analyse

De Toporovski-collectie: een overhaaste beslissing

©Fondation Dieleghem

Het Museum voor Schone Kunsten (MSK) van Gent dacht te kunnen stunten met de Toporovski-collectie, maar het draaide anders uit. 'Wat hier is gebeurd, toont de zwakheden aan van het huidige museumlandschap in België.'

Om een lang verhaal kort te maken: het onderzoek naar de echtheid van de schilderijen wordt nu overgelaten aan de Stichting Dieleghem. Die is de eigenaar van de enorme collectie Russische avant-gardekunst van Igor en Olga Toporovski, tot Belg genaturaliseerde Russen.

Waarom zou Toporovski zo’n collectie van wereldfaam aanbieden aan een relatief bescheiden museum in Oostende of Luxemburg? Waarom niet meteen aan het MoMa in New York, of het Centre Pompidou in Parijs?
Michel Polfer
Directeur van het MNHA in Luxemburg

De hamvraag is hoe het zo ver is kunnen komen. Van een groot museum mag immers verwacht worden dat het onderzoek doet naar de echtheid van de tentoongestelde werken. Daar bestaat een hele procedure voor. Maar met de werken van de Toporovski’s is dat niet gebeurd.

‘Voor oude kunst bestaat er al sinds de negentiende eeuw een systeem van benchmarking en catalogering’, vertelt Bart de Baere, directeur van het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (MuHKA). ‘De geschiedenis van de moderne en de hedendaagse kunst wordt daarentegen nog volop geschreven. Zeker de Russische avant-garde is nog altijd een erg onoverzichtelijke periode.’

Belletje

Het MuHKA en de Britse Tate Gallery zijn toonaangevend op het gebied van Russische kunst uit de late twintigste eeuw. Ook MSK-directrice Catherine de Zegher geniet een uitstekende reputatie, maar het Gentse museum is gespecialiseerd in de periode vóór 1945. Was het MSK misschien te gehaast om zijn slag te slaan? De werken zouden zeker een publiekstrekker zijn.

‘Dergelijke belangrijke schilderijen, die nog nergens gecatalogeerd zijn, zouden meteen een belletje moeten doen rinkelen’, waarschuwt de Baere. ‘Er staat immers erg veel op het spel. Zodra een werk wordt tentoongesteld in een museum, wordt de authenticiteit ervan bevestigd en stijgt de marktwaarde.’

De restaurateurs in de Sovjetmusea waren echte vaklui. Voor hen was het een koud kunstje om werken ‘in de stijl van’ te schilderen.
Baron Daniel Cardon de Lichtbuer
Verzamelaar Russische hedendaagse kunst

Het zou niet de eerste keer zijn dat verdachte kunstwerken van de muur moeten worden gehaald. In 2017 leende het Stedelijk Museum Amsterdam een twijfelachtige Malevich uit aan Bozar, en dat leidde mee tot het ontslag van directrice Beatrix Fur.

Eerder, in 2009, moest het Musée des Beaux-Arts van Tours 180 werken van de Russische artiest Alexandra Exter van de muur halen. Ook die kwamen uit de Toporovski-collectie. In 2013 bevestigde het Franse gerecht weliswaar hun afkomst en authenticiteit.

Het MSK was trouwens niet het eerste museum waar de Toporovski’s aanklopten. Eerder bood de Stichting Dieleghem de omstreden kunstwerken aan bij Phillip Van den Bossche van het Mu.ZEE in Oostende, en Michel Polfer van het MNHA in Luxemburg.

Polfer herinnert zich hoe hij een deel van de collectie bij de Toporovski’s thuis mocht bekijken. ‘Het hing er vol met schilderijen, maar zonder alarminstallatie of vochtigheidscontrole.’ Toen hij naar de oorsprong van de werken vroeg, viel onder andere de naam van de uitgeweken Russische kunstenaar Naum Gabo. ‘Toporovski vertelde ook dat hij Gorbatsjov erg goed kende, maar zonder dat te bewijzen. Ik begon te twijfelen. Waarom zou hij zo’n collectie van wereldfaam aanbieden aan een relatief bescheiden museum in Oostende of Luxemburg? Waarom niet meteen aan het MoMa in New York, of het Centre Pompidou in Parijs?’

Grootmoedertje

De open brief die het lot van de Toporovski-tentoonstelling in het MSK bezegelde, werd ondertekend door tien internationale experts, galerijhouders, kunsthandelaars, kunsthistorici en curatoren. Een van hen was Konstantin Akinsha, co-auteur van het artikel ‘The Faking of the Russian Avant-Garde’ in ARTNews. Daarin beschrijft hij hoe de wereldwijde kunstmarkt bezoedeld is door duizenden valse stukken, variaties op originele werken die overigens uitstekend zijn uitvoerd.

©Fondation Dieleghem

‘Rusland is op dat vlak een gevaarlijk gebied,’ vertelt Akinsha. ‘Sinds 1960 is de Russische avant-garde erg in trek bij westerse handelaars en verzamelaars. Nog voor de val van de Sovjetunie smokkelden westerse diplomaten en journalisten kunstwerken klandestien het land uit. De perestrojka zorgde voor een nieuwe golf van vervalsingen.’

Sommige daarvan waren het werk van restaurateurs.

‘De restaurateurs in de Sovjetmusea waren echte vaklui. Voor hen was het een koud kunstje om werken ‘in de stijl van’ te schilderen’, aldus baron Daniel Cardon de Lichtbuer, zelf een fervent verzamelaar van hedendaagse Russische kunst. ‘De verleiding om een mager salaris aan te vullen met duizenden dollars, is dan groot. In dat milieu zijn vele valse attesten ontstaan. Bijna altijd kreeg je hetzelfde verhaaltje te horen: een grootmoedertje had het leven van een soldaat kunnen redden in ruil voor een opgerold schilderij…’

Dwaalspoor

Ook de Toporovski’s zouden tegenstrijdige verhalen hebben over de oorsprong van hun werken. Zo zouden die in de loop der jaren Rusland hebben verlaten via de Baltische staten of Oekraïne. Volgens een andere versie waren ze familiebezit, en kregen ze een uitvoervergunning van het kabinet van toenmalig premier Vladimir Poetin.

Konstantin Akinsha toont echter een mail van de persdienst van de Russische president van 22 januari 2018, die dit tegenspreekt.

‘De informatie die de heer Toporovski verspreidt in verband met de uitvoervergunning van kunstwerken, die zogezegd is verleend door V. Poetin, stemt niet overeen met de werkelijkheid,’ aldus de mail. ‘De diensten van de president zijn niet op de hoogte van de activiteiten van de heer Toporovski, noch van de tentoonstelling van zijn collectie in Gent. Dergelijke vergunningen worden niet afgeleverd door het staatshoofd.’

Er zijn nog meer redenen tot argwaan. Eén van de werken in de collectie, ‘De Evangelisten’ van Goncharova, zou naar verluidt opduiken in een catalogus van het museum van Kharkov uit 1992. Volgens The Art Newspaper blijken de tentoonstelling en de bijhorende catalogus echter nooit te hebben bestaan. Toch betekent dat niet noodzakelijk dat ook het kunstwerk fake is. Kunstvervalsers stoppen wel vaker een origineel werk tussen een lot namaak, om de experts op een dwaalspoor te brengen.

De eigenaars van de werken, Olga en Igor Toporovski van de Dieleghem Stichting. ©Fondation Dieleghem

Ook de komst van de Toporovski’s naar België doet de wenkbrauwen rijzen. ‘In 2006 vertrokken zij uit Moskou naar Brussel, na een ‘onenigheid’ met de regering-Poetin’, schrijft The Art Newspaper in januari 2018. Concreet was Toporovski in aanraking gekomen met advocaat-generaal Nikita Semionov, die een onderzoek voerde naar galerijhouders die valse schilderijen verkochten. De politie had namelijk een ‘handgeschreven betaalbewijs’ gevonden voor een Malevich en een Kandinsky, die verkocht waren aan een oligarch.

Het was ondertekend door Toporovski. Waarde: drie miljoen dollar. In 2013 zat Semionov opnieuw op het spoor van de Toporovski’s. Ditmaal had een kunstenaar geklaagd omdat zij hem niet hadden betaald voor de vervalsingen die hij had gemaakt voor het echtpaar, en voor een galerijhouder in Parijs en New York. Toen Semionov deze schilderijen vergeleek met de foto’s van de tentoonstelling in Gent, ontdekte hij trouwens bepaalde overeenkomsten.

Zwakheden

Voorlopig is het wachten op een nieuwe aflevering in dit vervolgverhaal. Voor Bart de Baere van het MuHKA is nu al duidelijk wat er is misgelopen. ‘Wat hier gebeurt, toont de zwakheden aan van het huidige museumlandschap in België. Het komt allemaal door de overdracht van de cultuurbevoegdheden naar de Vlaamse en de Franse Gemeenschap. Die hervorming is onafgewerkt. De grote federale instellingen zijn er niet in geslaagd hun kennis van zaken over te dragen naar de gemeenschappen, en daardoor dreigt die verloren te gaan.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect