Binnenkijken in de ziel van de kunstenaar

©SISKA VANDECASTEELE

De zevende Biënnale van de Schilderkunst focust onder de titel ‘Binnenskamers’ op de weergave van het interieur. De drie deelnemende musea geven een eigen inspirerende lezing van het thema.

Wie een tijdje niet meer in het Roger Raveel Museum is geweest, zal even moeten wennen. Melanie Deboutte, sinds januari de nieuwe conservator, verhuisde de vaste collectie van de nieuwbouw van het museum naar de oude pastorie. Het is dan ook geen werk van Raveel dat je aankijkt wanneer je het museum binnenstapt. Jan Van Imschoot neemt met ‘Interference of perception’ de honneurs waar. Het is een schilderij waarin twee koeien domineren, niet in de wei, maar in een kamer. Vermoedelijk. Het is niet helemaal duidelijk.

Die twijfel past helemaal in het opzet van Deboutte. Voor de Biënnale van de Schilderkunst selecteerde ze 13 hedendaagse en moderne kunstenaars die haar na aan het hart liggen. Het thema van het interieur en de kamer interpreteerde ze erg breed. Het gaat niet om het kijken naar mooie plaatjes. Het draait meer om hoe kunstenaars van binnenuit naar de buitenwereld kijken.

Deboutte koos ervoor de kunstenaars vaak alleen of in dialoog met een collega een ruimte te laten vullen. Dat verhoogt de spankracht van de tentoonstelling. Ze beperkt zich ook niet tot de schilderkunst - misschien is het tijd om de naam van de biënnale bij te sturen. Pontificaal in een van de eerste ruimtes staat ‘Kamer III’ uit 1985 van Jan Vercruysse. Hij maakte vier van dergelijke grote installaties. Vercruysse was een kunstenaar die de geschiedenis en de archetypes in zijn installaties verwerkte. Als toeschouwer word je geïmponeerd door de monumentaliteit van de kast. Vercruysse plaatste er een klein trapje in. Mag je erop lopen? Allicht niet. Maar het nodigt wel uit, net als het zachte licht aan het plafond.

Ieder museum vult het thema van de biënnale op een aparte manier in. Bekend werk wordt afgewisseld met inspirerende ontdekkingen. ©SISKA VANDECASTEELE

Onderweg kom je drie schilderijen tegen van de Nederlandse schilder René Daniëls, die twee jaar geleden nog een grote overzichtsexpo in het Brusselse Wiels had. Het is een aangenaam weerzien. Daniëls speelt in zijn werk met de vorm van een tentoonstellingsruimte.

Het is de verdienste van Deboutte dat ze met de expo niet enkel op vaste waarden mikt. Een van de opmerkelijkste kunstenaars is de in Antwerpen wonende Kroaat Vedran Kopljar. Hij toont zijn project ‘InnerSpacePortals’, waaraan hij sinds 2018 stelselmatig werkt. Het zijn driedimensionale schilderijen die een toegang bieden tot de holtes van het lichaam. Onze eigen binnenkamers. Kopljar gaat in zijn werk op zoek naar lichaamsplaatsen waar gedachten en gevoelens huizen. Fascinerend.

Helemaal op het eind zijn nog vier oude knarren samengebracht: Jean Brusselmans, Philippe Van Snick, Raoul De Keyser en Roger Raveel zelf. Van hem zijn vroege tekeningen te zien waarin hij experimenteert met vorm en stijl.

Intimiteit

Het Museum van Deinze en de Leiestreek (Mudel) geeft alle ruimte aan vijf hedendaagse kunstenaars: Olga Fedorova, Sarah De Vos, Bendt Eyckermans, Joëlle Dubois en Kristof Van Heeschvelde. Hun werk treedt in dialoog met 19de-eeuwse interieurkunst. Er bestaat wel degelijk een overeenkomst tussen vroeger en nu, meent conservator Wim Lammertijn. ‘De sociale media zijn eigenlijk een voortzetting van de interieurkunst.’

Op de biënnale gaat het niet om kijken naar mooie plaatjes. Het draait meer om hoe kunstenaars van binnenuit naar de buitenwereld kijken.

Hij wijst naar het schilderij ‘Interieur met dame, jager en hond’ uit 1880 van Casimir Van den Daele. ‘Met zulke portretten trad je als familie naar buiten. De boodschap was: kijk eens hoe rijk we zijn, hoe rijkelijk we wonen. Maar tegelijk gaf je ook een deel van je privacy en intimiteit op. Dat is net wat nu op veel grotere schaal aan de gang is met de sociale media. Daar gaat onze tentoonstelling over.’

