De wallpower van Jean Brusselmans

©privé collectie

Veel stillevens en landschappen, af en toe portretten en naakten. Maar altijd hoogst eigenzinnig. Dankzij het Gemeentemuseum in Den Haag leert nu ook Nederland ‘onze’ Jean Brusselmans kennen.

Met zwier en een sierlijke krul rond de letter L signeerde Jean Brusselmans (1884-1947) zijn schilderijen. Opzichtig bijna, alsof niemand mocht twijfelen aan de auteur. Zo sierlijk zijn handtekening was, zo tegenwringend waren zijn doeken. Ze tonen het leven. Maar bij nader inzien toch niet helemaal zoals het was. Zijn schilderijen zijn experimenten van lijnen, hoekige vlakken en kleuren. Waarom mag een blad van een boom niet blauw zijn? Waarom mogen zeegolven er niet uitzien als molshopen?

Nu kijken we met veel bewondering naar die experimenten, maar destijds was die er niet. Brusselmans kreeg amper schilderijen verkocht en sleet zijn dagen in grote armoede. Dat veranderde pas aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. De West-Vlaamse textielindustrieel Tony Herbert merkte Brusselmans op toen hij zijn collectie rond de Vlaamse expressionisten opbouwde. Hij begon stelselmatig werk van Brusselmans te kopen. Die collectie, nu in handen van zijn zoon Antoon, ligt aan de basis van de expo in Den Haag. Ze is aangevuld met bruiklenen uit Belgische musea en andere privécollecties.

Gewaagd

Op zich is het best een gewaagde tentoonstelling. Brusselmans is amper bekend in België, wat zou het dan in Nederland? ‘Brusselmans past perfect in onze filosofie om onbekende buitenlandse schilders aan het Nederlandse publiek voor te stellen. We hebben dat eerder al gedaan met Rik Wouters. Groot bij jullie, hier onbekend. Als museum moet je het publiek ruimte tot ontdekkingen geven’, zegt Benno Tempel, de directeur van het Gemeentemuseum.

De expo bevat veertig schilderijen, allemaal uit de periode 1930-1940. Toen stond Brusselmans artistiek op zijn hoogtepunt en ontwikkelde hij zijn eigen stijl. Van opleiding was hij steenlithograaf, maar op zijn 18de besliste hij schilder te worden. Hij raakte bevriend met Rik Wouters, met wie hij een tijd een atelier in Brussel deelde. Het duurde even voor Brusselmans zijn stijl had gevonden. Aanvankelijk nestelde hij zich in de schaduw van de Vlaamse expressionisten als Constant Permeke, Frits Van den Berghe, Gustave De Smet. Maar de Franstalige Brusselmans voelde zich niet thuis in Sint-Martens Latem, waar de Vlaamse schilders samenhokten, en vestigde zich in Dilbeek.

Brusselmans voelde zich ook geen expressionist. Hij had geen enkele behoefte om zijn emoties via zijn schilderijen te ventileren. Het draaide om het beeld. Zijn onderwerpenpalet was relatief beperkt: landschappen, vuurtorens, stillevens, portretten en naakten. Veel elementen komen geregeld terug, zoals kannen en vazen. Opvallend is de afwezigheid van diepte. ‘Bijna alles staat op gelijke hoogte. Die compactheid genereert kracht. Ik spreek graag over de ‘wallpower’ van Brusselmans’, zegt Tempel.

Striptekenaar

Het truukje van Brusselmans zit in de manier waarop hij zijn schilderijen opbouwt. Doorgaans laat hij voorwerpen dansen rond een centraal element. Wellicht improviseerde Brusselmans voortdurend bij het vervolledigen van zijn schilderijen, tot hij vond dat het genoeg was. Soms lijken het collages met opgekleefde elementen.

‘Er schuilt veel onhandigheid in zijn werk’, zegt conservator en cataloguscoauteur Hans Janssen. ‘Maar de onhandigheid was gespeeld. Brusselmans verborg zijn virtuositeit. Hij had niet meer nodig dan een paar verftoetsen om een schematisch idee van de werkelijkheid te geven. Hij lijkt soms wel een striptekenaar. Maar kijk eens naar zijn winterlandschappen. Die zijn toch echt in de beste traditie van Brueghel?’

‘Jean Brusselmans’ loopt tot 10 juni in het Gemeentemuseum in Den Haag. De catalogus is uitgegeven door Hannibal.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud