De wolkjes van Jan van Eyck

De restauratie van het onderste gedeelte van het middenpaneel van het Lam Gods heeft drie jaar geduurd. ©katrijn van giel

Twee maanden voor de opening van de grote Jan van Eyck-tentoonstelling in het MSK in Gent is de tweede fase van de restauratie van het Lam Gods afgerond. De helft van de gerestaureerde panelen bleek overschilderd. Die overschilderingen zijn nu weggewerkt.

Hélène Dubois, het hoofd van het restauratieteam van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK), toont enkele ‘voor en na’ foto’s van details van het schilderij. Ze wijst naar een stukje van een blauwe mantel. Het bovenste deeltje is op de foto niet gerestaureerd, het onderste wel. Het contrast is indrukwekkend. Van dof naar sprankelend blauw. Wat moet het een feest geweest zijn om in de jaren 1420-30 in het atelier van Jan en Hubert Van Eyck rond te lopen en het Lam Gods in zijn originele kleurenpracht te aanschouwen.

De wolken waren nogal eentonig grijs. Nu zijn ze opnieuw echt. Je kan zelfs de verschillende types herkennen.
Hélène Dubois
hoofd restauratieteam KIK

We zijn niet meer zover verwijderd van de dag dat we dat een kleine 600 jaar later ongeveer opnieuw kunnen doen. De tweede van de drie restauratiefases van het veelluik is achter de rug. Drie jaar lang werkten de restaurateurs van het KIK in hun tijdelijk atelier in het MSK in Gent met chirurgische precisie aan het onderste middenpaneel met de aanbidding van het Lam Gods en de vier onderste zijpanelen, op de afwezige ‘Rechtvaardige rechters’ na natuurlijk. Net zoals bij de restauratie van de buitenpanelen (fase 1) bleek uit onderzoek dat grote delen van het schilderij overschilderd waren. ‘Meer dan de helft’, legt Dubois uit. Ze toont een scan waarop de overschilderde delen te zien zijn. De lucht, de mantels, het lam, weinig ontsnapte aan de overschilderingen.

Witte stippen

Ze dateren uit de 16de eeuw, amper 100 jaar na de oplevering van het schilderij. Dubois werkt nog aan haar doctoraatsonderzoek over die vroege overschilderingen. Waarom hebben ze dat in godsnaam gedaan, vraag je je vandaag af. Daar blijken dus goede redenen voor te zijn geweest. Dubois wijst naar een grote röntgenfoto van het middenpaneel. ‘Zie je die witte stippen? Dat zijn schadeplekjes. Het veelluik werd vaak open- en dichtgedaan. Dat veroorzaakte gebruiksschade. De hitte van de kaarsvlammen heeft ook een impact gehad. We hebben geen brandsporen aangetroffen, maar de hitte heeft wel blaasjes veroorzaakt.’

Voor de restauratie in de 16de eeuw werden zo goed als zeker twee gereputeerde schilders aangetrokken: Jan van Scorel en Lancelot Blondeel.

Voor de restauratie in de 16de eeuw werden zo goed als zeker twee gereputeerde schilders aangetrokken: Jan van Scorel en Lancelot Blondeel. ‘Ook toen al was het Lam Gods bekend en beroemd. De restauratie mocht best wat kosten. Jaarrekeningen bewijzen dat. Een 16de eeuwse kroniek vermeldt dat het schilderij diende te worden gewassen en gekust. Gekust betekent gekuist. Gerestaureerd dus’, zegt Dubois.

Maar het was meer dan een technische restauratie. De toenmalige restaurateurs pasten het schilderij ook aan de toenmalige mode en de verwikkelingen in de strijd tussen protestanten en katholieken aan. Vorig jaar toonde het KIK al de restauratie van het lam. Van Eyck had het schaap geschilderd met een soort van menselijke oogopslag. Dat werd in de 16de eeuw ongedaan gemaakt. Het paste niet meer in de katholieke opvatting over de betekenis van het lam gods.

Gelukkig hebben de overschilderingen uit de 16de eeuw geen onherstelbare schade veroorzaakt. De originele schildering van Van Eyck kwam voor 95 procent weer tevoorschijn. Er was slechts een verfverlies van 5 procent. Die kleine lacune werd door de restaurateurs van het KIK opgevangen met waterverf.

Lucht en gebouwen

Puur schildertechnisch is de restauratie van de lucht en de gebouwen in de achtergrond van het middenpaneel het verbluffendst. ‘De wolken waren nogal eentonig grijs. Nu zijn ze opnieuw echt. Je kan zelfs de verschillende types herkennen, zoals de cirrocumulus (schapenwolkjes, red.). We hebben ook kleine sneeuwsporen ontdekt. Het was wel een bijzonder karwei om de overschilderingen te verwijderen. We moesten zeer minitieus werken, 1 à 2 centimeter per dag’, legt Dubois uit.

Van Eyck en het Lam Gods zitten in onze vingers. Dat is een ongelooflijk groot voordeel.
Hélène Dubois
Hoofd van het restauratieteam van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK)

Op de achtergrond van het middenpaneel zijn ook opnieuw alle gebouwen in hun originele staat hersteld. Die waren ook gedeeltelijk of helemaal niet meer zichtbaar. De restaurateurs deden beroep op specialisten in middeleeuwse architectuur om de gebouwen minitieus te kunnen bijwerken indien dat nodig was.

Met de grote Van Eyck-tentoonstelling in zicht liggen de restauratiewerken nu stil. De derde fase (het bovenste register van de binnenluiken) belooft nog lastig te worden ‘De godsfiguur en Adam en Eva beloven heikele klussen te worden. We weten nu al dat we daar ook veel overschilderingen zullen moeten verwijderen.’ Of het KIK ook fase 3 mag uitvoeren is nog niet zeker. De Vlaamse overheid moet eerst nog budgetten vrijmaken. Het voorziene geld is op. Fase 2 kostte 898.556 euro. Een deel van dat geld was eigenlijk al bestemd voor fase 3.

Het verwijderen van de veel talrijker dan verwachte overschilderingen (ook in fase 1) deed de kosten stijgen. De Vlaamse overheid betaalt 80 procent van de rekening, het fonds Baillet-Latour 20 procent. Als Vlaamse regering beslist heeft met vers geld over de brug te komen, volgt een Europese aanbesteding. Het KIK moet daarbij concurreren met buitenlandse instellingen. Maar Dubois heeft er alle vertrouwen in. ‘Van Eyck en het Lam Gods zitten in onze vingers. Dat is een ongelooflijk groot voordeel.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud