De maat van het lichaam

©AFP

De Engelse kunstenaar Antony Gormley toont in een impressionante tentoonstelling in de Royal Academy in Londen dat groot ook best intiem kan zijn. Het lichaam is voor hem de maat der dingen.

Je wandelt er bijna voorbij. Of erger nog, als je niet oplet stoot je je voet ertegen. Een klein beeld van een geknielde baby op het plein voor het gebouw van de Royal Academy. Het is, zo ontdek je snel, het eerste beeld van de tentoonstelling van Antony Gormley (69). ‘Iron Baby’ heet het. Het stamt uit 1999. De plaatsing is briljant. Je verwacht het niet op die plek. Het geeft aan het plein ook een andere dimensie. Het kwetsbare beeld contrasteert met de grote, statige gebouwen uit de 19de eeuw.

Het babybeeld is geen gadget of spielerei, ontdek je later binnen. Gormley creëerde voor de Royal Academy een expo die permanent de grenzen van de omgeving opzoekt en uitdaagt. Wat je in de Royal Academy ziet, kan je enkel daar zien. Gormley paste de keuze en de opstelling van zijn sculpturen helemaal aan de zalen aan. Het meest expliciete voorbeeld is ‘Co-ordinate’ uit 2018. Het is niet meer dan een metalen koord van 6 millimeter doorsnede die verschillende zalen met elkaar verbindt en opdeelt. Gormley lijkt hier meer een architect dan een beeldhouwer. In zijn eenvoud is het indrukwekkend.

De tentoonstelling is geen echte retrospectieve. Gormley noemt het zelf een ‘test site’, met oud en nieuw werk. Hij bedoelt daarmee dat hij wilde ontdekken hoever hij kon gaan in het naar zijn hand zetten van het gebouw. Die aanpak bezorgde de ingenieurs van de Royal Academy best wat kopzorgen. Gormley houdt van groot. Het gloednieuwe ‘Cave’ aan het eind van de expo is een reusachtige metalen sculptuur waarin je kan ronddwalen. Gewicht: 27 ton. De installatie was niet vanzelfsprekend. Toch niet voor de ingenieurs. Gormley zag er geen graten in. ‘Hij is koppig. Hij aanvaardt geen nee’, weet de Brusselse galeriehouder Xavier Hufkens, die al 32 jaar samenwerkt met Gormley.

Schabbernak

De Londense kunstenaar is bij ons misschien het bekendst om zijn beeldenserie ‘Lost Horizon’, een ensemble van rechtopstaande ijzeren naakte mannen. In 2013 was één exemplaar te bewonderen op het strand van Knokke. In Londen plaatste Gormley 24 beelden in een zaal. Opnieuw is de plaatsing verbluffend. Ze staan. Ze hangen. Ze zweven. Je loopt er rond in een gewijde stilte. Die mannen stralen ongelooflijk veel rust uit. Tegelijk lijken ze zo te kunnen opstaan en je bij je schabbernak te nemen.

Het lichaam is het uitgangspunt van alle kunstwerken van Gormley, hoe abstract en monumentaal ze ook mogen zijn. Zijn lichaam is het eigenlijk, zegt Hufkens. ‘In het begin van zijn carrière vroeg hij zich af hoe hij het gemakkelijkst met modellen kon werken. Toen bedacht hij dat hij gewoon zichzelf moest gebruiken. Dan zat hij nooit om een model verlegen.’

Gormley geeft niet zomaar het lichaam weer zoals bijvoorbeeld Rodin dat deed. De fysieke verschijning is voor Gormley niet zo belangrijk. Hij probeert het innerlijke van het lichaam weer te geven. Wat denkt een mens, wat voelt hij? En vooral: hoe verhoudt dat lichaam zich tot de ruimte waarin het zich bevindt?

Kubussen

Het begin van de expo illustreert dat perfect met het nieuw gecreëerde ‘Stack’. Het gaat om een aantal sculpturen die bestaan uit metalen kubussen. Ze lijken willekeurig op elkaar gestapeld, maar ze roepen stuk voor stuk de contouren van een lichaam op. Slapen ze? Treuren ze? Zijn ze blij? Kies maar. Alles is goed. Gormley noemt het lichaam een ‘space’. Een ruimte dus waarin alles mogelijk is. Ook alle interpretaties van de toeschouwer. Aan het einde van de tentoonstelling valt nog zo’n reeks lichamen op, in beton deze keer. Rechthoekige blokken. Geen hoofd, arm, of been is te zien, enkel wat uitgeboorde gaten. Het is genoeg om in de abstracte robuuste beelden de illusie van het lichaam op te roepen.

Wanneer je van de ene zaal in de andere wandelt, valt de enorme diversiteit van het oeuvre van Gormley op. Vergeet vooral de zaal met zijn tekeningen en lijstjes niet. Ze vormen geen voorbereidende schetsen, maar zijn een kunst op zich.

Oosterse filosofie

De sculpturen zijn de ene keer piepklein, geïnspireerd door oosterse filosofie. Vijf meter verder loop je een zaal binnen waar een megasculptuur van kronkelende metalen kabels je uitnodigt om erin rond te lopen. Het is een labyrint waar je moeilijker uit dan in geraakt. En toch slaagt Gormley erin met die haast industriële installaties een warm gevoel van intimiteit te creëren. Dat is misschien nog het verrassendste aan de hele tentoonstelling. Ze is warm en menselijk, ondanks het veelvuldig gebruik van koude materialen.

Een van de verbluffendste installaties is ‘Matrix’ uit 2014. De mastodont van 6 ton hangt aan het plafond. ‘Matrix’ bestaat uit rechthoekige metalen volumes die naar boven toe van formaat wisselen. Als je niet te groot bent, kan je eronder lopen. Kijk je omhoog dan lijkt de installatie wel oneindig. Het is precies het gevoel dat Gormley wil creëren. Een gebouw is altijd beperkt door de ruimte waarin het is gebouwd. Met deze installatie doorbreekt Gormley die beperking. Niet in fysieke zin, maar in het hoofd van de kijker. De menselijke geest heeft geen beperkingen, geeft hij aan. Wanneer je weer naar buiten wandelt, ligt de baby nog altijd op de grond. Onveranderd. Maar je loopt er met een boogje omheen. Geen risico’s nemen. Stel je voor dat je tegen een kunstwerk van Antony Gormley aanloopt.

Antony Gormley loopt tot 3 december in de Royal Academy of Arts in Londen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect