De Tarantino van de Europese schilderkunst

Zoek de echte Rubens. Hij hangt linksonder (‘De kluizenaar en de slapende Angelica’). Bovenaan ‘Nimf en sater’ van Jean-Antoine Watteau. Rechtsonder ‘Pan en Syrinx’ van François Boucher. ©Saskia Vanderstichele

Weinig schilders hadden meer invloed op collega’s, vroeger en nu, dan Pieter Paul Rubens. De prestigieuze expo ‘Sensatie en sensualiteit’ in Bozar laat daar geen twijfel over bestaan.

Slaan en zalven. Zo opent de tentoonstelling ‘Sensatie en sensualiteit, Rubens en zijn erfenis’. Voor je het eerste werk ziet, wandel je langs een reeks uitspraken van andere kunstenaars over Rubens, ten goede en ten kwade. Meestal genuanceerd, zoals het oordeel van de geschiedenis over Rubens ook moet zijn.

Vincent van Gogh betreurde in een brief aan zijn broer Theo in 1886 het gebrek aan dramatiek in de schilderijen van Rubens. ‘Laat ik beginnen met te zeggen dat zelfs zijn mooiste, schreijende Magdalena koppen of Mater dolorosas me altijd doen denken aan de tranen van een mooie meid die b.v. een sjanker zou hebben opgelopen of dergelijke petite misère de la vie humaine. Als zoodanig zijn ze meesterlijk, doch iets anders zoeke men er niet in.’ Maar tegelijk stond van Gogh ook vol bewondering voor de technische virtuositeit van Rubens, omdat hij ‘het met zoo weinig doet, en met zoo vlugge hand en zonder eenige aarzeling schildert - en vooral ook teekent’.

Hoe dan ook is Rubens (1577-1640) een monument in de schilderkunst, wiens invloed op andere kunstenaars nauwelijks overschat kan worden. Je kan niet anders concluderen na het bekijken van de tentoonstelling. Rubens-specialist en curator Nico Van Hout bracht 166 werken op doek, hout en papier samen. Slechts een kwart is van de hand van Rubens zelf. Toch is hij dominant aanwezig in elke zaal. De expo is onderverdeeld in zes thema’s die van belang zijn voor het begrijpen van Rubens’ kunst en erfenis: geweld, macht, wellust, compassie, elegantie en poëzie.

‘De liefdestuin' van Rubens. Het topwerk van de expo. ©Madrid, Museo Nacional del Prado

In elke zaal gaat Rubens in dialoog met andere kunstenaars. Dat werkt wonderwel. De expo opent adembenemend met Rubens’ ‘Jacht op tijger, leeuw en luipaard’ uit 1617. Nico Van Hout vergelijkt Rubens graag met de Amerikaanse regisseur Quentin Tarantino, omdat hij agressie, gruwel en strijd erg plastisch in beeld bracht. In ieder geval plastischer dan zijn voorgangers en tijdgenoten. Je voelt als het ware de tijger in de schouder van de ruiter bijten.

Een beetje verderop hangt ‘Leeuwenjacht’ uit 1855 van Eugène Delacroix. Anders, maar toch ook Rubens. ‘Rubens was een schilders schilder. Een schilder die andere schilders technisch beïnvloedde’, legt Van Hout uit. Het werk van Delacroix is daar een goed voorbeeld van. Delacroix geeft mensen en dieren vorm via een afwisseling van felle en getemperde kleurvlakken. Omtreklijnen zijn onscherp. Het is een techniek die Rubens ook hanteerde.

Het sterke van de tentoonstelling zijn de vaak onverwachte namen die opduiken. Oskar Kokoschka en Gustav Klimt om er maar twee te noemen. ‘De keuze is doordacht’, legt Van Hout uit. ‘Van veel kunstenaars weten we gewoon dat ze door Rubens beïnvloed zijn. Van tijdgenoten als Jacob Jordaens en Antoon Van Dyck ligt dat voor de hand. Latere kunstenaars schreven erover. En sommigen pikten gewoon citaten uit Rubens’ werk, terwijl ze in hun geschriften ontkenden iets met Rubens te hebben. Picasso bijvoorbeeld. Kunstenaars zijn vaak leugenaars, hè.’

'De visvangst' van Edouard Manet. ©2013. Image copyright The Metropolitan Museum of Art / Art Resource / Scala, Florence

Maar de band met Rubens is er steeds. Dat maakt de expo erg mooi. Het is niet zozeer een wedstrijdje ‘zoek de gelijkenissen’, maar eerder ‘vind de band tussen Rubens en de andere schilder’. Er is een mooi een-tweetje tussen Edouard Manet en Rubens. Van de Franse schilder hangt ‘De visvangst’ naast Rubens’ ‘Kasteel in een park’. Manet schilderde zichzelf en zijn maitresse Suzanne Leenhoff als Rubens en diens vrouw Helena Fourment. Zo passeert een rist kunstenaars de revue. Je kan de expo net zo goed bekijken als een inleiding tot de Europese schilderkunst van de 17de tot de 20ste eeuw.

De tentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten loopt in samenwerking met het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen en de Royal Academy of Arts in Londen. Gemakkelijk ging het niet. ‘Ik heb de voorbije jaren af en toe wel eens gedacht dat het niet zou lukken’, bekende Paul Dujardin, de CEO van Bozar, gisteren. De twijfel zat verscholen in het budget: 2 miljoen euro. Het zag er lang naar uit dat de tentoonstelling fors duurder zou uitvallen. ‘Door de vele bruiklenen dreigden de verzekeringskosten te hoog uit te vallen. Tot de Britse premier David Cameron voor de Britse bruiklenen een staatsgarantie gaf. Dat drukte de verzekeringskosten fors. In België kunnen we daar voorlopig enkel van dromen.’

Door de vele buitenlandse bruiklenen - met als hoogtepunt ‘De liefdestuin’ van Rubens uit het Prado in Madrid - zijn de veiligheidsmaatregelen streng. Dat heeft zijn invloed op de scenografie. Je kan niet naar de schilderijen kijken zonder de witte, ijzeren afsluiting te zien die de bezoekers weg moet houden van de werken. Het creëert een afstand die de werken niet verdienen. Het verhindert dat de expo de ‘sensualiteit’ uit de titel uitstraalt. ‘Ik weet het’, zucht Dujardin. ‘Ik had ook liever gewoon een draad gehad om het parcours af te bakenen. Maar dat kon niet. Het was ijzer of het was geen expo.’

‘Sensatie en Sensualiteit, Rubens en zijn erfenis’ loopt tot 4 januari in Bozar.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud