De Stones zijn nu ook echt een museum

Outfits die de Stones droegen tijdens hun tournees. ©BELGAIMAGE

Nederland heeft amper de coronaregels versoepeld of het laat per direct de Rolling Stones binnen. Een retrospectieve in Groningen wil hardmaken hoe de Stones de grootste rockband van de planeet konden worden. Omdat ze verweven zijn met de hele popcultuur.

V anuit de trein lacht hun beroemde rode mond met de grote tong ons toe vanop het eiland voor het stationsplein. Het meest iconische bandlogo van de wereld sluit naadloos aan bij de strakke, postmodernistische paviljoenen van architect Alessandro Mendini. Het Groninger Museum liet speciaal voor de tentoonstelling van de Rolling Stones een virusvriendelijke ingang bouwen.

Wat heeft een rockband als de Stones te zoeken in een museum voor kunst, design en kunstgeschiedenis? Meer dan je zou denken. Groningen is een belangrijke muziekstad. Elk jaar in januari is de enige grote stad in Noord-Nederland het decor van het showcasefestival Eurosonic. Meer dan 40.000 muziekfans en professionals komen dan samen om binnen de grachtengordel van de stad in tientallen zaaltjes en cafés bands te ontdekken.

Andreas Blühm, de Duitse directeur van het museum, doet elk jaar rond januari iets rond popmuziek. Vier jaar geleden stuntte hij met de David Bowie-tentoonstelling, dankzij goede relaties met het Victoria & Albert Museum in Londen. Het management van de Stones was ter ore gekomen dat ‘Bowie Is’ meer toeschouwers trok in Groningen dan in Berlijn of Parijs. ‘Unzipped’ - of ‘Exhibitionism’ zoals de retrospectieve eerst heette - had na Londen, de Verenigde Staten en Azië zijn eerste stek op het Europese vasteland gevonden.

©Siese Veenstra

Historisch valt iets te zeggen voor de keuze voor Nederland. De Stones speelden er hun allereerste concert op Europese bodem. Dat concert in 1964 in het hotel Kurhaus in Scheveningen duurde maar tien minuten, omdat een deel van het publiek de zaal afbrak. In een schaarse opname is te zien hoe politieagenten het optreden onderbreken en hoe jong de Stones toen waren.

In die onstuimige begindagen woonden Mick Jagger (toen 21, nu 77) en co. samen in de Londense wijk Chelsea. Het appartement in victoriaanse stijl is in de expo op ware grootte nagebouwd op basis van geromantiseerde herinneringen van de vier bewoners. Wat de jonge rockers ermee deden, is weerzinwekkend. De kamers en keuken liggen bezaaid met blikjes bier, lege flessen, vuile borden en volle asbakken. Elpees van Bo Diddley, Chuck Berry, Muddy Waters en Howlin’ Wolf verraden waar het ze daadwerkelijk om te doen was. ‘We waren druk bezig te leren hoe we bluesmuzikanten konden worden. Voor andere dingen hadden we geen tijd’, zegt gitarist Keith Richards in het boek bij de expo.

Mensen voor wie de Rolling Stones de schaartjes waren waarmee ze de wereld openknipten, zullen zich hun reis naar Groningen niet beklagen. Wie twijfelt: alles is coronaproof.

Het was Jaggers idee om het appartement na te bouwen. Je wandelt even door het Londen van de jaren 60 waarin een nieuwe jonge generatie brak met de naoorlogse grauwheid. Wat de reconstructie van de liederlijke puinhoop die hun leefomgeving was goed laat zien, is dat de sixties voor de Stones geen tijd van vrede en liefde waren. Ze vonden het utopisme van die jaren naïef en onnozel. Hun songs en hun levensstijl waren een weerslag van het geweld en de chaos van die tijd. Heel anders dan The Beatles, die - verbaast het? - ontbreken, behalve in de zaal waar het eerste drumstel van Charlie Watts staat te glanzen. ‘In dezelfde zaak gekocht als Ringo’, vermeldt het uitlegbordje droog.

Een remake van het Londense appartement waar Mick Jagger en co. in de begindagen woonden. ©BELGAIMAGE

Originele objecten

De meer dan 400 originele objecten van ‘Unzipped’ komen uit The Rolling Stones Archives, een verzamelnaam voor de drie pakhuizen in Londen waar de Stones sinds de jaren 70 hun materiaal opslaan. De mensen van het Groninger Museum mochten in een van de drie pakhuizen binnen. De bandleden kregen ze nooit te zien - alles verliep via het management en de Amerikaanse curator Ileen Gallagher. De Stones vroegen haar op basis van haar achtergrond als kunstcurator voor enkele Amerikaanse musea. Gallagher werkte ook zes jaar voor de Rock and Roll Hall of Fame. ‘Ze wilden eerst een fototentoonstelling maken voor hun 50ste verjaardag’, zegt de New Yorkse. ‘Tot ik hun schuiven opentrok en hen zei: ‘Jongens, beseffen jullie wel dat jullie invloed verder dan muziek reikt en dat jullie verweven zijn met de hele popcultuur?’’

©BELGAIMAGE

De tentoonstelling wil hardmaken dat de Stones de grootste rockband van de planeet konden worden omdat ze zich altijd tot andere kunstgenres verhielden. Zoals ook David Bowie een erfenis achterliet in verschillende aspecten van de popcultuur. Er hangen knappe lithografieën die Andy Warhol van Jagger maakte. Ook aanwezig is het bekende werk van Richard Hamilton, gebaseerd op de foto waarop Jagger op de achterbank van een auto zit met zijn armen voor zijn gezicht. De man naast hem is de notoire Londense kunsthandelaar Robert Fraser. De setting: hun arrestatie na een drugsinval. Beide heren wilden zwaaien, maar hun handboeien zaten in de weg.

In de cinemakamer krijgt Martin Scorsese het woord. ‘Het belangrijkste in hun muziek was voor mij de acceptatie van de duistere zijde van de menselijke aard. Het was rijke muziek die het verleden opriep en je niet losliet’, zegt de regisseur in een video-interview. Behalve zijn eigen ‘Shine a Light’ uit 2008 zijn stukken te zien uit de experimentele film van Jean-Luc Godard waarin de groep in de studio spoor voor spoor ‘Sympathy for the Devil’ opneemt.

Die song kreeg een eigen zaal, met als onverwachte insteek de rol die mode speelde in de ontwikkeling van de Rolling Stones als cultuurfenomeen. Je ziet Jagger ‘Sympathy for the Devil’ zingen in acht flamboyante outfits, van Alexander McQueen tot Versace. In twee andere zalen hangen 45 outfits die de Stones droegen tijdens hun vele tournees. Een reeks couturiers passeert, van Jean-Paul Gaultier tot Hedi Slimane en John Varvatos.

De culturele zeggingskracht van de Britten komt niet overal even goed uit de verf. Wat zeggen vitrinekasten met gitaren en tekstschriftjes, maquettes van podiumontwerpen en een weliswaar knap nagebouwde opnamestudio over hun bredere draagwijdte als culturele iconen? Op dat vlak was de Bowie-expo sterker.

De sterke focus op mode is een manier om te tonen dat de Stones altijd het belang hebben begrepen van hoe de band wordt gezien en hoe hun muziek wordt gehoord. In de keuze van de kostuums zat een patroon: de couturiers ontwierpen voor hen. De Stones ontwierpen in feite zichzelf. Strikt genomen doen ze met deze retrospectieve wat ze hun hele leven hebben gedaan: hun bijna 60-jarige geschiedenis in haar eigen daglicht plaatsen.

Tekentafel

De culturele zeggingskracht van de Britten komt niet overal even goed uit de verf. Wat zeggen vitrinekasten met gitaren en tekstschriftjes, maquettes van podiumontwerpen en een weliswaar knap nagebouwde opnamestudio over hun bredere draagwijdte als culturele iconen? Op dat vlak was de Bowie-expo sterker.

Maar mensen voor wie de Rolling Stones de schaartjes waren waarmee ze de wereld openknipten, zullen zich hun reis naar het verre Groningen niet beklagen. Wie twijfelt: alles is coronaproof. Door de coronacrisis ging het tentoonstellingsontwerp weer naar de tekentafel en werd een extra verdieping toegevoegd. Het museum laat 80 bezoekers per uur toe.

De vraag is of dat volstaat voor een blockbustereffect. De expo moet 130.000 bezoekers halen om break-even te draaien. Een verlenging behoort tot de mogelijkheden - de volgende halte, Marseille, komt er pas aan in juni. Directeur Andreas Blühm hoopt op een positief corona-effect: ‘Na maanden zonder concerten en festivals, en bedrukte vooruitzichten op dat vlak, kunnen mensen de magie en emotie van rockmuziek hier komen beleven.’

‘Unzipped’, tot 28 februari in het Groninger Museum

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud