Dansen met de slangenbezweerder

©SISKA VANDECASTEELE

In Museum M in Leuven opent kunstenares Nel Aerts donderdagavond haar nieuwe tentoonstelling ‘The Waddle Show; a counteract’. De expo is opgevat als een theatershow waarin een slangenbezweerder en de slang centraal staan. De schilderijen kijken geïnteresseerd toe.

Wacht Nel Aerts (32) je op aan de ingang van de tentoonstellingszaal? Je weet het niet helemaal zeker. Om binnen te komen, moet je door een uitgesneden figuur die als opening dient. Bovenaan herken je een hoofd - de slangenbezweerder - dat geflankeerd is door twee slangen. ‘Het hoofd zou van mij kunnen zijn. De kunstenaar die als een slangenbezweerder de strijd of de dans aangaat met de kunst. Maar het kan net zo goed om de strijd tussen de kunst en de toeschouwer gaan. Daaruit vloeit dan de strijd tussen de kunstenaar en de bezoeker’, zegt ze.

Aerts kreeg anderhalf jaar geleden van curator Valerie Verhack het verzoek te exposeren in Museum M in Leuven, een expo in één zaal. ‘Dat sprak me aan. Eén zaal is één verhaal’, zegt ze. Dat is het verhaal van de slangenbezweerder. Daarmee borduurt ze verder op ‘Der Schlangenbeschwörer’, de titel van haar tentoonstelling in Kunsthalle Lingen in Duitsland eerder dit jaar. Daar ging het om een collage, in Leuven is het thema uitgewerkt tot een volwaardige tentoonstelling. Aerts heeft het liever over een show, vandaar ook de titel ‘The Waddle Show’. Waddle betekent waggelen en dat kan in de context van de tentoonstelling op verschillende manier worden geïnterpreteerd.

Rommelmarkt

Het eerste wat je ziet na de ingang is een kronkelende - waggelende - slang. Het lijf bestaat uit bedrukt textiel, een van de handelsmerken van Aerts. Op de slang staan enkele sculpturen, ‘The Waddle Works’. ‘Stapelsculpturen’, zegt ze snel. Waarmee ze vooral wil zeggen dat ze niet meteen aan het beeldhouwen is geslagen. De sculpturen zijn ontwapende opeenstapelingen van dagelijkse voorwerpen. Een pot, een mok, een theekan, een Pinokkio-hoofd. Gevonden op rommelmarkten en in kringloopwinkels. Ze zijn aan elkaar vastgemaakt, maar niet al te stevig. Ze kunnen waggelen.

Goedkope pailletjes zijn voor mij even belangrijk als dure olieverf.
Nel Aerts
kunstenares

De beelden zijn de acteurs van de voorstelling. De slang is het podium. De toeschouwers hangen aan de muren, in een doordachte mix van grote en kleine schilderijen. ‘De ene lange zijwand bestaat uit vier vensters. Ik heb die laten dichtmaken met hout. Zo werden de vensters publiekstribunes voor mijn schilderijen. Ze kijken naar wat op het podium gebeurt. Ik hou wel van dat theatrale aspect.’

Als bezoeker kan je op verschillende manieren naar ‘The Waddle Show’ kijken. Je overziet het geheel met de kronkelende slang centraal in de zaal. Charmant, denk je. Ontwapenend ook. Bijna kinderlijk - in de goede betekenis van het woord - maar wel knap in elkaar gezet. De stapelsculpturen sporen perfect met de beeldtaal van de schilderijen. Het tegendeel zou verbazen. Aerts is een meesteres in het gebruik van materialen en media. ‘De sculpturen zijn heel intuïtief ontstaan. Het was geen vooropgezet plan om iets totaal anders te gaan doen. De beelden vormen eerder een toevoeging aan mijn artistiek palet. Zo gaat het altijd. Tien jaar geleden maakte ik Super 8 mm-filmpjes. Van deze expo ga ik opnieuw video’s maken. Als ze goed zijn, toon ik ze later in het museum.’

©SISKA VANDECASTEELE

Angst, blijdschap, wanhoop

De tentoonstelling openbaart zich pas echt als je de schilderijen - de meeste zijn van dit jaar - van dichtbij gaat bekijken. Aerts slaagt erin veel emoties op te roepen in de schijnbaar kinderlijke figuren. Je voelt angst, blijdschap, soms wat wanhoop. Vaak zit de expressie in niet meer dan een oogopslag. Maar in de werken steekt ze veel van zichzelf. ‘Ik schilder vaak figuren die zich op een of andere manier in mijn innerlijke systeem hebben genesteld. Soms zijn het rechtstreekse afbeeldingen van mezelf, soms staan ze wat verder van me af.’ Toch maakt Aerts geen zuiver persoonlijke of anekdotische kunst. ‘Ik stel vragen. Wie zijn die karakters? Wat hebben ze met elkaar te maken? En hoe verhouden ze zich tot de toeschouwer? Het gaat om een bizar soort existentialisme.’

‘Vol goede moed bergafwaarts’, vat de Nederlandse kunsthistoricus Dominic van den Boogerd de kunst van Aerts samen in het boek van de expo. ‘Je weet hoe moeilijk het is om kunst te maken, maar je doet het toch. Met alle gevolgen vandien, zowel negatief als positief. Omdat je niet anders kan. Je stort je erin met het geloof dat het de beste manier is om in de wereld te staan’, legt ze uit. De duidelijkste illustraties van dat idee vind je in vijf notitieboekjes vol schetsen, die aan de verste muur van de zaal zijn gehangen. Het zijn dagboektekeningen, netjes genummerd. Je ziet Aerts’ werk in de meest embryonale vorm spontaan ontstaan. ‘Ook mislukte versies. Maar die zijn ook belangrijk.’

©SISKA VANDECASTEELE

Puur technisch geven de schilderijen slechts mondjesmaat hun geheimen prijs. Aerts beperkt zich zelden tot het gebruik van verf. Ze bewerkt haar doeken of panelen met wasco, potlood, krijt, grafiet, plamuursel tot zelfs vuur. Maar dat zie je niet allemaal meteen. ‘Als het maar vuil is. Gewoon een mooi beeld maken interesseert me niet. Waarmee ik niet wil zeggen dat je mijn schilderijen niet mooi mag vinden’, zegt ze lachend. Ze neemt ons mee naar een van haar werken. ‘Hier heb ik goedkope pailletjes gebruikt. Voor mij zijn die even belangrijk als de dure olieverf.’

‘The Waddle Show; a counteract’, tot 15 maart in M Leuven. De eerste monografie van Nel Aerts is uitgegeven door M en Triangle Books.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n