Tijdens ons bezoek was de Gentse kunstenares Joëlle Dubois nog een fresco ter grootte van een baksteen aan het schilderen. Het werkje is te zien vlak bij een schilderij van de 19de-eeuwse Antwerpse schilder Jan Van Beers. ‘Hij was een zeer extravagante kunstenaar. Hij maakte in Parijs grote sier met decadente feestjes. Speciale verkleedpartijen en zo’, zegt Lammertijn. Die lichamelijkheid en het kijken naar elkaar zit ook in het werk van Dubois. ‘Als kind was ik geobsedeerd door de Japanse manga. Die sporen vind je nog altijd in mijn oeuvre.’

De sociale media spelen een centrale rol in haar werk. ‘We lijken in een soort van parallel universum te leven. Wie zijn we echt en hoe doen we ons voor op de sociale media? Creëren we alter ego’s of betere versies van onszelf? Je staat er bijna niet meer bij stil hoe dominant de smartphone in ons leven is. Je moet maar eens naar gesprekken kijken op terrassen. Soms vallen die voor een paar minuten stil omdat iedereen met iemand anders via zijn telefoon praat of berichten stuurt. Ik heb een tijdlang een relatie gehad met een muzikant. Die verliep door de aard van de job gedeeltelijk via de telefoon. Toen de relatie voorbij was, werd de smartphone confronterend. Ik kon hem blijven volgen via Facebook of Instagram: waar is hij geweest? Met wie? Dat werd bijna een obsessie. In mijn schilderkunst werk ik volledig analoog. Dat geeft me rust.’

Al even intrigerend is het werk van de Russische Olga Fedorova. Ze pendelt tussen Moskou, Brussel en Londen. Het gebrek aan een schildersatelier noopte haar tot digitale kunst, waarvan in Mudel enkele pareltjes te zien zijn. Haar virtuele landschappen en portretten creëren ongemak omdat ze ontmenselijking in zich dragen. Het is knap gedaan.

Vakantiegevoel

Voor Antony Hudek, sinds februari directeur van het Museum Dhondt-Dhaenens, is het zijn eerste deelname aan de biënnale. Waren de vorige edities goed?, vraagt hij. We knikken. De charme van de biënnale schuilt in de diversiteit van drie musea die op fietsafstand van elkaar liggen. Je kan er een sportieve daguitstap van maken waarbij je tal van artistieke ontdekkingen doet. De opening was eerst gepland eind juni, maar door de lockdown werd ze uitgesteld. Even werd overwogen de biënnale te verschuiven naar eind augustus, maar dan werd het vakantiegevoel gemist. De opening is uiteindelijk nu zondag.

De look-and-feel in het Museum Dhondt-Dhaenens is helemaal anders dan in de twee andere musea. Hudek heeft door de combinatie van verschillende kunstwerken en kunstenaars haast nieuwe installaties in de zalen gecreëerd. Het geheel is daardoor meer dan de som van de getoonde schilderijen.

©SISKA VANDECASTEELE

In de eerste grote zaal hakt de installatie ‘Letters to the Reader’ van de Libanese kunstenaar Walid Raad de ruimte in stukken. Het project bestaat uit elf geverfde en lasergesneden houten panelen die als sculpturen worden voorgesteld. Aan de onderkant van elk paneel is inlegwerk aangebracht dat parketvloer suggereert. De installatie spoort perfect met de schilderijen aan de muren. Een daarvan is ‘De rode kast’ (1915), een interieurschilderij van Louis Thevenet uit de eigen museumcollectie. Voor Hudek is het een sleutelwerk in de expo. Thevenet schildert interieurs met veel ironie en legt de menselijke ijdelheid bloot.

James Ensor was daar ook niet vies van. De Amerikaanse schilderes Melissa Gordon plaats zijn werkje ‘Stilleven met chinoiserieën’ tussen een reeks abstracte, collageachtige schilderijen van haarzelf. Het geheel aan de lange muur oogt als een grote installatie. Zo wordt het museum voortdurend omgebouwd tot binnenskamerse ruimtes met een eigen interieur en identiteit. Precies zoals het thema van de biënnale het voorschrijft.

De Biënnale van de Schilderkunst loopt van zondag 26 juli tot 18 oktober in Roger Raveel Museum in Zulte, Museum van Deinze en de Leiestreek, en Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle. In Sint-Martens-Latem worden ook onder meer de crypte van het gemeentehuis en het Museum Gustave De Smet bij het project betrokken.

De Biënnale van de Schilderkunst loopt van morgen tot 18 oktober in Roger Raveel Museum in Zulte, Museum van Deinze en de Leiestreek, en Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle. In Sint-Martens-Latem worden ook onder meer de crypte van het gemeentehuis en het Museum Gustave De Smet bij het project betrokken.
Met een combiticket van 12 euro kunt u alle plaatsen bezoeken. Er moet wel op voorhand online een tijdslot gereserveerd worden. U vindt daarvoor alle informatie op de websites van de deelnemende musea.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud