De Balans van Van Eyck-curator Till-Holger Borchert

Till-Holger Borchert, de curator vna de Van Eyck-tentoonstelling in Gent. ©Wouter Van Vooren

De bewierookte Van Eyck-expo in Gent valt in het water, bleek woensdag. De dag erna stelde curator Till-Holger Borchert (53) een virtuele toer van het Groeningemuseum voor. Hij is sinds 2014 artistiek directeur van de 14 Stedelijke Musea van Brugge. Hier maakt hij zijn persoonlijke balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?

‘Mijn netwerk. En materieel: mijn omvangrijke bibliotheek. Zeker in deze tijden geeft ze me de kans bezig te blijven. Ik heb ze ook opgebouwd met de gedachte aan dergelijke situaties. Als tiener verzamelde ik meer kunst dan nu. Daarvan heb ik nog altijd stukken thuis. Ook van Belgische kunstenaars. Geen grote namen, wel een grote bron van vreugde. Zeker nu.’

Wie heeft in u geïnvesteerd?

‘In de eerste plaats mijn moeder. Zij steunde mijn culturele interesse omdat mijn grootmoeder kunstenares was geweest. Ze had een brede familie- en kennissenkring, waarin sommigen belangrijk zijn geweest. Zoals mijn tante uit Londen, die me als tiener overal mee naartoe nam. Mijn echtgenote volgde me van Italië naar Duitsland, Brussel en Brugge, en maakt al ruim 25 jaar alle zottigheid mee. Als je jong bent, denk je dat je alles aan jezelf te danken hebt. Later besef je dat het enkel kon doordat mensen zich voor je hebben ingezet.’

‘Henning Ritter liet me als student voor de Frankfurter Allgemeine Zeitung schrijven. Dankzij professor Carol Purtle, die ook veel rond Van Eyck werkte, kon ik lesgeven in de VS. Ze overleed in 2008. Alison Smith, voormalig curator van de National Gallery in Londen, leerde me veel kunsthistorici kennen. Door Paul van Calster en Peter Ruyfellaere deed ik redactionele ervaring op. Hilde Lobelle, ereconservator van het Hospitaalmuseum, drong erop aan dat ik in 2002 naar Brugge kon komen.’

Investeert u in anderen?

‘Ik ben altijd leergierig geweest. En zoals ik mentoren had, sta ik ook jonge mensen bij. Als je dat enkel voor de winst doet, ben je eraan voor de moeite, maar het geeft wel een onmiddellijke return: je bent mee met stromingen en gedachtegangen die vanaf een zekere leeftijd minder evident zijn.

Sommige adviezen geef ik liever aan anderen dan aan mijn zoon. Hij moet ze ook elders zoeken.

Ruim tien jaar geleden trok ik naar de Universiteit van Memphis, waar ik nauw samenwerkte met kunststudenten. Ik vond dat een privilege. Nog altijd bevinden zich in mijn vriendenkring jonge mensen. In mijn zoon stop ik natuurlijk ook tijd en geld, maar die relatie ligt altijd moeilijker. Sommige adviezen geef ik liever aan anderen dan aan hem. Omdat ik het belangrijk vind dat hij ze ook elders zoekt, maar ook omdat ik weet dat hij de mijne niet zomaar zal aanvaarden.’

Wat was uw kwantumsprong?

‘Die hing samen met ‘Jan Van Eyck, de Vlaamse Primitieven en het Zuiden’, toen Brugge in 2002 de Europese culturele hoofdstad was. Het was een grote tentoonstelling die mijn internationale bekendheid boostte. Maar vooral: voor het eerst besefte ik dat samenwerken aangenaam kan zijn. We nodigden mensen uit heel Europa uit, ook belangrijke onderzoekers. En iedereen zette zijn ego opzij voor het gezamenlijke doel. Tot vandaag blijft dat de na te streven standaard.’

Gaat u soms in het rood?

‘Dat overkomt me allang niet meer. Tentoonstellingen organiseren geeft veel stress. Om die aan te kunnen beging ik ooit stommiteiten, zoals andere collega’s bètablokkers namen. Maar die dingen zijn vermijdbaar als je goed naar jezelf luistert. Nu weet ik wat ik aankan.’

Wie zetelt in uw raad van bestuur?

‘Bij elke belangrijke beslissing is mijn echtgenote hét klankbord. Zeker als het hedendaagse kunst betreft en zij twijfelt, zal ik twee keer nadenken om iets te doen - wat nog niet betekent dat ik het laat. Een hoop medewerkers die ik allang ken, zijn deel van elk beslissingsproces. Anders dan mijn echtgenote vind ik het niet nodig werk en privé te scheiden en heb ik niet echt behoefte aan mensen die in een totaal andere wereld leven. Ook in de kunst vind je allerlei achtergronden. Een collega was in een vorig leven militair in Engeland. Het beste advies kreeg ik van Rolf Kultzen, een van mijn vaders in de kunsten. Om de mediocriteit tegen te gaan moet je de beste mensen rond je verzamelen. Velen zijn bang van goede mensen: ze vrezen in hun schaduw te staan.’

Schrijft u soms mensen af?

‘Ja, als ze een zekere ethische standaard niet volgen. Het is misschien een idioot voorbeeld, maar ik was nauw bevriend met een Amerikaans politicus. Toen hij de Trump-campagne ging steunen, heb ik hem afgeschreven. Dat geldt ook voor achterbakse mensen, mensen die neerbuigend doen of meer verwachtingen scheppen dan ze waarmaken.’


Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud