Advertentie
reportage

De ingehouden kracht van een leeg museum

De nieuwbouw in het KMSKA oogt hypermodern en is in zijn grootsheid overweldigend. ©SISKA VANDECASTEELE

Er hangt nog geen Rubens of Modigliani aan de muur. Maar dat het gerenoveerde Museum voor Schone Kunsten een pareltje wordt, staat vast. Oud en nieuw omarmen elkaar in een perfecte symbiose.

'Hoelang ik met het museum al aan de slag ben? Nou, in 2003 heb ik de wedstrijd gewonnen om het masterplan voor het museum te ontwerpen. En vandaag zitten we hier.' Hier is in een van de gerenoveerde zalen van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. De Rubenszaal of de Van Dyckzaal, we durven er geen eed op te zweren. Zonder schilderijen aan de muur lijken de grote zalen op elkaar.

Op een gestoffeerde zitbank - 'ook vernieuwd' - geeft architecte Dikkie Scipio, medeoprichtster van KAAN Architecten, uitleg over het einde - eindelijk - van de tweede fase van de renovatie van het museum. De crux is een volledige nieuwbouw in de zes opengemaakte patio's van het 19de-eeuwse museum. Die nieuwbouw zou haast doen vergeten dat de oude, bekende zalen ook werden vernieuwd.

De architecte verheft even haar stem wanneer we opmerken dat de meeste bezoekers het niet zullen merken. 'Nou, die lambrisering die je hier ziet, was er vroeger niet. De parketvloeren in visgraat zijn ook bijgewerkt. De muren zijn opnieuw geverfd. En de Rubenszaal is een beetje kleiner geworden omdat we in de dwarse muur een gang hebben gemaakt die zalen van de nieuwbouw met elkaar verbindt.'

Episch karakter

Over de nieuwbouw zal iedereen spreken. In mei 2016 liepen we al eens rond op wat toen nog een echte bouwwerf was. We schreven na het bezoek: 'Eén zaal is 14 meter hoog, zo hoog als het gebouw zelf. Je hoeft niet veel fantasie te hebben om daar nu al het epische karakter van in te zien.' Bijna vijf jaar later is geen fantasie meer nodig. De 14 meter hoge, spierwitte zaal is imposant. De nietige mens in een onmetelijke ruimte, zoiets.

Wachten op schilderijen. ©SISKA VANDECASTEELE

Maar tegelijk kunnen we de vraag niet uit de weg gaan of er niet veel muur verspild is in de grote zaal. Op 5 meter hoogte kan je geen schilderij hangen. Het blijkt dat we het architecturale concept niet goed begrepen hebben. 'Het oude museum is een wandelmuseum. Het was de bedoeling van de architecten uit de 19de eeuw om de muren vol te hangen met schilderijen, die je al wandelend door het museum kon ontdekken. Als je een eeuw later in dat oude museum een nieuw bouwt waardoor je de museale oppervlakte met 40 procent vergroot, dan moet je precies het tegenovergestelde doen. Vandaar de grote, hoge witte zaal', legt Scipio minzaam uit.

Toen we gisteren in volstrekte stilte door de zalen heen struinden, spookte er maar één gedachte door ons hoofd: haal die Rubensen uit de kelder, hang ze weer aan de muur en open dat museum. Helaas.

De zalen van de nieuwbouw ogen stuk voor stuk indrukwekkend. Een deel is in het blauw geschilderd. Daar komen de kunstwerken die weinig licht kunnen verdragen. Tekeningen bijvoorbeeld. Het is wel hoog klimmen wanneer je de trap neemt helemaal naar boven. Het is een troost dat alle tijdelijke expo's beneden zullen doorgaan.

Als je boven bent, kijk dan eens goed naar het dak en zijn 198 dakkoepels die het daglicht optimaal naar binnen laten stromen. Ook voor de oude zalen is daglicht van groot belang. Oud en nieuw vormen zo lichttechnisch een geheel. Voor de bezoeker worden het wel twee gescheiden werelden. Je kan niet kriskras van oud naar nieuw lopen. Je moet kiezen bij start.

Zes patio's in het museum werden opengemaakt. Ze zijn de kernen van de nieuwgebouwde museumzalen. ©SISKA VANDECASTEELE

Toen we gisteren in volstrekte stilte door de zalen heen struinden, spookte er maar één gedachte door ons hoofd: haal die Rubensen uit de kelder, hang ze weer aan de muur en open dat museum. Dat mag wel na tien jaar sluiting. Helaas. Een openingsdatum is er nog niet. Men wil geen valse verwachtingen meer creëren. In 2016 schreven we nog: wanneer het museum in 2018 opengaat. Niet dus.

'We communiceren een jaar voor de opening', zegt provinciaal gedeputeerde Luc Lemmens (N-VA). Hij is de voorzitter van de raad van bestuur van het KMSKA. 'Er moet nog een rist zaken aangepakt worden die stuk voor stuk met elkaar verbonden zijn. Dat is de derde fase. We willen het museum pas openen als het helemaal klaar is.'

De derde fase behelst onder meer de renovatie van de De Keyzerzaal. Als u zich de inkomhal nog herinnert, dat is de trappenhal vlak voor de eerste museumzalen. Vooral het dak boven de De Keyzerzaal moet vernieuwd worden.

Er is verder de aanpak van de gevels, de tuin, de gouddecoratie in de Rubens- en Van Dyckzaal. De klimatisatie van de oude en nieuwe zalen is helemaal gemoderniseerd of geïnstalleerd, maar ze moet een jaar lang worden uitgetest. Kwestie van de vier seizoenen de revue te laten passeren.

Ook de ticketbalie is herdacht. Aanvankelijk werd gerekend op 170.000 bezoekers per jaar. Dat is bijgesteld naar 300.000. Daardoor moesten ook wat aanpassingen gebeuren aan de faciliteiten voor de bezoekersstroom.

Een museum bouwen of herbouwen is een typisch geval van voortschrijdend inzicht. 'In de allereerste plannen was helemaal geen sprake van een sluiting. We zouden deeltje per deeltje aanpakken zodat het museum open kon blijven. Die werkwijze werd al snel afgevoerd', legt Scipio uit. In 2011 ging het museum helemaal dicht. Onderweg staken veel problemen de kop op die het project vertraagden. Asbest was een van de grootste. De verwijdering duurde veel langer dan gepland.

Het hielp ook niet echt dat de bouwheer, de Vlaamse overheid, vasthield aan een stappenplan. Ook in de financiering. Het was niet altijd duidelijk of er wel geld zou zijn voor een nieuwe fase. Daar heeft de regering-Jambon komaf mee gemaakt. De hele renovatie is nu begroot op 100 miljoen euro. Het geld is er, het geld zou ook moeten volstaan. Nu nog een openingsdatum en iedereen is gelukkig.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud