Bozar herbeleeft bezetting mei '68

©Archieven Paleis voor Schone Kunsten

Het woord is aan de burger in Bozar. Met debatten, performances, optredens en een boksgala blikt het kunstencentrum terug op mei ’68, toen het bezet werd.

‘Het is begonnen op café, zoals meestal bij kunstenaars’, grijnst Kurt De Boodt van Bozar. We staan met de coördinator van het herdenkingsfestival Bozar Occupied in het expozaaltje tussen de Hortahal en de Henri Le Boeufzaal. Aan de muur hangen zwart-witfoto’s van de bezetting van het Paleis voor Schone Kunsten een halve eeuw geleden. We lezen op spandoeken: ‘Neen aan de klassenkultuur’, ‘Contestation de la politique culturelle du pays’. Een naakte vrouw zit op een podium - een actie van de jonge Hugo Claus was dat. We zien ook de kunstenaar Marcel Broodthaers, die het woord neemt in een volgelopen Hortahal.

Op 28 mei 1968 stapte een groep rond Claus en Broodthaers het Paleis voor Schone Kunsten binnen. Een beslissing die ze nogal impulsief hadden genomen, op café dus, zegt De Boodt. Hij dook in de archieven van Bozar voor een romantische reconstructie van die verzetsdagen. De kunstenaars zouden bijna twee weken blijven. De directie gedoogde de bijeenkomst omdat ze het gebouw niet volledig bezetten.

Vier keer Bozar Occupied

30 mei: optredens en performances van De Partij voor de Poëzie, een groep van 24 dichters die in dit verkiezingsjaar het straatbeeld willen veroveren met gedichten.

2 juni: boksgala in de Hortahal. Jan Hoet en Joseph Beuys hielden ooit bokswedstrijden in musea.

6 juni: debat over kunst, politiek en activisme met onder anderen de kunstenaar Renzo Martens, Wiels-directeur Dirk Snauwaert en de Italiaanse curator Giorgio De Finis.

7 juni: debat over mensenrechten met de Amerikaanse historicus Samuel Moyn (auteur van het boek ‘Not Enough: Human Rights in an Unequal World’), Midden-Oosten-experte Brigitte Herremans en de Colombiaans ambassadeur Sergio Jaramillo Caro.

Bozar Occupied, tot 8 juni in Brussel.

www.bozar.be

Het was in de eerste plaats een solidariteitsactie met de studentenprotesten, vertelt De Boodt. Broodthaers deed mee om aandacht te vragen voor het hoger kunstonderwijs, dat uit zijn elitaire cocon moest breken en studenten meer inspraak moest geven. Tegelijk vroeg de beeldend kunstenaar in het grootste cultuurhuis van het land aandacht voor de oprichting van een museum voor moderne kunst in Brussel. De slogans over de ‘klassenkultuur’ sloegen vooral daarop, de spandoeken waren geen kritiek op het PSK als cultuurhuis voor de burgerlijke elite, stelt De Boodt. De schilder Serge Creuz nam als enige deelnemer het PSK op de korrel als verderfelijk symbool van het burgerlijk kapitalisme.

‘De bezetters hadden ook helemaal geen reden om op het Paleis te schieten’, zegt De Boodt. ‘Kunstenaars als Claus en Broodthaers waren hier al getoond. Dat is altijd het dubbelzinnige van zulke kunstenaarsacties: waarom zouden ze ingaan tegen een cultuurhuis dat hen vertegenwoordigde? Het PSK kreeg geen subsidies toen. Wie het Belgische culturele systeem ter discussie wilde stellen, was bij ons aan het verkeerde adres.’

Een halve eeuw later organiseert Bozar in en rond diezelfde Hortahal zijn eigen bezetting. Het kunstenhuis geeft de komende tien dagen het woord aan burgerverenigingen, intellectuelen, schrijvers, geëngageerde kunstenaars en zelfs boksers.

De debatten zijn een vorm van zelfkritiek, zegt De Boodt. Door de bezetting werd de Hortahal na mei ’68 een plek voor reflectie en actie. Dat veranderde in de jaren 90. Sindsdien lijkt de Hortahal meer het toneel voor commerciële evenementen dan voor culturele of maatschappelijke acties. ‘We hebben die rol wat gelost, ja’, geeft De Boodt toe. ‘Dat spanningsveld tussen kunst en commercie is erg moeilijk. De private evenementen zijn evenwel nodig om een grote expositie als die van Fernand Léger te kunnen maken.’

Ik ben het niet eens met de kritiek dat kunstenaars minder dan vroeger hun mond opendoen. Er is verzet op alle niveaus van de waardeketen.
kurt de boodt
coördinator bozar occupied

Hoeveel nostalgie naar de hoogdagen van het culturele protest zit er in deze tiendaagse? ‘Ik ben het niet eens met de kritiek dat kunstenaars vandaag hun mond minder opendoen. Er is verzet op alle niveaus van de waardeketen. De kunstenaarscollectieven die zich in het maatschappelijk debat roeren, zijn talrijker dan ooit. Kijk naar het kunstenhuis GlobeAroma in Brussel of het verzet in Berlijn tegen Volksbühne-baas Chris Dercon. Ook gevestigde kunstenaars steken hun nek uit. Luc Tuymans trekt zich op Europees niveau het lot van cultuurwerkers aan. Er zijn de antibrexitpostercampagne van de fotograaf Wolfgang Tillmans. Voor zichzelf of voor het geld hoeven zij het niet meer te doen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content