Blind date uit lang vervlogen tijden

Wie is de mooiste? Wie heeft de duurste kleren? De portretten in het Museum Snijders&Rockoxhuis lijken met elkaar in duel te gaan. ©siska vandecasteele

De selfie is geen uitvinding van de 21ste eeuw. Dat bewijst de tentoonstelling 'Blind Date, portretten zonder blikken en blozen' in het Snijders&Rockoxhuis in Antwerpen. De expo is een samenwerking tussen het museum en de kunstcollectie van Fernand Huts.

Als een kluitje staan ze op schildersezels bij elkaar op het gelijkvloers van het museum. Het ene portret na het andere. Ze lijken naar elkaar te lonken, alsof ze echt een date najagen. Wie is de mooiste, wie heeft de duurste kleren aan? Het is een originele manier om portretten in een museumzaal voor een keer niet aan de muren te hangen. Het is een uitvinding van couturier Walter Van Beirendonck, die de scenografie van de expo voor zijn rekening nam.

De keurig uitgedoste dames en heren lijken zich goed op hun plaats te voelen. Zoals de statige 'Edelvrouw met papegaai' van Antoon Van Dyck uit 1619/20. Die papegaai staat er niet zomaar. De vogels werden in het begin van de 16de eeuw in Europa geïmporteerd. Wie rijk en machtig was, kon ze kopen en tonen. Een beetje 'The Sky is the Limit', maar dan met een papegaai in plaats van een Lamborghini.

Voor de tentoonstelling werken het Museum Snijders&Rockoxhuis en The Phoebus Foundation, de beheerder van de kunstcollectie van Katoen Natie-baas Fernand Huts en zijn echtgenote Karine, samen. De getoonde werken komen grotendeels uit de verzameling van Huts.

Hiernamaals

De portretkunst is een Vlaamse uitvinding uit het begin van de 15de eeuw, legde cocurator Katharina Van Cauteren woensdag uit. Alles draaide toen om het leven in het hiernamaals. Door elke dag te bidden dacht men zijn plaats in de hemel te verdienen. Wie het zich kon permitteren, droeg dure altaarstukken aan de kerk en het geloof op. Die rijkelui konden natuurlijk niet 24 uur per dag bidden. Daarom lieten ze zich in een vrome houding portretteren. Het was niet hetzelfde, maar het kwam toch in de buurt. Zo is de portretkunst ontstaan.

In de Sint-Carolus Borromeuskerk zijn de kinderschilderijen een dankbetuiging voor god. Omdat hij ze heeft laten leven.

De hemelse motieven werden in de loop der eeuwen wat afgezwakt. Portretten werden gaandeweg statussymbolen, te vergelijken met de selfies van vandaag. Kunstenaars konden zich in de mate van het mogelijke uitleven. Dat maakt de tentoonstelling goed duidelijk. Je hebt portretten in alle soorten en maten. En natuurlijk hangt de kwaliteit samen met die van de schilder.

Een van de hoogtepunten van de expo is het dubbelportret 'Man met een paar handschoenen en een vrouw met een zakdoek' van de in Antwerpen geboren maar naar Nederland verhuisde Frans Hals. De twee portretten zijn sober en donker omdat het koppel deel uitmaakte van een Haarlemse religieuze sekte. Maar tegelijk stralen ze zoveel levensechtheid uit. Als je ervoor staat, begrijp je meteen waarom Hals in Haarlem een eigen museum heeft. Hij verdient dat.

Kubussen

De getoonde werken van The Phoebus Foundation zijn mooi ingepast in de vaste collectie van het Snijders&Rockoxhuis. Van Beirendonck plaatst ze vaak op witte muurkubussen zodat de schilderijen geaccentueerd worden. Al even eenvoudig is de ingreep met smalle witte banken in de zalen. Ze vormen een brug tussen het verleden en het heden.

Wie dat ook doet, is de papierkunstenares Isabelle de Borchgrave. Haar creaties, met gezichten die dienstdoen als videoscherm, geven de tentoonstelling een scheut hedendaagse dynamiek.

Aan het einde van de tentoonstelling creëerde Van Beirendonck een eigen kunstkamer waarin haast kriskras drie eeuwen portretkunst bij elkaar komen, van de 15de tot de 19de eeuw. Twee Van Dycks springen eruit. Het ene, een portret van een Antwerpse juwelier, stamt uit 1620. Het andere, een portret van een man met een handschoen, is van 1625. 'Zie je het verschil?, vraagt Huts. 'Het tweede is veel levendiger. Hij heeft het geschilderd na zijn reis naar Italië.'

Devoot

'Blind Date' beperkt zich niet tot het Snijders&Rockoxhuis. Op andere locaties in Antwerpen gaat de expo verder. In de Keizerskapel vlakbij wordt ingezoomd op de laatmiddeleeuwse collectie van The Phoebus Foundation. De getoonde schilderijen en drieluiken in de kapel zijn erg religieus. Ze belichten de beginperiode van de portretkunst, die zoals gezegd helemaal in het teken van het geloof stond.

De papieren creaties van Isabel de Borchgrave geven de oude kunst een hedendaagse dynamiek. ©siska vandecasteele

Er hangt een triptiek dat wordt toegeschreven aan de 'meester van de Antwerpse aanbidding'. Zijn echte naam kennen we niet. De opdrachtgever is ook onbekend, maar we weten dat hij zichzelf op het linkerpaneel liet afbeelden. Het was zijn manier om aan te tonen hoe devoot hij was. Het is het bewijs van de functionaliteit van de vroege portretkunst.

Van de Keizerskapel naar de Sint-Carolus Borromeuskerk is maar een kleine wandeling. Op de gaanderij wordt een reeks kinderportretten met rammelaars getoond. Ze komt uit de collectie van de baggeraar Jan De Nul. Ook hier speelt religie een grote rol. Het gaat om zogenaamde votiefportretten. Dat zijn geschilderde dankbetuigingen aan god omdat hij het kind in kwestie niet bij de geboorte of de eerste jaren tot zich heeft geroepen. Vaak werden ze afgebeeld met rammelaars. Dat waren statussymbolen. Ook die verzamelt Jan De Nul. Ze hebben geen verband met de rammelaars op de schilderijen, maar ze passen wel wonderwel in de opstelling in de majestueuze kerk.

Blind Date, tot 31 december op verschillende locaties. Katharina Van Cauteren schreef de cataloog, 400 pagina's, uitgegeven bij Hannibal

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud