten die het midden houden tussen Francis Bacon en Lucian Freud. De Chinese Firenze Lai beeldt op heel eigen manier menselijke figuren uit. Maar net zo goed zijn er installaties, videokunst, fotografie en klankmachines.

Lab van Frankenstein

Keuzes maken is de boodschap. Dat geldt zeker voor de expo’s in de landenpaviljoenen. Bij de ene loop je binnen en buiten wegens al heel snel ‘niet interessant’. Bij de andere kijk je met veel verbazing en bewondering rond. Tot die laatste categorie behoort zeker het Belgische paviljoen met de expo van fotograaf Dirk Braeckman.

In het Arsenale is het Italiaanse paviljoen bijzonder de moeite. Aan ‘Il mondo magico’ werken drie kunstenaars mee, van wie Roberto Cuoghi de opmerkelijkste is. Voor ‘Imitazione di Christo’ bouwde hij een laboratorium om sculpturen te vervaardigen. Al wandelend in een plastic tent zie je hoe nieuwe beelden worden gemaakt, als was je in het lab van Frankenstein. Voor de kunstenaar gaat het om de kracht van het iconografische geheugen van de kunst.

Ook in de kunst kan je niet om de grootmachten heen. De voorbije dagen was het in de Giardini pretparkgewijs lang aanschuiven bij de paviljoenen van het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Rusland, Japan en Duitsland. Maar het wachten loonde.

De Russen kiezen altijd voor spektakel. ‘Theatrum Orbis’ heet hun project, naar de naam van de atlas van de Antwerpse cartograaf Abraham Ortelius uit 1570. Het was de eerste moderne atlas, gebaseerd op alle wetenschappelijke en culturele kennis van toen. De Russen doen in het paviljoen hetzelfde. Ze combineren video, sculpturen, muziek en installaties tot één wervend geheel. Vrijblijvend is het in geen geval: terrorisme, artificiële intelligentie, de dreiging van de sociale media, virtuele realiteit. Bedenk iets, en de Russische kunstenaars hebben er in hun paviljoen iets over te vertellen.

Van een heel andere schoonheid is ‘Tomorrow Is Another Day’ in het Amerikaanse paviljoen. In het werk van Mark Bradford zit zo veel power dat het paviljoen bijna uit zijn voegen barst van opwinding. Al verliest Bradford nooit de subtiliteit uit het oog. Het absolute hoogtepunt is de aankleding van de koepel in het midden van het paviljoen. Bradford schraapte alle plaaster weg en bracht goud-zwart geschilderd en afgebleekt papier aan, alsof de koepel een ruïne is.

Potsierlijk

Samen met de Biënnale vinden in Venetië een reeks andere expo’s plaats. Axel Vervoordt combineert in ‘Intuition’ in het Palazzo Fortuno als een grootmeester oude en hedendaagse kunst. Jan Fabre toont een prachtig overzicht van zijn glas- en beenderkunst.

Maar de spraakmakendste is: ‘Treasures from the Wreck of the Unbelievable’ van de Britse artiest Damien Hirst. Ze vindt plaats in twee paleizen van de Franse zakenman François Pinault, Palazzo Grassi en Punta Della Dogana. Hirst vertelt er het verzonnen verhaal van Cif Amotan II, een slaaf die in de 1ste of 2de eeuw in Antiochië leefde. Hij slaagde erin zich te bevrijden en werd daarna walgelijk rijk. In 2008 werd een scheepswrak ontdekt vol met kunstschatten die aan Amotan werden toegeschreven. Hirst laat ze zien.

En dat zal de wereld geweten hebben. Tientallen beelden en artefacten toont hij. Je kan voor of tegen Hirst zijn, het is indrukwekkend wat hij heeft gecreëerd. Vaak ook potsierlijk, omdat het zo over de top is. Maar soms, als hij zich wat inhoudt, ook weer ontroerend. Hirst is hoe dan ook verplichte kost. Een ticket online reserveren is geen slecht idee.

Niet pleasen

Als je de komende maanden de vaporetto op het Canal Grande neemt, kan je ter hoogte van de Accademia niet naast de 12 meter hoge installatie ‘Protected Paradise’ van de Belgische kunstenaar Koen Vanmechelen kijken. Een gigantische kippenpoot, geklemd tussen gigantische takken en eieren. Vastgezet in een kooi.

‘De kooi is essentieel’, vertelt Vanmechelen als we op een bank voor het werk zitten. ‘De kooi staat voor alles wat de mens tegenhoudt om zich te ontwikkelen. Zoals regels en verboden haaks op de menselijke natuur staan, zo staat de kooi haaks op de rest van de installatie. Het wringt. Met opzet. Kunst moet niet pleasen.’

De installatie is na de Biënnale te koop. ‘Ze kost 1,5 miljoen euro. Maar geloof me, ik hou daar weinig aan over. De kostprijs van het materiaal en de installatiekosten in Venetië zijn enorm. Om het onderste ei van 12 ton marmer hier te krijgen hebben we het Canal Grande vier uur voor de helft afgesloten. 25.000 euro kostte dat. ‘Dank u’, zei de stad.’

De 57ste Biënnale van Venetië loopt tot 26 november.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect